Stedelijk kreeg opnieuw een kado dat geen geschenk bleek

Na onthullingen in de NRC dat zij niet in het jaarverslag van het Stedelijk vermeldde dat zij met haar kunstadvies BV Currenmatters, een winst had geboekt van ten minste 437.306 euro, stapte directrice Beatrice Ruf  op. Al eerder was zij in opspraak geraakt nadat zij van een Zwitserse kennis een Mondriaan voor het museum leende die later vals bleek. Ook bleek de schenking die het Stedelijk had ontvangen van de Duitse verzamelaar Thomas Borgmann, een andere kennis van Ruf, geen zuivere schenking. Het museum bleek er in het geheim toch 1,5 miljoen euro voor te hebben neergeteld. Bovendien was er geen sprake van 600 kunstwerken maar zelfs minder dan 200. Het was niet de eerste keer dat het Stedelijk tamtam maakte met een kado dat bij nader onderzoek geen geschenk bleek. Dit was ook al het geval in 2007 onder directeur Gijs van Tuyl, zo stelde ik in mijn toenmalige stuk in het Financieel Dagblad.

KADO DAT GEEN GESCHENK IS

Hedendaagse kunst is salonfähig en particuliere verzamelaars zijn musea meestal te snel af. Op de Biënnale van Venetië bijvoorbeeld waren veel werken in een oogwenk verkocht aan miljardairs die al of niet met luxejacht kwamen shoppen. Voor veel musea zijn de prijzen onbetaalbaar en voor het Stedelijk Museum, dat het moet doen met een aankoopbudget van 800.000 euro, valt er dan ook weinig te kopen. Daarom prijst het museum zich gelukkig met de samenwerking met The Broere Charitable Foundation. Deze in Genève gevestigde moderne kunst ondersteunende stichting stelde in 2000 een belangrijke Europese hedendaagse kunstprijs in, de tweejaarlijkse Vincent Award. Tot en met 2004 werd die georganiseerd door het Maastrichtse Bonnefantenmuseum maar daarna verruilde de Broere Foundation de provincie voor de internationale allure van het Amsterdamse Stedelijk. Het juryvoorzitterschap wordt nu dus bekleed door de directeur van het Stedelijk terwijl deze tevens in belangrijke mate bepaalt wat er van de prijswinnaars door de Foundation wordt aangekocht. Die werken vormen het fundament van de Monique Zajfren collectie, die vernoemd is naar de te vroeg overleden Antwerpse galeriehoudster. De Zajfren collectie, die bovendien wordt uitgebreid met andere hedendaagse kunstaankopen is tot 2010 in bruikleen gegeven aan het Stedelijk, met een mogelijke verlenging tot 2020. Met ingang van dit jaar stelt het museum jaarlijks een tentoonstelling van de aankopen samen.


Een gebochelde kale man lijkt de tentoonstellingsbezoeker met een lichte buiging, een knik van zijn ingevallen knokige kop en een geopende mond welkom te heten. Hij maakt deel uit van een drietal vrijwel identieke levensgrote figuren, opgetrokken uit een bovenlichaam van was en dunne metalen benen die veel weg hebben van vogelpoten. Gekleed in gele en paarse polyester dekens die associaties met oosters-religieuze kledij oproepen, met hun rug tegen elkaar, als dieren die in hun midden een jong beschermen, staan ze in een magische kring. Three Capacity Men (2005), wat zoiets betekent als drie mannen met mogelijkheden, luidt de subtiel ironische titel van Thomas Schüttes sculptuur. Hoe ontegenzeggelijk deze sjamanistische hybriden ook aanwezig zijn, tegelijk vertoeft hun geest aan gene zijde. Het zijn intrigerende personificaties van het mysterie van het leven en de dood, van de eeuwige transformatie van de natuur.

Alle identiteit is vluchtig en slechts een momentopname. Identiteiten zijn vooral constructies zoals blijkt uit The Believer (2006), een schilderij van Marlene Dumas dat tegenover de sjamanen hangt. Om houvast te vinden probeert men de ander in een stereotiepe identiteit op te sluiten: zo zien terroristen eruit. Dumas heeft de gelovige echter vloeibaar dun geschilderd alsof ze zegt: het gezicht van de ander is te beweeglijk en ontsnapt daardoor aan alle maskers.
Van Wilhelm Sasnal hangen vier schilderijen in de eerste zaal waaronder Untitled(Brasil) 2006). Tegen de achtergrond van een roomwitte muur leunt een man in smetteloos roomwit pak en zwartwitte schoenen tegen een zwarte schoorsteenmantel. Hij lijkt te poseren maar eigenlijk is dit zinloos want zijn karikaturaal geabstraheerde hoofd kan nauwelijks doorgaan voor een gezicht. Het schilderij is een spel tussen abstractie en figuratie en tegelijk een portret van een naamloze Braziliaanse dictator. Een portret van gezichtloze macht die geen verantwoording hoeft af te leggen.

 

    

Het werk van de Duitse schilder Neo Rauch (1960) wordt gekenmerkt door een uitnodigende tekendichtheid die zich echter nooit volledig laat decoderen. Op indrukwekkende wijze zegt Rauch van alles over onze chaotische geglobaliseerde tijd waarin alle identiteiten tegen elkaar opkakelen en elkaar betwijfelen. In het monumentale Bon Si(2006) zien we ondermeer hoe een vlieg zich tot een hedendaagse engel ontpopt die echter ondanks zijn grote vleugels niet vliegt en zelfs tijdens het lopen ondersteund moet worden. Op de achtergrond hangt een gekruisigde met een dikke pens die door een man in trainingsbroek wordt afgerost. Even verderop zit een onverschillige figuur met een bierblikje op een muurtje naast een man die aan zijn gulp sjort. Van transcendentie is hier geen sprake meer, het grote religieuze verhaal is ondergedompeld in het alledaagse.
Je zou wensen dat dergelijke werken permanent in het Stedelijk te bezichtigen waren. Had men de tentoonstelling niet beter The Loan inplaats van The Present kunnen noemen? Museum en Broere Foundation betitelen hun samenwerking als een nieuwe vorm van mecenaat. Maar hoezo mecenaat? Er is toch slechts sprake van bruikleen in plaats van een onbaatzuchtige gift? Natuurlijk is de handelwijze van de Foundation briljant: met behulp van de expertise van de directeur van het Stedelijk bouwen we een mooie collectie op en die stallen we tien tot twintig jaar in het museum dat voor depotruimte en onderhoud zorgt. Zowel de Vincent Award als de Zajfen-collectie kunnen zo bovendien de statuur van het Stedelijk op zich laten afstralen. Maar is het wel zo slim van het Stedelijk? De kans dat de Broere Foundation de samenwerking opzegt, zoals eerder met het Bonnenfantenmuseum, blijft aanwezig. Natuurlijk is het prachtig om privécollecties te tonen maar had het Stedelijk haar tijd en energie niet beter kunnen besteden aan fondsverwerving ten bate van de uitbreiding van de eigen openbare collectie?

Rogier Ormeling

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s