Ridder in Rusland: Jan Fabre in de Hermitage

Tekenaar, operamaker, theaterregisseur, schrijver, performancekunstenaar, choreograaf, scenograaf, schilder, beeldhouwer, installatiemaker en filmproducent. Met zijn grensverleggende activiteiten en gebruik van onconventionele materialen verwierf Jan Fabre(1958) internationale faam. Je kunt je beter afvragen wat hij niet deed. Waar hij niet exposeerde in plaats van wel. Momenteel dus ook in Sint-Petersburg waar de Ridder van de Wanhoop/Krijger van de Schoonheid zoals hij zichzelf noemt gewoonlijk de gemoederen flink weet te beroeren. Voor Tableau Magazine reisde ik naar Rusland.

yyyyyyyy_yyyyy_2_yyyyyyyy_result_1

JAN FABRE: WARRIOR OF BEAUTY

Wie huis en haard verlaat wordt zich in den vreemde weer bewust van het erfgoed dat hij van thuis heeft meegekregen. Toen Jan Fabre werd uitgenodigd om in Sint-Petersburg te exposeren en de Hermitage ter oriëntatie bezocht was dat tevens een thuiskomst. Het imposante museum herbergt namelijk een van de grootste collecties 16e en 17e eeuwse Vlaamse kunst ter wereld. Vooral van Rubens, Frans Snijders, Anthonie van Dijck en Jacob Jordaens. Allen afkomstig uit Antwerpen. Net als Fabre zelf die er nog steeds woont. Zijn ouderlijk huis stond niet ver van het Rubenshuis en zijn vader liet hem daar voor het eerst kennismaken met kunst. Al jaren betoont Fabre zich dan ook een dankbaar erfgenaam. Neem bijvoorbeeld zijn tentoonstellingen in 2006 in het Koninklijke Museum voor Schone Kunsten te Antwerpen en in 2008 in het Louvre waar hij een dialoog aanging met de werken van oude meesters.

img_0158                                                                                                   Zijn eerbied verbeeldde hij ondermeer met de sculptuur die ook in de Hermitage is te zien: een levensgrote selfie die zich een bloedneus stoot tegen een kopie van Rogier van der Weydens portret van een (ridder)toernooirechter. Bovendien sjokte Fabre in stalen harnas door de museumzalen. Ridderlijk buigend en knielend voor de oude meesterwerken en hen zelfs kussend op glas en lijst. Zo blijkt uit de film van de reeds in juni uitgevoerde performance Love is the Power Supreme. Zoveel respect van de Ridder van de Wanhoop/Krijger van de Schoonheid-zoals hij zichzelf en de expositie noemt -voor de collectie konden Hermitage-directeur Mikhail Piotrovsky en curator Dmitry Ozerkov niet onbeloond laten.

img_6741                                                                                Piotrovsky,  Fabre-assistente Barbara de Coninck, Fabre en Ozerkov

‘Die oude Vlaamse meesterwerken zijn zeer intimiderend natuurlijk. Ik heb al vaker gezegd: ik ben een dwerg in een land van reuzen. Maar de directeur en de curator zijn noble minds met guts’, zegt Fabre de dag na de opening in de lobby van zijn hotel in Sint Petersburg. ‘Ik mocht zelfs Van Dijcks en Rubens verhangen. Dat zou in het Louvre nooit niet gemogen zijn. Daar waren ze veel conservatiever: Nous sommes les francais ici. Wij kennen alles van de Vlaamse schilderkunst’. Wat niet waar is. Ze waren hier veel opener dan in Parijs.’

img_6506

Van zijn communistische vader mocht de kleine Jan niet naar de kerk. Maar zijn katholieke moeder vertelde altijd verhalen uit de bijbel. Bovendien is België een zeer katholiek land. Zijn kunstdevotie wortelt dan ook in de christelijke devotie. Met name die van Franciscus van Assissi, wiens Imitatio Christi (Christusnavolging)) niet alleen spiritueel maar ook lichamelijk van aard was. Franciscus zou immers de stigmata, de wonden van Christus, hebben ontvangen. Langs Fabre’s Hermitage-parcours treffen we de tekeningen aan die hij in 1978, 82 en 99 met zijn eigen bloed maakte. Zelfportretten als kunstmartelaar: opgehangen aan een boom met uit rug en borst spuitend bloed of als gestrafte middeleeuwse chirurgijn met zwaard en pijlen doorstoken. Diepere boodschap: zoals het bloedoffer van Christus verzoening voor zonden inhield zo leidt Fabre’s bloedoffer tot kunst.

img_6513   img_6517

Bloed is de basis van leven en kunst. En dat geldt ook voor de dood. Zie de zwierig geschilderde keuken- en jachtstukken van Frans Snijders(1579-1657). Met tafels vol pronkerig uitgestalde dode dieren: wild, gevogelte en vissen. Hoog tussen deze grootformaat schilderijen heeft Fabre een vijftiental menselijke schedels opgehangen met geprepareerde prooien tussen de tanden: waterhoen, patrijs, mol, konijn. Al wordt deze jachtbuit afgewisseld met kwasten van verschillende soorten dierenhaar. Hoewel de schedels door hun beperkte omvang niet direct opvallen werken ze eenmaal opgemerkt als luidsprekers: memento mori. Niet in het minst doordat ze zijn samengesteld uit groenblauw glinsterende dekschildjes van juweelkevers. Een van de originele materialen waarop Fabre al jaren patent heeft en eerder een plafond in het koninklijk paleis te Brussel bekleedde.

img_6380

De levendig iriserende keverschildjes komen nog meer tot hun recht in Vanitas vanitatum, omnia vanitas (ijdelheid der ijdelheden, alles is ijdelheid). Een serie grote mozaïeken(2016) die ondermeer schilderijen van Jacob Jordaens en de Haarlemmer Goltzius flankeren.

jf_2266_result     jf_2253_result     Briljant improviserend met motieven als geraamtes, honden en uurwerken wekt Fabre de eeuwenoude dodendans-traditie tot leven. Samen met zwiepende staartklokken en een hondenskelet danst een geraamte extatisch rond. Op andere mozaïeken is de dood eveneens springlevend. Voorbij snellend als olympisch hardloopkampioen of lustig tamboererend op de trommel die de plaats van zijn schedel heeft ingenomen. Al lijkt zijn trouwe gezelschapsdier slechts geïnteresseerd in een kluif. Elders pissen twee honden zelfs in de vrijwel tandeloze mond van een schedel. Bij de 17e schilderijen waarop honden als symbool van trouw figureren plaatst Fabre dus een kanttekening. Stamt de term cynisme niet af van het oudgriekse woord voor hond? Middenin de zaal staan bovendien twee met keverschildjes bedekte hondenskeletten opgesteld, beide met een opgezette ara in hun bek.

Visitors look at the Belgian artist Jan Fabre's artwork "Fidelity and the repetition of death" during the exhibition "Knight of Despair Warrior of Beauty" displayed at the Hermitage State museum in Saint Petersburg, on October 21, 2016. More than 200 artworks of the Flemish artist are displayed until April 2017. / AFP PHOTO / OLGA MALTSEVA / RESTRICTED TO EDITORIAL USE - MANDATORY MENTION OF THE ARTIST UPON PUBLICATION - TO ILLUSTRATE THE EVENT AS SPECIFIED IN THE CAPTION

Fabre: ‘Al mijn werk speelt zich af in het post mortem stadium of life. Ik ben twee keer in coma geweest en daardoor is mijn werk heel sterk gekleurd geworden. Mijn werk is feitelijk een constante celebratie van de dood uit respect voor het leven.’

fabre-prenten-1_result            fabre-prenten-14_result

In tegenstelling tot de hond werd de kat in de christelijke kunst als immoreel afgeschilderd. Als duivelse handlanger bovendien van de vrouw. Van Eva, die als hoofdschuldige van de zondeval werd aangewezen. In zijn kattentekeningen speelt Fabre met de eeuwenoude beeldvorming omtrent het geheime pact tussen vrouw en kat. Al lijkt van kattekwaad geen sprake. We zien een meisje en een kat een dansje maken, een meisje een bedlegerige kat verplegen, een meisje en kat samen keurig aan tafel van een hapje en wijntje genieten en een meisje het rechtopstaande dier zelfs het alfabet leren. Beschaafder kan het bijna niet… Maar juist daardoor bekruipt je het gevoel dat hier slechts een toneelstukje wordt opgevoerd en dat er onder de etiquette van alles broeit.

img_0451         img_0452

En inderdaad: in de Anthonie Van Dijck-zaal heeft een regelrechte volksopstand tegen de gevestigde orde plaatsgevonden. L’histoire se repète: de Engelse koning Charles I- ten voeten uit geschilderd maar in 1649 afgezet en onthoofd-, en leden van de adel en rijke bourgeoisie, moeten hier plotseling het gezelschap van gewone mensen dulden. Erger nog: van gewone vrouwen die zelfs uit wit Carrara marmer zijn gehouwen. En daarbij nog een carnavalesk punthoedje dragen ook! Mijn koninginnen (2016), zo heet de serie massieve bas-reliëfs met profielportretten van Fabres actrices en medewerksters die al jarenlang zijn kunst- en theatercompagnies Angelos en Troubleyn runnen. Tijdens de opening bleken de vrouwen zeer geroerd, Fabre had zijn werk aan hun portretten voor hen verborgen gehouden. Boven hen uit torent een vrijstaand beeld van prinses Elizabeth, de toekomstige koningin van België.

img_0457

Niet in statig gewaad maar ontspannen lachend in vrije tijdskleding en ook met punthoedje. Fabre’s interventie keert zich immers niet tegen de monarchie als instituut, zoals de Februarirevolutie van 1917.                                                                                                               ‘ Het is een hoofse viering van women power’, zo zegt hij. ‘ Dat mijn land een vrouwlijke koningin krijgt is toch mooi? Vrouwen zijn voor mij altijd de mooiste krijgers van de wereld geweest. Dat vind je ook in mijn theaterteksten terug. Het zijn de vrouwen die de wereld op hun rug dragen. Maar je leeft hier in Rusland in zo’n extreme macho maatschappij, dat besefte ik eerst niet. Daarom zijn deze vrouwen-portretten een pièce de resistance geworden. In het museum had ik tweehonderd mannen voor mij werken en vijf jonge vrouwlijke kunsthistorici. Die meisjes werden constant neergehaald. Die mannen misdroegen zich zo erg dat ik drie dagen voor de opening ben uitgebarsten en heel mijn team heb teruggetrokken. Omdat ik het beu was. Toen zijn ze in dit hotel komen onderhandelen, ik heb gezegd: ik wil die en die niet meer zien.’                        Fabre’s emancipatorisch werk is schatplichtig aan zijn 16e eeuwse Vlaamse voorgangers die scènes uit het dagelijkse leven van het gewone volk schilderden. Inclusief boerenbruiloften en andere festiviteiten. Want gefeest werd er, alsof het leven er vanaf hing. Vooral tijdens de beklemmende Spaanse terreur die Pieter Breughel op onnavolgbare wijze voelbaar maakte.

 fabre-prenten-50_result         fabre-prenten-52_result

Nog steeds is de Belgische kalender uitzonderlijk rijk aan folkloristische feesten, waarvan inmiddels meerdere zijn opgenomen op Unesco’s werelderfgoedlijst. En ook op Fabre’s lijst, getuige de 34 tekeningen van processies en carnavals die hij in de zaal met ondermeer De Kermis van Pieter Breughel de Jongere hing. Bontgekleurde stoeten uit verschillende steden trekken voorbij. Janneke en Mieke, de vriendelijk knikkende reuzen uit Leuven. Leden van het Brusselse kruisbooggilde, clownesk geschminkt, in boerenkiel of met hazenmasker. De steltenlopers van Namur die elkaar al sinds 1411 jaarlijks spectaculair bevechten. De kruisdragende boetelingen uit Veurne in hun bruine boetepij.

  fabre-prenten-45_result 

En natuurlijk de wereldberoemde Gilles de Binche in zwart, geel en rood met hun imposante hoed met struisvogelveren tot wel 90 cm hoog. In plaats van de gebruikelijke sinaasappelkorf heeft Gille een bommetje met brandend lontje in zijn hand. Maakt Fabre zich hier schuldig aan buitenlandse inmenging en terroristische propaganda?                    ‘Om al die carnavalwerkjes heb ik roodfluwelen passepartoutjes gemaakt. Feitelijk zijn het pralinekes met een gevaarlijk bommetje erin. Want ik heb er allemaal subversieve elementen in gestoken die ze hier in Rusland niet aanvaarden. Omdat ze er angst van hebben. Zoals de Voil Jeanetten van Aalst: mannen in versleten vrouwenkleding. Maar doordat ik verwijs naar de Breughels aanvaarden ze dat toch, al blijven die werkskes een Trojaans paard…’.                                                                                                                    Zouden Russische Hermitagebezoekers de hint ter harte nemen? Tijdens Maslenitsa, het traditionele, aan carnaval verwante Russische pannekoekenfeest is van een machtsoverdracht, een omkering van de sociale hiërarchie, normen en geboden, amper sprake. In het huidige Rusland, wordt publieke bespotting van de geestelijke en wereldlijke macht bovendien niet getolereerd.

koekli

Nadat Poetin in 2000 president was geworden maakte hij dadelijk een eind aan Kukly, de satirische poppenshow op tv-zender NTV, die de politieke elite inclusief hijzelf op de hak nam. Waarmee de toon was gezet, sindsdien zijn dissidente stemmen in de media en de kunst grotendeels het zwijgen opgelegd. Wat niets afdoet aan het feit dat Fabre’s in vergulde lijstjes gevatte carnavalstekeningen een subtiel en kleurrijk hoogtepunt vormen op zijn expositie.

kabakov  ilya-and-emilia-kabakov-painting-for-the-installation-the-red-wagon-7
Naast zijn dialoog met de oude meesters in het hoofdgebouw van de Hermitage brengt Fabre een hommage aan Ilya Kabakov(1933) in het Generale Stafgebouw aan de overkant van het Paleisplein. Hier staat namelijk diens befaamde monumentale installatie Rode Wagon (1991). In feite een 9 meter lange wielloze bouwkeet. Aan de buitenkant met sociaal realistische schilderijen versierd en van binnen met een muurschildering van de ideale, harmonieuze sovjetstad. Met in de onbewolkte lucht een luchtshow met tweedekkers, heteluchtbalonnen en zeppelins. Voor de ingang een constructivistisch bouwsel met ladders die nergens naar leiden, in ieder geval niet de hemel bereiken. Kortom een parodie op de Sovjet-utopie en het gefrustreerde engagement van de Russische constructivisten.

img_0104                                      img_0123

Fabre’s houten Knipschaarhuis(1989) lijkt een bevestiging van de eeuwige kloof tussen droom en werkelijkheid. Het geheel blauw bekraste huisje is in feite een van de vele Bicbalpentekeningen langs Fabre’s Hermitageparcours, die bovendien al jaren tot zijn standaardrepertoire behoren. Al is deze dan driediemensionaal en toegankelijk. Aan weerszijden lokken open deuren je naar binnen, maar daar is alleen een trap die slechts naar het plafond voert. Een kapelletje voor gefnuikte verwachtingen, voor de blues.

img_0105                          img_0100

Even verderop blijkt een verguld evenbeeld van de kunstenaar zich zelfs te hebben opgeknoopt: Gehangene II (1979-2003) Ook voor een golden boy kan het leven ondraaglijk worden, maar misschien raakte hij door zijn verlossing pas werkelijk verguld. Of Fabre zijn evenbeeld nu zelfmoord laat plegen of vermoord, het is het begin van een wederopstanding. De mens Fabre blijft natuurlijk een metamorfisch wezen. Dat zagen we reeds eerder op het parcours, bij een zevental bronzen zelfportretten voorzien van gewei, hoorn of ezelsoren(Hoofdstukken 2010). En ja hoor, daar treffen we hem alweer middenin het leven, eveneens verguld achter een tafel met microscoop. Net als zijn voorvader de 19e eeuwse entomoloog Jean Henri Fabre verdiept in de wonderlijke wereld der insekten: Ik aan het dromen(1978).

img_0151                    img_0148

Uiteindelijk vereenzelvigde Jan zich zo met zijn studieobject dat hij zich zelfs tot juweelkever verpopte. In 1997 voerde hij namelijk een surrealistisch-filosofisch gesprek in keverkostuum met Kabakov in vliegenpak. De Rus gebruikte de vlieg en het vliegen immers als metafoor voor zijn commentaar op de hemelbestormende communistische aspiraties. Vanaf het dak van Kabakovs New Yorkse appartement kozen beide uiteindelijk het luchtruim, zo toont de performancevideo. Blijkbaar hadden Icarus en het Sovjetdebacle hen geleerd om niet te hoog en te dicht bij de zon te vliegen: de beide door Fabre ontworpen kostuums prijken ongeschonden en trots in de Hermitage. Daar kan geen Sojoez-ruimtecapsule aan tippen.

img_6617

Fabre moest ook wel heelhuids op aarde terugkeren want daar was nog asielwerk te doen. Honden mogen dan nog zo trouw zijn, tijdens de vakantie worden ze niet zelden gedumpt. Dus moest Fabre nog enkele monumentale installaties voor afgedankte huisdieren oprichten, zoals Het carnaval van de dode straathonden(2006). Roerloos hangen de geprepareerde en met feesthoedje uitgedoste dieren temidden van een glinsterregen van gekleurde slingers en confetti in de lucht. Alsof ze zo in extatische trance raakten dat ze gingen zweven. Zinspeelt Fabre ook op Laika, het Russische straathondje dat in 1957 als eerste levend wezen de zwaartekracht overwon en rond de aarde cirkelde maar aan oververhitting en stress overleed? Evengoed roepen de zwevende dieren associaties op met mystieke levitaties, die ondermeer aan Franciscus en mystica Hadewijch van Antwerpen werden toegeschreven. Dat hij wel en zij niet werd heiligverklaard kwam ook doordat leviterende vrouwen van hekserij werden verdacht. Tijdens de middeleeuwse heksen-vervolgingen moest hun duivelse bondgenoot de kat er eveneens aan geloven. Ook daaraan refereert Fabre in Het reclameren van de dode straatkatten(2007).

img_6651

Een pendant van de hondeninstallatie met negen opgezette katten tussen melkwitte slingers, inclusief soundscape met over glas krassende nagels en klagende vrouwenzang. Een werk dat wellicht ook de vrouwen van Pussy Riot zal aanspreken, die in 2013 in de Christus-Verlosserkathedraal Maria met een punkkreet vroegen om Rusland van Poetin te verlossen. Waarvoor ze eenentwintig maanden in een strafkamp zaten.                                 Is Maria ook niet de patrones van de stad Antwerpen? Fabre: ‘Ik kom uit een heel sterke moeder voort. Helena Troubleyn, de naam ook van mijn theatercompany. Ben opgevoed door een fantastisch mooi sexy koppel, een heel wijze sexy madam en een heel sexy vader. Door de anarchie van de liefde konden die steeds op een mooie manier duelleren. Daardoor zijn ze altijd verliefd gebleven. Op een gegeven moment waren ze vijftig jaar getrouwd. Mijn moeder komt bij mij bellen met haar koffer: ’Ik kom bij jou wonen m’n zoon. Het gaat niet meer goed met mij en uw vader. Al een week lang raakt ie mij niet meer aan in bed.’ En ik zeg:‘Met de koffer naar huis, ge moogt bij mij niet binnen.’ Vrijdags gebeurd en zondags ging ik regelmatig met mijn vader naar het voetbal. Dus ik zeg:‘Pa! Wat is ‘t jong? Ja Jan, hele week zit ze aan mijn kop. Ik moet dit doen, ik moet dat doen en dan ‘s avonds in bed heb ik geen sex gegeven…’                                         Inmiddels oogstten Fabre’s opgezette dieren een storm van kritiek op Russische sociale media. ‘Dierenmishandeling ‘, ’Dode dieren is geen kunst’, zo werd geschreven. Ook verschenen nepberichten als zou er sprake zijn van gekruisigde katten. Het museum hield de poot stijf: ‘Fabre probeert de doodgevonden dieren een nieuw leven te geven via de kunst om zo de dood te overwinnen’. Die uitleg werd niet door iedereen geaccepteerd. Ook politici , dierenactivisten en orthodoxe geestelijken beklaagden zich: ‘Psychologisch sadisme’, ‘onmenselijke tentoonstelling van een westerse perverseling’, ‘een expositie die spuugt op de ziel van het Russische volk.’ Via de hashtag#shameonhermitage werd opgeroepen tot sluiting en ontslag van de directeur.

00-hermitage-cats-russia-st-petersburg-10-25-10-14

Anderen herinnerden juist aan de vele opgezette dieren in zoölogische musea. De Hermitage zelf bracht zijn legendarische verdedigers in stelling: de hashtag #catsforfabre toonde de Instagramaccount met foto’s van de zeventig springlevende huiskatten die in de kelder de ratten bedwingen. Een briljante zet die massaal werd gedeeld. Curator Dimitry Ozerkov merkte fijntjes op dat de verkoop van honden en kattenbont niet illegaal is in Rusland en Europa: ‘De reactie van het publiek toont aan dat dit een grootse tentoonstelling is die de samenleving raakt waar het pijn doet. Bovendien komt de grote meerderheid van negatieve reacties van mensen die de expo niet bezocht hebben.’ Het Russische ministerie van cultuur gaf intussen een verklaring uit zich niet in het debat te mengen en de onafhankelijkheid van het museum te respecteren.

 
i_11f1  img_6627

Umbraculum, ofwel letterlijk schaduwparasol, zo heet de baldakijn die de paus beschermt. Het is ook de titel van de installatie(2001) die het slotstuk vormt van Fabre’s expositie. Van zijn spel van echo’s, spiegelingen, associaties, verwijzingen en commentaren. Zeven ouderwetse zaagmachines op houten klosjes en een soundscape met raspend zaaggeluid roepen de sfeer van vergane industrie op. Daartussen de contouren van breugheliaanse monniken in pij met hoofdkap die geheel uit gezaagde botten zijn opgetrokken. Ingewanden hebben ze niet. Alleen een uitwendig skelet, zoals het beschermende exoskelet van kreeften en insekten. Boven hen zweven de overbodig geworden rollators, rolstoelen en krukken, bekleed met glinsterende dekschildjes van juweelkevers. Als votiefgeschenken uit dank voor genezing. Dit alles in het halfduister met op de groene wanden dansende schaduwen en tegen de achtergrond van een monumentale wederopstanding van Rubens. Waardoor het geheel de sfeer van een kapel ademt, een kapel voor de definitieve verlossing van de menselijke kwetsbaarheid. Niet alleen de grand finale van deze tentoonstelling, maar ook de ultieme maakbaarheidsdroom. De droom om onkwetsbaar te zijn als een god. Apotheose betekent ook letterlijk ’de verheffing van mens tot god’. Daarmee gaat natuurlijk de menselijkheid verloren, zoals Kabakovs wielloze Rode Wagon impliciet suggereerde. Maar op zich is die droom bovenal menselijk. En wie droomt is niet dood.
Rogier Ormeling Tableau Magazine januari 2017

Jan Fabre Knight of Despair/Warrior of  Beauty

t/m 30 april The State Hermitage Museum

Sint Petersburg Rusland http://www.hermitagemuseum.org

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s