Verdwenen in zijn Schilderijen: Diego Velázquez

Velazquez_figurando

Een schilder werkte zo lang aan één enkel schilderij dat hij onderwijl oud en eenzaam werd. Toen het ten slotte toch af kwam nodigde hij de paar vrienden uit die hij nog had. Ze stonden voor het schilderij waarop een weiland was te zien, met daartussen een smalle weg die naar een huis op een heuvel leidde. Als de vrienden zich omdraaien naar de schilder blijkt die niet meer in zijn atelier. Vreemd, niemand heeft hem horen of zien weggaan. Ze kijken weer naar het schilderij: daar loopt hij! Over het weggetje heuvelop! Hij opent de deur van het huis, keert zich om, glimlacht, zwaait en verdwijnt achter de geverfde deur. Dit oude Chinese verhaal over de verdwijning van een schilder in zijn schilderij, de definitieve thuiskomst in zijn werk, lijkt ook zeer van toepassing op Diego Velázquez (1599-1660), wiens zelfportret we hierboven zien op een detail van zijn befaamde schilderij Las Meninas(zie verderop). We weten immers weinig van hem, hij liet dagboeken noch brieven na.

500px-Diego_Velázquez_028b      csm_N-2057_331cfde67e

Het Kunsthistorisches Museum in Wenen presenteert t/m 15 februari een grote Velázquez-expo, die vanaf 25 maart t/m 13 juli ook te zien is in het Grand Palais in Parijs, met tal van meesterwerken uit de eigen collectie en bruiklenen uit het buitenland.  Zoals The Rokeby Venus (1647-51)uit de Londense National Gallery. Waarop Velázquez, evenals in Las Meninas een spiegelspel speelt met de toeschouwer.

Net als Frans Hals en Rembrandt was Velázquez een virtuoos in de ‘ruwe’ schilderkunst.  In plaats van elk detail te schilderen hanteerden zij een schetsmatig suggestieve schilderstijl die hun personages een uitzonderlijke levendigheid verleende en bovendien veel aan de verbeelding van de beschouwer overliet. Alledrie  ontpopten zich als grootmeesters van een even paradoxale als fenomenale truc: terwijl ze op anti-illusionistische wijze het medium verf benadrukten wekten zij juist de illusie van ademende levensechtheid. Neem bijvoorbeeld de vlinders in het haar van de Infante Maria Teresa. Hoe dat geschilderd is! Tintelend, vluchtig trillend, als echte vlinders die elk moment kunnen wegvliegen.  Haar hele gezicht wordt erdoor in beweging gebracht.

Infanta-Maria-Teresa

Eind 2006 schreef ik over een grote Velázquez-expositie in de Londense National Gallery voor het Financieel Dagblad (zie onder)

WEERGALOOS ALLESKUNNER

Als de ouders van Diego Velázquez (1599-1660) van adel waren geweest dan hadden zij hem nooit aangemoedigd om schilder te worden. In Spanje had de schilderkunst, in tegenstelling tot Italie, nog niet die status verworven waardoor zij tot de vrije kunsten werd gerekend. Schilderen gold als handarbeid, waarvoor geen intellectueel-artistieke inventiviteit was vereist, zoals bijvoorbeeld in de poezie. Kortom, het werd als ambacht beschouwd en was dus een edelman onwaardig.

640px-Casa_natal_de_Velazquez  geboortehuis in Sevilla

Nu dacht Francisco Pacheco, de schilder bij wie Velázquez in Sevilla vanaf zijn elfde in de leer kwam, daar anders over. Pacheco zou immers naam maken als schrijver van een boek dat een soort manifest was ter verheffing van de status van de schilderkunst. Hij stelde hierin niet alleen dat koninklijke goedkeuring een teken van adel was maar gaf bovendien een opsomming van schilders die dit hadden verworven: van Apelles aan wie Alexander de Grote zijn bijzit schonk tot en met Titiaan die was geridderd door keizer Karel V. De jonge Velázquez kwam dus in een omgeving terecht waar de schilderkunst als serieuze intellectuele bezigheid gold. Afgezien van de gebruikelijke technische training ontving hij in Pacheco’s academie een humanistische scholing in de kunsttheorie en de klassieken. De invloed die daarvan uitging is te zien in de grote Velázquez-tentoonstelling in de Londense National Gallery, die de carrière van de Spaanse meester in beeld brengt. Naast de negen werken uit de vaste collectie worden ondermeer vele bijzondere bruiklenen getoond, waaronder zeven uit andere Britse collecties, acht uit het Prado en drie uit het Kunsthistorisches Museum Wenen.
De schilderkunst moet gefundeerd zijn op het vakmanschap van het tekenen, vond Pacheco. Maar aangezien de kunst zich van ambacht onderscheidt door originaliteit, drukte hij schilders tevens op het hart een kritische dialoog met de traditie te voeren. Velázquez bracht dit al vroeg in de praktijk door in tegenstelling tot zijn leermeester en latere schoonvader, het alledaagse leven als onderwerp te nemen.

Velásquez, Old Woman Frying Eggs 1618.jpg

Zijn naturalistische taveerne- en keukenscènes behoren tot de eersten in hun soort in Spanje. Zijn vroegrijpheid was uitzonderlijk, de kwaliteiten die zijn latere schilderijen kenmerken zijn hier al volop aanwezig. Zoals zijn fabelachtige vermogen om mensen en objecten naar het leven te schilderen, hen een plastisch volume en daarmee een tastbare aanwezigheid te verlenen. Of de manier waarop hij vluchtige visuele verschijnselen vastlegde. De samensmelting van eieren met hete olie bijvoorbeeld in Oude Vrouw Die Eieren Bakt. Of neem nu De Waterverkoper uit Sevilla (1618-22).

448px-15_El_Aguador_de_Sevilla_(Wellington_Museum,_Apsley_House,_Londres,_1623)

Bij het inschenken van een glas heeft de man gemorst, zodat water langs de kant van de kruik is gesijpeld. De waterdruppels en de veranderingen in kleur en textuur van het terracotta zijn verbluffend virtuoos weergegeven.
En toch verloor de schilder zich niet in een oppervlakkig vertoon van zijn kunnen. Toch overheerst een sfeer van ingehouden eenvoud, mede door de sacramentele ernst waarmee het glas wordt aangereikt. Of het nu ging om straatverkopers, dwergen, slaven of honden, Velázquez verleende hen een universele waardigheid, ongeacht hun beroep of klasse. Juist door die combinatie van een koele blik en een empatisch hart verschilt zijn naturalisme ondermeer van dat van Caravaggio. Terwijl Caravaggio het kwaad in de mens blootlegt en een wereld van bedrog en geweld toont waarin geen sprake is van troost en verlossing haalt Velázquez als een echte humanist ook het nobele in de mens naar voren. Zelfs zijn straatschoffies lijken in wezen goed. Hoewel hij geen dagboeken of brieven naliet en we dus weinig van hem afweten weerspiegelde zich in deze veredeling van zijn personages waarschijnlijk ook zijn eigen verlangen naar adeldom.

521px-Las_Meninas_(1656),_by_Velazquez          640px-Infanta_Margarita (detail)
Uiteindelijk weerstaat zelfs een alledaagse straatscène van Velázquez elke interpretatie. Net als in zijn beroemdste meesterwerken zoals Las Meninas (1656), dat raadselachtige inkijkje in het Spaanse hofleven, creëerde hij een intrigerende ambiguiteit die de toeschouwer het schilderij in trekt. Als geen ander speelde hij met verwachtingen en keerde hij traditionele codes om. Het alledaagse wordt sacraal terwijl het heilige juist een alledaags gezicht krijgt.

The Immaculate Conception

Dit laatste zien we in De Onbevlekte Ontvangenis, waar Maria de ontwapenende trekken van een ingetogen Sevilliaans meisje bezit. Velázquez bracht zodoende de religie dichtbij het dagelijkse leven en verwezenlijkte daarmee het streven van de Contrareformatie. Toch zou hij relatief weinig religieuze werken schilderen omdat hij vooral in opdracht van de wereldlijke macht werkte.
In 1621 werd de zestienjarige kroonprins gekroond tot Filips IV, koning van Spanje. Achter de schermen ging graaf-hertog Olivares, een voormalig inwoner van Sevilla, de dienst uitmaken. Dankzij hem kreeg Velázquez de gelegenheid een portret van de koning te schilderen. Die was blijkbaar zo tevreden met het resultaat dat Velázquez niet alleen tot hofschilder werd benoemd maar zelfs het exclusieve recht verkreeg om de koning te portretteren. Naast een uitstekend inkomen en status genoot hij hierdoor de mogelijkheid om de vele meesterwerken in de koninklijke collectie, waaronder een superbe selectie van Titiaan, te bestuderen. Bovendien kreeg hij ook allerlei taken in de hofhouding te vervullen, zoals die van kamerheer, ceremoniemeester en curator. Blijkbaar stelde de koning er prijs op om een dergelijk ontwikkeld man in zijn buurt te hebben.
Hoewel de Spaanse heerschappij tanende was, ondermeer door een opstand in de Nederlanden, heerste Filips nog steeds over een rijk dat zo uitgestrekt was dat de zon er nooit onderging. Dat hij nog steeds de machtigste man ter wereld was moest natuurlijk tot uitdrukking komen in een uiterst gecultiveerd hof. Daarom liet Olivares een nieuw buitenpaleis bouwen, het Buen Retiro. Met name de Hal Der Domeinen was een ongekend staaltje visuele politieke propaganda. Door middel van drie generaties ruiterportretten werd een glorieus beeld van de monarchie gepresenteerd. Goed ruiterschap gold immers nog steeds als een metafoor voor goed bestuur.

diego-velazquez-infante-baltasar-carlos-son-of-king-felipe-iv-and-queen-isabella-on-horseback

Op Infante Baltasar Carlos te paard (1635-36)voert de zesjarige kroonprins de levada uit, een hogeschoolmanoeuvre die de controle van het paard met één hand vereist. Met een grote varieteit aan verfstreken, van dik impasto met vibrerende hoogsels tot dun en fijn zette Velázquez een dynamisch beeld van moeiteloos maar resoluut aanstormend koningschap neer. Hoe indrukwekkend zijn vermogen om een bijna tastbare werkelijkheid te scheppen echter ook was, het toekomstbeeld zou een wensdroom blijven. De prins zou voortijdig overlijden.
Hoewel Velázquez met zijn portretten een imago van het koningshuis schiep, permitteerde hij zich daarbij grote vrijheden. Wars van retoriek voerde hij de soberheid tot het uiterste door. De gordijnen en pilaren waarmee Anthonie van Dijck, de aartsvader van de glamourfoto, de Engelse aristocratie omringde liet hij weg. Een koning heeft geen opzichtig vertoon nodig, in de beperking toont zich niet alleen de meester maar ook de ware majesteit, luidde zo ongeveer het motto. Bovendien liet Velázquez door het officiele masker van het decorum op onnavolgbare wijze de persoon schemeren. Zelfs een koning van Spanje is tenslotte een kwetsbare man met wallen en een onderkin. Hoe groter het rijk hoe groter de zorgen, bovendien bleef ook persoonlijk leed hem niet bespaard. Ook zijn lang verwachte andere zoon zou voortijdig overlijden, vermoedelijk als gevolg van inteelt, de koning was immers hertrouwd met zijn nichtje.

Felipe_Prospero_1659       Diego_Velázquez_-_Infante_Felipe_Próspero_(detail)_-_WGA24473

Het aangrijpende portret van de Infante Felipe Próspero (1659) met zijn amulet en belletje ademt een en al kwetsbaarheid en bezorgdheid. Niet alleen de jongen zelf lijkt zijn lot te bespeuren, ook in de ogen van het hondje staat de naderende dood.

Diego_Velázquez_-_Portrait_of_Innocent_X_-_WGA24443
Door de eeuwen heen oefende Velázquez een enorme aantrekkingskracht op andere kunstenaars uit. Francis Bacon bijvoorbeeld beschouwde het portret van Paus Innocentius X (1650) als een van de beste ooit gemaakt en raakte erdoor geobsedeerd. In de negentiende eeuw al noemde Manet Velázquez ‘de schilder van de schilders’ vanwege zijn trouw aan het materiaal. Geinspireerd door de spontane penseel van de late Titiaan haalde hij de toets en de verf zodanig voor het voetlicht dat zij een onafhankelijk leven lijken te leiden.

338px-Felipe_IV_de_castaño_y_plata,_by_Diego_Velázquez

Van dichtbij zien we een jubelend feest van krabbels, streken en klodders maar van veraf zien we koning Filips IV in bruin en zilver. Met een tot dan toe ongekend inzicht in de wijze waarop verffragmenten van een afstand door het oog worden samengebonden betoonde Velázquez zich de aartsvader van het impressionisme. Eigenlijk kon Velázquez alles. Niet alleen was hij in staat een volmaakte illusie te creëeren, tegelijk deconstrueerde hij deze weer door te zeggen: kijk het is gewoon verf. In plaats van de hand van de kunstenaar te verhullen emancipeerde hij dus het creatieve handwerk. In 1659, minder dan een jaar voor zijn dood, werd hij tot de adelstand verheven en verwierf daarmee niet alleen erkenning voor zichzelf maar ook voor zijn beroep.

R O

 

Advertisements
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .