Dictatuur van de Basdreun

 

foto Marcel van den Bergh/Volkskrant

Het festivalseizoen draait op volle toeren. Voor binnenstadsbewoners die hun huis niet kunnen of willen verlaten is er geen ontkomen aan. De opdringerige basdreun is alomtegenwoordig. In Nederfestival & partyland heeft immers iedereen recht op z’n feestje. Elke automobilist mag tot diep in de nacht voor mobiele deejay spelen, elke motorrijder mag zo vaak hij wil zijn uitlaat laten knallen. Niet alleen huisschilders en straatwerkers hebben recht op arbeidsvitaminen, de recreant heeft evengoed recht op barbecuemuziek in een park. Menig omwonende draait de volumeknop van de eigen audioinstallatie of tv hoger teneinde dat niet te horen, dit weer tot ergernis van de buren.

Zo plant de geluidsepidemie zich voort. Horror silentium, angst voor de stilte, lijkt inmiddels onze nationale fobie. Ook in de stiltecoupé is men niet veilig voor ringtones en muzieklekkende koptelefoons. Who cares? Schaamteloosheid is de volstrekte ontkenning van de aanwezigheid van de ander, zo schreef Sartre.

Volgens een rapport uit 2011 van de Onderzoeksraad van de Europese Unie sterven jaarlijks 700 Nederlanders door geluidsstress, dus meer dan in het verkeer. Desondanks laat de overheid zich ten aanzien van geluidsoverlast nog steeds weinig gelegen liggen aan de nationale wapenspreuk je maintiendrai. Handhaving is geen prioriteit, integendeel, de overheid blaast haar luidruchtige partijtje mee.

Wie uiteindelijk toch wat nachtrust geniet kan namelijk al in alle vroegte en ook op zondag gewekt worden door gemeentelijke straatveegmachines. In ruil voor een schone straat krijgt de burger akoestische vervuiling in de vorm van oorverdovend geraas. In Utrecht bijvoorbeeld zijn de veegmachines zeven dagen per week actief van half zes ’s morgens tot half elf ’s avonds.
Deze niet aflatende strijd tegen het zwerfvuil lijkt inmiddels een vorm van smetvrees en bovendien even vergeefs als de Amerikaanse War on Drugs. Burgers voelen zich genodigd steeds meer afval op straat te gooien: de veegmachine kan toch elk moment langskomen. En zo is de cirkel rond en heeft de gemeentereiniging een rechtvaardiging voor uitbreiding en nieuw materieel.

Ook Utrecht is hard op weg – zie de evenementennota – evenementenstad bij uitstek te worden. Tour de France en Giro deden de Domstad al aan, de Spaanse Vuelta volgt. Inmiddels hebben we ook een Canal Parade: acht uur lang onafgebroken pompende basdreunen, waarvan de wijde omtrek deelgenoot wordt gemaakt. Reden genoeg voor boemboem-automobilisten om de muziek nog harder te zetten. Waarom ook niet, als de halve binnenstad toch van een continu dwingende basdreun is voorzien? Iedereen zijn eigen sonobubbel.

Gesprekken met opeenvolgende wethouders van GroenLinks en de VVD, waarin ondergetekende samen met andere bewoners de geluidsstapeling aan de orde stelden, leverden geen hoorbaar lawaaibeheersingsbeleid op. De wethouders knikten wat en keerden terug naar hun huis in een stillere buurt waar je een badmintonshuttle of een sproeier kunt horen ruisen, maar de lawaaivervuiling neemt slechts toe.
De openbare ruimte is namelijk verregaand geprivatiseerd en dus beschouwt de
burger die veranderd is in consument deze niet meer als een gedeelde ruimte waarin je rekening houdt met anderen. De publieke ruimte dient nog vooral om gehoord te worden, als zelfbevestigingspodium waar definitief is afgerekend met het calvinisme dat weinig ophad met theatraal spektakel.

Individualisering en het gebrek aan sociale consensus lijken nog slechts gecompenseerd te kunnen worden door de tijdelijke saamhorigheid en sonobubbel van massa-evenementen en festivals. En wat is er leuker om dan groepsgewijs schreeuwend naar huis te lopen met een blikje in de hand en die op willekeurige vensterbanken achter te laten?
Een samenleving die zich kenmerkt door een permanente aanval op de relatieve stilte, waarin steeds vaker een decor van akoestische vervuiling heerst, is op den duur niet leefbaar. Daar wordt steeds minder naar elkaar geluisterd, daar ontaarden debatten steeds sneller in grote woede en dreigementen. Daar heerst nog slechts degene die het hardste schreeuwt en met de simpelste oplossingen komt aanzetten.

Dictaturen kenmerken zich vaak door stilte, individuele expressie in het openbaar wordt niet getolereerd, wie zich daaraan bezondigt loopt grote kans geruisloos te verdwijnen. In onze democratie wordt de voor reflectie noodzakelijke relatieve stilte stelselmatig doodgedreund. Daar heerst steeds vaker de dictatuur van de deejay, de geestdodende bas. Alomtegenwoordigheid en het voortdurend binnendringen van de privésfeer zijn immers totalitaire kenmerken.

Rogier Ormeling  30 juni 2017 in de Volkskrant

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s