Kokoschka: Zonder Gezicht is de Mens Verloren

Museum Boijmans van Beuningen pakt vanaf 21 september uit met een grote overzichts-tentoonstelling van de expressionist Oskar Kokoschka(1886-1980). Zo’n honderdvijftig schilderijen en tekeningen komen naar Rotterdam. Naast privé-verzamelaars, geven internationale musea, zoals MoMA en Tate London topstukken in bruikleen.

62_Kokoschka

ZONDER GEZICHT IS DE MENS VERLOREN

In de 19e eeuw, ten tijde van de Oostenrijk-Hongaarse dubbelmonarchie onder keizer Franz Jozef, ondergaat Wenen een drastische make-over. De Middeleeuwse stadsmuren worden afgebroken en vervangen door de barokke suikertaartpaleizen van de Ringstrasse waarin ondermeer het parlement, de ministeries, de Staatsopera en het Burgtheater zetelen. In het eerste decennium van de 20e eeuw dijdt de stad uit tot een multiculturele metropool met 2 miljoen inwoners. Vele volkeren wonen er: Oostenrijkers, Tsjechen, Hongaren, Kroaten, Joden, noem maar op. Nergens kan men zich meer Europeaan voelen dan hier. Niet dat er geen sprake is van etnische spanningen. Het nationalisme steekt steeds meer de kop op: ook de jeugdige Adolf Hitler beschouwt Wenen als een ‘onduitse door vreemde volken vergiftigde stad.’ Vooralsnog bloeien kunst en wetenschappen– dankzij de opkomst van het bürgertum en het daarmee gepaard gaande liberale politieke en culturele klimaat– als nooit tevoren. In de koffiehuizen en onder de Maria Theresia kroonluchters van de salons kun je componisten als Mahler, Schönberg en Webern treffen, de architecten Hoffman en Loos, de schrijvers Musil, Schnitzler, von Hofmannstahl en Kraus, de dichter Trakl, de schilders Klimt, Schiele en Kokoschka, filosoof Wittgenstein en natuurlijk Freud.

wien1900   Wenen rond 1900                                                                                                                                                             De stad is kortom een broedplaats van de moderniteit. Al is dat geen onverdeeld genoegen. Het bruisende Wenen met zijn drukke, inmiddels deels gemotoriseerde verkeer is ook een bombardement op zintuigen en zenuwen. Geen wonder dat dit een typisch moderne aandoening tot gevolg heeft: nervositeit. Temidden van de jachtige veranderlijkheid van het moderne bestaan, het stadslawaai en de mensenmassa’s die aan alle kanten voorbijschieten, wordt het individu bovendien doordrongen van de eigen nietigheid. Overvallen door twijfel en gevoelens van machteloosheid en vervreemding. ‘Om in deze voortdurende wisseling van de verschijnselen een vast punt te vinden is even moeilijk als een spijker in de straal van een fontein slaan,’ constateert Musil. Moderniteit is namelijk ook een ander woord voor permanente identiteitscrisis. Dat kan zelfs de barok-esthetische overdaad aan ornamenten in de Weense architectuur, de meubels en de kunst niet verhullen. Weliswaar roept de facadecultuur een tegenbeweging naar het innerlijk op, maar wie gehoopt had daar een houvast te ontdekken komt bedrogen uit. Ook het zelf blijkt een arena vol conflicten. In 1913, zijn recente internationale bestseller over het laatste jaar voor de eerste wereldoorlog, formuleert de Duitse kunsthistoricus Florian Illies het zo: ’Nergens lagen de zenuwen–praktisch, metaforisch, artistiek en psychologisch– zo bloot als in Wenen.

'Nude_with_Back_Turned',_ink,_gouache_and_chalk_drawing_by_Oskar_Kokoschka,_c._1907 inkt en gouache 1907

Als dat ergens zichtbaar wordt dan wel in de kunst van Egon Schiele en Oskar Kokoschka.  Tijdens zijn opleiding aan de Weense Kunstgewerbeschule, de toegepaste kunstschool, gaat Kokoschka al spoedig zijn eigen gang. De tekenmodellen tijdens de lessen zijn hem te statisch, dus ronselt hij circuskinderen en laat hen in zijn eigen atelier dansen en springen om hun beweging te vatten.

B1030_Z_Oskar_Kokoschka_Die_Traumenden_Knaben_1968  illustration-for-die-traumenden-knaben-1908

Wanneer de aan de school gelieerde Wiener Werkstätte hem de opdracht geeft om een kindersprookjesboek te maken komt hij met een tekst die niet voor de kleintjes geschikt blijkt. Geheel overmand, in vuur en vlam gezet, maar vooral ook gekweld door zijn onbeantwoorde liefde voor de zus van een medestudent kan hij slechts zijn eigen gevoelens de vrije loop laten. Spontaan en onbedwingbaar als een dijkdoorbraak stromen de woorden: ik ben de krijsende weerwolf…mijn met bloed en kleur opgerichte lichaam kruipt in jullie loofhutten, zwermt door jullie dorpen, kruipt in jullie zielen, zwerft door jullie lichamen, vanuit de eenzaamste stilte voor jullie ontwaken klinkt mijn gehuil … Kokoschka’s langgerekte oerkreet wordt geïllustreerd door acht suggestieve litho’s waarop het leven wordt verbeeld als een mythische zeereis met maagden en dreigingen in de vorm van roofvissen. Het eros-thanatos thema zal in zijn verdere oeuvre een hoofdrol blijven spelen.

Die-Träumenden-Knaben-by-Oskar-Kokoschka

In de enerlaatste litho treedt hij zelf op: als verlegen knaap tegenover het eveneens naakte meisje Li. Een verbeelding van de worsteling tussen verlangen en schaamte die de adolescentie evengoed tot een hel maakt. Aangezien de litho’s qua compositie en lijnvoering schatplichtig zijn aan middeleeuwse miniaturen en Japanse houtsnedes geeft de Werkstätte het boekje (Die Träumenden Knaben) toch uit.                                                    Zijn talent blijft niet onopgemerkt. Gustave Klimt, inmiddels een dominante grootheid in de Weense kunst, nodigt hem in 1908 en 1909 uit om op de avantgardistische Kunstschau te exposeren. Kokoschka’s rauwe expressionistische bijdragen- portretten, naaktstudies, tapijtontwerpen, waaiers, sculpturen en zelfs toneelstukken-zorgen voor een schandaal. De ene criticus noemt hem ’een dolgedraaide Gauguin’, een ander betitelt hem als ‘opperwilde’.

img011

Aangetrokken door zijn heftige affiche met een bloedrode man die zich aan een lijkwitte vrouw probeert te ontworstelen-een horrorparodie op de christelijke Pietà-komt het publiek echter in grote getale op zijn debuut als toneelschrijver af. Beide tragikomedies, Mörder, Hoffnung der Frauen en Sphinx und Strohmann, handelen over de eeuwige strijd tussen de sexen. Het gewelddadige en chaotische plot met de fragmentarische dialogen levert een onconventioneel spektakel op. Niet in het minst dankzij de visuele en akoestische effecten: acteurs met geverfde ledematen, wisselende kleurenbelichting, spannend tromgeroffel en schrille fluittonen. Kokoschka’s reputatie is gevestigd. Al wordt hij door persoonlijk ingrijpen van de minister van cultuur dadelijk van de Kunstgewerbeschule gestuurd.

adolf-loos-1909                                                                                                                                                          Niemand minder dan de modernistische architect Adolf Loos, die ornament een misdaad noemt en de oorlog verklaart aan de Jugendstil, ontfermt zich over Kokoschka en laat zich door hem portretteren. Niet alleen moedigt Loos hem aan zich op olieverfportretten te concentreren en de mensen te schilderen zoals hij ze zelf ziet, bovendien sleept hij in zijn brede kennissenkring vele opdrachten voor hem in de wacht.

Kokoschka_Oskar-Egon_Wellesz Egon Wellesz

In armoede opgegroeid weet Kokoschka amper wat hem overkomt: de wereld van het Weense establishment gaat voor hem open. Maar of hij nu de schrijvers Kraus en Altenberg, de gynaecoloog Ludwig Adler, de bankier Schwarzwald, of de componist Egon Wellesz portretteert, hij boort zich dwars door hun sociale persona een weg naar hun ’innerlijke gezicht’. Door middel van gedurfde vervormingen van hoofd en handen, nerveuze, pasteuze verfstreken die het doek opbreken in onregelmatige vlakken, kleurnuances en transparante glinsteringen roept hij psychologische geladenheid op en keert de angsten en zorgen van zijn modellen binnenstebuiten. Ook de onbepaalde setting speelt een rol: vaak is het een volledig vernevelde ruimte, een dampend energieveld dat als een uitstraling van de geest rondom de persoon danst maar zijn vorm evengoed lijkt op te lossen.

Oskar_Kokoschka_05_lightbox    Jong meisje 1913    

Worden Kokoschka’s vroege portretten tegenwoordig tot de eerste uitingen van het Oostenrijkse expressionisme gerekend, toenmalige critici beschouwden hen als een karikaturale bespotting van de menselijke vorm. Een schokkende aanslag op de heersende esthetische conventies. ‘Pestbuilen, poelen van stinkend vuil,’ zo betitelt de vooraanstaande kunstgeleerde Strzygowsky Kokoschka’s werk. Franz Ferdinand, troonopvolger van de keizer zal later zelfs verklaren ‘dat de botten van de schilder moeten worden gebroken.’

kop-Alma-Mahler-en-Kokoschka

Na een intermezzo in Berlijn waar hij als redacteur van het avantgardistische kunsttijdschrift Der Sturm indruk maakt met grafische en literaire bijdragen keert Kokoschka terug naar Wenen. Hier ontmoet hij in 1912 Alma Mahler, weduwe van componist Gustave Mahler. Dadelijk schrijft hij haar dat zij de oplossing is, hem gaat redden. Desondanks volgt een stormachtige verhouding die drie jaar zal duren. De uitslaande brand van zijn passie doet haar uiteindelijk terugschrikken. Ondanks zijn verwoede pogingen trouwt zij niet hem en aborteert tot zijn grote ontzetting zelfs zijn kind. Zijn hevige worsteling met zijn emotionele afhankelijkheid vormt niettemin een grote inspiratiebron. Duoportretten van hemzelf met Alma, maken tevens de onderlinge spanning voelbaar. Ook in een reeks lithografische cycli zoals bijvoorbeeld die met de veelzeggende titel Der Gefesselte (geboeide)Columbus, brengt hij de strijd tussen de sexen en het relatieleed aan de orde. In zijn toneelstuk Hiob stelt hij de diagnose: eroditis veroorzaakt door de bacil erotokokkus. Ook laat hij Adam jammerend uitroepen: ‘Mijn god, had hij nu maar mijn rib met rust gelaten!’

bild22_kokoschkas_puppe

Als de liefde uitzichtloos blijkt en de eerste wereldoorlog is uitgebroken meldt hij zich als vrijwilliger bij de cavalerie. Aan het Russische front wordt hij zodanig getroffen door een kogel in zijn hoofd en een bajonetsteek in een long dat een Weense krant hem al dood verklaart. In het ziekenhuis overleeft hij echter zelfs het bericht dat Alma is hertrouwd met Bauhaus architect Gropius. Terug aan het front, loopt hij shellshock op. Na een maandenlange herstelperiode in een sanatorium in Dresden, blijft hij in deze stad wonen als hij tot docent aan de kunstacademie wordt benoemd. Alma spookt echter nog door zijn hoofd, dus laat hij een pop maken naar haar evenbeeld. De fetisj, zoals hij haar zelf noemt, dient als transitioneel object tijdens zijn rouwproces. En als muze, want zij figureert in een flink aantal werken zoals het schilderij Selbstbildnis mit Puppe (1922) dat getuigt van ironische zelfreflectie, want de pop is hier juist een teken van onmacht.

oskar-kokoschka-girl-with-doll

Dat geldt ook voor Mädchen mit Puppe(1922), uit de blik van het meisje spreekt frustratie die op punt van uitbarsting staat. Haar pop lijkt echter niet meer op de fetisj, die uiteindelijk tijdens een exorcistisch drinkgelag zal worden onthoofd en met wijn overgoten. De bevrijding van zijn oorlogs- en liefdestrauma komt echter vooral tot uiting in het feit dat zijn Dresdense composities worden gestructureerd door middel van krachtige kleuren in plaats van vette contouren.

Kokoschka_Oskar,_Die_Macht_der_Musik._1918  a002117

Die Macht der Musik                                              Zelfportret 1923

In 1923 vertrekt Kokoschka uit Dresden en reist tot 1931 door Europa en Noord-Afrika. Van een groot aantal steden schildert hij, vanuit een hoog standpunt, panoramische ’stadsportretten’ vol vibrerende activiteit. In de Londense dierentuin, maakt hij een fenomenaal portret van een Mandril(1926): hij hult het dier in de bontste kleurentooi, plaatst hem terug in de jungle en verleent hem menselijke waardigheid. Als gevolg van de beurscrisis van 1929, komt de subjectieve oerkreet van het expressionisme echter weer steeds meer onder vuur te liggen. Direct na Hitlers machtsovername in 1933 worden alle expressionistische kunstwerken en dus ook die van Kokoschka uit Duitse musea verwijderd. ‘Het individualisme is gestorven,’ noteert nazipropagandaminister Goebbels in maart verheugd in zijn dagboek. Wanneer ook Kokoschka’s vaderland Oostenrijk in de greep van het nazisme komt, wijkt hij uit naar Tsjechoslowakije waar hij in 1935 zijn latere vrouw Olda ontmoet en president Masaryk portretteert die hem de Tsjechische nationaliteit verleent. Na het akkoord van München in september 1938 waarbij Tsjechoslowakije, in de ijdele hoop Hitler te pacificeren, door Frankrijk en Engeland wordt geofferd, vlucht hij naar Engeland. Daar schildert hij ondermeer een aantal politieke allegorieën waarin hij scherp stelling neemt.

Kokoschka_Oskar-The_Red_Egg

Zijn bitterheid over het akkoord uit hij ondermeer in Das Rote Ei(1940), waarop de hongerige disgenoten Hitler, Mussolini, Chamberlain en de Franse premier Daladier niets anders van Tsjechoslowakije overlaten dan een rood ei, dat de uitbraak van de wereldoorlog symboliseert.                                                                                               Kokoschka overleeft de bombardementen op Londen, verkrijgt na de oorlog het Britse staatsburgerschap en reist her en der schade opnemend opnieuw door Europa. Ook richt hij een fonds voor oorlogswezen op, schildert in 1950 een monumentaal Prometheus-triptiek tegen de menselijke hoogmoed, sticht in Salzburg een zomer kunstschool en strijkt tenslotte in 1953 neer in Villeneuve aan het Meer van Genève, waar hij de rest van zijn leven zal wonen. Met tal van werken zoals bijvoorbeeld zijn litho-illustraties van de Odyssee betuigt hij zich vervolgens nadrukkelijk erfgenaam van het Europese culturele erfgoed. De nomade Kokoschka die in het bezit is van meerdere nationaliteiten is immers bovenal een humanistische Europeaan. Met het abstract-expressionisme dat in de jaren vijftig triomfen viert heeft hij weinig op, hij blijft de figuratie trouw. Moderniteit en oorlog hebben geleid tot de reductie van het individu tot een abstractie, tot ontmenselijking, hetgeen volgens hem de noodzaak van de figuratie en het portret bewijst. ‘Zonder gezicht is de mens verloren’, alleen het gezicht van de ander roept mededogen op. Internationale politici en hoogwaardigheidsbekleders zoals de voormalige Duitse bondskanselier Adenauer en de Israelische premier Golda Meir laten zich gaarne door hem portretteren.

Time, Gentlemen Please 1971-2 by Oskar Kokoschka 1886-1980

In 1971 vervaardigt hij de laatste van zijn vele zelfportretten, Time, Gentlemen Please, genoemd naar de roep waarmee in Engelse pubs de sluitingstijd wordt aangekondigd. Zich bewegend naar de deur waar een niet onvriendelijke saterachtige dood hem wenkt, kijkt hij melancholiek omhoog. Zijn ogen zijn uitzonderlijk groot en blauw: tot op het laatst geeft hij hen de kost. In 1980 overlijdt hij na een lang en bewogen leven.

gut

Wanneer Angela Merkel in 2005 bondskanselier van Duitsland wordt, hangt zij het portret van Adenauer in haar werkkamer in de kanselarij. Een mooi eerbetoon, ook aan de meesterschilder die ooit voor Nazi-Duitsland had moeten vluchten.

Rogier Ormeling (dit artikel verscheen als coverstory in het sept-okt nr van Tableau Magazine)

image.ashx

Oskar Kokoschka- Mensen en Beesten 21 september 2013 t/m 19 januari 2014 Museum Boijmans Rotterdam

Advertisements
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s