Georg Baselitz: De Berlijnse Jaren

Villa Schöningen in Berlijn presenteert nog tot 1 augustus  Georg Baselitz –De Berlijnse jaren| beelden uit de collectie Baselitz.  Het grootste deel van de getoonde werken ontstond tussen 1959 en 1966 en geeft een indruk van zijn Berlijnse periode waarin hij internationale faam verwierf. Veel van deze werken werden nooit eerder tentoongesteld.                                                                                                                           Nadat Baselitz  in 1958 van  Oost- naar West-Berlijn was verhuisd ontdekte hij dat daar op kunstgebied weinig  gebeurde omdat er vooral aangenaam esthetische abstract-tachistische beelden werden gecreëerd. Vreemd was dat niet, aangezien de Duitsers vooral met de wederopbouw bezig waren en hun nazi-verleden zoveel mogelijk trachtten te vergeten. Toch besloten Baselitz en Eugene Schönebeck eens flink in die ’harmoniesoep’ te roeren door agressieve en lelijke schilderijen in aardkleuren te maken. Disharmonie, zo  luidde het leidende principe, vandaar de afzichtelijke figuren met grote neuzen, stoppelharen,  te grote voeten, enz. Met hun provocaties wierpen Baselitz en Schönebeck zich tevens op als erfgenaam van de lelijke beelden-traditie in de Duitse kunst, van Dürer, Grünewald, tot Caspar David Friedrich en Nolde. Gewapend met een schoenendoos liep Baselitz door de kunstacademie en verzamelde verfresten die medestudenten van hun schilderijen hadden afgekrabd om daarmee zijn eigen doeken te besmeuren. ’Het moest een vieze smeerboel worden’ stelde hij onlangs nog rondom de opening van de Schöningen-expositie . Belangrijke inspiratiebronnen waren verder de Art Brut van Jean Dubuffet en de illustraties in het boek Die Bildnerei des Geisteskranken van de Duitse psychiater en kunsthistoricus Hans Prinzhorn.

Aan een van die werken ontleende Baselitz ook de titel  “G. – Dezemberfreude ich bin dein Tod” (1960).  Het beroemdste schilderij uit deze periode is ongetwijfeld Der Grosse Nacht im Eimer,(De grote nacht in de goot)  waarvan  Baselitz drie versies schilderde. De kritiek was indertijd vernietigend: ’Schweinerei!’ Toen de staat het schilderij met de afstotende potloodventer wegens onzedelijkheid in beslag nam was Baselitz geschokt:”Ik had niet gedacht dat dit in het vrije Westen mogelijk was, mij was verteld: we hebben geen taboes.’ Het proces duurde twee jaar, in 1966 verliet hij Berlijn, zonder spijt.

In de Villa Schöningen zijn ook zogenaamde Remix-beelden te zien: hedendaagse versies van vroegere werken die hij maakte om zijn oeuvre te overdenken. Toch brak hij niet met zijn eigen credo dat een kunstenaar zich nooit mag herhalen, immers de Remix-beelden zijn geen reprodukties. In de  Grosse Nacht-remix draagt de figuur nu een Hitlersnorretje, terwijl het doodshoofd aan zijn voeten, dat in de oorspronkelijke versie nogal onduidelijk was, nu scherper is geschilderd. Wat hij vroeger indirect zei door het te versleutelen heeft Baselitz nu expliciet gemaakt.

Voor een uitgebreidere beschrijving van zijn werk zie hieronder de beide recensies die ik schreef (voor het Financieel Dagblad en de Groene Amsterdammer) over het grote overzicht dat de Londense Royal Academy in 2007 aan Baselitz wijdde ter ere van diens  zeventigste verjaardag.

VOOR ALTIJD EEN DUITSER

Omdat hij in de stijl van Picasso had geschilderd werd Hans-Georg Kern (1938) in 1956 wegens ‘politieke onvolwassenheid’ van de Oost-Berlijnse kunstacademie gestuurd. Hoe had hij ooit kunnen denken dat Picasso een groot communist was terwijl deze als decadent westers schilder te boek stond? Kern mocht nog van geluk spreken dat hij zijn studie kon vervolgen aan de academie van West-Berlijn. Om zijn familie in de DDR problemen te besparen nam hij in 1961 — het jaar dat de Muur werd gebouwd— de naam aan van zijn geboorteplaats: Deutschbaselitz, vlak bij Dresden. Het ‘Wirtschaftswunder’ was inmiddels in volle gang. In de meeste Duitse steden was de wederopbouw zo goed als voltooid. Alsof er nooit een Derde Rijk en een Tweede Wereldoorlog waren geweest.
Al direct tijdens zijn eerste solotentoonstelling in 1963 in Galerie Werner & Katz op de Kurfürstendamm maakte Georg Baselitz naam dankzij een schandaal. Twee schilderijen werden schadelijk geacht voor de publieke moraal en door de politie in beslag genomen.

Vanuit een duistere achtergrond komt in Die Grosse Nacht im Eimer (De grote nacht in de goot, afmeting: 2,5 x 1,8 meter) een levensgrote masturberende dwerg frontaal op de toeschouwer af. Alles aan hem is wanstaltig. Zijn als door een huidziekte gevlekte gezicht, zijn veel te grote oren, de ongefocuste blik, de reusachtige penis die uit de gulp van zijn lederhosen steekt.
Op schaamteloos provocerende wijze doorbrak Baselitz als eerste in West-Duitsland de naoorlogse heerschappij van de abstracte moderne kunst. Deze verwees vooral naar zichzelf en droeg zodoende bij aan het collectieve geheugenverlies, het taboe op het ter sprake brengen van het naziverleden.
In plaats van zich zoals iedereen op Amerikaanse kunst te oriënteren, wilde Baselitz juist erfgenaam zijn van het inheemse Duitse expressionisme, dat door Hitler als ‘mismaakte gruwel’ en ‘ontaard’ in de ban was gedaan. Nietsontziend direct slingert Die Grosse Nacht de toeschouwer een onthutsend mensbeeld in het gezicht, het lelijke zelfbeeld dat men in Duitsland probeerde te verdringen. Tegelijk was deze misvormde en daardoor geïsoleerde dwerg juist het heroïsche en ontroerend mooie tegendeel van de nazistische Übermensch. De antithese van al die mythische visioenen over reine schoonheid en zuivere harmonie die tot de verschrikkelijke catastrofe hadden geleid. Terecht stelde Baselitz onlangs dan ook dat hij waarschijnlijk nooit een beter schilderij heeft gemaakt en zal maken.
Wat niet wegneemt dat het retrospectief dat de Royal Academy aan de bijna 70-jarige wijdt, wemelt van de meesterwerken. Zoals bijvoorbeeld het monumentale Die Grossen Freunde (1965).

Te midden van apocalyptische ruïnes zien we twee verdwaasde jongemannen, gehuld in de flarden van hun uniformen. Puinhopen, rafels en wonden zijn in brandende kleuren geschilderd. Lichaamsproporties zijn op maniëristische wijze vervormd, de hoofden relatief klein. Hoewel hun kolossale opgeblazen torso’s, armen en handen bol staan van de potentie maken de twee een manifest machteloze indruk. Het enige waartoe ze nog in staat zijn is het tonen van hun wonden en stigma’s. De kruiwagen is bovendien te klein om het puin te ruimen. Wat nu?
Die Grossen Freunde vormde het begin van een serie schilderijen en tekeningen die bekendstaat onder de ironische titel Helden of Nieuwe typen.

Tegen de achtergrond van een verwoest landschap en bloedende bomen zoals in Der Hirte (De herder, 1965) of Die Falle (In de val, 1965) zitten de heren bij de pakken neer en staren apathisch voor zich uit. Of heffen — zoals in Vorwärts-Wind (1966) — met gespreide armen de blik vergeefs ten hemel terwijl hun opengebarsten gulp hun armzalige geslacht blootstelt. Verslagen in hun mannelijkheid, beroofd van hun machtsattributen, hun megalomane almachtsfantasieën en hun stralende toekomst, ten prooi aan de diepste identiteitscrisis, ondergaan de helden lijdzaam hun lot. Ze doen het prachtig in de Royal Academy: alsof ze van het bladgouden plafond naar beneden zijn gevallen.
Als geen andere schilder schetste Baselitz de algehele Duitse atmosfeer en geestesgesteldheid na de ineenstorting van het Derde Rijk. Hij was een van de allereerste beeldende kunstenaars, zo niet de eerste, die de confrontatie met de donkerste bladzijden uit de nationale geschiedenis aanging.

In Mit roter Fahne (1965) zien we een haveloze en gepijnigde figuur met in zijn linkerhand een palet met kwasten en in zijn rechter een rode vlag. Als een toreador die met zijn rode lap de geschiedenis op zich af moet laten komen. Er zat voor Baselitz niets anders op; hij moest zijn identiteit als Duits kunstenaar onderzoeken. ‘Waaraan ik nooit kon ontsnappen was Duitsland en Duitser zijn. Ik heb vaak geprobeerd om ervan weg te rennen. Maar niets hielp om ervan los te komen. Je kunt het niet uit de weg gaan. Dus gaf ik mijzelf volledig over aan het Duitser zijn’, aldus de kunstenaar. Overigens deconstrueerde hij niet alleen het heldendom van de nazi’s maar evengoed dat van het socialistische realisme waarmee hij in de DDR was opgegroeid.
Laverend tussen figuratie uit het oosten en westerse abstractie, ging Baselitz zijn eigen weg. Zo creëerde hij tussen 1966 en 1969 een uniek mengsel in zijn Fraktur-beelden, waarvan er acht in een zaal zijn bijeengebracht. Uitgaande van traditioneel Duitse motieven als bos, beren, jagers, koeien en honden brak hij het beeldvlak op kubistische wijze in fragmenten.

In Vier Streifen — G. Antonin (1966) lijkt een voorstelling met honden en naakten verknipt in vier horizontale stroken die echter niet correct aan elkaar lijken geplakt. Vergeefs zoekt de geprikkelde kijker in deze verwarde legpuzzel naar het juiste plaatje. Het resultaat blijft een kluwen waarin je hond en mens moeilijk uit elkaar kunt halen, wat zowel hilarische als sinistere ondertonen oplevert. Fascinerend qua balans tussen de autonomie van de beeldelementen en de inhoud is ook B für Larry.

Een gefragmenteerde, vrijwel naakte man lijkt door honden aan stukken te worden gescheurd maar schijnt tegelijk het aardse strijdperk te ontstijgen. Bekend werd Baselitz vooral doordat hij vanaf 1969 de dingen op hun kop schilderde.

Het werd zelfs zijn onnavolgbare handelsmerk. Wie zijn radicale werkwijze overnam zou immers tot epigoon worden bestempeld. Door de motieven om te keren werden ze puur schilderkunstig. Het stelde hem bovendien in staat traditionele onderwerpen — portret, groepsportret, landschap en stilleven — een verrassend nieuw elan in te blazen. In de zaal met de ‘onderstebovenschilderijen’ heerst een gewichtloze sfeer als in een ruimtestation. Wie staat er nu op de kop: de toeschouwer of de motieven? Baselitz dwingt zijn publiek tot de raarste houdingen. Ondanks de humor is echter ook hier het drama onverminderd aanwezig: in de maskerachtige koppen, de knallende kleuren en de grove expressieve toets.

45 (1989) is een reusachtig werk van twintig houten panelen van gelijke afmeting dat het bombardement van Dresden gedenkt. Elk paneel is gekerfd met een beitel zodat de plattegrond van een stad is ontstaan. Bovendien is het in kinderlijke stijl en vurige kleuren beschilderd met een omgekeerd vrouwenhoofd, gevangen in de stad of spookachtig erboven zwevend. Als kind van zeven maakte Baselitz het bombardement vanuit de verte mee. De meeste slachtoffers waren vrouwen, de mannen waren aan het front. Ook met de elf sculpturen Vrouwen van Dresden herdacht Baselitz op aangrijpende wijze het lot van de stad. In Londen zijn er nu twee te zien.

De geel geverfde hoofden zijn gesneden van een enkele boomstam en zodanig met kettingzaag en bijl bewerkt dat de gezichten flink getekend zijn. Het is vooral een ode aan de ‘Trümmerfrauen’, die het puin ruimden in een periode die wel ‘Die Stunde der Frauen’ wordt genoemd.
Aangezien hij op een leeftijd is gekomen waarop je vanzelf achteromkijkt en je leven overdenkt maakt Baselitz — net als Edvard Munch, een van zijn eerste liefdes — sinds 2005 nieuwe versies van zijn vroegere schilderijen. Omdat de meeste niet tot zijn beschikking staan, werkt hij aan de hand van catalogi en foto’s. Deze Remix-beelden voert hij opzettelijk snel en vrij uit.

Wanneer hij aan het origineel twee maanden heeft gewerkt dan doet hij er nu twee uur over. Meerdere van zijn vroegere personages zijn nu getooid met een Hitlersnor. Alsof Baselitz wil zeggen dat Hitler toch de beslissende figuur in zijn leven en carrière is geweest. Duidelijk is dat hij niet slechts voortborduurt op oude successen. Zijn Remix-serie maakt juist een opvallend speelse en kleurrijke indruk. De flair, de vitaliteit en de moeiteloze vertrouwdheid met het medium spatten er vanaf. En zo is de jongen die op zijn zevende al oud was op zijn oude dag toch weer jong geworden.

R (Financieel Dagblad 2007)

BLOEDENDE BOMEN

Direct bij binnenkomst van het aan Georg Baselitz (1938) gewijde grote retrospektief in de Londonse Royal Academy wordt de bezoeker welkom geheten met een Hitlergroet. Modell für eine skulptur(1980), zo heet de liggende mannenfiguur die met zijn bovenlijf en uitgestrekte arm, als uit zijn graf omhoog komt. Wordt hier soms Hitlers wederopstanding verbeeldt? In plaats van aan het neonazisme te refereren wijst het beeld eerder op de onmogelijkheid om Hitler volledig te begraven. Al was het alleen al omdat hij een eeuwige waarschuwing inhoudt. Het primitief vormgegeven sculptuur staat in het midden van de ronde centrale hal van de Academy, omringd door zeven schilderijen van mannen in haveloze uniformentegen de achtergrond van een verruïneerd landschap. Ze maken deel uit van een serie schilderijen en tekeningen die Baselitz halverwege de jaren zestig maakte, welke bekend staat onder de ironische titel Helden of Neue Typen. Leunend tegen bloedende bomen, staren de heren volkomen ontgoocheld voor zich uit en heffen hun blik vergeefs ten hemel. Verslagen in hun mannelijkheid, beroofd van hun machtsattributen, hun megalomane almachtsfantasieën en hun stralende toekomst, ten prooi aan de diepste identiteitscrisis, ondergaan de helden lijdzaam hun lot. Wat nu?

In Versperrter Maler (1965) steunt de geamputeerde soldaat bij wijze van kunstbeen op een stok met een palet. Alsof het getraumatiseerde slachtoffer slechts met behulp van de schilderkunst overeind kan blijven.Voortaan is de heldenrol weggelegd voor de schilder inplaats van de soldaat. Zes jaar nadat hij in 1957 vanuit Oost-Duitsland naar West-Berlijn was geëmigreerd veroorzaakte Baselitz een schandaal met een schilderij van een afstotende dwerg met een reusachtige penis. Die Grosse Nacht Im Eimer(1963) werd beschouwd als een inbreuk op de goede zeden en in beslag genomen. Bovendien doorbrak het de naoorlogse heerschappij van de abstracte kunst in West-Duitsland terwijl het tegelijk een karikatuur van het socialistisch realisme maakte. Baselitz onttrok zich aan de polariteit tussen Oost en West en koos zijn eigen weg. Maar niet zonder zich een erfgenaam te betonen van het Duitse expressionisme dat door Hitler in de ban was gedaan. Die Grosse Nacht was als een kreet waarmee de grote stilte – het  taboe op het ter sprake brengen van het naziverleden, dat ook door de abstracte kunst in stand werd gehouden –aan flarden werd gescheurd.  Baselitz was de eerste beeldende kunstenaar die de demonen van het Derde Rijk opriep teneinde de confrontatie met hen aan te gaan.  En dat kon alleen door middel van een lelijke disfigurerende anti-esthetica. Zoals in zijn ‘Pandemonische Fusse’ (1963) een zowel huiveringwekkende als fascinerende serie van elf schilderijen van grote voeten, die in Londen tegenover de dwerg hangen. In groezelige kleuren geschilderd, verkeren de fundamenten van het menselijk lichaam in een onluisterende staat van ontbinding. Al of niet afgehakt, met etterende wonden overdekt, zijn sommige voeten nauwelijks meer dan een vormeloze homp vlees.                                                                            In de Fraktur-bilder die Baselitz tussen 1966 en 1969 schilderde, fragmenteerde hij zowel het menselijke lichaam als op kubistische wijze het beeldvlak. Motieven lijken verknipt en op collage-achtige wijze weer aan elkaar geplakt waardoor een ijzersterke mix van abstractie en figuratie is ontstaan die zowel hilarische als sinistere effecten oplevert.

In Zwei Meissener Waldarbeiter (1967) vliegen de bloedrode vervaarlijke honden in stukken door de blauwe lucht zodat een van hen bovendien gepenetreerd lijkt te worden door een bosarbeider. De andere bosarbeider is met een duivelsoor uitgerust en kijkt toe. Baselitz speelt hier met de oude Duitse woudromantiek. Terwijl het woud in zoveel liederen en gedichten is bezongen laat hij er echter duistere dingen gebeuren, alsof het woud juist de oorsprong is van het kwaad.                                                                                                      Faam verwierf Baselitz doordat hij vanaf 1969 motieven op hun kop schilderde. Hierdoor maakte hij hen vooral schilderkunstig terwijl hij figuratieve thema´s tegelijk nieuw leven kon inblazen.  Eigenlijk was het ergens ook heel logisch: door de wereld op zijn kop te zetten kon hij ontsnappen aan haar zwaarte.

In Adler (1972) hangt het symbool van het Derde Rijk ondersteboven, ontdaan van zijn dreigende uitstraling, ondanks zijn klauwen en zijn machtige vleugelslag.                             De Duitse geschiedenis is altijd het belangrijkste onderwerp voor Baselitz gebleven. Niet in het minst doordat hij op zijn zevende vanuit de verte getuige was van het bombardement op Dresden. Sinds 2005 overdenkt de nu bijna 70-jarige kunstenaar zijn carrière door middel van snelle, spontane en bovendien opvallend kleurrijke ‘Remix’-versies van zijn vroegere schilderijen. Het is alsof de ware hoofdrolspeler van zijn leven en werk zich meer dan ooit bekend maakt. Verschillende personages zoals bijvoorbeeld de dwerg uit Die Grosse Nacht dragen nu een Hitlersnor.

R (Groene Amsterdammer 2007)

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s