100-jaar Vredespaleis en Goya’s Los Desastres de La Guerra in Boijmans

vredespaleis-lente-63524  Goya_Disasters_4th_27c

Op initiatief van de Russische tsaar werd in 1899 in Den Haag een internationale vredesconferentie gehouden. Die leidde ondermeer tot de oprichting van een Hof van Arbitrage, waar landen hun conflicten konden voorleggen in plaats van oorlog te voeren. Tijdens de tweede vredesconferentie in 1907 werd in Den Haag de symbolische eerste steen gelegd van het Vredespaleis dat als permanente zetel van het Hof zou gaan dienen. De eigenlijke bouw begon pas later, in 1913 werd het paleis tenslotte opgeleverd, vandaar dat men dit jaar haar 100-jarig bestaan viert.  Oorspronkelijk zou hier in 1915 de derde vredesconferentie plaats vinden die alle conflicten tussen volkeren moest oplossen. Een ambitieus initiatief maar zover kwam het natuurlijk niet, integendeel: in 1914 brak de Eerste Wereldoorlog uit.                                                                                                                  In 1927 sloten de Franse minister van buitenlandse zaken Aristide Briand en zijn Amerikaanse collega Frank Kellogg een verdrag waarin oorlog als politiek middel werd afgewezen. Zo’n 63 staten ondertekenden uiteindelijk het verdrag, dat de grondslag vormde voor het internationale volkenrecht. Kellog werd in 1930 lid van het Permanente Hof van Arbitrage in den Haag. De praktische invulling van het verdrag was echter gebrekkig en kon het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog niet voorkomen.

De Syrische burgeroorlog duurt inmiddels twee jaar en heeft al aan meer dan 70.000 mensen het leven gekost, terwijl er geen zicht is op een spoedige beëindiging van het conflict. Integendeel, dit lijkt zich eerder uit te breiden tot omliggende landen, waar inmiddels honderdduizenden vluchtelingen een veilig heenkomen hebben gezocht.  Jaarlijks sterven wereldwijd meer dan 500.000 mensen als gevolg van oorlogsgeweld, zo stelde VN-secretaris-generaal Ban Ki-moon op 18 maart jl tijdens zijn openingsspeech van de slotconferentie over het VN-wapenhandelverdrag.

Tot 21 juli presenteert Museum Boijmans een expositie van Francisco de Goya’s  befaamde etsen  Los Desastres de La Guerra(Verschrikkingen van de Oorlog) waarop Goya als een hedendaagse oorlogsfotograaf de huiveringwekkende gevolgen van oorlog heeft vastgelegd. De serie van tachtig prenten was reeds in 2003 te bezichtigen in de Rotterdamse Kunsthal.  Naar aanleiding daarvan schreef ik destijds onderstaande artikel in dagblad Trouw.

Goya_Disasters_4th_32a_edited-1 Por Qué?

ONMOGELIJK OM NIET TE GETUIGEN

In 1789 publiceert de Duitse schrijver Jean-Paul Richter zijn beroemde Droom. Na een lange reis om de wereld keert Jezus middenin de nacht op aarde terug en spreekt op een begraafplaats de doden toe: ‘Ik ben afgedaald tot de uiterste grenzen van het universum, heb in de diepte gekeken en geroepen: Vader, waar ben je? Maar ik heb slechts de regen gehoord die in de afgrond viel en de eeuwigdurende storm…’
Als Jezus uitgesproken is komen de dode kinderen naar hem toe en vragen: ‘Jezus, hebben wij geen vader?’ En hij antwoordt: ‘We zijn allen wezen.’
Of Francisco de Goya (1746-1828) deze tekst waarin het thema van de dood van God op aangrijpende wijze aan de orde wordt gesteld, nu wel of niet kende, zeker is dat het zeer van toepassing is op zijn serie etsen die de oorlog tussen Spanje en de Fransen tot onderwerp heeft (1808-1813).

87646fcbd7

Neem nu bijvoorbeeld de ets getiteld Nada, ello dira waarop een half in ontbinding verkerend lijk, als het ware buiten zichzelf om, achter zijn rug het woord Nada (niets) op zijn grafsteen schrijft.

Prado_-_Los_Desastres_de_la_Guerra_-_No._44_-_Yo_lo_vi

Waar Goya zijn oorlogsbeelden vandaan haalde is niet altijd duidelijk. Blijkens de titel van een ets waarop burgers hun dorp voor de naderende vijand ontvluchten: Yo lo vi (Ik heb dit gezien),  is hij niet altijd zelf ooggetuige geweest. Wellicht heeft hij lijken zien bungelen van mensen die door de Fransen uit wraak en ter afschrikking overal langs Spaanse wegen waren opgehangen. Maar het is waarschijnlijk dat de meeste etsen zijn gebaseerd op krantenverslagen en pamfletten. Dat neemt niet weg dat alle scènes een uiterste urgentie uitstralen. Alsof ze ter plekke zijn vastgelegd door een ooggetuige die de wereld verslag wil doen in naam van de doden. Of Goya alle gebeurtenissen persoonlijk heeft meegemaakt is ook niet van belang. Waarom het gaat is dat hij over genoeg verbeelding beschikt om zich in te leven alsof het zijn eigen ervaring is. Waarom het gaat is zijn innerlijke noodzaak om ook getuige te zijn van verschrikkingen die hij niet persoonlijk heeft meegemaakt en de menselijke toestand, de kloof tussen de vreedzame idealen en de gewelddadige werkelijkheid van de geschiedenis, onder ogen te zien. Tot in het diepst van zijn ziel geschokt, probeert hij toch afstand te nemen en alles zo neutraal mogelijk te documenteren. Niet zozeer om dit aan het publiek te tonen, maar getuige titels als Por qué?, om zich opnieuw te verstaan met alle vertwijfelde vragen die de gruwelen bij hem oproepen. Vragen die niet alleen de existentie in het algemeen betreffen, maar ook hemzelf als kunstenaar. Zo stelt Goya zich met deze etsen eigenlijk de vraag van de theodicee: wat is het bestaansrecht van de kunst tegenover het kwaad in de wereld?

Goya_Disasters_4th_33a                                                                                 Qué hay que hacer más? (Wat kun je nog meer doen?)

Aan de oorlogs- en martelaarstaferelen die aan Goya vooraf gaan liggen amper vragen ten grondslag. Het waarom van het lijden is voor iedereen duidelijk, het maakt onderdeel uit van het goddelijke plan dat naar de eeuwige apotheose voert. Uiteindelijk zal alles goed komen en dit troostende idee vindt zijn visuele vertaling in een esthetische virtuositeit die de afgebeelde gruwelen verzacht. Bij Goya daarentegen is het lijden niet meer de wil van God maar een gevolg van diens afwezigheid en de menselijke wreedheid. Op zich is deze  gedachte niet nieuw, wel dat hij deze in een revolutionaire beeldtaal vertaalt. De heersende esthetica werpt hij volkomen omver, van enig vertoon van goddelijk geinspireerde virtuositeit is geen sprake meer. Steeds weer zoekt en vindt hij het beeld dat de werkelijkheid zo kernachtig en indringend mogelijk weergeeft en daarmee wordt hij de onmiskenbare voorloper van de moderne nieuwsfotografie. En dat terwijl zijn neutrale documentatie niet zozeer bedoeld is voor publikatie maar voor degene in hemzelf die wat hij heeft gezien en gehoord nog steeds niet  kan geloven. Als het ware buiten zichzelf om, door, (om een aan de hedendaagse oorlogsverslaggeving ontleende metafoor te gebruiken), zoveel mogelijk het onpersoonlijke perspectief te benaderen van een op de grond gevallen camera die is blijven draaien, confronteert hij zichzelf met de feiten. Zijn grote kunstenaarschap toont zich hier niet door zelfexpressie maar juist door de beheersing ervan en de ontvankelijkheid voor zijn omgeving. Geruisloos treedt hij achter de schermen terug en laat de gruwelen voor zich spreken: het oordeel is aan de kijker. En inderdaad: de boodschap is nog altijd zo verpletterend dat we de boodschapper en zijn sublieme stijlmiddelen helemaal vergeten. Hier kunnen we niet onverschillig onder blijven, we ontkomen er niet aan om een diepe fysieke weerzin te voelen en te willen protesteren tegen deze totale aanval op de menselijke waardigheid. Nooit eerder werd een oorlog zo volledig van heroïek ontdaan en in alle lelijkheid getoond, inclusief het lot van burgerslachtoffers. Dit laatste vloeide ondermeer voort uit het feit dat de opstand tegen de Napoleontische bezetting niet alleen de eerste guerillaoorlog was, maar ook de eerste Spaanse burgeroorlog en de eerste totale oorlog van de moderne geschiedenis, d.w.z niet langer een spel van vorsten maar een gedemocratiseerde ‘volks’ oorlog waaraan iedereen deelnam.

301D087a  index.php

Een opeenstapeling van wreedheden slaat ons in het gezicht, de stank van de lijken dringt tot op ons bot. Indicaties over plaats, datum en identiteit van de personages laat Goya meestal achterwege, waardoor het niet louter beelden zijn van een specifieke oorlog maar van oorlog in het algemeen. Wie de personages zijn, voor welke zaak ze strijden en waarom ze zulke wreedheden begaan of moeten ondergaan blijft vaak onduidelijk. Daders en slachtoffer zijn evengoed verwisselbaar, het ligt niet zozeer aan een van de partijen, maar aan het algemene menselijk onvermogen om de  hartstochten te bedwingen, zich te verheffen boven ‘de poel der passiën.’ De situatie is uitzichtloos, de oorlog alomtegenwoordig: er bestaat geen plaats of tijd waar men aan deze nachtmerrie kan ontsnappen. Tot in de verste verten is de wereld in twee kampen verdeeld en hebben alle nuances plaatsgemaakt voor grove generalisaties als wie niet voor ons is is tegen ons, ongeacht man, vrouw of kind. De anderen zijn nog slechts vijanden, ontmenselijkte targets op wie morele scrupules niet langer van toepassing zijn. Tot in de verste verten haalt deze hel het slechtste in de mens naar boven, tot over de rand van Goya’s etsen klinken de smeekbeden, de salvo’s van de executiepelotons en de kreten van pijn. Daders genieten zichtbaar van hun door de oorlog geschonken goddelijke voorrecht om op elk willekeurig ogenblik zonder opgaaf van redenen te doden wie ze willen, op een wijze die ze zelf verkiezen, zonder rekenschap te hoeven afleggen. Steeds weer tasten zij hun vrijheid, de reikwijdte van hun macht om te vernietigen, af. Onophoudelijk spannen ze zich in om handlangers te zijn van de natuur die zich niets aan de waardigheid van het individu gelegen laat liggen. Is deze doodscultus soms een poging van de leerling om zijn meesteres, (de eeuwige vormverandering van de natuur) te overtreffen?  De daders halen bij wijze van antwoord alleen de trekker over.

Y no hay remedio (realizado entre 1810 y 1815, publicado en 1863), de la serie Los desastres de la guerra, de Francisco de Goya

Nog schokkender dan het barbaarse moorden zelf is hun gedachten- en gevoelloosheid, de achteloze routinematige manier waarop ze te werk gaan. Hun morele waardensysteem waarin geen verschil bestaat tussen de meest alledaagse handeling en het martelen, verminken en doden van weerloze mensen. Handen maken geen onderscheid maar zijn slechts uitvoeringsorganen. Tot vervelens toe is de mens onderworpen aan het monotone mechaniek van massaslachting en terreur.

86080

In de meeste culturen en door de hele geschiedenis heen geniet het vermogen om te doden hoog aanzien omdat dit van groot belang is voor het overleven van de eigen groep. Is dit soms de reden dat de Franse officier voldaan als een kunstenaar naar het resultaat van zijn beulswerk kijkt, naar de geknakte nek van een aan een tak bungelende Spanjaard? Het menselijk lichaam is niet langer geschapen naar het evenbeeld van God maar slechts een gedaante van het niets. En dus kan het zonder scrupules worden gedemonteerd, gemutileerd en verpulverd en tenslotte als niet identificeerbare vormeloze substantie teruggeworpen in de afgrond, het hongerige massagraf van de natuur.

Goya_grande_hazana                                                                        Grande hazana, con muertos!(Wat een moed, met dode mannen!) 

Zo zien we op ets nr 39 hoe hoofd en armen van de torso van het uitgeklede slachtoffer zijn gehakt en de lichaamsdelen vervolgens tot vermaak van de overwinnaar en als waarschuwing aan de bevolking aan een boom zijn opgehangen, als vlees in een slagerij tentoongesteld. Alsof het tot losse onderdelen gereduceerde lichaam weer opnieuw in de juiste samenstelling in elkaar zou kunnen worden gezet. Deze schokkende deconstructie van de lichamelijke integriteit is van een diabolische kunstzinnigheid, zodat we ons realiseren dat kunst en terreur niet alleen aan dezelfde bron ontspringen maar beiden ook vormverandering tot doel hebben. Onmiskenbaar wijst Goya vooruit naar de vergaand vervormde vleespartijen in het neo-expressionisme van Francis Bacon en nog recenter naar Damien Hirst’s deconstructie van twee koeien, verdeeld over twaalf glazen bakken. Goya sneed als eerste een belangrijk thema van de moderne kunst aan: niet meer het spreken van God maar diens zwijgen ofwel het niets ofwel de menselijke vrijheid ten goede en ten kwade. Het landschappelijk decor waartegen hij de oorlog plaatst is onherbergzaam, verontrustend vreemd en leeg. Tot achter de horizon is de aarde een redeloos en absurd toneel waarop alles mogelijk is, zij wijst geen enkele voorstelling af en houdt er in feite een postmoderne filosofie op na: doe wat je wil, geen commentaar, alles kan. WO I, Goelag, Auschwitz, Pol Pot, Sabra en Sjatila, Rwanda, Srebrenica, 9/11, de mens is de maatstaf. Wat er op aarde ook gebeurt de gemiddelde temperatuur van het heelal: 3 Kelvin oftewel –270 graden Celsius, wordt er niet warmer op. Het laat de andere hemellichamen volkomen koud en van baan veranderen doen ze al helemaal niet.

L0071989 Francisco Goya, 'No Se Puede Mirar: Desa No se puede mirar

Na de Tweede Wereldoorlog vroeg Adorno zich af of het na Auschwitz nog mogelijk was om gedichten te schrijven. Het impliciete antwoord van Auschwitz-overlevenden als de schrijver Primo Levi was dat het onmogelijk was om geen verhalen te vertellen. Dit gold zeker ook voor Goya, hoe pijnlijk de oorlogsbeelden op zijn netvlies ook waren, blijkens een titel als: No se puede mirar (Men kan het niet aanzien), nog erger was het om de pijn niet te kunnen uitschreeuwen. Daarom was het voor hem onmogelijk om niet te getuigen van de openbaring van het niets, van het feit dat de mens de vrijheid geniet om zijn gruwelijke gang te gaan zonder dat een god ingrijpt.                                                                                 Juist in de weerzin en de klacht ervaren we onze humaniteit, de mogelijkheid om tegen de zinledigheid van de terreur in opstand te komen. Hoe illusieloos Goya’s visie ook lijkt, tegelijk is het een oproep om niet in cynisme en de notie van historische onvermijdelijkheid te berusten. Als geen ander laat hij zien hoezeer pessimisme ook constructief kan zijn. De mens heeft een keuze, toen Goya eens gevraagd werd waarom hij zulke barbarij schilderde zou hij hebben geantwoord: ‘Om de mensen voor altijd te vragen geen barbaren meer te zijn’.

R.O

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s