Edward Hopper: De Stilte van Licht

hopper.morning-sun Morning Sun (1952)

De mens zal zijn beperkingen overwinnen en meester worden over zijn eigen lot, zo luidde in essentie de belofte van de moderniteit. In de 20e eeuw ging die nergens meer in vervulling dan in de Verenigde Staten. De twintigste eeuw was de eeuw van Amerika dat twee wereldoorlogen won en de dominante supermacht werd. De Amerikaan gold als de verpersoonlijking van de moderne, idealistische en optimistische can-do mens die blakend van zelfvertrouwen zijn eigen wereld creërde. In de schilderijen van Edward Hopper (1882-1967) daarentegen is van ronkende vooruitgangsdynamiek geen sprake. Zijn inerte, voor zich uit starende personages lijken te beseffen dat de maakbaarheid van hun eigen bestaan beperkt is.  Ooit lag het leven als een eindeloze ochtend vol onbegrensde mogelijkheden voor hen. Maar de kloof tussen verlangen en werkelijkheid kon uiteindelijk toch niet worden geslecht. Er waren teveel factoren waarop zij amper of geen invloed hadden. De ramen waardoor ze naar buiten staren bieden geen vergezichten meer, maar accentueren nog slechts hun afgeslotenheid van de buitenwereld, hun onvermogen om uit het eigen bestaan te breken.  Telkens weer suggereert Hopper dat de moderniteit de menselijke toestand niet verandert. Juist dit maakt zijn personages zo menselijk. Eigenlijk gaan zijn schilderijen vooral over het zelfbewustzijn, dat ons tot een banneling maakt van het zalige niet-weten. Dat ons het besef brengt van onze eigen onmacht en sterfelijkheid, het feit dat wij bovendien alleen worden geboren en alleen sterven.

gas Gas (1940)

Hoppers schilderijen zijn monumenten voor het onbekende individu. Voor de eenlingen die hij zag tijdens zijn jaarlijkse reizen door Amerika: in bars, motels, restaurants, kantoorgebouwen, theaters  en bezinestations. Die langs hem heen schampende passanten prikkelden zijn verbeelding, niet in het minst doordat hij zich in hen herkende. Vaak wordt beweerd dat Hopper met zijn werk ook de vervreemding en eenzaamheid van het moderne stedelijke leven bekritiseerde. Eenzaamheid was voor hem echter geen verbanning uit de gemeenschap maar een vrijwillige keuze die hij koesterde. De noodzakelijke bron van zijn kunst, voorwaarde om door middel van reflectie des te bewuster in de wereld te zijn.

Hotel Room (1931)

Never again you will be alone, zo luidde de reclame voor de walkman in de tachtiger jaren van de vorige eeuw. Die profetie lijkt dankzij de sociale mediarevolutie inmiddels realiteit geworden. Wie even alleen is in een café, restaurant, trein of tram, gaat dadelijk in de weer met een smartphone of doet de oordopjes van zijn Ipod in. Gewoon voor je uit staren als je alleen bent lijkt haast taboe, een teken van ledigheid en sociaal isolement. Terwijl het juist in deze tijd heel functioneel zou zijn om zodoende de vele indrukken te verwerken. Voor zich uit starende individuen lijken inmiddels echter zo’n zeldzaamheid, smartphones en Ipods zo alomtegenwoordig dat je die laatsten onwillekeurig mist wanneer je naar een Hopper kijkt. Nooit meer alleen, Hopper zou ervan gegruwd hebben. Misschien een ideetje voor de Peruaanse schilder Herman Braun-Vega die personages uit beroemde schilderijen uit de kunstgeschiedenis  in een hedendaagse setting plaatst. Hij zou Hopper-personages kunnen naschilderen, maar dan met smartphone, tablet  of Ipod. Hoewel, vertel het toch maar niet aan Herman als je hem tegenkomt.

9430 The Wine Shop(1909)

Nog tot 28 januari presenteert het Grand Palais in Parijs de grootste Edward Hopper-expositie ooit in Europa. Naast illustraties, schilderijen, schetsen en aquarellen  uit Spaanse, Amerikaanse en Franse musea zijn ook werken te zien van andere kunstenaars die hem beinvloed hebben. Zoals van Robert Henri, zijn leraar op de New York School of Art, van Félix Vallotton,  Albert Marquet, Walter Sickert en natuurlijk Edgar Degas. Tussen 1906 en 1910 reisde Hopper drie keer naar Europa, vooral om in musea werken te bekijken die hij van reprodukties kende. Hij verbleef voornamelijk in Parijs, waar hij op de impressionisten geïnspireerde straatscènes tekende en schilderde. In een brief aan zijn familie schreef hij: ‘Hier in het Grand Palais is een autoshow en de verlichting van het gebouw is heel mooi. Gisteravond speelde het zoeklicht van de Eiffeltoren over de hele stad en daar je de toren zelf niet zag leek het erg op een gigantische komeet, ver weg in de lucht. Ik geloof niet dat er een stad op aarde is die zo mooi is als Parijs.’ Jaren later zei hij: ’Het licht in Parijs was anders dan alles wat ik kende. De schaduwen waren lumineus, meer gereflecteerd licht. Zelfs onder bruggen was een  zekere helderheid.’ Aan Degas ontleende Hopper niet alleen de thematiek van het moderne leven, maar ook diens moderne  stilistische elementen zoals nadrukkelijke diagonalen, dramatische afsnijdingen en ongebruikelijke perspectieven. Neem bijvoorbeeld in Hotel Room(1931) de diagonaal van het bed, de afsnijding van de voeten van de vrouw en het gezichtspunt van bovenaf.

In 2004 schreef ik onderstaand stuk in het Financieel Dagblad ter gelegenheid van een groot Hopper-retrospectief in Tate Modern in Londen.

DE STILTE VAN LICHT

Ongetwijfeld zou Edward Hopper (1882-1967), een van Amerika’s grootste moderne schilders, hebben genoten van de aan hem gewijde tentoonstelling in de Tate Modern.

Vooral van het uitzicht vanuit de laatste drie zalen: over de Theems en de Millenium Bridge kijkend ziet men aan de andere oever, te midden van de dicht aaneengesloten gebouwen, ondermeer St.Paul’s Cathedral liggen. Hopper zou gefascineerd zijn geweest door het steeds veranderende licht op de rivier en de gevels, wellicht zou hij ook hebben gefantaseerd over wat zich daarachter afspeelde. Zoals tijdens zijn reis naar Europa, toen hij na zijn studie aan de kunstacademie van New York in 1906 naar Parijs ging om met eigen ogen de werken van de grote meesters te zien. Vooral de architectuur en het licht van Parijs inspireerden hem, hij maakte er zijn eerste stadsgezichten die zijn doordrongen van die verlaten en mysterieuze sfeer die zijn werk typeren. Met tegenzin moest hij tot zijn tweeënveertigste door middel van commerciële illustraties in zijn levensonderhoud voorzien. Eigenlijk was hij vooral geinteresseerd in architectuur en wilde hij niets liever dan licht op een muur schilderen.

Cape Cod Sunset(1934)

Doordat ze vaak geisoleerd staan en nauwelijks tekenen van bewoning vertonen, zoals in House by the Road en Cape Cod Sunset, maken Hoppers huizen een in zichzelf gekeerde indruk. De vreemde broedende spanning die rondom hen hangt stoot af en oefent tegelijk een prikkelende aantrekkingskracht uit.
Als ervaren bioscoopganger wist Hopper dat het leven geen actiefilm is, eerder een aaneenschakeling van alledaagse gebeurtenissen, die desondanks raadselachtiger zijn dan we denken. Vandaar dat er op het eerste gezicht weinig gebeurt in Hoppers werk, bij nader inzien zou er echter meer aan de hand kunnen zijn. Zijn schilderijen hebben veel weg van filmstills, die de toeschouwer de gelegenheid bieden om in zijn verbeelding de film in beweging te zetten, terug en vooruit te spoelen.

Office at Night(1940)

Op onweerstaanbare wijze weet Hopper door middel van subtiele suggesties de kijker te verleiden tot speculaties over een mogelijke clou, zoals in Nighthawks en Office at Night, maar hij waakt er wel voor deze ooit weg te geven en plaagt ons dus slechts met onze eigen verbeelding.

Hoe onbarmhartig hij zijn figuren ook aan de toeschouwer blootstelt, zoals bijvoorbeeld in Automat(1927) de vrouw die alleen aan een tafeltje van een zelfbedieningszaak zit, uiteindelijk ontdekken we bovenal de roofzuchtige gulzigheid van onze eigen blik. In tegenstelling tot wat de meeste ideologieën beweren is de wereld hier geen verhaal met een plot, maar slechts een opeenvolging van scènes. Intrige en personages laten zich niet kennen en blijven even ondoorgrondelijk als hun schepper die ook zijn eigen identiteit als een raadsel beschouwde. Elk individu is altijd meer en anders dan wat we van hem weten, lijkt Hopper steeds te zeggen. Terwijl hij als een realistische schilder wordt beschouwd, spot hij eigenlijk met het realisme. Hoe werkelijker zijn wereld lijkt hoe meer je het gevoel krijgt dat er iets niet klopt. Zelden krijgt de kijker vat op wat hij ziet. Er is altijd iets dat hem ontgaat of wat door middel van afsnijdingen buiten beeld blijft. De schijnbare realiteit is vervuld van een voelbare afwezigheid die zich niet laat benoemen.
Aangezien Hopper een figuratieve kunstenaar was die via zijn karakters uitspraken deed over de menselijke toestand valt er niettemin wel degelijk wat over hen te melden. Vaak zijn zij alleen en wanneer zij in gezelschap verkeren dan worden zij niet zelden gekenmerkt door een pijnlijk onvermogen om te communiceren.

A Woman in the Sun(1961)

Wanneer ze voor het raam staan kijken ze niet zozeer naar buiten, maar eerder naar binnen, naar de nieuwe frontier van het eigen innerlijk. Juist hun zelfbewustzijn lijkt hun probleem. Dat men zichzelf gadeslaat betekent dat men niet uitsluitend zichzelf is maar ook een ander, een vreemde.
In feite bekritiseert Hopper de moderne tijd die alles mogelijk acht, telkens laat hij zien dat ook de moderne menselijke toestand gekenmerkt blijft door de kloof tussen verlangen en werkelijkheid. Zijn personages zijn geen succesvolle scheppers van hun eigen lot, zoals de American Dream wil. Teleurgesteld in hun hoge verwachtingen lijken zij het geloof in daden te hebben verloren. In de woorden van Hoppers tijd- en landgenote, de filosofe Hannah Arendt: ’De moderne mens lijdt aan de rancune dat hij niet de schepper is van zijn eigen wereld.’ Ondanks Hoppers kleurrijke toets vraag je je bij zijn personages vaak af wat het moment was waarop hun verlangen niet langer werkelijkheid kon worden.
Een van de gedachten die onmiskenbaar aan zijn werk ten grondslag ligt is dat mensen zich in deze wereld niet echt thuisvoelen.

Nightwindows (1928)

Zelfs wanneer men zich een thuis creëert, valt daar geen geborgenheid te vinden. Juist degene die zich veilig waant en opgaat in zijn privé-leven is volkomen overgeleverd aan het loerende onheil dat vroeg of laat onvermijdelijk toeslaat. Hoppers huizen bieden even weinig bescherming als kartonnen dozen of filmdecors, daarbinnen blijven mensen weerloos als schaaldieren zonder schelp. Wellicht zijn Hoppers personages daarom liever onderweg.
Hopper leefde en werkte in het tijdperk van grote ideologieën en wereldoorlogen. Het vooruitgangsgeloof met zijn belofte van een stralende toekomst, van een definitieve overwinning van licht op duisternis, moet iemand die zich als geen ander verdiepte in de dialectiek van licht en duisternis, absurd hebben toegeschenen. Tegenover het ronkende Verlichtingsidealisme dat in de twintigste eeuw uiteindelijk vooral op dood en verderf uitliep, stelde deze sceptische en zwijgzame schilder de stille veranderlijkheid van licht.

Neem nu Sun In An Empty Room(1963) een van zijn laatste werken: alle menselijke figuranten hebben het toneel ontruimd teneinde eer te betonen aan de ware hoofdrolspeler, niet alleen die van zijn werk maar van het hele bestaan. Wat intrigeert immers meer dan de bewegingen van het licht dat zo zichtbaar is maar tegelijk geruisloos en ontastbaar ? In een vergankelijke verdorven wereld vol intriges en kabaal blijft tenminste het licht onbezoedeld en zuiver.
Tegelijk voelen we hier de voorafschaduwing van de afwezigheid van de schilder, alsof hij aan het einde van zijn lange carrière zijn atelier heeft ontruimd en nog eenmaal omkijkt. Toen Hopper werd gevraagd waarnaar hij in dit werk op zoek was antwoordde hij: ‘I’m after me’. Het kan dus ook beschouwd worden als zijn ideale zelfportret. Wat is immers mooier dan tenslotte opgaan in licht?
R

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s