Esthetische catastrofes (over Dirk Skreber)

It Rocks Us So Hard Ho Ho Ho 1.0

ESTHETISCHE CATASTROFES

Ooit beloofde de moderniteit de mens te verlossen van zijn angst en weerloosheid. Dankzij de technologie zouden schaarste, natuurrampen en andere onmenselijke grillen van de natuur de wereld worden uitgeholpen. Hoemeer de mens zijn lot echter in eigen hand nam en van de planeet zijn veilig thuis probeerde te maken hoemeer hij op de grenzen van zijn macht stuitte. Bovendien bleek de moderne cultuur niet voor willekeur te behoeden maar de mensheid juist aan nieuwe verschrikkingen uit te leveren. Zodoende is het vooruitgangsoptimisme inmiddels flink getemperd. De huidige, technologisch best uitgeruste generatie uit de geschiedenis is  ook de generatie die het meest geplaagd lijkt door gevoelens van onmacht en onzekerheid. De 21ste eeuwse mens lijkt weer terug bij af, bij het aloude lot dat overal op de loer ligt om onverwacht en willekeurig toe te slaan. Globalisering betekent dat  ‘er geen plaats meer is waarnaar men vluchten kan’ schreef Milan Kundera al in 1986.  Wie even aan de alomtegenwoordige dreiging meent te kunnen ontsnappen wordt door de media bij de les gehouden. In navolging van de medicijnmannen die de mensen regeerden door hen bang te maken, bespelen die immers onophoudelijk onze diepste angsten. Dag in dag uit word je bestookt met nieuwe waarschuwingen tegen terroristen, dodelijke stoffen, killer virussen, killergolven, killerhaaien, killerbijen en ga zo maar door.
Killer Wheels, zo luidt de parodistische titel van de schilderijen-tentoonstelling van de in New York woonachtige Duitser Dirk Skreber(1961) in de Haarlemse Hallen. Al sinds jaren schildert hij bij uitstek de desastreuze gevolgen van tornado’s, overstromingen en auto-crashes. Maar terwijl de eindeloze beeldenstroom in de media catastrofes juist banaliseert, verheft Skreber hen tot ontzagwekkende openbaringen. Niet van een God maar van almachtige natuurkrachten. Wat religies en ideologieën ook beloven en wat de mens ook onderneemt: onze planeet zal altijd een gevaarlijk oord blijven. Niet in het minst doordat de ramp ook besloten ligt in de cultuur, in de opstand van de mens tegen de natuur door middel van gebouwen die zich reikhalzend naar de hemel verheffen. In een oogwenk zijn alle menselijke constructies tot armzalige hoopjes verwrongen schroot gereduceerd. Bij Skreber heerst de serene stilte na de catastrofe, de bevroren tijd waarin de in shock verkerende toeschouwer het onbevattelijke probeert te bevatten. Tegelijk is in Skrebers rampgebieden  alleen materiele schade te zien, slachtoffers worden niet getoond. Door zijn gladde hyperrealistische schilderstijl die naar glossy reclames verwijst wordt de verschrikking bovendien geësthetiseerd. Zodoende spiegelt Skreber het feit dat onze angst voor de catastrofe ook vermengd is met fascinatie en voyeuristisch genot. Niet alleen ironiseert de schilder de ambities van de mens maar dus ook diens apocalyptische obsessies. Bovendien ontstijgt Skreber de menselijke tragedie doordat hij een soort kosmische troost biedt. Het standpunt vanwaar hij de beschouwer laat kijken is namelijk het koele perspectief van de eeuwige metamorfose van de natuur die geen onderscheid tussen schepping en vernietiging kent.

Killer Wheels beperkt zich tot acht monumentale schilderijen van autocrashes en rondvliegende autowielen. Maar die vullen wel de hele benedenzaal van de Hallen. Bovendien krijgen de betonpilaren waartegen sommige personenauto’s zijn gecrasht hier een visuele echo door de al even onverzettelijke pilaren van de voormalige Vleeshal. Zoals bij It Rocks Us So Hard Ho Ho Ho 1.0 (2002, 160 x 280 cm) waarvan de sarcastische titel veel weg heeft van een beukend rocklied. De stilte waarin de ongelooflijke verwoesting is gehuld roept het moment van het ongeluk in de verbeelding op. De krijsende remmen, de oorverdovende klap, het rondvliegende glas. En natuurlijk het lot van de inzittenden die op slag dood moeten zijn geweest. Bij nadere beschouwing blijkt Skreber zich zozeer in de bizarre mogelijkheden van zijn crash te hebben verlustigd dat hij de ravage tot op het groteske heeft doorgevoerd. Zo lijken de total loss auto’s op erotische wijze met pilaren en vangrails verstrengeld. Alsof ze het suïcidale verlangen koesterden om hun afzonderlijke identiteit  weer op te lossen in de algehele smeltkroes der dingen en vormen. Wie desondanks nog steeds al tezeer door deze nachtmerrie is aangegrepen wordt door mededogende verfslierten en  spatten  gewekt: het is maar verf.

Als een moordend natuurfenomeen vliegt een troep losgeraakte autowielen in Killer Wheels 2.0 (2007) over een dorre zandvlakte. Alles verwoestend wat in haar baan ligt, zoals de tot plantaardige hoopjes verschrompelde hoogspanningsmasten. De massieve wielen met hun glanzende doppen en dikke bandprofielen zijn zowel zwaar als licht, hun vlucht zowel lachwekkend als dreigend. Ze bevinden zich bovendien vooraan in het beeldvlak alsof ze elk moment uit het doek slingeren, in het gezicht van de toeschouwer. De wanden van het globale decor, de verte en de horizon komen steeds meer op ons af. Alles is hier, de verte bestaat niet meer.

R

(Deze recensie van Killer Wheels, de Dirk Skreber expositie in de Haarlemse Hallen verscheen in januari 2009 in het Financieel Dagblad)

Advertisements
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s