Something is happening but you don’t know what it is: Gert&Uwe Tobias

(for English readers: In May I gave a speech in Museum Dhondt-Dhaenens, close to the Belgian city of Gent, about the work of Gert&Uwe Tobias on the occasion of their exhibition. I started with an in memoriam of Jan Hoet– who donated his private library of art books  to the museum.  As yet I did not translate my introduction into English but you can find the text of the Tobias-part, which I wrote originally in English for Elephant Magazine, below the Dutch text)

Tijdens een Nocturne in museum Dhondt-Dhaenens in het Belgische Deurle bij Gent, gaf ik op 15 mei jl een uiteenzetting over het werk van de Duitse kunstenaarstweeling Gert& Uwe Tobias. Hiervoor vertaalde ik in het Nederlands een artikel dat ik schreef voor het zomernummer van Elephant Magazine.  Aangezien het museum een bijzondere band had en heeft met de onlangs overleden Jan Hoet leek het mij wel zo gepast om Jan eer te betonen door iets over hem te zeggen.

jan-hoet-succesvol-gerepatrieerd-id3172302-1000x800-n

Dames en Heren,

Ik beschouw het als een eer dat Joost de Clerq mij heeft uitgenodigd om hier ter gelegenheid van de Gert&Uwe Tobias- tentoonstelling een praatje te houden. Niet alleen omdat dit museum over een bijzondere collectie beschikt, maar ook vanwege het feit dat zij de ruim 3.000 boeken tellende privé-bibliotheek van Jan Hoet gaat huisvesten. Tijdens zijn uitvaartplechtigheid in de St Pauluskerk in Gent bekroop mij steeds het gevoel dat Jan zou komen aanlopen, roepend: ’Voilà, dat is ‘t! Fantastisch!!” Ik had mijn reactie ook al klaar: ’Jan, ik heb het u bij het afscheid nog gezegd: alles gaat voorbij behalve het verleden!’ Een dergelijk gevoel had ik eigenlijk nooit eerder bij een begrafenis, als er iemand was die ik mij moeilijk dood kon voorstellen dan was het wel Jan Hoet, ook al kon hij nog zo mooi zwijgen.

jan-hoet-marlene-dumasaquarel door Marlène Dumas door Jan verkozen als doodsprentje dat aan alle aanwezigen in de St. Pauluskerk werd uitgereikt

In 2008 heb ik hem persoonlijk leren kennen toen ik voor het Financieele Dagblad een recensie schreef over zijn tentoonstelling Ad Absurdum in zijn museum Martha in het Duitse plaatsje Herford. Vervolgens heb ik een documentaire voor de Nederlandse radio over hem gemaakt waarvoor ik met hem zijn ouderlijk huis in Geel bezocht. Waar tegenwoordig kunsthuis Yellow Art is gevestigd, waar psychiatrische patiënten de mogelijkheid krijgen om hun artistieke kwaliteiten te ontwikkelen. Dat was een indrukwekkende gebeurtenis, vooral toen we met z’n allen, patiënten en medewerkers van het Kunsthuis rondom Jan in de tuin zaten en hij over zijn jeugd vertelde. Daarna heb ik voor Nederlandse kunsttijdschriften nog een interview en andere artikelen over Jan geschreven. Sinds 2008 heb ik hem een flink aantal malen ondermeer bij hem thuis en op diverse lokaties en in verschillende landen ontmoet, gelukkig ook nog twee maal enkele maanden voor zijn overlijden, de laatste keer op 4 december in Geel waar hij naar aanleiding van zijn Middlegate-tentoonstelling voor een volle zaal een dialoog hield met psychiater Detlef Petry. Een van de terugkerende thema’s in onze gesprekken was de Tweede Wereldoorlog. Hoe kan het ook anders, Jan was een oorlogskind. Zijn allereerste herinneringen bestonden uit het binnenrollen van de Duitse oorlogsmachine in Geel. Zijn exposities en hele kunstcarrière waren diep doordrongen van de inzichten die hij had opgedaan ten aanzien van de oorlog. ‘Hitler was ook heel rationeel, dat is hetgeen veel mensen niet willen weten hè, zij denken dat hij zot was!’ zo riep hij op een keer uit.  Inderdaad. Hitlers denkbeelden waren niet louter verward, het angstaanjagende was juist die onverbiddelijke logische conseqwentie waarmee uit een paar waanzieke vooronderstellingen een bureaucratisch georganiseerde, fabrieksmatige massamoord werd ontwikkeld. De holocaust was een modern rationeel project, ze was niet mogelijk zonder de moderne wetenschappelijke mentaliteit, zonder de zucht naar categorisatie en efficiëntie. Jan had door de oorlog geleerd dat je eerder bang moest zijn voor een rationeel denkend mens dan voor een irrationele patiënt. In het kader van Middlegate, zijn laatste expositie waarschuwde hij nog tegen die huidige categorisatiedwang waarbij steeds meer mensen een label krijgen -borderline, adhd you name it– ’Op een bepaald moment krijgt iedereen een stigma,’ zoals hij zei. Dit betekende zeker niet dat hij de wetenschap verwierp, hij realiseerde zich terdege dat hij dankzij zijn frequente dialyses nog in leven was. Maar hij verwierp de presentatie van de wetenschappelijke kennis en de rede als oplossing voor de menselijke toestand. Hij verwierp de voorstelling van de geschiedenis als een overwinning van de rede op het bijgeloof. En de kunst was voor hem natuurlijk het middel tegen de onttovering van de wereld, de kunst was de hoeder van het mysterie. Zodoende betoonde Jan zich dus een erfgenaam van de romantiek. Vandaar dat ik hem in Herford een boek cadeau gaf van de Duitse filosoof Rüdiger Safranski: Romantik eine Deutsche affaire. Waarschijnlijk is dat dus een van de boeken die u hier straks in zijn privé-bibliotheek zult aantreffen. In zijn boek behandelde Safranski de dichters. denkers en schrijvers van de Duitse Romantiek.

Novalis

Vanzelfsprekend besteedde hij ook een chapiter aan de dichter, auteur en filosoof Friedrich von Hardenberg, beter bekend onder zijn pseudoniem Novalis. Vanwege de lichtheid waarmee hij met diepe gedachten speelde, betitelde Safranski hem als de Mozart van de vroege romantiek. Toen Novalis op 29-jarige leeftijd in 1801 stierf was hij nog amper bekend. Maar hij zou met zijn geschriften posthume roem verwerven, vooral met zijn, gedichtencyclus Hymnen an die Nacht, die was geïnspireerd door de vroege dood in 1797 van zijn jonge verloofde Sophie. Overmand door verdriet bezocht Novalis dagelijks haar graf. Maar, zoals hij in de Hymnen beschrijft, op een keer als de duisternis is ingevallen gebeurt er iets bijzonders: plotseling ervaart hij een gevoel van eenheid met zijn gestorven geliefde zodat zijn verdriet verdwijnt. De nacht openbaart zich aan hem in al haar heerlijkheid. Hij spreekt van Nachtbegeisterung, een nachtbegeestering ’die leidt tot een onwankelbaar geloof in de nachthemel’, den himmel der nacht. Al is het niet zozeer het sterrenlicht dat hem beroert. Himmlischer , als jene blitzenden Sterne, dünken uns die unendlichen Augen, die die Nacht in uns geöffnet hat . Hemelscher dan de flonkerende sterren zijn de oneindige ogen, die de Nacht in ons heeft geopend. Terwijl de duisternis hem vroeger als beangstigend en leeg voorkwam blijkt deze nu juist een zwangere baarmoeder, de donkerte beschermt het ontkiemende zaad tegen het licht, de nacht is ‘de wereldkoningin’, waaruit het Zijn ontspringt, ‘de heerschappij van de nacht is tijdloos en ruimteloos’. Juist de nacht geeft hem zijn levenslust terug, de nacht is de moeder van zijn wedergeboorte. Trägt nicht alles, was uns begeistert die farbe der nacht? Sie trägt dich Mutterlich…Draagt niet alles wat ons begeestert de kleur van de nacht? Zij draagt je als een moeder.

Een andere inspiratiebron voor de Hymnen van Novalis vormde zijn studie mijnbouwkunde en zijn afdalingen als ingenieur in de nachtelijke onderaardse wereld van de zoutmijnen. Niet dat Novalis zich tegen het licht keerde, hij zwaait ook haar lof voor haar scheppende kracht toe, maar de hoogste lof gaat dus uit naar de Nacht. Zijn hymnen waren namelijk vooral ook een reactie op de onttoverende rationalistische geest van de Verlichting. Hoewel hij als natuur-wetenschapper zelf een kind van de Verlichting was keerde hij zich tegen de wetenschap als surrogaatreligie. Hij pleitte tegen een wetenschap die op zichzelf verliefd is en voor een wetenschap die zijn grenzen kent. Poezië, het wonder ipv natuurbeheersing, geloof en liefde ipv weten en hebben, stilte ipv tumult. En natuurlijk bovenal de koestering van het bestaansmysterie en de verbeeldingskracht. ’Wanneer ik het gewone een hogere betekenis geef, het vertrouwde een raadselachtig aanzien, het bekende de waarde van het onbekende en het eindige de schijn van het oneindige verleen, dan romantiseer ik het,’ zo luidt zijn fraaie formulering.
‘Schoon zeg’, zei Jan toen ik hem dit citaat voorlas. Meer dan een eeuw later zal de Russische literaire criticus Viktor Shklovsky in 1917 in een essay schrijven dat de moderne kunst de vertrouwde dingen weer vreemd dient te maken. Hij bedacht daar zelfs een term voor: ostranenie, wat letterlijk vreemd maken betekent. Zo ziet u maar hoezeer romantiek en moderniteit met elkaar verweven zijn.

02 Uwe Tobias, Alistair Overbruck, Gert Tobias      featured                           Gert&Uwe&Alistair

Het is u bij aankomst wellicht niet ontgaan dat een deel van de witte façade van het museum ter gelegenheid van de Gert&Uwe Tobias- expo is zwart geverfd. In dit donkere vlak is echter een ei-vorm uitgepaard, die dus wit is gebleven. Natuurlijk staat het de bezoeker vrij om dit te interpreteren als een representatie van het feit dat de beide kunstenaars een één-eiige tweeling zijn. Zoals het ook een kunsthistoricus vrij staat om dit te beschouwen als een verborgen hommage aan de ovoide  sculpturen van Constantin Brancusi, een van de pioniers van de moderne kunst die net als Gert&Uwe oorspronkelijk afkomstig was uit Roemenë. (Brancusi vertrok rond 1900 uit zijn vaderland om uiteindelijk neer te strijken in Parijs, Gert&Uwe werden in 1973 geboren in een dorp bij Brasow in Transsylvanië en verhuisden in 1985 met hun ouders naar Duitsland.) Zelf geef ik er de voorkeur aan om de zwarte facade met de uitgespaarde ei-vorm te beschouwen als een eerbetoon aan een nog oorspronkelijker schepper: namelijk de mysterieuze nachtelijke baarmoeder van het universum die het leven schiep. Een hymne dus, net als de Hymnen an die Nacht, waarin Novalis, de creatieve kracht van de duisternis bezingt. Daarnaast is de eivorm Gert& Uwe’s vanzelfsprekende instinctieve antwoord op de modernistische doos-vorm van dit museum. Ten slotte wordt hun werk ondermeer gekenmerkt door een voortdurende interactie tussen geometrische en organische vormen, tussen rechte apollinische lijnen en sensuele dionysische curves.

c831x637

Hier binnen, in het museum is de lay out omgekeerd. De witte muren van de museumkubus lijken bezaaid met zwarte gaten die een sterke aantrekkingskracht uitoefenen, net als de zwarte gaten in het heelal. Bij nadere beschouwing zijn deze zwarte gaten echter meubelstukken of huishoudelijke apparaten op de grootformaat houtsnedes: een commode, een hemelbed, een tafel, leunstoelen, een reusachtige bakvorm en kofiemolen en zo voort. Zodoende heeft de tentoonstellingsruimte nu zowel een kosmisch als huiselijk aanzien, niet in het minst mede dankzij twee zwarte gordijnen waarachter twee separées of enclaves zijn gecreëerd. In een van deze, kunt u een door de broers ontworpen tapijt zien, in de andere een serie lithoportretten van fictieve karakters, alsof hier sprake is van een portrettengalerij in een familiehuis. Vanuit de moderne glazen atrium van het museum wordt dit alles gesuperviseerd door een keramische sculptuur van een woeste figuur die nog steeds bezig lijkt om zijn lange nek aan de amorfe klei te ontworstelen. Een groteske personificatie van rauwe aardse energie die dient als een beschermende huisgod. Of hebben we hier soms te maken met een indringer die vanuit de aarde onder het museum door de vloer omhoog is gekropen? Je weet het nooit bij Gert&Uwe, je weet nooit wie wie en wat wat is.

gut2205

Eén ding is zeker: hun oeuvre is veelomvattend: van houtsnedes, lithografie, collages, gouaches, aquarellen, typmachine tekeningen, keramische sculpturen tot tapijten en installaties. Maar het was vooral dankzij hun houtsnedes dat zij de aandacht van de kunstwereld trokken, welke culmineerde in shows in MOMA(2007), in GEM het Haagsche Museum voor Actuele kunst (2011) en de Londense Whitechapel Gallery(2012). Samen vonden zij deze eeuwenoude techniek als het ware opnieuw en op unieke wijze uit. Inplaats van te snijden in een blok, snijden zij jigsaw-puzzelachtige vormen uit populieren platen die vervolgens met verf worden ingerold en gedrukt. Niet dmv een drukpers maar met de hand op papier of op canvas. Dit resulteert in houtsnedes met rasterachtige gronden, van ongekend grote omvang en gekenmerkt door spectaculair kleurgebruik. En het kan bijna niet anders of ook op deze tentoonstelling eisen de houtsnedes weer de hoofdrol op.

10371516_621995081211303_5464794463016309651_n

Gert&Uwe zijn duidelijk eveneens schatplichtig aan de Zwarte Romantiek, die in tegenstelling tot Novalis de angstaanjagende en vernietigende kant van de natuur benadrukte. Zo zijn de zwarte gaten of meubels op de houtsnedes aan het genre van de gothic ontleende stijlvormen die zinspelen op de sinistere sfeer in griezelkastelen. Dit is meer dan een ironische knipoog naar het feit dat alleen het vallen van de naam Transylvanië (waar de broers dus hun vroege jeugd doorbrachten) meteen de beruchte bloeddorstige graaf in onze gedachten roept. Gert&Uwe nemen hun zwart-romantische gothic-erfenis namelijk heel serieus. Ten slotte gaat het gothic-genre dat zijn oorspronkelijke expressie vond in de gothic-roman in essentie over de infiltratie van de huiselijke sfeer. Het is geen toeval dat het genre begon te bloeien in de 19e eeuw toen de wereld meer dan ooit verbonden raakte ten gevolge van de transport en communicatie-revolutie. Zo kwam de graaf wiens naam ik niet durf uit te spreken per stoomboot vanuit Roemenië naar Londen. En het mag geen wonder heten dat in onze tijd van hyperglobalisering met haar open grenzen en World Wide Web die evengoed resulteren in privacyverlies, het gothic- thema van de binnendringing in het huis, nog steeds hoogst actueel is.

gut2207

Gert&Uwe ontlenen echter niet alleen invloeden aan gothic beeldtaal. Integendeel hun multigenre en multimediale werk is een duizelingwekkende smeltkroes van uiteenlopende invloeden van Oost-Europese folklore figuren en borduurpatronen tot hoekig constructivisme, van Jeroen Bosch, Goya, Ensor tot motieven uit de popcultuur(bijv Magical Mystery Tour van de Beatles), noem maar op. Op zeer democratische wijze zijn al deze elementen, zowel diegene die ontleend zijn aan de decoratieve ambachten als die uit de kunstgeschiedenis, naadloos geïntegreerd om allen plaats te nemen op het hoofdpodium.

gut2248

Gert&Uwe goochelen met veel gekleurde ballen, hun houtsnedes zijn zo rijk gekleurd als gemengde fruitschalen en bioluminiscent zeeleven. Bovendien, sinds zij die afdrukken op canvas dat de verf opzuigt, hebben de houtsnedes een diepe sensuele gloed verkregen en een meer schilderachtig aanzien. Een fascinerende parade van gefragmenteerde commedia dell’-arte marionetten, carnivaleske karakters, bizarre hybride wezens, objecten, abstracte patronen heeft bezit genomen van wat, zoals gezegd, ten gevolge van de aanwezigheid van de donkere meubels, beschouwd kan worden als een huiselijke ruimte, hoewel de perspectivische illusie ontbreekt.

large

Neem bijv GUT 2207 ( de werken van de broers dragen geen titels maar alleen hun initialen en een nummer): de rugleuning van de sofa is versierd met een keten van biomorfische ornamenten die echter eveneens lijken te beschikken over het vermogen om te prikken en pijn te doen. Onder de sofa ligt een donker purperen hand, die ondanks haar manieristische elegantie ook een vage gelijkenis vertoont met een tarantula. Rechts schijnt een bizarre humanoide, oftewel mensachtige, onraad te ruiken, maar lijkt vanwege zijn onmogelijke anatomie niet in staat om te vluchten. Links speelt een halve maan- vorm, die mede dankzij haar oranje kleur doet denken aan een sappige cantaloupe meloen, ook een rol. Maar misschien moeten we eerder luisteren naar de gelukkige tweeling vogeltjes die waarschijnlijk zingen: I know, it ’s only decoration but I like it… Hoewel de houtsnede-scènes wemelen van gefluisterde suggesties en aanwijzingen ondermijnen Gert&Uwe tegelijk elke tendens naar een sluitend verhaal. We kunnen slechts speculeren, want alles spreekt elkaar tegen en dus schiet elke verklaring uiteindelijk tekort. Zo komen we in verschillende werken het motief tegen van een menselijk hand zonder lichaam. Maar is het de manipulerende hand die aan de touwtjes trekt? Of is hier slechts sprake van een leeg en machteloos gebaar?

gut2249

In GUT 2249 is de hand, die op verwrongen wijze vanachter de rugleuning van een stoel uit een rode mouw bengelt, evengoed die van een slachtoffer. De rugleuning van de andere stoel met zijn vreemde ornamentele uitpuilende ogen en wijd open mondvormen lijkt getuige te zijn geweest van iets verschrikkelijks, maar brengt slechts een geluidloze schreeuw voort. Ging het om het parel collier dat daar hangt ? De hele situatie ruikt naar een complot. Zoals gebruikelijk zijn Gert&Uwes hybride wezens echter verbazingwekkend koppig in hun weigering om een getuigenis af te leggen. Soms verwaardigen zij ons een blik maar enkel om ons hun desinteresse te tonen of het onmiskenbare signaal te geven dat we ons erbuiten moeten houden. Geen commentaar, zo luidt de boodschap. Als sfinxen bewaken zij ’s werelds mysteriën. Something is happening here, but you don’t know what it is, do you mr Jones? zong Bob Dylan. Die frase is zeer van toepassing op Gert&Uwes werk. Uiteindelijk zijn er geen hoofdrolspelers, alleen marionetten. Niemand heeft de regie en het plot blijft ongrijpbaar.

gut2253

Ondertussen hangen die massieve en scherp gepunte tandwielen als het zwaard van Damocles boven de hoofden van de karakters in GUT 2253. Dekking zoeken onder een stevige tafel zoals een van hen lijkt te doen biedt echter geen bescherming. De rups die elke ballerina in de schaduw stelt door een ongelooflijke en pointe uit te voeren op het uiterste puntje van de tafel lijkt dat te beseffen. Bovendien kan hij altijd ontsnappen door zich te transformeren in een vlinder.

gut2251

Op GUT 2251, trekt tegen de onheilspellende achtergrond van een grafsteenachtige vorm een lichtgevende UFF oftewel een unidentified floating fish voorbij, gevolgd door een ander wonderbaarlijk zeewezen. Hoewel…misschien is het geen vis, maar een kleine hightech onderzeer die de zeebodem dregt. Haar vorm heeft ook veel weg van een zogeheten Towed Pinger Locator, dat onderwater-vehikel dat de amerikanen vanaf een scheepskabel neerlaten om in zee de sonar te detecteren van de cockpitrecorder van de verdwenen Maleisische vlucht MH370. Hoe het ook zij: aan haar onderbuik bengelt een menselijke voet. Gert&Uwe’s Belgische gastheren zullen deze exquise verwijzing naar hun landgenoot zeker waarderen: Rene Magritte die ooit zei dat een stuk fruit of een boomblad op een tafel vol mysterie is, maar dat hij die al zwevend in de lucht schilderde om dat mysterie op te roepen.

gut2256

Steeds weer stellen Gert& Uwe ons in staat om te baden in fantastische zintuiglijke genietingen. Maar zij herinneren ons ook aan een fundamentele ervaring die we waarschijnlijk allemaal hadden toen we nog een klein kind waren, terwijl we ons behaaglijk en veilig voelden onder de dekens van ons bedje en naar de kleurrijk gedecoreerde gordijnen keken die onze fantasie prikkelde. Tot plotseling een abstracte vorm of een grappige figuur niet langer vertrouwd en vriendelijk scheen maar vijandig en angstaanjagend. Dus schreeuwden we het uit tot onze ouders kwamen om ons te kalmeren en te zeggen dat er niets was om bang voor te zijn. De leugenaars. Ten slotte heeft de wereld altijd een Janus-gezicht, ze is altijd dubbelhartig. Het leven is zowel prachtig als beangstigend, om niet te zeggen verschrikkelijk. Elk moment kan er van alles gebeuren. Kijk maar naar het dagelijkse nieuws. Daar kan de globalisering ondanks haar beloften niets aan veranderen: zij brengt grote voordelen maar ook grote spanningen met zich mee. Niet iedereen kan overweg met het feit dat alles elkaar penetreert. Het is begrijpelijk dat mensen zich vastklampen aan wat zij als veilige huiselijke havens beschouwen, aan het soort eilanden van folkloristische patronen die we ook aantreffen in Gert&Uwes werk. Al laat dat ook zien dat zulke toevluchtsoorden belegerd blijven.

gut2203

Je kunt je huis wel fortificeren en uitrusten met de meest geavanceerde surveillance-systemen maar er komt altijd een onuitgenodigd wezen naar binnen kruipen. Misschien is zijn hoofd een kruising tussen een MickeyMouse-oor en een krokodillebek, met een torso die veel weg heeft van een aubergine. Je moet altijd het onverwachte verwachten. Bovendien is het niet uitgesloten dat je op een morgen wakker word en ontdekt dat je bent veranderd in een monsterachtig ongedierte, zoals Gregor Samsa in Franz Kafka’s novelle Die Verwandlung. Het spreekt vanzelf dat wanneer je de samenzwerende broers of hun cowerker Alistair Overbruck om een nadere verklaring vraagt zij zich beroepen op hun zwijgrecht.

R. O ( Het tekstgedeelte over Gert&Uwe schreef ik oorspronkelijk in het Engels voor Elephant Magazine:

elephant19-p-201117_overview

Gert&Uwe Tobias in Museum Dhondt-Dhaenens is nog te zien t/m 15 juni

Eerder schreef ik de catalogustekst voor de Gert& Uwe Tobias-expo in 2011 in het GEM in Den Haag,

 

featured 02 Uwe Tobias, Alistair Overbruck, Gert Tobias

SOMETHING IS HAPPENING BUT YOU DON”T KNOW WHAT IT IS

Part of the white façade of Museum Dhondt-Dhaenens in the Belgian village of Deurle has been painted black for the occasion of the latest Gert&Uwe Tobias show. An egg-shaped form has been spared in this dark stretch. Of course the visitor is free to interpret this as a representation of the artist twins’ origins from a single egg. Just as the art historian is allowed to regard it as a hidden homage to the ovoid sculptures of Constantin Brancusi, one of the pioneers of modern art, who just like Gert & Uwe(1973) was originally from Rumania. Actually it’s rather a tribute to a more primordial creator: the mysterious nightly womb of the universe that bore life. A hymn, just like the famous Hymns to the Night(1800), the series of poems by the early Romantic German poet Novalis, in which he celebrated the creative force of darkness. Besides, it is self-evident that the egg is Gert&Uwes instinctive response to the modernist box- shaped building of the Belgian museum. After all their collaborations feature a continuous interplay between geometrical and organic forms, between straight Apollonian lines and sensuous Dionysian curves.

c831x637

Inside, the lay out is reversed. The white walls of the museum cube seem riddled by black holes that wield a strong pull, like the gravitational attraction of those in space. On closer inspection these are pieces of furniture and household utensils on the large format woodcuts that Gert& Uwe are showing: a commode, a four-poster bed, a table, armchairs, a giant baking tin and coffee mill, etc. As a consequence the exhibition space has a cosmic as well as domestic appearance, not least as a result of the two black curtains behind which two séparés or enclaves are created. In one of them a carpet designed by the brothers is to be seen, in the other a series of litho-portraits of fictitious characters. From the modern glass atrium of the museum this is all supervised by a ceramic sculpture of a savage figure with indistinct features that still wrests its long neck from the amorphous clay, a grotesque personification of raw terrestrial energy that serves as a protecting household god. Or maybe it is an intruder who crawled its way through the museum floor from the earth below, with only one ambition: to undermine and take revenge. You never know with the twin brothers who is who and what is what.

gut2205

One thing is for sure, their work stretches over a wide range of media — from woodcuts, lithography, collages, gouaches, watercolours, typewriter drawing, ceramic sculpture, to tapestry and installations. But it was particularly due to their woodcuts that they caught the attention of the artworld which culminated in shows at MOMA(2007), The Gem (the Hague Museum of Contemporary Art 2011) and the London Whitechapel Gallery(2012). Together they reinvented this age-old technique in a unique way. Instead of carving into a block, they cut ’jigsaw’ shapes out of plywood, which are rolled with paint and finally printed. Not by a printing press, but by hand on sheets of paper or on canvas. This resulted in woodcuts with gridded grounds and of unprecendented proportion and colouring. In Deurle these works once again claim the leading part of the exhibition.

10371516_621995081211303_5464794463016309651_n

Clearly Gert und Uwe are also indebted to Dark Romanticism which, unlike the aforementioned Novalis, stressed the eerie and destructive side of nature. The black holes or furnishings on the woodcuts are gothic tropes alluding to the unc anny atmosphere of gothic castles. This is more than an ironic wink at the fact that the sheer mentioning of Transsylvania– where the brothers spent their early youth until they migrated in 1985 with their parents to Germany– brings to mind the notorious Count. Actually Gert&Uwe take their ‘gothic heritage’ very seriously. After all, the gothic genre which found its primary expression in the novel, is essentially concerned with the intrusion into the domestic sphere. It is no coincidence that the genre started to flourish in the nineteenth century when the world became more connected than ever as a result of the revolution in transport and communication– the Count whose name we dare not speak came from Rumania to London on a steamboat.. No wonder that in our own age of hyperglobalisation, with its open borders and World Wide Web that is constantly eroding privacy, the gothic theme of the intrusion into the home is still very topical.

gut2207

Nevertheless Gert&Uwe are not only borrowing from gothic imagery. On the contrary, their multigenre multimedia work is a dazzling meltingpot of disparate influences from eastern European folklore figures and embroidery patterns, to hard edged constructivism, from Bosch, Goya and Ensor through to Bauhaus to pop culture (the Beatles’ Magical Mystery Tour). In truly democratic fashion all of these elements, those derived from decorative crafts as well as those from art history are seamlessly integrated and conjointly take centre-stage.

gut2248

Gert&Uwe juggle with a lot of coloured balls, so to speak. Their woodcuts are as richly coloured as mixed heaps of fruit and bioluminescent sealife. And after they started to print them on canvas (which sucks in the paint) they acquired a deep sensual glow and a more painterly look. A fascinating bunch of fractured Commedia dell’Arte marionettes, carnivalesque characters, weird hybrid creatures, objects and abstract patterns has taken possession of what, as already stated, on account of the presence of the mostly dark furniture can be considered a domestic space, despite lacking the illusion of perspective.

large

Take for instance GUT 2207 (the works bear no titles except for the brothers initials and a number): the back of the sofa is adorned by a string of festive biomorphic ornaments that seem to have the ability to prick and hurt. Under the sofa lies a dark purple human hand, which in spite of its manneristic elegance also shows vague similarities with a tarantula. On the right a bizarre humanoid seems to smell a rat but is, due to its impossible anatomy, unable to flee. On the left a crescent shape, orange and reminiscent of a slice of cantaloupe melon, plays a role too. But maybe we should listen more to the happy twin birdies, probably singing: ’It’s only decoration but we like it.’ Though the woodcut-scenes swarm with whispered suggestions, hints and possible clues, Gert&Uwe disrupt each tendency towards a narrative. One can only speculate, but everything contradicts itself and therefore every explanation eventually falls short. In several works we come across the recurrent motif of a human hand without a body. But is it the manipulating hand pulling the strings? Or is its gesture empty and powerless?

gut2249

In GUT 2249 the hand which dangles in a twisted manner out of a red sleeve from behind the back of a chair, could just as well be the hand of a victim. The back of the other chair with its strange ornamental bulging eyes and wide open mouth shapes seems to have witnessed something terrible but utters only a soundless cry. Was it all about the pearl necklace? The whole situation reeks of a conspiracy. But Gert&Uwes hybrid creatures are amazingly stubborn in their refusal to testify. Sometimes they vouchsafe us a glance, but only to show us their disinterest or signal that we should mind our own business. No comment, that’s the message. Like sphinxes they guard the mysteries of the world. ’Something is happening here, but you don’t know what it is, do you Mr Jones?’ sang Dylan. Such lines are very applicable to Gert&Uwes work. In the end there are no leading actors, only marionettes. No one is in charge and the plot is beyond our grasp.

gut2253

Meanwhile these massive sharp pointed tooth-wheels hover like the Sword of Damocles over the characters in GUT 2253. Seeking shelter under a sturdy table as one of them seems to do won’t, however, offer any protection. The caterpillar that outshines every ballerina by performing an incredible en pointe on the outermost edge of the table seems to realize this. Besides it can always escape by transforming itself into a butterfly.

gut2251

In GUT 2251, against the ominous backdrop of a black tombstone- like shape, a luminous UFF(unidentified floating fish) passes by, tailed by another amazing sea creature. Or maybe it is not a fish but a high-tech small submarine dragging the sea floor. From its underbelly dangles a human foot. Gert &Uwe’s Belgian hosts will certainly appreciate this exquisite reference to their fellow countryman René Magritte who once said that a fruit or a loaf on a table was full of mystery but that he painted them floating in mid-air to evoke that mystery.

gut2256

Time and again the brothers allow us to bathe in wonderful sensory delights. But they also remind us of a fundamental experience we probably all had when we were still little kids, feeling secure while lying in bed, looking at the colourful decorated curtains that tickled our fantasies. Untill suddenly an abstract shape or a funny figure looked no longer familiair and friendly but hostile and terrifying. So we cried out and our parents came to soothe us and say that there was nothing to worry about. Liars. After all the world is always Janus faced or duplicitous. Life is both wonderful and horrifying. Anything can happen at any time. That’s what the daily news shows us too. Despite its promises to the contrary that’s something that globalisation won’t change: it involves great benefits as well as great anxieties. Not everybody can cope with the fact that everything interpenetrates everything else. It is understandable that people cling to what they consider safe homely havens, to the sort of islands of folkloristic patterns that we discover in Gert &Uwes work. But it also shows that such retreats remain under siege. Beauty is nature’s favourite trap, pure estheticism offers no refuge.

gut2203

You may fortify your house and equip it with the most advanced surveillance systems but there will always be an uninvited creature creeping in. Maybe its head looks like a cross between one of MickyMouse’s ears and a sharp- toothed alligator’s beak, with a torso similar to an eggplant. Always expect the unexpected. Besides, you may wake up one morning to find yourself transformed into a monstrous vermin, like Gregor Samsa in Kafka’s Metamorphosis. Of course if you ask the conspiring brothers or their coworker Alistair Overbruck for an explanation they will claim the right to remain silent.
R.O

 

 

 

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s