Geen Broederschap maar Vriendschap

 

 

  Kain en Abel door Gustave Doré

GEEN BROEDERSCHAP MAAR VRIENDSCHAP

Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap, zo luidde de leus van de Franse Revolutie. Aan het laatstgenoemde, even aardse als zweverige Verlichtings-ideaal wijdde Bas Heijne zijn JanTerlouw-lezing. Die verscheen in boekvorm en beknopt in de NRC (21/12) onder de titel: Broederschap is een reusachtige opgave. In een reactie betoogde Jan Vogelij dat het broederschapsideaal aan het christendom ontspringt en een blauwdruk vormt voor een gemeenschappelijk Europees verhaal(NRC 7-1).

Probleem blijft echter wel, zoals de geschiedenis laat zien, dat broederschap niet alleen tot inclusiviteit maar evengoed tot uitsluiting kan leidden. De christelijke broederschap werd immers ook te vuur en te zwaard afgedwongen en over landsgrenzen heen verbreid. Willst du nicht mein Bruder sein so schlag ich dir den Schädel ein. Dat was eigenlijk ook het motto van Jean Jacques Rousseau- ideologisch wegbreider van de Franse revolutie en zowel vertegenwoordiger als bestrijder van de Verlichting– die weliswaar de mond vol had van broederschap maar tegelijk een berucht ruziezoeker was.

Ook dat is een romantisch kenmerk: het verlangen naar harmonie en eenheid kan zo hevig worden dat alles wat haar realisatie hindert met alle mogelijke middelen uit de weg wordt geruimd. Zodoende liepen de Franse en Russische revoluties dan ook uit op tirannie en terreur, mede in naam van het verheven broederschapsideaal. Dankzij de beruchte “wet van de grote terreur” d.dato 10 juni 1794 kon Robespierre iedereen die het niet broederlijk met hem eens was tot verraderlijke vijand van de volkswil bestempelen en naar de guillotine verwijzen. Toen Napoleon zelfs het hele Europese continent met geweld aan de ideëen van de Franse revolutie trachtte te onderwerpen, leidde dat ondermeer tot het ontwaken van het Duitse identiteitsbewustzijn. Tot een Duits patriottisch-nationalistische mobilisatie die in de twintigste eeuw verwoestende vormen zou aannemen.

Reeds in de oudheid had Plato al gewezen op twee tegenstrijdige menselijke behoeften: de behoefte om erbij te horen en de behoefte zich te onderscheiden. Het verlangen naar differentie dat hij thymos noemde was vooral een verlangen naar superioriteit. Niemand wil zich immers in ongunstige zin onderscheiden. Twintig jaar na de val van Napoleon uitte de aristocraat Alexis de Tocqueville na een rondreis door de VS op briljante wijze zijn bewondering over de Amerikaanse democratie en haar ontwikkeling in de richting van gelijkheid. Naast het feit dat die niet gold voor de zwarte bevolking, wees hij echter ook op andere democratische schaduwzijden.

Weliswaar schept gelijkheid bijvoorbeeld hoge verwachtingen ten aanzien van de vervulling van ambities en dromen maar die leveren dus evengoed grote teleurstellingen op. Meer gelijkheid impliceert ook: meer concurrentie rond posities. Anders gezegd: hoe meer gelijkheid hoe meer broeders hoe sterker de onderscheidingssdrang oftewel broederstrijd. Freud had daar zijn eigen uitdrukking voor: het narcisme van de kleine verschillen. Een sublieme vondst waarmee ook de huidige wereldwijde nationalistische reactie op de globalisering kan worden geduid. Inclusief de opkomst van autoritairistische en extreem rechtse krachten. Die zich vooral profileren door kenmerken als leiderschapscultus, uniformiteit, loyaliteit, nationale glorie, xenofobie, raszuiverheid en ja: broederschap. Plus, mede in het verlengde van laatstgenoemde: bereidheid tot geweld. Zoals de Franse menswetenschapper René Girard min of meer in navolging van Freud stelde: niet de verschillen maar hun teloorgang, het verlies van identiteit, veroorzaakt rivaliteit en strijd tussen mensen.

Is Vrijheid, Gelijkheid en Vriendschap daarom geen beter hedendaags alternatief voor de aloude leus van de Franse revolutie? Verdient het geen aanbeveling om de broederclan, die toch altijd naar bloed ruikt, in te ruilen voor de vriendenclub? Natuurlijk, ook vriendschap slaat vaak genoeg in het tegendeel om. Maar terwijl broederschap een vanzelfsprekende en onherroepelijke bloedband vormt, ligt aan vriendschap een vrijwillige keuze ten grondslag. Vriendschap gaat dus eerder hand in hand met vrijheid dan broederschap. Bovendien overstijgen we in de vriendschap meer onszelf. Tenminste als we de ander aanvaarden als ander, dat wil zeggen inclusief diens vreemdheid. En niet omdat die ons zo vertrouwd is dat hij als een broeder op ons lijkt.

Rogier Ormeling

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s