Brâncusi, Rosso, Man Ray: Hemel en Aarde/Noire et Blanche

Museum Boijmans is er opnieuw in geslaagd een groot aantal topwerken te lenen, ditmaal  voor Brancusi, Rosso, Man Ray-Framing Sculpture. Niet alleen waren alle drie pioniers van de moderne beeldhouwkunst ook experimenteerden zij met fotografie, zo laat de expositie zien. Onderstaand artikel verscheen eerder in Tableau Magazine.

hoofdbeeld-boijmans Muse Endormie (Slapende muse 1909)

HEMEL EN AARDE/NOIRE ET BLANCHE: Brâncuși, Rosso, Man Ray

Tijdens het laatste kwart van de 19e eeuw breken Auguste Rodin en Medardo Rosso met het academisme in de beeldhouwkunst. Niet toevallig experimenteren zij, en ook de latere moderne beeldhouwers Brancusi en Man Ray, tevens met het jonge medium fotografie. Dit stelt hen niet alleen in staat hun sculpturen te reproduceren maar vooral ook te onderzoeken. Met behulp van de fotocamera proberen zij verschillende perspectieven, belichtingen en ruimtelijke ensceneringen uit. Bovendien onderwerpen zij negatieven en afdrukken vaak nog aan geraffineerde manipulaties. In hun foto’s werken Rosso, Brancusi en Man Ray hun sculpturale ideëen verder uit. Zo weet Rosso zijn beelden te ’dematerialiseren’ door hun contouren in hoger mate te vervagen. Brancusi, die op aanraden van Man Ray een donkere kamer inricht, laat zijn sculpturen verschillende relaties met elkaar aangaan. Ook laat hij het licht ‘exploderen’ op zijn goudkleurige brons. . Man Ray verleent door een laag camerastandpunt en grote schaduwen zijn op zich kleine objecten een monumentaal aanzien. Kortom: de fotografie speelt een rol bij de ontwikkeling van de moderne dynamische beeldhouwkunst. Al blijft het, vooral voor Rosso en Brancusi, een hulpmiddel.

Paris_1889_plakat

Plaats van handeling: Parijs. Want dat is de plek waar hét gebeurt, waar je moet zijn. Zeker als kunstenaar en vooral in 1889, als de stad het eeuwfeest van de Franse revolutie viert met de opening van de Eiffeltoren, die tevens als toegangspoort tot de Wereld-tentoonstelling dient. ‘Pendant I’exposition, il faut se faire un position’, zo gaat een populair liedje. Op dat naaktstalen technologische hoogstandje –met 300 meter tot 1930 de hoogste toren ter wereld—dat ’s avonds door duizenden elektrische lampen wordt verlicht komen dat jaar achtentwintig miljoen mensen af.

4d2a79246aed5bd6d3f9d74981ff909b zelfportret Rosso

Ook de Italiaanse beeldhouwer Medardo Rosso(1858-1928) wordt aangetrokken door de lumineuze stad die als geen ander over de duistere nacht triomfeert. De expositie van zijn werk, ergens middenin die duizelingwekkende collage van internationale paviljoens, vormt een mooie aanleiding om zich dan ook maar meteen in Parijs te vestigen.

Henri Rouart_Gesso_1890_Pos_4 Rouart

Toch zal de overgang van Milaan naar de dynamische hoofdstad van de wereld met haar grands boulevards vol mensenmassa’s en lokkende cafés en cabarets spoedig zijn tol eisen. Wegens fysieke uitputting wordt Rosso in de herfst in een ziekenhuis opgenomen. Al heeft dat misschien ook te maken met het feit dat hij eerder dat jaar gescheiden was van zijn vrouw die hem een zoon had geschonken. Gelukkig krijgt hij in het ziekenhuis onverwacht bezoek van Henri Rouart: grootverzamelaar van impressionistische kunst, niet onverdienstelijk schilder en mecenas die enkele werken koopt en hem financiële steun en atelierruimte aanbied.

7773OP994AU12602

Blijkbaar is de aanblik van medepatiënten op Rosso’s netvlies gebrand want kort na zijn ontslag maakt hij mallato al ospedale (zieke in het ziekenhuis) dat hij zowel in gips, was en brons zal uitvoeren. Een aangrijpend beeld van een zieke knikkebollende oude man, vergroeid met zijn leunstoel op een stuk vloer of eigenlijk het ronde eiland van zijn eenzaamheid. Zijn gelaatstrekken zijn nauwelijks uitgewerkt, alles wordt uitgedrukt met de lichaamshouding die is opgebouwd uit een met dramatische plooien doorschoten reliëf. Hoewel dit een universeel beeld van ouderdom en ziekte is, blijft het toch persoonlijk. Alsof je weer kind bent en opeens in je spel bevroren, getroffen door de aanblik van je ingedommelde opa en je eigen toekomst.

licht_170_600

Het is bepaald niet de eerste keer dat Rosso zich in zijn werk betrokken toont bij het lot van zijn medemens. Al in Milaan had hij afstand genomen van het heersende neoclassisistische schoonheidscanon door types uit lagere klassen, ouderen, zieken, vrouwen en kwajongens te laten figureren in scènes uit het moderne leven. Zoals bijvoorbeeld de verloren gegane en nog slechts van een foto bekende Impressie van een Omnibus(1884). Een sculptuur van vijf passagiers op de achterste bank van een paardenbus, die geïnspireerd lijkt door Derde Klas Treinwagon (1864), het befaamde sociaal-realistische schilderij van Honoré Daumier.

foto-1-boijmans-300x281   Kind in gaarkeuken

Rosso’s schetsmatige en reliëfrijke modelleerstijl die gemakkelijk door het licht in beweging lijkt te worden gebracht en aandacht op het materiaal vestigt is echter vooral verwant aan de levendige vormgeving van de impressionistische schilders. Niet toevallig raakt de Italiaan ook bevriend met Edgar Degas, beide geven blijk van een scherp bewustzijn van het feit dat het moderne bestaan de tijd in vluchtige momenten breekt. Rosso is zich bovendien tezeer bewust van de veranderlijkheid van het licht om in monumentale nabootsing te geloven. Zodra hij bijvoorbeeld naar gelijkenis van een gezicht streeft is dat alweer anders. Eigenlijk bezit niets werkelijk substantie. ’Schaduw en kleur kan ik niet aanraken…Alles is slechts een kwestie van licht. Er bestaat geen materie in de ruimte,’zo stelt hij.

105_vrouw_met_sluier_3

Paradoxalerwijs vertaalt Rosso die onstoffelijkheid in tastbaar concrete sculpturen. Zoals je in rotsen antropomorfe vormen kunt zien zo doemen zijn gestalten op uit de materie om daar tegelijk als ongrijpbare herinneringen weer in te verzinken. Al naar gelang het licht lijken hun contouren in meer of mindere mate te weifelen, te vibreren op de grens tussen menselijke en amorfe vorm. Zie bijvoorbeeld Vrouw met sluier, Kind in een gaarkeuken, of Madame Noblet. Niets staat op zichzelf, vandaar dat zijn personages niet alleen met hun omgeving versmelten maar ook met de sokkel die zich als onvervreemdbaar element niet meer als zodanig laat benoemen.

Day 44 - Paris - Center Nat. G. Pompidou 053 zelfportret Brâncuși 

Nadat hij meerdere kunstopleidingen in zijn geboorteland Roemenië heeft gevolgd beproeft ook Constantin Brâncuși (1876-1957) in 1904 zijn geluk in Parijs. Om in zijn onderhoud te voorzien wast hij borden bij de restaurants Chartier en Mollard. Als hij twee jaar aan de Ecole des Beaux Arts heeft gestudeerd blijkt Rodin zodanig van zijn werk onder de indruk dat deze hem uitnodigt zijn assistent te worden. Brâncuși neemt dit aanbod aan- hoe kan hij zo’n kans bij zo’n beroemdheid die hij bovendien bewondert immers weigeren- maar komt daar al na enkele weken van terug: ‘Niets kan groeien in de schaduw van een grote boom’ verklaart hij. Op zichzelf teruggeworpen creëert hij eerst nog sculpturen die zowel thematisch als stilistisch verwant zijn aan Rodin en Rosso die dankzij exposities op de Salon D’Automne inmiddels ook succes geniet. Maar wanneer hij het aloude motief van een kussend liefdespaar kiest, dat door beide is verbeeld, breekt hij radicaal met hun werkwijze en vormtaal. In plaats van, zoals tot dan toe gangbaar, eerst in klei of gips te modelleren, hanteert hij de ‘taille’ direct: hij houwt zijn Kus meteen in steen.

107_de_kus

Bovendien zijn Brâncuși’s geliefden niet alleen vergaand geabstraheerd als archaische en Assyrische beelden maar tevens nog in de hoekige blokvorm besloten. Daarbij balanceren zij op aangrijpende wijze op de grens tussen het komische en het tragische. Hoe innig ze zich ook tegen elkaar klemmen verdere eenwording is onmogelijk, het afscheid onontkoombaar. Met De Kus heeft Brâncuși zijn passie voor de formele vereenvoudiging ontdekt. Niet de uiterlijke verschijningsvorm van de dingen weergeven maar hun essentie blootleggen, zo luidt voortaan het motto.

1.Brancusi Mademoiselle Pogany

Terwijl de gelaatstrekken op het geïsoleerde ovalen hoofd van de Slapende Muse (1909) –die zo sereen op één oor rust dat je ervan gaat fluisteren– nog duidelijk zijn getekend, zijn die van de eveneens liggende kop van Prometheus (1911) vrijwel verneveld. De verschillende versies van de fenomenale Mademoiselle Pogany roepen zowel associaties op met Afrikaanse maskers als met een embryo. Op de eerste moderne kunstexpo in Amerika, de roemruchte Armory Show in 1913 New York, maakt het beeld furore al wordt het ook als ’freak art’ betiteld. Uiteindelijk loopt Brâncuși’s retroactieve evolutie van het menselijk hoofd uit op een ei-vorm, zoals in ’Het Begin van de Wereld’ uit de Kröller-Müller-collectie. Hoe geabstraheerd ook, dit monument voor de ’bouwsteen’ van het leven blijft dus figuratief.

17_CB_Maiastra

Uit de eieren broedt Brâncuși ondermeer vogels. Hij zal althans vele vogelsculpturen maken. Te beginnen met de Maïastra (1912), een gouden vogel met magische krachten uit Roemeense volksverhalen. Later volgen nog meer geabstraheerde vogels zoals L’Oiseau d’or, Leda de zwaan, en L’Oiseau dans l’espace, allen eveneens in verschillende versies uitgevoerd in marmer en brons. Naast de kern de dingen wil Brâncuși immers vooral ook de vlucht beeldhouwen, gewichtloosheid een concrete vorm geven. Zodoende vormen zijn sculpturen in museum Boijmans dan ook een mooi contrapunt tegenover die van Medardo Rosso. Want terwijl Rosso de vergankelijkheid, de dionysische vloeibaarheid van de even mysterieuze als oppermachtige natuur boetseert zoekt Brâncuși juist de tijdloze apollinische schoonheid. Terwijl Rosso’s figuren gebonden zijn aan het aardse ontstijgen Brâncuși’s vogels juist de tragiek.

Brancusi-Loiseau-dans-lespace L’ Oiseau dans l’ espace

Vooral de goudkleurige bronzen versies van L’ Oiseau d’ or en L’Oiseau dans l’espace verbeelden het verlangen naar transcendentie. Adembenemend gracieus gestroomlijnd en glanzend gepolijst spiegelen en schitteren deze volmaakte zonnevogels het licht in het rond.

colonne_web

Ook Colonne Sans Fin, een ranke minimalistische, uit identieke ruitvormige modules opgetrokken ’zuil zonder einde’ streeft naar het hoogste. Ook hiervan creëerde Brâncuși meerdere uitvoeringen. De langste versie van 30 m is onderdeel van een monument in het Roemeense Târgu Jiu, ter herinnering aan de slachtoffers van de Eerste Wereldoorlog. Van onderaf gezien, zoals op een foto van Man Ray, lijkt deze toren er juist wel in te slagen om ongehinderd door babylonische spraakverwarring de hemel te bereiken.

Brancusi-Rosso-Man-Ray-15 zelfportret Man Ray

Man Ray(1890-1976) wordt in Amerika geboren, als kind van Joods-Russische immigranten . Van huis uit heet hij Emmanuel Radnitzky maar in 1911 neemt hij een andere naam aan, aangezien het antisemitisme in opkomst is en hij niet als joodse kunstenaar wil worden getypeerd. Het is dan ook niet vreemd dat zijn veelzijdige oeuvre zich mede kenmerkt door een spel van mystificatie en verhulling. Dat voert hij zover door dat hij zelfs in Self Portrait(1963), zijn autobiografie, geen melding maakt van zijn oorspronkelijke naam en afkomst, het joodse milieu waarin hij opgroeit. Hoewel hij aanvankelijk vooral schildert raakt hij in 1913 tijdens een bezoek aan de Amory-show zwaar onder de indruk van de Europese avantgarde. Een ontmoeting met Marcel Duchamp in 1915 leidt tot hun samenwerking aan New York Dada en diverse foto- en filmprojecten. Ook Duchamp voert een maskerade rond zijn identiteit op, al is het louter vanuit artistieke motieven. Niettemin fotografeert Ray hem met plezier in vrouwenkleren als diens alter ego Rrose Sélavy. Duchamps presentatie van gevonden alledaagse voorwerpen als kunstwerken, die de kunstwereld op haar grondvesten doet trillen, inspireert ook Ray. Maar terwijl Duchamps fietswiel en urinoir puur conceptueel blijven aangezien die alleen door een andere titel in kunst zijn getransformeerd, voegt Ray aan zijn objets trouvés iets extra’s toe. Zo maakt hij bijvoorbeeld poëtische assemblages van voorwerpen die doorgaans niets met elkaar te maken hebben. Hoewel hij geen traditionele materialen als gips, marmer en brons gebruikt beschouwt hij zijn objecten als sculpturen.

man ray-obstruction~b84_27_1

Neem bijvoorbeeld Obstruction (1920), een piramidale luchtsculptuur van 117 aan elkaar gehaakte kleerhangers: een verbluffend speels zwevende mobile. Wat verdrongen wordt steekt altijd ergens de kop op. De ironie wil immers dat terwijl Ray blijft verbergen dat hij de zoon is van een kleermakersechtpaar hij er blijkbaar niet aan ontkomt steeds weer beelden te ontlenen aan het domein van kleding en textiel.

man_ray_cadeau

In 1921vestigt hij zich in Parijs waar datzelfde jaar nog een tentoonstelling van zijn werk plaatsvindt. Vlak voor de opening lijmt hij tapijtspijkers op het strijkvlak van een strijkijzer en noemt het: Cadeau. Door het gebruiksvoorwerp disfunctioneel te maken promoveert hij dit tot een kunstwerk dat ook de kwaadaardige zone van de menselijke fantasie aan de orde stelt. Dat Cadeau al tijdens de opening gestolen wordt lijkt dan ook bijna logisch. Het is niet de enige van zijn objecten die verloren gaat, maar daar die bovenal conceptueel zijn kunnen ze op basis van foto’s makkelijk worden gereconstrueerd. Bovendien weet Ray hun sculpturale karakter in zijn foto’s door ensceneringen en manipulaties nog in hoger mate te versterken.

Brancusi-Rosso-Man-Ray-09

In Parijs ontpopt Ray zich niet alleen als modefotograaf voor Vanity Fair, Vogue en Harper’s Bazaar maar ook als portretfotograaf van celebrities uit de wereld van kunst en cultuur. Hierdoor beschikt hij over de financiële middelen om zijn avantgardistische activiteiten verder te ontplooien. Zowel de dadaïsten als de surrealisten publiceren zijn foto’s in hun tijdschriften. Bijvoorbeeld Le Violon D’Ingres (1924): door op het fotonegatief op de blote rug van zijn model en geliefde Kiki twee f-vormen aan te brengen heeft Ray haar veranderd in een muziekinstrument waarvan het bespelen kunde vereist.

Brancusi-Rosso-Man-Ray-05

Ook Noir et Blanche(1926) verwerft een wereldwijde iconische status. Waarschijnlijk is dit toch wel zijn ultieme meesterwerk. Hoe vaak je de foto ook al gezien hebt, hij behoudt zijn hypnotiserende kracht. Zo’n eenvoud en toch zo vol bedwelmende mysterie, dromerige esthetiek, poëtische harmonieën en contrasten. Kiki en het Afrikaanse masker zijn even verwant als de witte en zwarte en witte toetsen op de piano. Kiki is het masker en het masker is Kiki. De wereld, ons bewustzijn, onze waarneming, en ja zelfs harmonieën bestaan slechts bij de gratie van tegenstellingen.
Rogier Ormeling

Brancusi, Rosso, Man Ray-Framing Sculpture                                                             t/m 25 mei Museum Boijmans Rotterdam

PS

01

Zou deze foto toevallig op het juiste moment zijn genomen? Dat lijkt te mooi om waar te zijn. Maar zelfs wanneer dit geënsceneerd is blijft het prachtig: ssst…

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s