Matthias Weischer: Onbehaaglijk Comfort

0074157weischer_mPackung ((80 x 99,7 cm, 2007)

U kunt even opgelucht ademhalen. Obama en de Democraten hebben zich niet laten chanteren en de Republikeinen in het Huis van Afgevaardigden hebben ter elfder ure bakzeil gehaald. De shut-down van de Amerikaanse overheid is voorbij, ook wordt het schuldenplafond verhoogd zodat de VS gewoon hun schulden blijven afbetalen. U krijgt dus binnenkort uw geld en de Chinese crediteuren ook. Wall Street is opgetogen. Niettemin loopt de schade in de miljarden dollars, bovendien heeft de VS aan kredietwaardigheid en internationaal aanzien verloren. Wat de situatie in Nederland betreft: de actuele inflatie was hier inmiddels al gedaald naar 2, 4 %.  Toch is dat nog altijd ruim een half procent hoger dan de rentes op vrij opneembare spaarrekeningen. U zou dus kunnen overwegen om op 19 oktober tijdens de hedendaagse kunstveiling bij Christie’s in Londen een bod uit te brengen. Bijvoorbeeld op Packung van Matthias Weischer, richtprijs 40.000-60.000 pond oftwel 48.000 tot 72.000 euro. Vijf jaar geleden werd er nog 15.000 euro voor neergeteld, wellicht is het over vijf jaar anderhalve ton waard. Als ik ten aanzien van Packung uit één van de vijf risicoprofielen- defensief, behoedzaam, offensief, speculatief en zeer speculatief- zou moeten kiezen dan ga ik voor: offensief. Maar houd me ten goede en reken het mij niet aan wanneer Packung anders uitpakt. De waarde van uw belegging kan fluctueren. In het verleden behaalde resultaten bieden geen garantie voor de toekomst.

Packung was ondermeer te zien op de Weischer-solo in 2008 in het Haags Gemeentemuseum. Op de opening vertelde Weischer mij overigens dat hij helemaal niet blij was met de hoge prijzen die zijn werk- in 2007 werd bijv Familie O-Mittag bij 480.000 dollar afgehamerd- plotseling opbracht. Hij had dat als een enorme druk ervaren. Tijdens een wandeling die ik later met de eveneens Duitse kunstenaar Daniël Richter door Amsterdam maakte bleek Richter opvallend kritisch over het werk van de Neue Leipziger Schule -schilders, waartoe Weischer die ook in Leipzig woont, werd gerekend. Hij deed het af als louter formalistisch werk, hetgeen ik niet met hem eens was, getuige een recensie die ik over de Weischer-solo in het Gemeentemuseum schreef voor het Financieel Dagblad (zie hieronder).

0074151weischer_mSchilder (2007, 150 x 190 cm)

ONBEHAAGLIJK COMFORT

Eigenlijk is Nederland één grote meubelboulevard. Er is althans geen land waar je vanaf de straat zo gemakkelijk de huizen in kunt kijken. Ook ’s avonds laten veel Nederlanders de gordijnen open. Een tentoonstelling van de Duitse schilder Matthias Weischer (1973) is hier dan ook uitstekend op zijn plaats. Zijn werk past bovendien in de traditie van de interieurschilderkunst zoals die in de 17e eeuwse burgerrepubliek, vooral door toedoen van grote meesters als Pieter de Hooch en Johannes Vermeer van Delft, ontstond. Niet alleen prikkelen Weischers interieurs de nieuwsgierigheid naar het privéleven van anderen, maar bovenal appelleren zij aan onze dierlijke behoefte aan een veilig nest, ons verlangen naar een behaaglijk en comfortabel toevluchtsoord dat in wezen neerkomt op het verlangen om thuis te zijn in de wereld. Wat is cultuur anders dan een poging om geborgenheid te creëren in een vijandige natuur? Meubileren dus, daar komt het op neer.

0074158weischer_m

Weischers interieurs zijn  even aanlokkelijk en bedwelmend als de etalage van een meubelzaak. Aangezien zijn ‘kamergezichten’ zich onder meer kenmerken door de afwezigheid van mensen, lijkt de toeschouwer er onbevangen bezit van te kunnen nemen. Voor je het weet, laat je je in een fauteuil onderuitzakken of ga je zelfs op een bed liggen: alsof je thuis bent. Toch duurt het niet lang voor je overeind schiet en op zoek gaat naar de identiteit van de oorspronkelijke of huidige bewoners en vooral naar wat zich in deze kamers heeft afgespeeld. Met mensen is het immers vaak net als met God: juist door hun afwezigheid lijken zij alomtegenwoordig.
Maar hoezeer je het behang, de meubels, objecten en ornamenten ook onderzoekt, in welke onmogelijke hoekjes je ook kijkt, deze interieurs broeden zwijgzaam op hun herinneringen: als theaterdecors die niet prijsgeven voor welk toneelstuk zij hebben gediend. Het wonderbaarlijke mengsel van interieurstijlen uit het midden van de 20ste eeuw weigert elke preciezere identificatie. In feite zijn dit stijlkamers uit een tijd die zich niet laat dateren. Uiteindelijk trotseren deze kamers zelfs vrijwel elke uitspraak die over hen kan worden gedaan. Zo blijft bijvoorbeeld vaak onduidelijk of het nu woonruimten, werkplaatsen of rommelzolders zijn.

0074156weischer_m

Hoe langer je rondkijkt, hoe meer je geboeid raakt door de vele details en hun raadselachtige tegenstrijdigheden. Zoals bijvoorbeeld de onverenigbare perspectieven, de onjuiste proporties of de bizarre reflecties in spiegels. Terwijl licht en schaduw gewoonlijk als een Siamese tweeling met elkaar verbonden zijn, blijken ze hier onafhankelijk van elkaar hun gang te gaan en door te kunnen dringen tot de onmogelijkste plaatsen. Meubels en voorwerpen dolen gewichtloos rond als verbleekte schimmen van zichzelf. Vanuit hun alledaagse schuilhoeken en vermommingen kruipen steeds meer bizarre ongerijmdheden tevoorschijn om bijna ongemerkt de gehele ruimte te infiltreren.
Zo illusionistisch en toegankelijk als de kamers eerst leken, eenmaal ‘binnen’ blijkt er geen sprake meer van een uitweg. Deuren en ramen bieden althans geen opening naar de buitenwereld. Alle analyses die zouden moeten ontwarren waarom het beeld niet klopt, leiden ertoe dat je meer verstrikt raakt en verder verdwaalt in dit claustrofobische labyrint van onmogelijkheden. De interieurs tarten elke logica en gehoorzamen aan geen andere wet dan die van hun eigen willekeur. Weischers beelden zijn zo volgepropt met interne tegenspraak dat ze grenzen aan een toestand van ‘hoge entropie’. Een toestand waarin alle structuurvormende krachten elkaar zo tegenwerken dat de heersende structuur dus uiteenvalt.

6227997078_14146b40a4

De schilder heeft zijn bedrieglijk comfortabele interieurs vooral geconstrueerd om die te deconstrueren. Hij weet het burgerlijk comfort namelijk zo op te voeren dat de overdaad ervan uiteindelijk zichzelf ondermijnt. Alsof hij ons wil vertellen dat juist ons verlangen naar huiselijkheid leidt tot unheimische toestanden. Niet zonder melancholie bezingen zijn moderne meubels de belofte die de moderniteit ooit was. Maar zijn postmoderne rommelkamers zeggen niet alleen dat de belofte van geborgenheid achterhaald is. Ze verbeelden dat deze in essentie een illusie was, aangezien de werkelijkheid altijd intrinsiek tegenstrijdig is. Met de constructie van het ‘normale’ sluipt immers altijd een verontrustende abnormaliteit binnen. Niets is bovendien zo verraderlijk als het vertrouwenwekkende. Globalisering mag dan inhouden dat de mens de hele aarde als zijn eigen huis inricht, het paradoxale gevolg is dat niemand zich echt thuis voelt. Zoals Freud al constateerde, is de mens geen meester in eigen huis; geen baas over zijn eigen driften, laat staan over de natuur. De mens blijft een vreemde dwaalgast van de evolutie.

weischer_matthias_paravent_(2006)_germany-660x420

Terwijl Weischer alle middelen– inclusief verfijnd penseelwerk en trompe l’oeileffecten– aanwendt om een driedimensionale illusie te creëren, bedient hij zich tegelijk van alle mogelijke technieken om deze weer onderuit te halen. Ondanks een bombardement van impulsieve dripping en dikke verfopbrenging die zich zelfs tot over de randen van het beeldvlak uitbreidt, geeft de illusie zich echter niet gewonnen. Die biedt zelfs manhaftig weerstand aan het feit dat Weischer in het schilderij een gat heeft geprikt of verflagen weer heeft weggekrabd. Het gevolg is een fascinerend spel tussen twee-en driedimensionaliteit waarbij de toeschouwer ofwel abstractie ofwel representatie het voordeel van de twijfel geeft. Wie kiest voor het eerste, ziet louter kleurvlakken. Maar voor je het weet, bespringt de illusie van de kamer je weer. De monochrome schilderijtjes aan de kamerwanden, de motieven op gordijnen en keukendoeken tonen steeds weer aan hoe onontwarbaar abstractie en representatie met elkaar zijn verweven.

phoca_thumb_l_Weischer-Tuch

In Weischers interieurs is de menselijke gestalte niet geheel afwezig. De ene keer is sprake van een portret aan de muur of een beeldje op een bijzettafeltje. De andere keer van een gezichtloze non of het onderlichaam van een geklede man. In Schilder  zien we een skelet dat dient als lampenstandaard zodat de lampenkap ook als hoofd kan worden beschouwd. 

387523b4-cddb-4b2b-9e84-47d0c77655d7_570

Ook verschijnen kartonnen dummies van mannen en vrouwen ten tonele, zoals in Striptease(2007) waarin feitelijk niets onthuld wordt aangezien van de vrouw slechts haar silhouet zichtbaar is.

PT_Weischer_overhead

In Oberlicht(2006) zit een mannelijk silhouet, samengesteld uit een bruin boven- en een wit onderlichaam, op een bankje in een museumzaal waarin nagenoeg monochroom witte schilderijen hangen en op de grond tegen de wand staan. Achter hem wordt de doorgang naar een andere zaal deels afgesloten door een eveneens wit tussenschot dat zich vrijwel niet onderscheid van de schilderijen. Hierdoor wordt de hierarchië der dingen volledig ondermijnd. Het glazen plafond biedt bovendien uitzicht op een flatgebouw, twee palmbomen en een fragment van een schilderij met regenboogmotief dat zomaar in de lucht lijkt te hangen in plaats van een ‘echte’ regenboog. Conservator Doede Hardeman, had de gelukkige ingeving om dit surreëele meesterwerk onder het glazen plafond in een van de Polakzalen te hangen. Zonder haar raadsel te laten doorgronden spiegelt Oberlicht op ironische wijze het verschijnsel museum en zijn bezoekers.

0074148weischer_m                                                           Overigens laat Oberlicht ook zien dat Weischer de kunst van het weglaten verstaat. Zijn oeuvre valt uiteen in complexe tekendichte schilderijen en werken die zich kenmerken door grote eenvoud. Kleinoden in deze trant zijn bijvoorbeeld Kartenhaus I en II(2006, 40 x 40 cm) De doekjes zijn opgebouwd uit drie vlakken waardoor een kamerhoek met twee bruine wanden en een witte vloer wordt gesuggereerd. Op twee speelkaarten na, die op de vloer wigwamvormig tegen elkaar leunen is de ruimte leeg: een adembenemend wonder van subtiliteit. Zo kwetsbaar zijn onze huizen, vraag het maar aan een getuige van een aardbeving.

6-Matthias-Wescher-Mobile-detail                                                             Weischer groeide op in Rheine vlakbij de Nederlandse grens, doorliep de academie in  Leipzig en bleef daar ook na zijn studie wonen, inplaats van naar trendy Berlijn te verhuizen. Samen met andere collega´s waaronder Neo Rauch staat hij bekend als vertegenwoordiger van de zogenaamde ‘Neue Leipziger Schule’. Toen ik hem vertelde dat er mensen bestaan die aan meubileringsangst lijden, omdat ze bang zijn dat hun woning zodra die comfortabel is ingericht wordt getroffen door een calamiteit, glimlachte hij begripvol. Ook zijn eigen appartement is nog altijd niet ingericht. En dat terwijl hij door zijn succes inmiddels toch wel over enige middelen zal beschikken.    

R ( Financieel Dagblad Januari 2008)

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s