Vrijheid zonder Verlossing, aan de vooravond van de catastrofe: Egon Schiele

In de Städtische galerie het Lenbachhaus in Munchen is t/m 4 maart 2012 een tentoonstelling van het werk van Egon Schiele te zien: Das Unrettbare Ich.  Eerder schreef ik in het Financieel Dagblad twee artikelen over hem, de eerste naar aanleiding van de tentoonstelling Klimt Schiele Kokoschka in het Haags Gemeentemuseum in april 2004 , de tweede nav. de grote Schiele-expo in maart 2005 in het Van Goghmuseum.

Selbstbildnis in orangefarbener Jacke(1913)

AAN DE VOORAVOND VAN DE CATASTROFE

In het eerste decennium van de twintigste eeuw was Wenen nog de bloeiende hoofdstad van de dubbelmonarchie Oostenrijk-Hongarije. Niettemin vormde deze multinationale staat in feite weinig anders dan een willekeurig samenraapsel van volkeren die in toenemende mate hun eigen weg wilden gaan. Vandaar dat de vraag wat dit kunstmatige rijk bijeenhield zich hoe langer hoe meer opdrong. De kwestie van de eigen identiteit was bovendien niet alleen een nationaal maar ook een individueel probleem.
Als stad- en tijdgenoot van grootheden als Freud, Klimt, Mahler, Musil, Schönberg en Zweig leverde ook Egon Schiele zijn bijdrage aan het collectieve onderzoek van de psyche, die zoektocht naar de essentie van de mens, welke nergens zo intens werd ondernomen als in het multiculturele Wenen maar desondanks de oorlog niet kon voorkomen. Met zijn nerveuze gevoeligheid was deze jonge kunstenaar, van wie veertig werken in Den Haag te zien zijn, de ideale seismograaf die de onzekere atmosfeer aan de vooravond van de grote catastrofe van 1914-18 registreerde.

egon_schiele_self_red_shirt_magna_postcard_1
Steeds weer stelt Schiele zich voor de spiegel op teneinde met nietsontziende waarheidsdrang zijn zelfontleding te verrichten. In zijn getekende zelfportretten schrikt hij er niet voor terug om radicaal afstand te nemen van de burgerlijke Jugendstil-esthetiek en op rauwe wijze de twijfelachtigheid van zijn wezen bloot te leggen. Tegelijk schijnt hij zich te realiseren dat juist dit gebrek aan essentie en houvast hem de mogelijkheid biedt zichzelf vorm te geven. En dat is wat hij dan ook doet, met behulp van gebaren, grimassen en poses onderzoekt Schiele de mogelijkheden tot gedaanteverwisseling. Alsof hij zegt: ‘Aangezien ik een man zonder eigenschappen ben staat het mij vrij om steeds een andere rol aan te nemen’. Zodoende loopt zijn expressionisme vooruit op Der Mann Ohne Eigenschaften, de roman die Robert Musil, later zal schrijven. Maar ook op Sartre, die stelde dat de mens geen waar gezicht heeft maar zelf bepaalt wie hij is door een rol te spelen. Vermoedelijk kan iemand zichzelf slechts via deze omweg leren kennen, alleen wanneer men van gedaante wisselt, wordt de constante van de eigen persoonlijkheid zichtbaar. Want ook dat valt in Schiele’s werk te lezen: hoe meer men zich verbergt hoe meer men zich blootgeeft.

seated-woman-with-bent-knee-1917.jpg!Blog Vrouw met opgetrokken benen (1917)

De mens en zijn onzekere bestaan vormde het voornaamste thema van het expressionisme, dat bovenal een dynamische stijl is die de beweeglijkheid van het leven tot uitdrukking brengt. Niet alleen steken de contourlijnen van Schiele’s figuren scherp af tegen een vaak ongedefinieerde achtergrond zodat de personages in een vacuüm lijken te zweven, bovendien zijn zij ook nog eens zo bont gekleurd, plastisch weergegeven en afgesneden dat het lijkt alsof ze het beeldvlak uitspringen. Alsof ze proberen te ontsnappen aan de contouren die hen weliswaar scherp aftekenen maar ook opsluiten.
Ook al bezit men dan de vrijheid om een rol te kiezen, de boeien waarmee het ik aan zichzelf zit vastgeketend kunnen alleen worden losgemaakt met behulp van de ander. Over het vermogen van het individu om zich door middel van de erotiek van zichzelf te bevrijden hebben de schilders echter verschillende opvattingen. Gustave Klimt, doorgaans beschouwd als een Jugendstil-kunstenaar, blijkt in expressionistisch aandoende tekeningen nog verrassend optimistisch.


Zo zien we in Liegender akt mit gespreizten beinen (1917/18), een met dunne en losse blauwe lijntjes getekende jonge vrouw met meisjesachtig slanke taille, vol overgave naakt achterover liggen. Hoewel zij wijdbeens haar geslacht aanbiedt is van pornografie geen sprake. Daarvoor is haar schaamteloosheid veel te subtiel vermengd met de verlegenheid die ondermeer uit haar gesloten ogen spreekt. Bovenal biedt deze tekening de hoopvolle belofte van vriendschappelijke erotiek. Dit in tegenstelling tot Mörder, Hoffnung der Frauen(1910), pentekeningen van Oscar Kokoschka, waarin man en vrouw in een eeuwigdurende kosmische strijd op leven en dood zijn verwikkeld.

Of neem nu zijn Weiblicher Akt in Strümpfen(1910).

Steunend op handen en voeten kijkt, een slechts in kousen en één schoen gehulde vrouw met ingevallen gezicht de toeschouwer frontaal aan en lacht met een cynische grijns haar tanden bloot. Alsof zij zegt: kijk zo is het leven, dit is de waarheid, dit is wat jullie van mij maken, een viervoeter, een beest. Zelden zag men zo’n bijtende aanklacht tegen prostitutie. Ook bij Schiele brengt sexualiteit geen verlossing, het individu blijft gevangen in zijn lichaam. Toch zijn man en vrouw blijkbaar wel in staat om vrienden en elkaars levensgezel te worden, hoeders van elkaars eenzaamheid. Zoals in Sitzendes Paar(1915)

Frontaal glijdt het echtpaar Schiele op ons af, Egon voor, Edith achterop, met haar armen om hem heen, zich dicht tegen hem aan drukkend, als tijdens een wilde rit. Met beschilderde gezichten, als twee droevige clowns, vliegen zij samen door de bochten van het leven. In oktober 1918 bereikt de verschrikkelijke griepepidemie Wenen. Op de 28ste overlijdt de zwangere Edith. Wanneer de lijkstoet later hun huis passeert is Schiele inmiddels zelf aan bed gekluisterd. In de nacht van 31 oktober sterft hij, 28 jaar oud.

Rogier Ormeling (Financieel Dagblad april 2004)

Slapend Meisje(Gerti, Egon’s zusje, 1911)

VRIJHEID ZONDER VERLOSSING

In de tweede helft van de 19e eeuw, ten tijde van de  Oostenrijk-Hongaarse dubbelmonarchie onder keizer Franz Jozef, groeide Wenen uit tot een wereldstad met twee miljoen inwoners. Praal en prachtgebouwen als de Opera, het Burgtheater, het raadhuis en het parlement schoten uit de grond. Men kreeg de beschikking over kostelijk fris water uit de Alpen, er werden verzorgingstehuizen gebouwd, ondermeer voor geesteszieken. Wetenschap en cultuur bloeiden. Adler stichtte de individuele psychologie, Freud de psycho-analyse. Rond 1900 klonk overal muziek, grote componisten als Alban Berg, Brahms, Bruckner, Mahler, Schönberg, Strauss en Wolf, werkten in Wenen. En dan waren er architecten als Hoffmann, Loos en Otto Wagner, schrijvers als Kraus, Musil, Schnitzler en Zweig en natuurlijk de kunstenaars Klimt, Kokoschka en Schiele. Elegante officieren en mooie vrouwen met prachtige toiletten, lange jurken en gebloemde hoeden beheersten het zondagsbeeld. Kortom de stad was een oase van burgerlijke welstand. Maar achter de fraaie Jugendstil-facade van het multinationale rijk waarin alle volken vreedzaam verstrengeld leken, broeide het, vooral Tsjechen en Hongaren verlangden naar een eigen staat.

Naakt (1917)

Egon Schiele vertelde graag dat hij in hetzelfde jaar was geboren dat Van Gogh was gestorven, in 1890. Alsof dit betekende dat hij in de wieg was gelegd om het estafettestokje over te nemen. Dat was niet vanzelfsprekend, toen zijn ouders met elkaar trouwden droeg vader Adolf namelijk het dodelijke geheim met zich mee dat hij syfillis had opgelopen. Niet alleen zal moeder Marie hierdoor meerdere doodgeboren kinderen baren, ook Egon’s zusje Elvira zal op tienjarige leeftijd sterven. Uiteindelijk zullen de symptomen van de ziekte zich op fatale wijze bij vader Schiele openbaren.  Door deze traumatische keten van gebeurtenissen is de veertienjarige Egon al vroeg doordrongen van het feit dat de dood een onmiskenbaar deel van het leven is. Vermoedelijk draagt dit besef er toe bij dat hij zich door niemand van zijn eigen koers laat afhouden. Over zijn carrière laat hij geen gras groeien. Schiele is pas twintig als hij in 1910 breekt met de Jugendstil-stijl van Gustave Klimt en zich tot zijn eigen radicale expressionisme bekeert. Gehoor gevend aan een dringende noodzaak, alsof de dood hem op de hielen zit, rukt hij, mede onder invloed van Oskar Kokoscha’s rauwe expressieve werk, het esthetische masker van de werkelijkheid. Deze bezeten scheppingsdrang en compromisloze missie naar de waarheid zal hem echter, zeker wat betreft zijn onverhulde erotische werk, niet altijd in dank worden afgenomen. Zo belandt hij, wegens verbreiding van pornografische tekeningen, vierentwintig dagen in de cel. Tijdens het proces wordt zelfs een van zijn werken verbrand door de rechter, die zelf overigens een verzamelaar van algemeen aanvaarde erotische kunst was.

Portret van uitgever Eduard Kosmack(1910)

Schieles figuren richten zich vaak op confronterende wijze frontaal tot de toeschouwer. Plotseling springen zij scherp naar voren, uit een onbepaalde tweedimensionale leegte waarin zij evengoed lijken op te lossen. Hun trillende contouren geven zowel de vibrerende vitaliteit als de twijfelachtigheid van de menselijke vorm weer. Door verrassende afsnijdingen lijken zijn figuren uit de kooi van het beeldvlak te breken. Blijkbaar wensen zij niet langer te figureren als bewegingloze decoraties op een ornamentele facade, maar eisen zij een hoofdrol met bewegingsvrijheid. Klimt’s vloeiende Jugendstilcontouren hebben plaatsgemaakt voor hoekige en schokkerige lijnen die met seismografische fijngevoeligheid de geringste gemoedsbeweging op het gehele emotiespectrum registreren. Geen wonder, de stad van Adler en Freud is immers de hoofdstad van het psychologisch onderzoek en als een van de grootste tekenaars van het expressionisme, levert ook Schiele dus hieraan zijn bijdrage.

Afgaande op de vele zelfportretten vanaf 1910, kiest hij vooral zichzelf als uitgangspunt voor zijn studie. Niet alleen is zijn spiegelbeeld het goedkoopste model, het zelf vormt ook de toegang tot de ander, het zelf is immers ook transpersoonlijk ofwel iedereen. Onbewust in de voetsporen van Montaigne tredend, beschouwt Schiele de analyse van de subjectieve ervaring als sleutel tot de universele menselijke natuur. Vandaar dat hij zichzelf met onverbiddelijk klinische eerlijkheid blootlegt. Als hij voor de spiegel iets ontdekt dan wel dat identiteit vooral een theatraal schouwspel is. Een kwestie van maskers, gebaren, grimassen en soms een rekwisiet. Individuele identiteiten (maar ook de collectieve identiteiten die cultuur worden genoemd) zijn bovenal een maskerade en  bovendien veranderlijk. Wanneer Schiele een parade van karakters laat voorbijtrekken door zich een groot aantal identiteiten aan te meten ontdekt hij in feite het kernidee van het humanisme. Door zichzelf als vrij kunstenaar te boetseren bepaalt de mens zelf wie hij is.

Terwijl  Schiele voor zichzelf poseert, roept Karl Kraus Wenen uit tot ‘experimenteerstation van de wereldondergang’. De monarchie stevent af op een catastrofe waarin ze niet alleen Europa maar de hele wereld zal meesleuren. Dreiging en onzekerheid vreten aan het positieve wereldbeeld van de burger die steeds meer op zichzelf wordt teruggeworpen. Ook de Jugendstil-esthetiek kan de duistere krachten en de angst niet langer verhullen.’Serven moeten sterven, ieder schot een Rus kapot, iedere stoot een Fransman dood’, zingen zelfs de kleinste Weense schoolkinderen als Elias Canetti. De mens heeft zichzelf niet langer in de hand, in de onheilspellend rake woorden van Freud: ‘Wij zijn geen meester in eigen huis.’ Wanneer de Eerste Wereldoorlog in 1914 uitbreekt worden mensen van vlees en bloed opgeofferd aan het abstracte idee van de vooruitgang. Elke gevallen soldaat wordt dadelijk vervangen door een andere. Deze verering van de inwisselbaarheid van het individu leidt ertoe dat er 9 miljoen doden vallen. Eigenlijk is het expressionisme een existentiële noodkreet van de kunst ten aanzien van de devaluatie van het individuele menszijn dat immers haar unieke karakter verliest.

Als een modern choreograaf gebruikt Schiele lichaamstaal als uitdrukking van het moderne verscheurde innerlijk. De vrijheid van de mens om zichzelf vorm te geven stuit tenslotte op de grenzen van het eigen lichaam. Bij Schiele is dit zeker geen organische eenheid maar eerder een gefragmenteerd samenstelsel van elkaar bestrijdende ledematen. Een heftige arena vol tegengestelde bewegingen. Wat Schieles figuren ook ondernemen om aan hun benauwende contouren en de innerlijke tweestrijd te ontkomen, aan lichaam en beeldvlak is geen ontsnappen mogelijk. Paradoxaal genoeg zijn hun lichamen juist hierdoor zo vergeestelijkt oftewel hoogzwanger van geest. De integratie van lichaam en geest bleef dus ook voor Schiele een fundamenteel probleem dat niet kan worden opgelost. De dood van zijn vader had hem geleerd seksualiteit te beschouwen als een gevaarlijke en fatale oerkracht die plotseling bezit van ons neemt. Ondanks het genot blijft het een met angst gepaard gaande aangelegenheid waarbij men is overgeleverd aan de macht van de ander. ’Ik geloof dat de mens moet lijden onder seksuele martelingen zolang hij in staat is tot seksuele gevoelens,’ schrijft Schiele in zijn gevangenisdagboek. In plaats van verlossing te bieden werpt de seksualiteit het individu uiteindelijk weer op zichzelf terug, evengoed is intimiteit het begin van vervreemding. Ook al zijn Schieles vrouwen soms nog zo naakt en tastbaar, hun geest lijkt onbereikbaar.

              Egon_Schiele_095_OBNP2009-Y088361-697x1024                    Zwei Weibliche Modelle(1915)                                                Weiblicher Akt(1910)

Hoewel Schiele in 1915 met Edith Harms trouwt, zal dit huwelijk niet aan de verwachtingen voldoen. In de herfst van 1918 wordt Wenen door de verschrikkelijke griepepidemie getroffen. De tekening van de stervende en zwangere Edith is de laatste die Egon zal maken. Drie dagen later overlijdt hij zelf op 28-jarige leeftijd.

Het Van Gogh Museum heeft het aangedurfd om in de tentoonstellingszalen bovendien live performances en dansvoorstellingen van Marina Abramovic en Dansgroep Krisztina de Châtel te laten uitvoeren. Deze lef loont zich, want performance kunstenaar Abramovic en choreografe de Châtel hebben zich in bijzondere mate door Schiele laten inspireren. In hun vijfenveertig minuten durende co-produktie Gradual and Persistent Loss of Control slaagt de Dansgroep er onder begeleiding van pianiste Tomoko Mukaiyama op indrukwekkende wijze in om Schieles figuren tot leven te wekken. De dansers weten de werken aan de wanden op een nieuwe wijze met elkaar te verbinden en zo hun essentie bloot te leggen. Eindelijk lijken Schieles figuren aan hun lijst te zijn ontsnapt, ook al blijven de dansers gevangen in hun eigen lichaam.

Rogier Ormeling (Financieel Dagblad 2005)


Advertisements
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Een reactie op Vrijheid zonder Verlossing, aan de vooravond van de catastrofe: Egon Schiele

  1. Mooie stukken, jammer dat München nogal ver werg is.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s