Jonathan Van het Reve en de Kunst van het Overschreeuwen(Wilders en Michiel de Ruyter)

JONATHAN VAN HET REVE EN DE KUNST VAN HET OVERSCHREEUWEN

Op 27 September jl plaatste de Volkskrant een opiniestuk van ondergetekende (zie onder) over het feit dat Geert Wilders zich had uitgedost en laten fotograferen als Michiel de Ruyter.  Mijn betoog kwam hierop neer dat De Ruyter jarenlang handel had gedreven op Marokko en bevriend was geraakt met moslims. Ten slotte schreef ik dat Wilders zich eens werkelijk in zijn held zou moeten verdiepen.
D66-Tweede Kamerlid, Wassila Hachchi, Marokkaanse van oorsprong en eerder   werkzaam bij de marine twitterde niet zonder subtiele humor: “‘Michiel de Ruyter wordt in ere hersteld.”
Minder blij was ik met de enthousiaste reactie en vermelding van mijn naam op de blog De Kleine Blonde Leider, waarop Wilders in nazi-uniform en met Hitler-snor staat afgebeeld. Met dergelijke even weerzinwekkende als idiote karikaturen wens ik natuurlijk niet geidentificeerd te worden.
Jonathan van het Reve reageerde in Vrij Nederland juist met een kritisch stuk dat in mijn ogen tekenend is voor de schreeuwerige en beschuldigende wijze waarop debatten in Nederland tegenwoordig al gauw gevoerd worden.  Het staat inmiddels ook op zijn website, wat er niet op staat is mijn op 16 oktober 2010 op de brievenpagina van VN gepubliceerde reactie:

Jonathan van het Reve wijdde in VN 39 een kritische pagina aan een opiniestuk van ondergetekende in de Volkskrant. Dat laatste ging over het feit dat Geert Wilders zich een jaar geleden voor Veronica Magazine liet verkleden als zijn held Michiel De Ruyter. Mijn stelling was dat Wilders zich eens werkelijk in zijn held zou moeten verdiepen.
Immers De Ruyter dreef jarenlang handel op Marokko. En als hij daar iets ontdekte dan wel dat dé islam niet bestaat omdat die net als het christendom uiteenvalt in elkaar bestrijdende groepen. Ook schreef ik dat hij op religieus gebied tolerant was:.
Van het Reve reageerde met : ‘Waar Wilders De Ruyter simpelweg bewondert om zijn moed dicht Ormeling hem allerlei anachronistische tolerantie toe en maakt meteen maar een 17e eeuwse Job Cohen van hem. ”
Zou Wilders echt zo naief zijn dat hij De Ruyter ‘simpelweg’ bewondert? Zou hier niet eerder sprake zijn van een weloverwogen instrumentalisering van de geschiedenis? Bovendien is Van het Reve blijkbaar niet op de hoogte van De Ruyters religieuze tolerantie. Zo was hij ondermeer persoonlijk bevriend met raadspensionaris Johan De Witt, wiens tolerante Republikeinse regime door fanatieke campagnes van orthodoxe gereformeerden en orangisten in diskrediet werd gebracht.
Tenslotte stelt hij: ‘Wat Ormeling verzwijgt is dat De Ruyter erg ongelukkig was in Marokko en dat hij er al vrij snel werd bedreigd.’ Verzwijgen is hier een groot woord. En dat hij ‘al vrij snel werd bedreigd’ klinkt uiterst tendentieus. Bij zijn eerste bezoek in 1644 liepen de gemoederen tijdens handelsonderhandelingen inderdaad hoog op. De islamitische vorst Sidi Ali Ben Mohammed dreigde De Ruyters schip in beslag te nemen. Maar al na enkele uren keerde hij op zijn schreden terug om zijn bewondering voor de zeeman uit te spreken en hem in het hart te sluiten. Het begin van een jarenlange vriendschap die De Ruyter geen windeieren legde. Pas in 1650 was hij in Marokko inderdaad verdrietig. Al had dat weinig met dat land of met agressieve moslims te maken en alles met het feit dat zijn vrouw was overleden. Dat alles verzwijgt Van het Reve. Of beter gezegd: hij nam net als Wilders niet de moeite zich werkelijk in de geschiedenis te verdiepen.

(aldus mijn ingezonden brief in VN)

Michiel de Ruyter wist al dat dé islam niet bestaat (Volkskrant 27-9-2010)

20100927____section1_page016_article4

Vorig jaar hulde Geert Wilders zich in een kostuum van het Theatermuseum en poseerde tijdens een fotoshoot voor Veronica Magazine als onze nationale zeeheld Michiel de Ruyter. Op de vraag waarom De Ruyter zijn grote held is, antwoordde Wilders: ‘Hij is een van de grootste helden uit onze geschiedenis. Strijdbaar. Voor niets en niemand bang. In zijn gevechten met buitenlandse legers en piraten toonde hij zijn strijdlust.’

Inderdaad, De Ruyter was voor niemand bang: ook niet voor moslims. Vanaf 1644 maakte hij voor eigen rekening regelmatig handelstochten naar Marokko. Blijkbaar had hij niets tegen een multiculturele gemeenschap, want ruwweg de helft van de bemanning van zijn schip De Salamander kwam uit het buitenland.

Vanuit Agadir reisde De Ruyter drie dagreizen het binnenland in om handel te drijven met de onafhankelijke vorst en geestelijk leider Sidi Ali Ben Mohammed, aan wie hij wapens, peper, bijlen, zilveren kroezen, kistjes en hoeden verkocht. De islamitische leider raakte zo onder de indruk van de Zeeuwse zeeman dat zij vriendschap sloten, hetgeen de latere admiraal een bevoorrechte handelspositie opleverde. Het legde hem geen windeieren.

Met de handel op Marokko wist De Ruyter een aanzienlijk kapitaal te verwerven. Dat kon echter alleen doordat de handelspartners elkaar niet beledigden, maar respect betoonden en dus vertrouwen schonken. Handel floreert immers slechts bij de gratie van vertrouwen.

Als De Ruyter iets ontdekte tijdens zijn Marokkaanse reizen dan was het wel dat dé islam niet bestaat, aangezien moslims net als christenen geen eenheid vormen, maar uiteenvallen in vele groepen. Sidi Ali Ben Mohammed bijvoorbeeld was de leider van een zuidelijke provincie die in opstand kwam tegen de Saadi-dynastie. In het noorden aan de Middellandse Zeekust werd de haven van de stad Salé geblokkeerd door Algerijnse piraten. Nadat De Ruyter die had verjaagd, bewees men hem in Salé de hoogste eer door hem een triomftocht te paard te laten maken.

Vermoedelijk was De Ruyter in zijn geboorteplaats Vlissingen al zo ingeburgerd dat een grote drang naar uitburgering bij hem de kop opstak. In plaats van zich in vertrouwde omgeving te verschansen, zeilde hij het vreemde avontuur tegemoet. Van islamofobie had hij geen last: op religieus gebied was hij tolerant. Wellicht droeg de eeuwige beweging van de zee ertoe bij dat hij er geen verstokte ideeën op na hield. Hij voldeed althans zeker niet aan de definitie die Churchill van een fanaticus gaf: ‘A fanatic is one who can’t change his mind and won’t change his subject.’ Manicheïstische fantasieën over een wereldomspannende strijd tegen één bepaalde religie die het kwaad vertegenwoordigt, waren De Ruyter vreemd.

Nu is bekendheid met de geschiedenis onder meer door de VVD naar voren gebracht als een van de normen voor goed burgerschap. De historicus Mark Rutte schreef in het ontwerp VVD-beginselprogramma uit 2008: ‘De studie van de geschiedenis leert ons dat het Nederlandse beschavingsproject in feite op drie fundamenten rust: namelijk de joods-christelijke traditie, het humanisme en de Verlichting. Om de betekenis van deze fundamenten voor onze samenleving te leren kennen, zouden immigranten zich ook moeten verdiepen in de Nederlandse geschiedenis.’

Historische verhalen vormen inderdaad een onmisbaar bindmiddel dat volken tot naties maakt. Een geheugenloos land verkeert in een permanente identiteitscrisis.

Kortom: laat Geert Wilders immigranten het goede voorbeeld geven door zich eens werkelijk in zijn held en diens diplomatieke kwaliteiten te verdiepen.

Advertisements
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s