Max Beckmann versus Hitler

acrobats

De acrobaten 1939

BALLING OP HET ROKIN

Oorlog is de vader aller dingen, zei Heraclites. Aan evolutie en geschiedenis liggen elementaire vijandige tegenstellingen ten grondslag waaraan geen wezen kan ontsnappen. Een mens kan alleen tijdelijk het strijdtoneel ontstijgen en volgens Goethe ging dat het beste door middel van de kunst. Immers in de kunst wordt de strijd niet zozeer gevoerd als wel uitgebeeld zonder dat er bloed vloeit. Misschien was ook dat een reden waarom zowel Max Beckmann (1884-1950) als Adolf Hitler (1889-1945)kunstenaar wilden worden. Al had dat ongetwijfeld ook daarmee te maken dat zij zich als kinderen van de Duitse Romantiek voelden aangetrokken tot de notie dat voor de kunstenaar een verheven taak is weggelegd. Hoe het ook zij, beide kregen al vroeg harde klappen van het leven. Beckmann was tien toen hij zijn vader verloor, Hitler dertien. Beide waren vroeg wees, Beckmann op zijn tweëentwintigste, Hitler op zijn vijftiende. Was Hitler maar voor zijn toelatingsexamen aan de kunstacademie geslaagd, dan had hij wellicht een uitlaatklep voor zijn verweesdheid gevonden. Nu restte hem nog slechts de politiek. En juist die romantische notie van het kunstenaarschap, waarin schepping gelijkstond aan vernietiging vormde mede de basis van het zogenaamde kunstwerk van het Derde Rijk dat alle middelen heiligde.
Nog een overeenkomst tussen Beckmann en Hitler: hun ervaringen tijdens de Eerste Wereldoorlog, respectievelijk als hospitaal-en loopgravensoldaat waren van beslissende invloed op hun wereldbeeld en carrière. Zoals zovelen verkeerden zij in shock, al reageerden zij daar totaal verschillend op. Beckmann keerde zich naar binnen en probeerde het onbegrijpelijke te begrijpen, Hitler projecteerde zijn woede naar buiten en wees een schuldige aan. Uit de massaslachting trokken zij een tegengestelde conclusie. Volgens Hitler was het kwaad een oplosbaar probleem aangezien het slechts huist in de ander, in de jood. Beckmann daarentegen zag het als een onoplosbaar mysterie dat in iedereen huist, ook in hem zelf, getuige zijn latere zelfportret als Pilatus (1946). Zijn stijl en thematiek ondergingen een ingrijpende verandering. Niet alleen gooide hij het lineaire perspectief overboord, bovendien achtte hij zich niet meer gebonden aan de juiste proporties. Daarvoor was de situatie te urgent. Alleen met behulp van expressionistische middelen zoals de doelbewuste deformatie konden de chaos van de oorlog en de waanzin van de mensheid aan de orde worden gesteld. Het traditionele wereldbeeld voldeed niet meer, de wereld had haar evenwicht verloren en trilde op haar voegen, alsof zij op instorten stond. Gedesoriënteerd en richtingloos zitten Beckmanns naoorlogse personages vaak opgesloten in een claustrofobische ruimte zonder uitgang. Er is geen oplossing voor de menselijke situatie. Al dachten Hitler en zijn nazi’s daar anders over.
Als zij in 1933 aan de macht komen wordt Beckmann spoedig ontslagen als docent aan de Frankfurtse academie. Hij verhuist naar Berlijn en zoekt als reactie op de eenduidige nazi-leugens zijn toevlucht tot de Griekse mythen die dankzij hun dubbelzinnigheid ruimte laten voor een vrije interpretatie. Zo schildert hij ondermeer het profetische De Verkrachting van Europa(1933), met Zeus in de gedaante van een zwartbruine stier.

Natuurlijk waakt hij er wel voor dergelijk werk aan de openbaarheid prijs te geven. Hij trekt zich terug op het eiland van zijn ziel. Stilte daalt rond hem neer. Tussen 1936 en 1946 zijn er in Duitsland amper tentoonstelingen van zijn werk. 590 schilderijen, aquarellen, litho’s en tekeningen worden tijdens razzia’s in Duitse musea door de nazi’s geconfisqueerd. Tweeëntwintig daarvan hangen op de beruchte Entarte Kunst-expositie die vanaf 19 juli 1937 door Duitsland reist. Een dag eerder, houdt Hitler tijdens de opening van het Huis van de Duitse Kunst, de nieuwe Münchense kunsttempel, een grote ’cultuurrede’ waarin hij de moderne kunst afschildert als een mismaakte gruwel, een ziekte, die de samenleving ondermijnt. Vandaar dat hij een culturele zuivering aankondigt en moderne kunstenaars met vervolging en sterilisatie dreigt. De moderne kunst is een joods-bolsjewistische samenzwering, internationaal en slechts een vergankelijke uitdrukking van de tijd. Ware kunst daarentegen is volgens de Führer een uitdrukking van het Duitse volk en bovendien eeuwig.
Beckmann die de huiveringwekkende toespraak op de Rundfunk hoort, stapt de volgende dag met zijn vrouw Quappi op de trein naar Nederland, met weinig bagage teneinde de indruk van een uitstapje te wekken. Dankzij hun loyale Berlijnse huismeester volgen hun bezittingen enige tijd later. Eigenlijk beschouwt Beckmann Amsterdam als een doorgangstation naar Parijs of Amerika, waar hij inmiddels succesvol is. Maar wanneer hij geen visum voor Amerika krijgt en de Duitsers ons land overrompelen zit hij in de val. Uiteindelijk zal zijn ballingschap op het Rokin tien jaar duren. Gedurende deze periode vindt hij ondermeer troost in de gedachte dat de realiteit niet werkelijk is en de oorlog slechts een scène uit het theater van de eeuwigheid. Bovendien stort hij zich op zijn werk, de roes van de kunst is het middel om aan de ellende te ontsnappen. Vormgeving biedt verlossing, schrijft hij in een van zijn brieven. In Amsterdam creëert hij een derde van zijn oeuvre waaronder illustraties voor Goethe’s Faust en vijf van zijn beroemde negen triptieken. Vier daarvan zijn nu weer in Nederland te bezichtigen samen met vele andere meesterwerken die hij tijdens zijn ballingschap maakte.
Wie met de roltrap in het Van Gogh Museum afdaalt naar niveau –1 en de Beckmann-expositie betreedt wordt besprongen door een overweldigende tekendichtheid. De meeste werken wemelen van de figuren, objecten, betekenissen, ornamenten en kleuren die bovendien als gevolg van het gebrek aan driedimensionaliteit elkaar aan de oppervlakte verdringen en in gelijke mate aandacht vragen. Van hiërarchie is geen sprake, hier heerst democratische pluriformiteit. Althans zo lijkt het, want door de schijn schemert bij Beckmann altijd wel een mogelijke essentie, zoals bijvoorbeeld in de schilderijen Geboorte (1937) en Dood. (1938) Weinig kunstenaars zijn zo oppervlakkig en tegelijk zo diep. Zoals de duizelingwekkende diversiteit aan verschijningsvormen die de wereld kenmerkt uitnodigt om te zoeken naar een essentie, zo is bij Beckmann het zichtbare vooral de poort tot wat daarachter schuilgaat. Daarbij vervalt hij echter nooit in simpele antwoorden. Terwijl de nazi-ideologie de waarheid in pacht meent te hebben en van de geschiedenis een lineair verhaal maakt worden Beckmanns triptieken gekenmerkt door een gelijktijdigheid waarin geen duidelijk verhaal valt te ontdekken. De waarheid kan immers niet gekend worden, al was het alleen al omdat deze intrinsiek tegenstrijdig is. Neem nou bijvoorbeeld zijn triptiek Toneelspelers (1941-42).

the-actors-1942

Op en rond het toneel is het een drukte van belang, terwijl de grens tussen podium en zaal is vervaagd aangezien ook de toeschouwers volledig opgaan in hun theatrale intriges. Beckmann’s werk is een ode aan de individualistische verscheidenheid. Bij hem horen we niet het zielloze marcheren van geuniformeerde massa’s maar het gekakel van bont uitgedoste personages. Die hebben veel weg van bezoekers van een gemaskerd bal die niet weten in welk toneelstuk ze verzeild zijn geraakt. De wereld is een theater, maar het stuk is onbekend en niemand heeft de regie. Aan zijn zoon Peter schrijft Beckmann: ‘Het onbekende X is de enige werkelijkheid die we kunnen vaststellen,’ en ’Dat we niets weten is onze grootste hoop.’
Doordat Beckmanns schilderijen zijn opgehangen tegen grijsgeverfde wanden gloeien zijn kleuren fosforescerend op, als talloze edelstenen in een crypte. De donkere sfeer kan ook worden beschouwd als een metafoor voor de duisternis die hem tijdens de oorlog omringde. Het is alsof Beckmann zeggen wil: hoe onethisch de wereld ook is hij is wel caleidoscopisch kleurrijk en in die zin weer aanvaardbaar. Tegen de achtergrond van verduistering, vliegtuiggeronk, avondklok en razzia’s maakte hij ook illustraties bij de Apocalyps of Openbaring van Johannes. De oorspronkelijke tekeningen zijn te zien in een onafhankelijke tentoonstelling in het Bijbels Museum Het laatste bijbelboek eindigt met een visioen van een nieuwe hemel en aarde als het kwaad eenmaal is overwonnen. Al zal het duidelijk zijn dat Beckmann niet in een definitieve overwinning op het kwaad geloofde. Zulke rampzalige illusies koesteren alleen gemankeerde kunstenaars.
’Duitser zijn, betekent duidelijk en waar zijn,’ zei Hitler tijdens zijn ‘cultuurrede’. Met zijn kleuren en dubbelzinnigheden, zijn mysterie en ironie, zijn chaotische en pluriforme parade van gedaanten stond geen kunstenaar zo lijnrecht tegenover Hitler als Max Beckmann. Als geen ander bleef hij trouw aan de kunst, immers terwijl de ideologie belooft dat de waarheid ons vrij zal maken, bevrijdt de kunst ons juist van de waarheid.
Rogier Ormeling (financieel dagblad 20-4-2007)

Max Beckmann in Amsterdam 1937-1947 Van Gogh Museum Amsterdam t/m 19 augustus 2007

De Apocalyps van Max Beckmann Bijbels Museum Amsterdam t/m 19 augustus 2007

Advertisements
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s