De Diepe Oppervlakkigheid Van Jeff Koons

Liefst drie tentoonstellingen zijn deze zomer gewijd aan Jeff Koons. De eerste ging van start in het museum Fondation Beyeler in Riehen bij Basel. De beide andere vinden inmiddels plaats in Frankfurt, in de Schirn Kunsthalle en het Liebieghaus. Hieronder mijn artikel dat in het zomernummer van Tableau Fine Arts Magazine verscheen en reeds enkele weken in de winkel verkrijgbaar is.

DE DIEPE OPPERVLAKKIGHEID VAN JEFF KOONS
Split Rocker is here! Ter gelegenheid van de Jeff Koons-tentoonstelling is de 12meter hoge sculptuur van een hybride dierenkop-half pony, half dino- neergestreken in het park van de Fondation Beyeler in Riehen. Iedereen mag met hem op de foto. Want hij is vriendelijk: ondanks zijn monumentale stalen structuur is hij, dankzij een intern irrigatiesysteem, bedekt met duizenden bloemen. Een co-creatie dus van Koons en moeder Natuur.

Binnen in het lichtdoorstroomde, door Renzo Piano ontworpen, Fondation-gebouw ligt de focus op drie werkseries die Koons(1955) in de loop van zijn carrière maakte: The New, Banality en Celebration. In 1980 baarde hij voor het eerst opzien door in de etalages van het New Yorkse New Museum glimmendnieuwe Hoover-stofzuigers te exposeren in luchtdichte plexiglazen vitrines. Zodat het museum veel weg had van een stofzuigerwinkel.

Met zijn ready-mades hief Koons, in navolging van Marcel Duchamp, het onderscheid op tussen een alledaags gebruiksartikel en een kunstwerk. Zijn impliciete logica was briljant: is kunst immers niet bij uitstek nutteloos en is er iets nuttelozer dan een maagdelijke stofzuiger die stofvrij voor de eeuwigheid is geconserveerd? In hun glazen couveuse, als embryo’s op sterk water onttrokken aan de natuurlijke stofwisseling, vertegenwoordigen de stofzuigers het toppunt van kunstmatigheid. Bovendien raakte Koons met The New de essentie van de moderne consumptiecultuur: de permanente en bovendien dwangmatige verheerlijking van het nieuwe, jonge en actuele, die tegelijk een versnelde veroudering met zich meebrengt. Niet dat iedereen het destijds begreep: de suppoosten werden regelmatig aangeschoten door voorbijgangers die dachten dat de stofzuigers te koop waren voor huishoudelijk gebruik. Mochten ze ooit nog worden verkocht dan alleen bij Christie’s en Sotheby’s. Tegen bedragen die slechts door multimiljonairs kunnen worden neergeteld.

In 1988 toonde Koons een serie in een oplage van drie vervaardige werken tijdens drie gelijktijdige en identieke exposities in Chicago, New York en Keulen. Banality, zoals de show heette, vormde een afspiegeling van het feit dat religieuze idolen steeds meer hadden plaatsgemaakt voor populaire iconen uit de massacultuur. Naast porceleinen en polychrome houten sculpturen van Michael Jackson met aapje Bubbles, Buster Keaton, knuffel Popples en Pink Panther was er een door Leonardo geïnspireerde plastiek te zien van Johannes de Doper, zij het ditmaal met een biggetje in zijn armen.

Eenzelfde kitscherige omhelzing tussen het hogere en het lagere viel te bewonderen in Ushering in Banality: een houten beeldengroep in kerststalstijl van een varken dat door twee engelen en Koons in trainingspak wordt voortgeduwd. De bestemming was duidelijk: het verheven podium van de kunst.

Banality bleek zowel een vernuftige als niet ongeestige provocatie aan het adres van de goede smaak. Koons, zelf afkomstig uit de middenklasse, meende dat sentimentele kitsch te makkelijk als smakeloos werd weggezet. Hij wilde zoals hij zelf zei ‘de vele mensen die zich er thuis mee omringen bevrijden van gevoelens van schuld en schaamte.’ Waar het op neer kwam was dat kunst in zijn ogen gewone mensen evengoed kan verheffen als die zich voor hen toegankelijk maakt door hun smaak te spiegelen. De critici bleken verdeeld: de een vond de show weerzinwekkend leeg, goedkoop en cynisch, de ander een feestelijke openbaring. Die controverse leverde, zoals gebruikelijk, alleen maar meer pr en hoge bezoekersaantallen op. Zodat Koons glansrijk slaagde in zijn opzet om met het grote publiek te communiceren en een sterrenstatus te verwerven. Het rumoer bereikte tenslotte ook Nederland: toen het Stedelijk een versie van ’het Varkentje van Koons’ aankocht ging dat niet zonder een rel. Ook presentatrice Sonja Barend sprak er in haar TV-talkshow schande van.                                                                                                           Zoals vermeld zijn in Zwitserland dus ook werken te zien uit Celebration: een serie hoogglans stalen sculpturen en monumentale schilderijen waaraan Koons sinds 1992 twintig jaar werkte. Aan de totstandkoming daarvan ging echter nog wel het een en ander vooraf. Na het sensationele succes van Banality werd Koons benaderd door het Whitney Museum met het verzoek om een kunstwerk over de media te maken. Dus belde hij Ilona Staller alias Cicciolina, de Italiaanse pornoster die hij ooit in een fantasierijke shoot in een blaadje had zien staan. Hoewel zij inmiddels lid van het Italiaanse parlement was geworden- voor de Partito Radicale- kon zij het verzoek van de artistieke superster niet afslaan. En zo figureerden zij samen in fotosessies die de basis vormden voor een serie hyperrealistische schilderijen en levensgrote sculpturen van Venetiaans glas, gepolychromeerd hout en plastic, waarin het stel Kama-Sutra-standjes aanneemt.

Niettemin zijn de pathetische uitdrukkingen met de kersenrode lippen, de ronddansende vlinders en cherubijntjes en de goudkleurige reuzenslang flink gesuikerd: als een pastiche op hemels geluk. Toch veroorzaakte ook deze Made in Heaven-serie weer beroering. Dat hier sprake zou zijn van pornografie glimlachte Koons echter weg omdat hij dat woord allang had geschrapt ten gunste van een niet met schuld belaste term: biologie. Het ging hier om twee mensen die verliefd zijn, om de acceptatie van de seksualiteit, de procreatie oftewel het voorbestaan van de soort, zo stelde hij met een verzaligd gezicht. Had hij één woord gelogen? Life imitates art: tijdens de fotoshoot waren Jeff en Ilona verliefd op elkaar geworden. ‘Ik ben een mediaman, zij is een mediavrouw, we zijn de nieuwe Adam en Eva!’ riep Koons. In 1991 trouwde het paar, Ilona verhuisde naar New York en schonk hem in 1992 een zoon. Ook deze Adam en Eva werden echter uit het paradijs verjaagd. Na de echtscheiding ging Ilona er bovendien met de kleine Ludwig vandoor, terug naar Italië. Weliswaar kreeg vader na de echtscheiding het hoederecht toegewezen maar de arm van het Amerikaanse gerechtshof reikte niet tot Rome. Dus hield moeder het kind. Al zou de juridische strijd zich nog jaren voortslepen.

Kort na Ludwigs geboorte had diens babyspeelgoed Koons al tot een nieuwe serie werken geïnspireerd. Die schilderijen en sculpturen hielpen hem nu om het verlies van de omgang met Ludwig te verwerken en toch op een of andere manier contact te houden. En hoe groter het werk hoe beter dit als het ware aan de overzijde van de oceaan te zien was. Zo kwam de Celebration- serie tot stand: gigantische schilderijen en in gekleurd staal uitgevoerde reprodukties van feesthoedjes, ballonhonden, ballonbloemen, valentijnsharten en gestrikte paaseieren. Aangezien de toeschouwer zichzelf in het gladde oppervlak ziet wordt hij vanzelf een kleurrijk onderdeel van de feestelijkheden. Al stemmen feestdagen evengoed droevig, bijvoorbeeld doordat ze herinneringen oproepen aan hen die niet aanwezig zijn. Bovendien beschikken niet alle in Riehen tentoongestelde sculpturen over een volmaakt oppervlak. Cracked Egg, een azuurblauw reuzenei is gebroken en in tweëen uiteengevallen, zodat ook alles wat zich in de schaal weerspiegelt gescheurd lijkt.

Niet in het minst vanwege zijn verbluffende eenvoud is het ei een aangrijpend werk over de broosheid der dingen, geboorte en dood. ‘Mijn objecten zijn leeg. Er zit geen kunst in. De kunst zit in de kijker’ zo stelde Koons tijdens een lezing in de Fondation. Inderdaad: zijn kracht schuilt vaak juist in zijn leegte die zich makkelijk vullen laat. De diepte zit niet achter of onder het oppervlak, maar erin, of eigenlijk: het oppervlak is de diepte.

In Frankfurt zijn twee parallelle tentoonstellingen aan Koons gewijd: Koons the Painter in de Schirn Kunsthalle en Koons the Sculptor in het Liebieghaus. Schilderijen en sculpturen worden hier dus, in tegenstelling tot in de Fondation, gescheiden getoond. Aan de hand van meer dan veertig grootformaatwerken valt in de Kunsthalle een ontwikkeling in de schilderkunst van Koons te ontdekken.

Terwijl zich door de geschiedenis heen bij veel schilders een tendens van zeer tekendichte naar vereenvoudigde beelden voltrekt, is bij hem juist het omgekeerde het geval. De vroegste fotorealistische schilderijen zijn nog overzichtelijke imitaties van drankreclames. Gaandeweg worden werkwijze en uitvoering echter steeds complexer. Inmiddels ontwerpt Koons zijn schilderijen met behulp van Photoshop waarna ze door zijn assistenten op doek worden overgebracht. Aan één schilderij wordt door twee tot drie assistenten gemiddeld twee jaar ononderbroken gewerkt. Een bijzonder arbeidsintensief proces dus, wat deels de hoge prijzen verklaart.

Het resultaat bestaat uit gelaagde fotorealistische collages met een overvloed aan ongrijpbaar verknipte reclamefragmenten: bikinis, vrouwlijke lichaamsdelen, zonnige landschappen, gebakjes en ander voedsel om van te watertanden, Popeye en Superman, opblaasbaar bad- en strandspeelgoed, noem maar op. Een duizelingwekkende mengelmoes van verleidelijke prikkels springt de toeschouwer in het gezicht. Telkens weer dompelt Koons je onder in Luilekkerland. Al kunnen zijn jubelende vieringen van aardse heerlijkheden evengoed beschouwd worden als tantalische fata morgana’s. Of spiegels van milieu-onvriendelijke onverzadigbaarheid. Maar hoewel Koons zich bedient van ironische overdrijvingen spreekt hij geen oordeel uit. Zijn EasyfunEthereal- schilderijen zijn vooral tijdsbeelden van onze consumptiecultuur, doorspekt met verwijzingen naar Duchamp, Man Ray, Magritte Lichtenstein en Warhol.

In de Hulk Elvis-serie speelt strip- en superheld The Hulk de hoofdrol. Zijn frontale pose herinnert aan Elvis, zijn vervaarlijke kop aan oude schrikgezichten die boze geesten afweren. Al wordt zijn dreiging regelmatig getemperd door een onschuldig glimlachend aapje. Koons heeft ook landschappen geschilderd: opgetrokken uit rasters à la Sigmar Polke, out of focus à la Gerhard Richter en met abstract-expressieve verfgebaren à la Cy Twombly. Steeds opnieuw wordt duidelijk dat de Amerikaan zijn kunstgeschiedenis kent.

De Kunsthalle prijst zich ook gelukkig met de première van de recente Antiquity-serie waarin Koons lustig uit de erotische beeldenschat van de oudheid citeert. Terug van weggeweest betreden ook Aphrodite, Eros en Pan weer het toneel. Tegen de achtergrond van drie klassieke Aphrodites zwemt een opblaasbare dolfijn voorbij, bereden door een pin-up in lingerie.

Vanaf de Kunsthalle voert een twintig minuten lange wandeling langs de fraaie Main-oever naar het Liebieghaus. In deze kasteelachtige in 1896 gebouwde villa werd meer dan een eeuw geleden een museum gevestigd met inmiddels een 3000 beeldhouwwerken tellende collectie die reikt van het oude Egypte tot en met het 19e eeuwse klassicisme. Hier raken de Koonsbeelden in gesprek met eeuwenoude sculpturen.

‘Koons wordt vaak onterecht neergezet als ’neo-popkunstmarktkunstenaar’ vandaar onze opzet om te laten zien hoe diep hij in de kunstgeschiedenis graaft. Veel van zijn werken zijn directe vertalingen van de antieke iconografie in symbolen van onze populaire cultuur,’ stelt Schirn en Liebieghaus-directeur Max Hollein. Ter illustratie hangen ook hier schilderijen uit de eerder genoemde Antiquity-serie. De verschillende Pièta-versies uit de renaissance die het museum rijk is mogen zich verheugen in het gezelschap van Michael Jackson en Bubbles.

Direct onder Andrea della Robbia’s Altaar van Maria’s hemelvaart (circa 1500 na chr) staat het hilarische Woman in Tub: de porseleinen sculptuur van een vrouw die tot haar schrik bemerkt dat ze niet de enige in bad is wanneer daarin een blauwe snorkel opduikt. De kleur van de snorkel correspondeert wonderlijk goed met die van het hemelsblauwe altaar. Maar de bezoeker zij gewaarschuwd: deze confrontatie zou weleens twijfel kunnen wekken aan de onbevlekte ontvangenis.

Tot de eregasten behoort ook Pink Panther. Die moest natuurlijk gekoppeld worden aan Johann Heinrich Danneckers neo-klassieke Ariadne auf dem Panther(1803). Beide plastieken kenmerken zich door een erotiserende eenheid tussen vrouw en dier. Maar terwijl de witmarmeren panter de bruid van Dionysus draagt wordt de Pink Panther juist ontvoerd door een halfnaakte blondine.

Als geen andere kunstenaar probeert Koons zijn publiek tegen de rauwe werkelijkheid te beschermen en een goed gevoel te geven. Ooit werd hij in Florence hevig geraakt door de aanblik van de ontroostbaar huilende Adam en Eva in Massacio’s Verdrijving uit het Paradijs. Sindsdien lijkt zijn oeuvre een niet aflatende missie om de mens weer het paradijs binnen te loodsen. Daar waar geen sprake is van goed en kwaad en de erfzonde. Waar je zodanig één met jezelf en je omgeving bent dat je alleen nog maar ja zegt tegen ballonhonden, bloemen, dolfijnen, knuffels en truffels. In een tijd waarin globalisering ook een synoniem is voor machteloosheid, onzekerheid en angst lijkt er voor Koons nog genoeg nobel werk aan de winkel. Alleen is hij soms zo hard bezig is om je gerust te stellen dat je je afvraagt of hij niet nog banger in het donker is dan jij.
Rogier Ormeling

Jeff Koons Fondation Beyler t/m 2 september 2012
Jeff Koons The Painter Schirn Kunsthalle t/m 23 september 2012
Jeff Koons The Sculptor Liebieghaus t/m 23 september 2012

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s