Poetin kan onze vriend niet zijn

 

ows_148167128052390

POETIN KAN ONZE VRIEND NIET ZIJN  (tekst Nederlands Dagblad 2 januari 2017)

’Rusland wil geen confrontatie met wie dan ook. We kunnen het niet gebruiken. We zoeken geen vijanden en hebben die ook nooit gezocht. We hebben vrienden nodig.’ Zo zei Poetin op 1 december tijdens zijn jaarlijkse toespraak tot de Russische natie. Ondertussen waren Russische vliegtuigen bezig om Aleppo met de grond gelijk te maken. Je moet immers wel heel blind zijn om niet te zien dat Poetin geen middel schuwt om het Russische imperiale rijk te herstellen en de ’decadente’ liberale democratieën te destabiliseren. Al in maart stelde Amnesty International dat de Russische en Syrische luchtmacht opzettelijk en systematisch ziekenhuizen en andere medische faciliteiten bestoken. Een flagrante schending van het internationale humanitaire recht, een oorlogsmisdaad. Artsen zonder Grenzen, het Internationale Rode Kruis en Unicef lieten zich in vergelijkbare bewoordingen uit.

Al jarenlang laten de door het Kremlin gecontroleerde massamedia, en dat dag in dag uit, een parade van buitenlandse en binnenlandse vijanden voorbij trekken die er op uit zouden zijn Rusland te ondermijnen. Dat slachtofferige verhaal vormde en vormt de rechtvaardiging voor Poetins agressieve imperialistische beleid in Tsjetsjenië, Georgië, Oekraine en elders. De rechtvaardiging ook voor zijn ontmanteling van democratie en rechtstaat, de lawine aan repressieve wetten die vooral sinds 2012 door de Doema zijn gejaagd. Poetin heeft vijanden nodig om aan de macht te blijven. Als ze er niet zijn dan creërt hij die. Het Russische volk dient immers te geloven dat de zwakke economie niet te wijten is aan een eenzijdige afhankelijkheid van olie en gasprijzen maar aan het vijandige Westen en dat hij daarom onmisbaar is.

Na de annexatie van de Krim verklaarde de Russische historicus Nikita Petrov van mensenrechtenorganisatie Memorial: ’Poetin staat in traditie van Lenin en Stalin. Hij denkt in vijanden. Dat is de KGB-er in hem.’  De Nederlandse historica en specialist in de Internationale Betrekkingen Laurien Crump vindt echter dat Poetins oproep tot dialoog serieus dient te worden genomen. ’Het lijkt alsof Poetin zich de huidige NAVO-doctrine van een sterke defensie gekoppeld aan een betekenisvolle dialoog heeft eigen gemaakt’, schreef ze op 13 december in een opiniestuk in de NRC.

Je zou echter evengoed kunnen stellen dat Poetin al jaren een strategie hanteert die uit de keuken van vadertje Stalin afkomstig is. Stalin droeg er immers nauwlettend zorg voor altijd het tegenovergestelde te zeggen van wat hij deed en het tegenovergestelde te doen van wat hij zei. Een verzoenende toon ging steevast gepaard met een hardere opstelling of andersom: een matiging in de buitenlandse politiek ging onveranderlijk hand in hand met een radicale zuivering in de Communistische partij. Laurien Crump besloot haar betoog met: ‘Als wij Poetin geen plek aan de Europese onderhandelingstafel geven zal hij op andere manieren Ruslands plek op het wereldtoneel claimen[..] Ook wij hebben vrienden nodig.’

Alsof Poetin Europa’s vriend zou kunnen zijn. Van een gefragmenteerd Europa ja, waarin de diverse landen tegen elkaar kunnen worden uitgespeeld. Terwijl Poetin zich lang beklaagde over het feit dat het Westen haar politieke model naar Rusland wilde exporteren blijken zijn cyberspionnen de Amerikaanse verkiezingen te hebben gemanipuleerd. Wat de inbraak in de computers van het Democratisch Nationale Comité en Hillary Clintons campagnemanager John Podesta en de eindeloze stroom van gelekte emails via Wikileaks precies voor invloed hadden op de kiezer zullen we nooit weten. Maar waren er niet slechts enkele tienduizenden stemmen in vier Rust Belt staten nodig om de balans ten gunste van Donald Trump te doen doorslaan? Was hier soms geen sprake van een ongeëvenaarde aanval op het fundament van de Amerikaanse democratie? Het Kremlin heeft bovendien zijn aloude specialiteit: de verspreiding van nepnieuws en desinformatie, op succesvolle wijze naar het westen geëxporteerd. (Volgens Oxford Dictionairies is post-truth het woord van het jaar 2016, noem het post-pravda of gewoon pravda.) Gevreesd wordt dat een zelfde scenario zich rondom de Duitse verkiezingen gaat afspelen. Tegelijk lijkt het of een toenemend aantal Europeanen aan een soort Stockholm syndroom lijdt, het verschijnsel dat de gegijzelde sympathie voor de gijzelnemer krijgt. Zodra Poetin het geringste toenaderingsgebaar maakt staan Europeanen in de rij om de Russische beer te omhelzen.

Zoals eerder de Hongaarse premier Viktor Orban. Onlangs meldde de Hongaarse inlichtingendienst echter dat Russische diplomaten openlijk hadden deelgenomen aan paramilitaire trainingsoefeningen met het Hongaarse Nationaal Front. Een lid van deze neo-nazi groep stond reeds bekend vanwege zijn website waarop hij pro-Kremlin propaganda verspreidde. Hongaarse media publiceerden inmiddels emails waarin de groep mogelijke financiering vanuit Moskou bespreekt. ’Terwijl Orban zich als geen ander jegens EU-sancties tegen Rusland verzette lijken Poetins veiligheidsdiensen dus ondertussen extremistische alternatieven te steunen,’ stelde de Washington Post op 1 december in een hoofdredactioneel artikel. Met zulke vrienden heb je geen vijanden meer nodig. Natuurlijk is het van groot belang dat Europa en Rusland in gesprek blijven. Met name in de NAVO-Rusland Raad waar veiligheidskwesties aan de orde moeten worden gesteld. Dat kan in een vriendschappelijke sfeer maar wel in de wetenschap dat Rusland zolang het een mondiale cyber- en informatie oorlog tegen de democratie voert nooit onze vriend kan zijn

Rogier Ormeling (opinie Nederlands Dagblad)

Advertenties
Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Robert Rauschenberg in Tate Modern

http-_com-ft-imagepublish-prod-s3-amazonaws-com_75494b82-b837-11e6-ba85-95d1533d9a62Monogram 1955-59

Als weinig anderen verlegde Robert Rauschenberg(1925-2008) de grenzen van de kunst.  Hij hoefde maar naar buiten te gaan om inspiratie op te doen, last van artist’s block heeft hij nooit gehad, de ideeën lagen in New York op straat. Zo sleepte hij alle mogelijke gevonden afval mee naar zijn studio: kapotte radio’s en klokken, autobanden, blikjes, paraplu’s, verkeersborden, opgezette dieren, kartonnen dozen etc.  Alles kon als materiaal dienen en tot kunst worden verheven. Tegenwoordig wemelt het van kunstenaars die  afval recyclen maar eigenlijk zijn ze allen schatplichtig aan Rauschenberg, de recycling artist avant la lettre pur sang. Neem zijn geit en zijn eigen bed, beide werden als een palet met verf bestreken waardoor je je afvraagt of er nu sprake is van een sculptuur of een schilderij.  Geen kunstenaar was democratischer, zijn werk vormt een ongeëvenaarde afspiegeling van de explosieve groei van consumptiegoederen en mediabeelden die zich in de jaren vijftig en zestig voordeed.  De duizelingwekkende gelijktijdigheid der dingen en indrukken waarin je zelf betekenis moet scheppen, vormde  de kern van zijn werk.

55-002                               206-002Satellite 1955                                                       Historic Detour (scenario) 2006

92-064_0 Stake-out (Urban Bourbon) 1992

 

Tate Modern toont tot 2 april 1917  een groot retrospectief dat slechts jubelende recensies kreeg: . Robert Rauschenberg

 

In 2008 schreef ik voor het Financieel Dagblad een recensie over Travelling 79-76 een Rauschenberg-expo in het Haus der Kunst in München.

tate-modern   Bed(1955)

DE WERELD ALS BRANDSTOF

Ongetwijfeld zouden Hitler en zijn nazi’s Robert Rauschenberg hebben verafschuwd.  En vooral het feit dat diens kunst momenteel in het Haus der Kunst in München wordt tentoongesteld. Uitgerekend in hetzelfde neoclassicistische bouwwerk dat in 1937 zo triomfantelijk werd geopend als cultuurtempel van het Derde Rijk, onder de naam Haus der Deutschen Kunst. In alle opzichten stond Rauschenberg diametraal tegenover de nazi’s en hun rampzalige streven naar zuiverheid. Geboren en getogen in het Texaanse olieraffinagestadje Port Arthur, was hij niet alleen van Duitse, Nederlandse, Zweedse en Cherokee-Indiaanse afkomst, ook zijn kunstwerken zijn hybrides van alle mogelijke materialen en technieken.
Nadat Rauschenberg in 1944-45 in een psychiatrisch ziekenhuis zijn dienstplicht heeft vervuld, studeert hij onder meer aan het Black Mountain College in North Carolina, onder voormalig Bauhaus-schilder Josef Albers. Vanaf het midden van de jaren veertig tot halverwege de jaren vijftig staat het college bekend als de invloedrijkste artistieke gemeenschap in Amerika. Hier begint Rauschenbergs levenslange creatieve samenwerking met componist John Cage en choreograaf Merce Cunningham. Alle drie doen hier mee aan een door Cage georganiseerde theatrale gebeurtenis die tegenwoordig als de eerste ‘happening’ wordt beschouwd.
Al op Black Mountain maakt Rauschenberg zijn zwarte en witte schilderijen, die deels een parodie zijn op de minimalistische monochromen van Barnett Newman. De All-Blacks (1951) zijn geschilderd op een ondergrond van kreukelige kranten wat de suggestie wekt van impasto, terwijl de White Paintings (1951) met een roller zijn geverfd. Beide series bestaan zowel uit één enkel paneel als uit diverse meervoudige panelen die gescheiden zijn door een subtiele naad. Het gladde oppervlak van de witten vangt onder meer de schaduwen van voorbijgangers. Niet alleen vervaagt daarmee de scheiding tussen kunstwerk en toeschouwer, in plaats van gefixeerde beelden zijn deze schilderijen veranderlijk als hun omgeving. Terwijl een deel van de naoorlogse kunst als reactie op het nazisme en stalinisme haar autonomie heeft afgekondigd, weerspiegelt Rauschenberg de omringende werkelijkheid. Integratie van leven en kunst is gedurende zijn hele carrière zijn voornaamste ambitie.

53-e001a

Aanvankelijk profileert Rauschenberg zich vooral ten opzichte van het tot dan toe dominante abstract expressionisme. Hoewel dit maar een label is voor een groep zeer uiteenlopende kunstenaars wordt deze stroming in de jaren vijftig het symbool van Amerika’s culturele vrijheid. Het abstract expressionistische gebaar geldt immers als spontane expressie van de unieke persoonlijkheid van de schilder. Bij wijze van antwoord creëren Rauschenberg en Cage Automobile Tire Print (1953). Nadat Rauschenberg een achterband met inkt heeft bestreken, rijdt Cage met zijn Model A Ford over een lange strook papier. Niets is minder authentiek en persoonlijk dan de profielafdruk van een autoband.

53-d001
In dezelfde herfst van ’53 klopt Rauschenberg aan bij Willem de Kooning, kopstuk van het abstract expressionisme. Of hij een van diens tekeningen mag uitgummen. De meester reageert sportief: ‘Oké, ik geef je een tekening, maar ik maak het je niet makkelijk.’ Uiteindelijk is de beeldenstormer vier weken bezig. Al blijkt hij nog eerbiedig genoeg om enkele sliertjes inkt en potlood te laten staan. Het monnikenwerk zal zijn vruchten afwerpen: Erased de Kooning Drawing (1953) verwekt genoeg schandaal om Rauschenbergs naam te maken.

1277 Canyon (1959)

Niet dat hij niets van het expressionistische gebaar moet hebben. Eenmaal verhuisd naar New York blijken drips, klonters en spetters tot zijn vaste repertoire te behoren. Door schilderkunst, sculptuur en fotografie met elkaar te vermengen doorbreekt Rauschenberg de traditionele grenzen tussen de kunstgenres. De Combines (1954-1964) zijn collages van verf, kranten, foto’s, ansichtkaarten, spiegels en al of niet op straat gevonden afval zoals kussens, kleding, lappen stof, paraplu’s, wekkers, bezems, fietswielen, autobanden en zelfs opgezette dieren. Zoals Rauschenberg zelf stelt, is hij bereid met alle materialen samen te werken.

54-009  http-_com-ft-imagepublish-prod-s3-amazonaws-com_69a79112-b837-11e6-ba85-95d1533d9a62Charlene (1954)                                                                         Untitled (Spread) 1983

Elk materiaal of alledaags voorwerp kan, met behoud van het eigen identificeerbare karakter, worden gerecycled en veredeld in een kunstwerk. De schijnbaar toevallige combinaties van ongerelateerde componenten zijn zowel een afspiegeling van de moderne stedelijke chaos als Rauschenbergs handelsmerk. Toch lukt het hem steeds weer om in die maalstroom van onvatbare zinspelingen een esthetische orde aan te brengen. Al is van een hiërarchie of plot geen sprake. ‘Dingen openlaten’, schijnt zijn meest gebezigde uitdrukking. Rauschenbergs kunst is net als het leven: op zich heeft het geen betekenis, je moet het zelf betekenis geven.

rauschenberg-retroactive-ii-724x1024                                w1siziisije5mzc3ocjdlfsiccisimnvbnzlcnqilcitcmvzaxplideznjz4mtm2nlx1mdazzsjdxqRetroactive II (1963)                                                    Signs(1970)

Met dank aan Andy Warhol houdt Rauschenberg zich vanaf 1962 vooral bezig met de fotomechanische zijdezeefdruk op canvas. Hoewel deze werken vanwege hun ondergrond schilderijen worden genoemd, zijn ze voornamelijk fotografisch. Door beelden en informatie uit de context van de massamedia te halen, levert hij commentaar op hun vluchtigheid en vereeuwigt hen tegelijk tot kunst. In tegenstelling tot Warhols onpersoonlijk koele schilderijen zijn die van Rauschenberg nadrukkelijk handgemaakt. Bij hem is niet alleen sprake van collageachtige overlappingen, maar ook van bewuste vergissingen in het zeefdrukproces en van het expressieve schildersgebaar. Net als in zijn Combines ligt aan deze encyclopedische hypercollages een ritme van zich herhalende thema’s en motieven ten grondslag. Het blijkt een succesformule wanneer hem in 1964 de Grote Prijs van de Venetiaanse Biënnale wordt verleend. Dadelijk geeft Rauschenberg zijn assistent echter de opdracht 150 zeefdrukschilderijen te vernietigen om zo het risico te verkleinen dat hij in herhaling zal vallen.
Rauschenbergs actieradius omvat te veel om op te noemen. Allerlei soorten prints, performances, choreografieën, decors, kostuums en belichting voor dansvoorstellingen, activiteiten voor de Amerikaanse burgerrechtenbeweging, sociale projecten voor noodlijdende kunstenaars en ga zo maar door. Ook richt hij in 1966 EAT (Experiments in Art and Technology) op, een organisatie die uitwisseling tussen wetenschap, techniek en kunst promoot. In samenwerking met ingenieurs creëert hij interactieve omgevingsinstallaties die door handelingen en geluiden van toeschouwers van vorm veranderen.

5418

Op de vraag wat zijn grootste angst was, antwoordde Rauschenberg ooit: ‘That I run out of world.’ Niet benzine maar de wereld was zijn brandstof. In het Münchense Haus der Kunst wordt echter ook duidelijk dat deze virtuoze alleskunner zich kon beperken. Als hij zich in 1970 terugtrekt in een strandhuis in Captiva Island, Florida, komt dat tot uiting in zijn werk. Het wordt eenvoudiger, meditatiever en laat meer aan de verbeelding over71-011_0   71-019_0                                        Volon (1971)                        Glass/Channel/Via Panama(1971)

De ironie wil dat hij op het afgelegen eiland de kartonnen doos ontdekt, symbool bij uitstek van de geglobaliseerde productdistributie en de supermarkt. In de serie Cardboards hangen de gevonden dozen plat uitgevouwen in allerlei vormen aan de muur. Daar tegenaan geplakte dozen steken echter weer sculpturaal de zaal in, zodat een spel tussen 2D en 3D ontstaat. Een van de kartonnen constructies hangt zelfs zodanig dat de illusie wordt gewekt van een wandkast met een licht geopende, nieuwsgierig makende deur. Gedrukte teksten als ‘Fragile Handle With Care’ lijken opeens van toepassing op het karton zelf in plaats van op de inhoud.

20080307_003   0837-008
Ook in de serie Early Egyptians (1973-74) vormt karton het basismateriaal. Ditmaal heeft Rauschenberg dozen met lijm ingesmeerd en daarna over het strand gerold. Opgestapeld en naast elkaar in installaties wekken ze associaties met monumentale Egyptische tempelcomplexen, onder woestzijnzand bedolven beschavingen, even vergankelijk als karton. Rauschenberg waakte er namelijk wel voor de illusie te vervolmaken. Hij blijft op de rand van fictie en werkelijkheid balanceren, zodat je niet vergeet dat hier vooral je eigen fantasie de ware kunstenaar is.

75-077 Mirage (Jammer 1975)

Alle geëxposeerde werken die al in Porto te zien waren voordat Rauschenberg in mei plotseling overleed, stammen uit de periode 1970-1976. In die jaren onderneemt hij ook reizen naar Venetië, Israël en India. Zo werkt hij in het Indiase Ahmadabad, in een door Gandhi gesticht textielcentrum, wat leidt tot de Hoarfrost- en Jammer-series. De Hoarfrost (dauw)-serie bestaat uit wazige collages van foto’s en krantenberichten, gedrukt op transparante stoffen die onstoffelijk ijl aan de muur hangen. In de Jammers, waarvan de titel aan het type zeilboot is ontleend, heeft Rauschenberg geometrische en monochrome stukken zijde aan elkaar genaaid. Feestelijk van kleur houden ze het midden tussen vlaggen, abstracte schilderijen en zeilen, maar ontsnappen aan elke categorie: zou dit soms pure schoonheid zijn?

foto-18- 5

foto-18- 5

Met de geringste middelen wordt in de serie The Venetians de sfeer van de Dogenstad opgeroepen. Een over de vloer uitgestrekt stuk autobandprofiel tussen twee H-vormige houtjes doet in de verste verte toch weer denken aan een gondola, zo zit Venetië al in ons hoofd. Tegelijk blijft het wat het is: bandprofiel en twee houtjes. Steeds weer liet Rauschenberg zien dat de wereld in de eerste plaats materie is, maar dat het ons vrij staat er van alles van te maken.

 

 

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

The Art of Losing

864x486

If you lost a presidential election who can comfort you and make you laugh again? No one else but Joe Biden!

If someone knows about the art of losing, it’s Joe Biden. His first wife and one-year old daughter were killed in an automobile accident.

And 43 years later his son Beau died of brain cancer.

No one else could give such a heartfelt speech on dealing with loss as Joe Biden.

His speech in 2012 to military families who lost their loved ones was absolutely phenomenal.

But I have to warn you in advance if you want to watch it: in the end you might feel sad that this man did not become president.

R. O

Vice President Biden Discusses Grief at TAPS – YouTube

25 mei 2012 – Geüpload door Tragedy Assistance Program for Survivors

… President Joe Biden talks with surviving families of our fallen military … emotional speech for the …

 

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Spiegel in 100 stukken

Schrijver, kunstcriticus en tentoonstellingsmaker Hans den Hartog Jager stelde in Museum de Fundatie in Zwolle alweer een expositie samen. Zie de Mens, zijn derde, na Meer licht(2011) en Meer macht(2014). Honderd portretten, één per jaar vanaf 1917 tot en met 2016. Schilderijen, foto’s, video’s en installaties.  Ondanks de beperkte eigen collectie wisten den Hartog Jager en Fundatie-directeur Ralph Keuning een indrukwekkende hoeveelheid topwerken van 96, internationaal gerenommeerde, kunstenaars bijeen te krijgen. Dit resulteerde in een fascinerende spiegel van de afgelopen honderd jaar aan de hand van portretten. Daarnaast schreef den Hartog Jager een gelijknamig boek waarin hij alle werken op pakkende wijze bespreekt en in een context plaatst. Een paar dagen na de opening sprak ik met hem voor Tableau Magazine.

george-condo-constellation-portrait-2013-via-simon-lee Constellation Portrait, George Condo(2013)

SPIEGEL IN HONDERD STUKKEN

R: Had je als kind portretten op je kamermuur?
Hans: Alleen maar dieren, toen ik ouder werd heb ik Anton Corbyn’s foto van Miles Davis op posterformaat op mijn jongenskamer gehangen. Vond ik een meesterwerk. Heb ik nog altijd een enorme zwak voor, ook al ben ik niet zo’n liefhebber van moderne zwartwitfotografie omdat ik het zo nostalgisch vind.
R: Ik heb heel wat portretten van mensen gezien op je Zie de Mens-expositie maar dé mens ben ik niet tegengekomen.

2477c9d545199f15ad33aeba5069fd2c

H: Nee, die bestaat niet. Je zou kunnen zeggen dat Jesus Serene van Marlene Dumas(1994) de hele tentoonstelling symboliseert: 21 aquarellen of eigenlijk voorstellen voor een Jezusgezicht. Daar kun je uit kiezen of beter nog: je eigen Jezus uit opbouwen. Zo zie ik die tentoonstelling ook: al rondlopend bouw je tussen al die werken je eigen portret van de mens op. Geweldig idee van Dumas: al die variaties op een fundament dat we niet kennen, want niemand weet hoe Jezus er uitzag. Iedereen die ervoor staat kiest: ‘Dat is ‘m toch echt, of die…’ Dit was een van de eerste tien werken die ik wilde.
R: Eén Jezus deed me zelfs aan Poetin denken…
H: Heb ik meer gehoord, het mooie is: toen Dumas dit werk in 94 maakte kende ze hem nog helemaal niet. Dat is toch geweldig!
R: Zie de mens, was dat een bewust ironische titel?
H: Nee, een bewuste verwijzing naar wat Pilatus zo spottend zegt als hij de gemartelde Jezus met doornenkroon aan het joodse volk toont: Ecce homo. Die titel vind ik belangrijk. Zoals Pilatus Jezus gebruikte om zijn wereldvisie te tonen zo gebruiken de kunstenaars op deze tentoonstelling de geportretteerden om hun wereldvisie te tonen.

cxhxwbsxaaafjza                  kokoschka-web                                                                                      Sebstbildnis(1917) Kokoschka

R: De expositie begint met een prachtige sculptuur van Brancusi (1920) die het hoofd van de mens heeft teruggebracht tot een essentiele eivorm. Maar veel andere portretten zeggen in feite dat de mens geen essentie heeft.
H: In die portretten zijn de kunstenaars in ieder geval niet op zoek naar de essentie maar naar iets anders. Bijvoorbeeld naar vervorming, maatschappijkritiek, of een manier om hun subjectieve zelf te laten zien. Toch zijn er ook verschillende portretten die iets elementairs hebben. Dat geldt naast de Brancusi bijvoorbeeld ook voor Boltanski’s video van een kotsende man die zichzelf eigenlijk helemaal naar buiten werkt.
R: Die heb ik niet helemaal uitgekeken…
H: Nee, doet bijna niemand. Maar het is belangrijk om tussen die honderd portretten ook zo’n volledig deerniswekkend mens te laten zien; in zo’n elementaire staat dat je er je amper naar kunt kijken. Het is geen publiekstrekker, maar in het museum zeiden ze meteen ‘dat moeten we wel doen’, daarvan hoefde ik hen niet te overtuigen.

female-torso-jpglarge
R: Ideologieën accepteren geen ongrijpbare twijfelachtige identiteiten. Die weten precies wat het ware gezicht van de mens is en hoe die zou moeten zijn, reduceren mensen tot een gegeven essentie, het individu tot een type. Maar de kunst…
H: … viert de vrijheid zowel van de maker als het subject. Als er een ideologie onder deze tentoonstelling ligt dan de moderne romantische artistieke ideologie van de persoonlijke vrijheid en vrijheid van interpretatie. Dat is zelfs het geval bij de Boerin van Malevich(1933). Hij voelde natuurlijk de druk van het communistische regime maar hij wilde ook zijn eigen artistieke vrijheid bewaren. Dus schilderde hij een boerin zoals dat toen hoorde maar dan zonder gelaatskenmerken. Toch bezit dit werk, vooral dankzij de kleuren een heel individueel en persoonlijk karakter.

1928             1945                     Der Agitator(1928), Georg Grosz  en Lee Miller in Hitler’s Bathtub(1945), David Scherman.  Nadat Miller eerder die dag de lijken en ‘douches’ in Dachau zag neemt ze een bad in Hitlers appartement in München.

R: Je tentoonstelling beslaat een groot deel van de twintigste eeuw, de eeuw van Mao, Stalin en Hitler en hun massamoorden. Toch draait de as vooral rond Hitler. Neem de werken van Georg Grosz, August Sander, Paul Citroen, Jean Fautrier, Nussbaum, de Churchill-foto van Karsh en als apotheose Schermans foto van oorlogsfotografe Lee Miller in Hitlers bad.

0056e00f748fb729eeab40a25197380b  zhang-xiaogang   Scout Master(1996), Kerry James Marshall        Girl(2008), Zhang Xiaogang

H: Dat komt doordat het ons land het meest geraakt heeft. Natuurlijk heb ik daar over nagedacht: waarom bijvoorbeeld niet de Rwandese genocide? Toch ben ik erg uitgegaan van mijn perceptie van onze eigen cultuur, hoewel ik tegelijkertijd heb geprobeerd om wat luiken open te zetten. Neem bijv. Kerry James Marshall, zijn portret van een zwarte scoutmaster, of Irving Penns papoea met ritueel masker, Viviane Sassens Afrikaanse autowasser, Chinezen als Zhang Xiaogang en Zhao Yao, de Japanner Tetsumi Kudo en de Algerijn Adel Abdessemed.

1929_christian_schad_maika_-_lowres Maika(1929), Christian Chad

R: Men spreekt van ‘liefde op het eerste gezicht’, maar verliefdheid betekent toch vooral gefascineerd zijn door de vele gezichten van de geliefde. Die ongrijpbaarheid van het menselijk gezicht zien we ook in Zie de mens.
H: Ik geloof sterk dat een portret alleen maar werkt wanneer het een combinatie is van verschillende elementen die eigenlijk niet met elkaar in overeenstemming zijn en toch binnen dat beeld iets opleveren waarin je kunt geloven. Die paradox is altijd een van de grote tovenarijen van beeldende kunst, daarom houd ik er ook zo van. Ik weet niet of ik dat ook in mijn geliefde zoek. Misschien voor een deel. Maar je zoekt toch ook bevestiging zodat je niet de hele dag loopt te twijfelen, want dan wordt het wel ingewikkeld.
R: Maar als je denkt dat je de geliefde kent dan is de liefde voorbij…
H: Dan is het dood, dat is waar. Dat vind ik cruciaal. Ik ben er ook trots op dat er in deze  tentoonstelling geen portret bij zit dat zich definitief laat kennen. In al die honderd werken kan ik weer nieuwe dingen ontdekken.

9062 Dr Knobloch(1964), Gerhard Richter

R: In veel reclames zie je dat ‘jezelf’ zijn als hoogste geluk wordt gepropageerd. Alsof er zoiets als een onveranderlijk en conflictloos ‘zelf’ bestaat, maar we blijven innerlijk verdeelde wezens. In Robert Musils befaamde roman De Man zonder Eigenschappen, in Duitsland verkozen tot dé roman van de 20ste eeuw–en jouw tentoonstelling omvat bijna die hele eeuw– zegt de hoofdpersoon: ‘Ik ben voor niets zo onbegaafd als voor mijzelf’.
H: Ha, dat is mooi, ik geloof dat werkelijk jezelf kennen onmogelijk is, net zoiets als een slang die in zijn eigen staart bijt. Als het lukt ben je dood en niet meer aan verandering onderhevig. Ik denk dat iedere persoonlijkheid zo veelkantig is dat je uit zelfbehoud bepaalde elementen, die je zelf liever niet wilt kennen, verbergt of vergeet, zodat alleen andere mensen die zien.

09-picks-icp-cindy-sherman Untitled (1979), Cindy Sherman

R: Andere schrijver Gombrowicz: ’De mens is in wezen niet authentiek.Mens zijn betekent toneelspeler zijn, een mens spelen, jezelf als mens vormgeven, je gedragen als mens.’
H: Dat gaat vooral over het vinden van een verhouding tot de buitenwereld. Ik houd me niet meer de hele dag bezig met wie ik ben en hoe ik over kom, word je namelijk erg moe van. Dat doe je pakweg van je zestiende tot je achtentwintigste, daarna wordt het minder. Maar iedereen die een beetje sensitief is blijft natuurlijk nadenken over zijn verhouding tot de buitenwereld en daarmee worstelen. Het schiet wel even door me heen als ik een café binnenkom: hoe zie ik eruit en wat denken mensen van mij? Dat raak je denk ik nooit kwijt.

furuya_izu-589x716 Izu(1978) Seiichi Furuya

R: Zoals gezegd, deze tentoonstelling beslaat een groot deel van de twintigste eeuw. Er was toen sprake van gigantische aanvallen op de vrijheid van het individu om zichzelf vorm te geven, nazisme, communisme. Als je deze expo ziet dan lijkt het soms wel of deze aanval glansrijk is afgeslagen..
H: (lacht) Misschien is dat ook wel zo. Alleen liggen de mens en zijn individualiteit altijd onder vuur, dat is de essentie van het bestaan. Daarom kijken we graag naar dit soort werken omdat we daarin herkennen dat die strijd altijd maar doorgaat, al is het steeds op een andere manier. Nu je het zo zegt, niet eerder aan gedacht: je zou deze tentoonstelling kunnen opvatten als een verbeelding van de manier waarop de mens zichzelf staande wil houden tegen de krachten van buiten die zowel persoonlijk, maatschappelijk, politiek als sociaal zijn.

images                                                                                         Nan one month after being battered, Nan goldin(1984)

R: Het individuele bestaan blijft een gevecht en dus ook een drama. Bovendien zoals je eigenlijk ook op de tentoonstelling ziet is individualiteit ook een mythe: No man is an island. In een wereld waar alles steeds sneller gaat verandert is iedereen connected en misschien is de selfie niet meer dan een poging om je nog aan imaginair houvast vast te klampen….
H: Wat ik altijd een mooie metafoor voor de mens heb gevonden, is die van een schip dat vertrekt en onderweg steeds delen moet repareren en vervangen. Als het tenslotte op de eindbestemming aankomt kun je je afvragen of het nog wel hetzelfde schip is. Je kunt toch niet altijd een en dezelfde persoonlijkheid blijven? Een van de belangrijkste beelden van de afgelopen paar honderd jaar vind ik De monnik bij de zee uit 1809 van Caspar David Friedrich, die man die daar alleen op het strand staat en alles om hem heen kolkt. Het is bijna een cliché maar zo staat bijna iedereen tegenwoordig. Alles om je heen kolkt, er komt onweer aan, je probeert je hakken in het zand te zetten en hoopt dat anderen je zien en je bestaan erkennen.
R: Nog enkele citaten uit Musils Man zonder eigenschappen:Een ik is tegenwoordig heel dubieus’[…], Wie kan er tegenwoordig nog beweren dat hij zijn woede is als er zoveel mensen over meepraten…[…] Er is een wereld ontstaan van eigenschappen zonder man, van belevenissen zonder degene die ze beleeft. Het ‘ik’ verliest de betekenis die het tot dusver heeft gehad van een soeverein die regeringsdecreten vervaardigt…’
H: Dat gaat over mijn tentoonstelling! Zo ervaar ik dat ook, als je dat zo zegt: dat is het!

b8a407e0a423f9f3be782323b250a099  Hilton Head Island (1992) Rineke Dijkstra

R: Zie je deze expositie ook als een reactie op de huidige obsessie met identiteit, zowel nationaal als individueel?
H: Niet direct, maar ik geloof wel dat er allemaal ideeën in de lucht hangen waar je iets van mee krijgt. Zo concreet heb ik het niet bedacht maar als je dat zo stelt vind ik dat wel heel passend. Ik ben wel zeer gefascineerd door dat zoeken naar hoe je jezelf staande houdt en hoe anderen zichzelf staande houden. De troost die ervan uitgaat, juist in kunst. Dat mensen blijven proberen om antwoorden en oplossingen voor hun worsteling te vinden. Kunstenaars kunnen dat ook erg goed, veel beter dan bijna alle andere mensen. Die worsteling is een van de dingen die kunst voor mij interessant maakt, dat je daaraan kunt zien hoe intens, mooi, ongemakkelijk en pijnlijk mensen worstelen.
R: We leven in tijden van grote polarisatie. Kijk naar Europa en de VS waar men voortdurend bezig is de ander een definitief gezicht op te zetten. Aan de tentoonstelling te oordelen lijk je je daarvan bewust.
H: Zeer, het gaat allemaal over hetzelfde ongemak. Het is steeds die man van Caspar David Friedrich aan het strand, die heel hard tegen de wind in schreeuwt. Er is ook zoveel buitenwereld, er zijn zoveel beelden en invloeden. Veel mensen voelen zich benard en dan ga je terugschreeuwen. Dat kun je op twitter doen, maar je kunt er ook kunst van maken. Dit laatste geniet sterk mijn voorkeur.

sphinx  Sphinx (1953), Francis Bacon

R: Maar wat de kunst wel accepteert namelijk de twijfelachtigheid van de menselijke identiteit wordt door veel mensen niet geaccepteerd.
H: Het is ook heel moeilijk om dat te accepteren. Mensen zoeken toch naar rust en balans. De hemel is niet voor niets een soort lege witte plek voor veel mensen. Daar zijn geen impulsen meer. Maar het leven voltrekt zich juist in die spanning tussen impulsen en onzekerheden en die zoektocht naar een balans.fautrier07                    gewitterfront             Grande Tête Tragique, Fautrier(1942)                 Gewitterfront, Neo Rauch(2016)

R: Ik heb machtige en machteloze mensen gezien. Onverzettelijke mensen die zich frontaal en zichtbaar presenteren: ‘I am here en ik laat me niet kisten’ (foto van Churchill, zelfportretten van Dick Ket en Eva Besnyö). Verlegen mensen die zich liever verschuilen bijv uit schaamte (Sigurdur Gudmunsson). Gezichten die heel weinig prijsgeven omdat ze uitdrukkingsloos zijn of zelfs zonder gelaatstrekken (Borremans, Ruff, Malevich). Gezichten die zelfs helemaal absent zijn en juist daardoor nog meer aanwezig (Ger van Elk). Verleidelijke mensen(Marlene Dietrich), mysterieuze sphinxmensen waarvan er eentje opgesloten zat in zijn eigen raadsel( Francis Bacon). Mensen die door de kunstenaar geheiligd werden (Max Beckmann) of juist intens gehaat (Antonio Saura, Tetsumi Kudo). Gevloerde mensen, gruwlijk beroofd van hun waardigheid door ziekte of opgejaagd omdat hun bestaansrecht werd ontkend (Felix Nussbaum). Mensen die gebukt gingen onder een last (Henk Visch), of zwaar mishandeld waren (Fautrier, Goldin) ….. Maar ik zag vooral veel mensen die weer overeind kwamen die zichzelf opnieuw uitvonden en vormgaven, (Kokoschka, Philip Guston, Ana Mendieta, Cindy Sherman, Condo, Neo Rauch, Tracy Emin, Catherine Opie, Kerry James Marschall, Job Koelewijn)…En het is vast geen toeval dat zowel het zelfportret van Kokoschka aan het begin van de tentoonstelling als de trommelaar in Gewitterfront van Neo Rauch op het eind van een wederopstanding lijken te getuigen…zelfs ondanks het zware onweer.
H: Ik heb het niet zo bedacht maar het is wel precies hoe ik naar dingen kijk. Kunst toont de worsteling en de pijn maar tegelijk kan het in hetzelfde beeld ook die wederopstanding tonen. En met die wederopstanding kunnen wij verder leven, daar zijn wij zelfs toe veroordeeld behalve als je er zelf mee stopt maar dat wil bijna niemand en dat maakt me… eh nou gelukkig dat klinkt te klef..dat vind ik heel belangrijk aan kunst.

philipguston-painting-smoking-eating-aug-8-2008

R: In je tekst bij Painting Smoking Eating (1973) van Philip Guston, een zelfportret tijdens een artistieke crisis, schrijf je: ‘hij heeft zich aan zijn eigen schilderijen uit het moeras getrokken.’
H: Dat!… is voor mij de romantische paradox die al bij Turner begint, zijn Slaveship! Golven slaan over de boeg, mensen slaan overboord, vissen beginnen de slaven al op te eten en de natuur lijkt overal krachtiger… Alleen is er één mens die dit alles overwint en dat is de kunstenaar want die toont het, die schildert het.                                                         R: Zie de mens, Hans den Hartog Jager, zelfportret als expositie?
H: Wel voor een groot deel natuurlijk, maar als wij zo’n gesprek hebben als nu, dan zie ik meteen weer dingen die ik niet gezien heb of vergeten ben…Misschien juist daarom inderdaad. Ik heb er naar gestreefd een expositie te maken, die bij elkaar brengt waardoor ik gefascineerd ben. Maar tegelijk in het volle besef dat het nooit helemaal kan, dus de onvolmaaktheid zit er ingebakken.
R: Je moest steeds één portret per jaar kiezen, bovendien waren er natuurlijk ook werken die je misschien liever had gehad.
H: Zeker, maar ik heb altijd een alternatief kunnen vinden. En er is bijna geen aspect wat ik belangrijk vind wat er niet inzit.
R: Ik heb wel zesentwintig foto’s geteld.

jobkoelewijn_balancingact A Balancing Act, Job Koelewijn(1998)

H: Zou kunnen, ik had misschien wel wat meer grote installaties gewild maar ja daar was gewoon geen ruimte voor. Ik vind fotografie een heel belangrijk medium. Juist in die tijden jaren dertig zie je dat mensen opnieuw bezig zijn met het vormgeven van hun zelfbeeld via een nieuw medium. En in de jaren tachtig en negentig zie je dat het gaat bijdragen aan die existentiële twijfel omdat ze er steeds meer achterkomen dat een foto ook maar een schijnbare waarheid vertegenwoordigt. Ben heel blij met foto’s die er bij zitten: Lee Miller, Mapplethorpe, Ruff , Seiichi Furuya, Irving Penn, Sander, Newmann, Rineke Dijkstra etc

ger-van-elk-the-missing-person-1976  The Missing Person(1976), Ger van Elk

R: Hoe lang heb je eigenlijk aan de tentoonstelling gewerkt?
H: Twee jaar. Met het schrijven van het boek ben ik op 1 januari begonnen en was ik in augustus klaar. Niet fulltime hoor, moest ook nog andere dingen doen, schreef een of twee stukken van circa 600 woorden per dag ongeveer, dan weer lezen en researchen.
R: Dit is je de derde expositie in de Fundatie. Je laatste?
H: Nee we gaan nog door en hebben alweer twee plannen. Maar daar moet ik met Fundatiedirecteur Ralph Keuning over praten, kan ik niets over zeggen. Of het zo groot wordt als dit weet ik niet. Dit ga ik niet meteen evenaren maar die andere twee die ik in gedachten zouden ook heel mooi kunnen worden.
R: Tenslotte…toen Rodin een beeld gemaakt had van de Franse premier Clemenceau zei de laatste: ’Dat ben ik niet.’ En Stalin zei tijdens een gesprek met zijn zoon: ‘ik ben Stalin niet’ en hij wees vervolgens naar zijn portret aan de muur: dat is Stalin!…..
H: Prachtig.

cx8kcrvwgaajbhk

 

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

In Memory of Anna Politkovskaja

 

 

anna-politkovskaia_10280805

IN MEMORY OF ANNA POLITKOVSKAJA

On the 7th of October Vladimir Putin will celebrate his 64th birthday. Ten years ago, on his 54th birthday, Anna Politkovskaja, one of the most courageous journalists of all time, was shot dead as she entered the lift in her block of flats in Moscow. She was a fierce critic of Putin’s reign and brutal campaign in Chechnya, for instance his horrifying bombardment of Grozny, which was destroyed like no other European city since World War II. On his 64th birthday Putin still reduces cities, in particular Aleppo, to total ruin, killing thousands of civilians. Unfortunately mr Putin is still considered a strong leader by many Russians and also by US presidential candidate Donald Trump. However a strong leader is someone who is accountable to parliament and has the guts to grant a free press the right to criticize him. Of course the Duma is completely purified of dissident voices and well a free press hardly exists in Russia,  many other journalists have been assassinated. Ten years after her death, Anna Politkovskaja, with her fearless one-woman reporting, her relentless searching for truth, keeps on reminding us what real strength is.

R. O

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Rusland won wel Army Games

1044275186

RUSLAND WON WEL ARMY GAMES

“Wij zijn een zegevierend volk. Het zit in onze genen,” zei Vladimir Poetin in februari 2012 tijdens een verkiezingsspeech vlak voordat hij voor de derde maal tot president werd gekozen. Als je genetisch superieur bent waarom dan toch in 2014 een staatsgeleid dopingprogramma rond de Winterspelen in Sotchi? Hoewel,  die aanklacht was slechts een westers complot om het moederland in diskrediet te brengen, volgens veel Russen. Met lede ogen moesten zij aanzien dat 102 van hun sporters van deelname in Rio werden uitgesloten. Zodat hun land uiteindelijk maar vierde werd in het medailleklassement. Met slechts de helft van het door de VS behaalde eremetaal.

1043898123

Nu kreeg de gekrenkte nationale trots een kleine opsteker dankzij de International Army Games die ongeveer gelijktijdig met de Olympische Spelen werden gehouden in Moskou en Kazachstan. Meer dan 3000 soldaten uit 22 landen– Rusland, Kazachstan, Belarus, China, Venezuela, Egypte, Iran, Azerbeidzjan, Tadzjikistan, Angola, Zimbabwe, Armenië, Kyrgistan, Nicaragua, Marokko, Vietnam, Mongolië, Koeweit India, Zuid-Afrika, Servië en ja zelfs EU-lid en NAVO-partner Griekenland– streden in 23 competities ter land, water en lucht. Ondermeer in de onderdelen tankbiathlon (heuvel op en af, door water en dan schieten op een target), luchtbombardementen, luchtafweergeschut, sniperwedstrijd en veldkeuken. Het Russische machtsvertoon was overweldigend: 20 gouden medailles en daarmee ook de landencup. Een militaire pleister op de Rio-wonde en extra pr voor de Russische wapenindustrie.

hh-58518942    

Dat laatste geldt ook voor de pas geopende ’Kalasjnikov Boutique’ in de terminal van luchthaven Moskou Sjeremetjevo, waar de reiziger als aandenken een namaak AK-47 en camouflagekleding kan kopen. Of neem het in juni 2015 door Poetin zelf geopende Patriot Park even buiten Moskou: een militair Disneyland waar je met je hele oorlogszuchtige familie plezier kan beleven. Kinderen kunnen er op tanks klauteren, met granaatwerpers spelen en Buk-raketsystemen bewonderen, van dezelfde soort waarmee hoogstwaarschijnlijk vlucht MH-17 werd neergehaald. Want de echte reclame voor Russische wapens vindt natuurlijke plaats op de reële slagvelden van Oost-Oekraine en Syrié. In juli 2014 bijvoorbeeld, tijdens de slag om Zelenopillya, vernietigden Russische artillerie salvo’s, ook wel ‘stalen regen’ genoemd, in enkele minuten bijna twee Oekraiense gemechaniseerde bataljons. Een andere demonstratie vond op 18 augustus jl plaats: Russische oorlogsschepen vuurden opieuw Kalibr kruisraketten af op doelen in Syrié.

http _mashable.com_wp-content_uploads_2015_06_FEV_5828

Hoewel de Russische economie zich in een recessie bevindt, vooral door dalende olieprijzen en een schromelijk gebrek aan economische diversificatie, wordt niet op het militaire budget maar op pensioenen, onderwijs, wetenschap en gezondheidszorg gekort. De natie dient zich immers te laten gelden als wereldmacht. De krenking die de instorting van de Sowjetunie inhield moet en zal ongedaan gemaakt. En dat terwijl de Russische schrijver Alexander Solzjenitsyn in 1973 in een essay schreef: ‘Geen land leed in de 20e eeuw zo als ons land dat binnen zijn eigen grenzen miljoenen mensen heeft vernietigd en dat boven het aantal dat verloren ging in de wereldoorlogen. Geen land in de moderne geschiedenis heeft zo’n destructie ervaren.[….] En er zou nooit sprake geweest van zo’n beangstigende hoeveelheid slachtoffers als zij alleen hadden geleden door toedoen van anderen: wij allen, ieder van ons, Rusland zelf, waren de noodzakelijke medeplichtigen..’

57aa6035c36188ec6a8b457e   syrianboy1Army Games                                                        Omran Daqneesh in Aleppo

Helaas is Solzjenitsyns inzicht voor veel Russen nog steeds te pijnlijk, in ieder geval voor Poetin. Er móet gewonnen worden: de restauratie van het Russische imperium heiligt alle middelen. Zoals Poetin de Tsjetsjeense hoofdstad Grozny zodanig bombardeerde dat de destructie groter was dan in enige andere Europese stad sinds WO II, zo wordt nu Aleppo met de grond gelijk gemaakt. Al in maart stelde Amnesty International dat de Russische en Syrische luchtmacht opzettelijk en systematisch ziekenhuizen en andere medische faciliteiten bestoken. Een flagrante schending van het internationale humanitaire recht, een oorlogsmisdaad. Artsen zonder Grenzen, het Internationale Rode Kruis en Unicef lieten zich de afgelopen weken in vergelijkbare bewoordingen uit. Maar ook dat wordt door het Kremlin en de door haar vrijwel volledig beheerste media weggewuifd als louter leugens. Immers het Westen is er slechts op uit om Rusland te ondermijnen en krenken. Blijkbaar wordt dit door vele Russische tv-kijkers geloofd. Terwijl in democratische ogen toch niemand zo het Russische volk krenkt als degene die het eerlijke verkiezingen, een rechtstaat en een vrije pers onthoudt.

Gary Kasparov, oud-wereldkampioen schaken en mensenrechtenactivist is inmiddels Rusland ontvlucht. Zijn 78-jarige moeder die opgroeide onder Stalin woont nog in Moskou. ‘Elke dag neemt ze kennis van de huidige hersenspoelende propaganda. Ze vertelde me dat de sovjetpropaganda tenminste nog elementen van een hoopvolle toekomst bevatte maar dat Poetins propaganda louter giftig is. Niets dan een doodscultus,’ zei hij onlangs in een CNN-interview.

5184

In  de afgelopen maanden zijn in verscheidene Russische steden standbeelden voor Stalin opgericht. Alsof dat al niet zorgwekkend genoeg is wordt zelfs Iwan de Verschrikkelijke (1530-84) weer van stal gehaald. Net als tijdens de Grote Vaderlandse oorlog toen Stalin  om zijn volk tegen Hitler te mobiliseren sterregisseur Sergej Eisenstein opdracht gaf het leven van de nationale aartsvader te verfilmen. Niet alleen verenigde Iwan als eerste de verspreide vorstendommen tot een machtige staat, ook kroonde hij zich als eerste tot tsaar. Zijn bijnaam dankte hij vooral aan zijn lange terreurcampagne tegen zowel de adel als de bevolking en aan het feit dat hij zijn eigen zoon vermoordde. Ondanks lokale protesten dreigt ook hij nu, en dat voor het eerst in Rusland, met een standbeeld te worden geëerd, namelijk in Oryol een stad met 320.000 inwoners ten zuiden van Moskou. Hoewel Iwan in 1569 de metropoliet van Moskou liet wurgen, heeft zelfs het huidige hoofd van de Russisch-Orthodoxe Kerk, patriarch Kirill, het monument zijn zegen gegeven.

635908645757877879-AP-Russia-Patriarch-s-Mission

Eigenlijk niet vreemd wanneer je bedenkt dat Kirill het ook nooit over de circa 300.000 geestelijken heeft die sinds 1917 in naam van het sovjetatheisme zijn vermoord. En evenmin over het feit dat kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders tot aan het eind van de tachtiger jaren door de KGB werden gerekutreerd en gecontroleerd. Van een zuivering is in de Orthodoxe Kerk na het einde van de Sowjetunie geen sprake geweest. Integendeel het pact tussen het Kremlin en de kerk wordt almaar inniger. Beide vinden elkaar in een gemeenschappelijke afkeer van de verdorven westerse liberale democratie en een belijdenis van het nieuwe imperialistische nationalisme. Orthodoxe geestelijken demonstreerden vóór een Russische interventie in Oost-Oekraine en over het stelselmatig bombarderen van ziekenhuizen in Syrië zal men patriarch Kirill niet horen.

Rogier Ormeling (1 september Nederlands Dagblad)

 

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Elisabeth Müller solo in Kuub

1995-A-8569_wout1Untitled 50 x50 cm,  olie op doek op paneel

(For the English translation of the catalogue-text accompanying Elisabeth Müller’s exhibition in Kuub Gallery, Utrecht, the Netherlands, see below the original Dutch text. )

In de bijzonder fraaie Utrechtse kunstruimte/galerie Kuub is nog t/m 19 juni een solo-expo te zien van het werk van Elisabeth Müller. De expo is omlijst met een uitgebreid muzikaal programma, zie KuuB, Ruimte voor Kunst en Cultuur, Utrecht – Kunstruimte KuuB.  Zo trad ondermeer het Alma Quartet op, bestaande uit leden van het Concertgebouworkest en het Nederlands Philharmonisch Orkest. Niet vreemd want aan  Elisabeth Müllers kunstwerken liggen vergelijkbare principes ten grondslag als aan de composities van J.S Bach, zo ontdekte zij enkele jaren geleden. Zoals de 19e eeuwse Engelse essayist Walter Pater stelde:”All art constantly aspires towards the condition of music.” Hieronder mijn tekst in Elisabeths oeuvre-catalogus die bij haar expo verscheen.

Muller-slider-4

EEN AMBIVALENTE MATRIX

Met de geboorte valt een mens in de tijd en de geschiedenis. Zo ziet Elisabeth Müller het levenslicht in 1946, op een moment dat het begrip ‘Duitser’ overal ter wereld een scheldwoord is geworden. Hoewel haar Duitse grootvader zich reeds in het begin van de twintigste eeuw in Nederland had gevestigd en haar tot Nederlander genaturaliseerde vader niet met de bezetter heeft gecollaboreerd is de umlaut op de familienaam in feite een stigma. Zelfs in 1955 nog, tijdens de optocht ter gelegenheid van het tienjarige bevrijdingsfeest in Meppel worden de meisjes Müller voor ’moffen’ uitgemaakt.     Dergelijke uiterst pijnlijke ervaringen laten natuurlijk een diepe indruk achter. Geen wonder dat Elisabeth zich zowel een buitenstaander voelt als schuldig over haar afkomst. Vandaar ook dat muziek voor haar een noodzaak wordt. Een onontbeerlijk overlevingsmiddel. De piano diskwalificeert haar niet, wijst haar niet af. De muziek, daar mag ze tenminste wel bijhoren, of ze nu zelf speelt of direct uit school telkens luistert naar het eerste pianoconcert van Brahms.                                                                                            Bij wijze van complement voor de ongrijpbare klanken legt ze bovendien al vroeg een blijvende belangstelling aan de dag voor tastbare eigen constructies van papier. Als het even kan kleurt, knutselt, knipt en vouwt ze erop los, steeds bezig met het zoeken naar verhoudingen en balans. Een ander toevluchtsoord vormt het abstracte en schuldeloze domein van de wiskunde. Ze is er zo goed in dat men op school vaak denkt dat ze heeft zitten afkijken. Die aanleg en liefde voor het meetkundige lijnenspel heeft ze van haar vader, die geschoold is in het grafische vak en werkzaam in de uitgeverswereld. Als hij haar zo rond haar dertiende een boek geeft over Mondriaan roept dat bij haar zowel blije gevoelens van herkenning als van verrassing op: Zo… mag dat ook, is dat ook kunst?

Uiteindelijk leidt dit ertoe dat Elisabeth, in 1966 naar de Academie voor Beeldende Vorming gaat, in Mondriaan-stad Amersfoort. Het conservatorium kan altijd nog. Bovendien heeft vader de voorwaarde gesteld dat ze haar lesbevoegdheid haalt, ze moet zich immers wel zelf kunnen bedruipen. De Amersfoortse kunstinstelling is een op het Bauhaus-principe gebaseerde lerarenopleiding en omvat dus een breed scala aan disciplines. Van hout-, metaal- en papierbewerking, boekbinden, bouwtekenen, edelsmeden, keramiek en weven tot sociologie, psychologie, filosofie en kunstbeschouwing. Kortom, Elisabeth leert er zowel vele praktische technieken als conceptueel denken. Gelukkig neveneffect is dat ze zich ervan bewust wordt dat een partituur evengoed een constructie is, zodat ze ook pianostukken begint te analyseren. Eigenlijk hoeft ze niet eens meer naar het conservatorium.
Kennis komt voort uit de vergelijking van de ene waarneming met de andere. In de wiskunde kun je pas iets over een punt zeggen bij de gratie van een ander punt. Zo is Elisabeth van kinds af aan gefascineerd door het verschil tussen driekwarts en vierkwarts maten in muziek. Niet alleen is het ritme anders maar vermoedelijk voelt ze intuïtief aan dat het om een wezenlijk bestaanskenmerk gaat. Het verschil tussen het onverwachte, grillige en de regelmatige structuur. Orde en chaos. Apollo en Dionysus. Tegenstellingen dus die de onmisbare grondslag vormen van het menselijk denken. Polariteiten waartussen Elisabeth zelf ook steeds heen en weer beweegt. Want juist haar discipline gaat gepaard met een behoefte aan speelse ontsnapping. Zonder nooduitgang, zonder escape, wordt elk patroon en elke structuur een gevangenis. De driekwartsmaat is voor haar een synoniem voor ontsnapping. ‘Het getal drie bestaat uit twee geopende halve cirkels,’ zegt ze. Je zou eraan kunnen toevoegen dat de 3 iets wegheeft van opengeklapte handboeien.

Muller-slider-8

In Elisabeths beeldende werk vertaalde de fascinatie voor het verschil tussen de driekwarts en vierkwartsmaat zich in een preoccupatie met de cirkel en het vierkant. De gebogen en de rechte lijn. De eerste staat ondermeer voor de dans, de ruimte, het avontuur, het luchtige, het spel, het vrouwelijke, het zachte en de relativerende humor. Zonder de boog is de rechtlijnige structuur ondraaglijk en dus onaanvaardbaar. Wat niets afdoet aan het belang van de rechte lijn. Als de cultuur één wapen hanteert in de strijd tegen de dwingelandij van de natuur, die continue nevel van in elkaar over vloeiende verschijningen, dan is het wel de rechte lijn. Vandaar ook Elisabeths verlangen naar die lijn. In haar vroege werkschriftjes speelt ze bladzijde na bladzijde een spel met driehoeken. Gelijkbenige wel te verstaan, de gelijkzijdige driehoek lijdt immers aan volmaakte gelijkheid. Alleen het ongelijke, disharmonische, is een spannend avontuur. Als ultiem medicijn tegen de kracht van de rechte lijn, die tegelijk een genetisch bepaalde, dodelijke neiging tot rigiditeit in zich herbergt, verschijnt natuurlijk ook de gebogen lijn, de cirkel. Die op haar beurt dus weer zo beklemmend kan zijn dat zij de behoefte aan een bevrijdende rechte lijn oproept.

Muller-slider-7

Grootvader zong Schubert-liederen terwijl Elisabeth bij hem op schoot zat. Hoe was het toch mogelijk, zo’n schoonheid, zo’n mooie taal?, vraagt ze zich later vaak verbijsterd af. Altijd is er die ambivalentie, jarenlang vind ze het moeilijk om in Duitsland te zijn. Al na twee dagen krijgt ze het er zo benauwd dat ze absoluut weg moet. Dat verandert doordat men in Duitsland als in geen ander land in de spiegel van de eigen wandaden durft te kijken. Eindelijk kan ze zich verzoenen met haar grootvaderland en het zo rijke, maar door de nazi’s gruwelijk bezoedelde, Duitse culturele erfgoed. Zoals de literatuur van Stefan Zweig en Thomas Mann in wiens oeuvre muziek zo’n belangrijke rol speelt. Met name in Doctor Faustus, (1947), een muziekroman met een hoofdpersoon die in ruil voor een roemrijke carrière als geniale avant-garde componist zijn ziel verkoopt aan de duivel. In feite is Manns versie van het oude Faust-verhaal een allegorie op het duivelspact dat het Duitse volk met Hitler sloot.
Dr. Faustus beroert bij Elisabeth zoveel snaren dat het de opmaat vormt voor een creatieve kettingreactie. Een passage waarin een van de personages een lezing houdt over Beethovens pianosonates opus 110 en 111 inspireert haar dermate dat ze beide stukken gaat instuderen. De eerste vooral vanwege de contrapunt en fugatechniek die haar vervolgens herinneren aan ‘de meester van de fuga’: J.S. Bach. Vandaar dat ze zich opnieuw waagt aan zijn Wohltemperierte Klavier en de Golbergvariaties: dertig variaties op het thema van een sarabande, een oude, langzame Spaanse dans in driekwartsmaat Dan gebeurt het. Plotseling realiseert Elisabeth zich dat de principes–het spiegelen, draaien, omkeren, opdelen, fragmenteren en vervlechten van basisfiguurtjes—die ze toepast in haar beeldende werk veel weg hebben van de gevarieerde themaherhaling bij Bach. De ontdekking dat haar tekeningen, foto’s, objecten en schilderijen een vergelijkbare grondslag hebben als de contrapuntische inversies en retrogrades van Bach is een gelukzalig eureka-moment. Nooit eerder had ze een dergelijk verband gezien. En nu blijken de musicus en de kunstenares in haar elkaar te spiegelen, als een melodie en tegenmelodie. Muzikale structuren die ze zich sinds haar vroege jeugd heeft eigen gemaakt hebben zich dus, en dat geheel onbewust, ook steeds visueel geabstraheerd in haar kunst. Alles grijpt in elkaar. ‘Dat is een topgeluk, geen vakantie naar Bali of de Bahama’s haalt het daarbij,’ stelt ze later.

Ten slotte vat ze het idee op om even veel schilderijtjes te maken als het aantal Goldbergvariaties: dertig 30 doekjes van 40 x 40, met 30 variaties op zes basisfiguurtjes. Van een soort echografische transformatie van geluidsgolven in beeld, of visuele een-op-eeninterpretaties van de muziek is echter geen sprake. Wel van een spel met simpele basisvormen waaruit steeds andere complexe patronen ontstaan, een spel dus dat ook de natuur speelt tijdens de evolutie. Het eindresultaat is een totaaltableau van dertig nauw aaneengesloten doekjes: 200 cm breed bij 240 cm hoog, of vijf schilderijtjes breed bij zes schilderijtjes hoog. Direct in het oog springend is de kleurloosheid van het raster. Want de enige twee kleuren waaruit de doekjes zijn opgetrokken, wit en het uit een mengsel van Van Dijckbruin en Pruisisch blauw verkregen grijs, zijn immers eigenlijk geen kleuren. Er is slechts sprake van verschillende toonwaarden, verschillen dus tussen donkere en lichtere gedeelten, zodat de aandacht verder volledig uitgaat naar de vormvariaties.

30xgrijs_middel_alternatiefclick on image for enlargement

De suggestie van eindeloze beweging is onmiskenbaar. Geen vorm maakt een zelfstandige of duurzame indruk. Alsof we een blik werpen in de machinekamer van het Zijn. Eigenlijk zien we geen vormen maar processen. Krachten. Het draait en wentelt, fragmenteert, grijpt weer in elkaar, valt opnieuw uiteen, al is het steeds op een andere manier. Ontastbaar licht gaat zijn onbegrijpelijke eigen gang. Doelloos en betekenisloos ontsnappend aan de taal. Amoreel, zonder zich iets aan ons gelegen te laten liggen. Ons fundament is onmenselijk. Kwantummechanische willekeur. Structuren die spotten met ons verlangen naar houvast. De toekomst kan ons nooit geruststellen. Ook al leggen we een modern matrix over de dionysische natuur, haar metamorfose laat zich niet bedwingen. Geen risicomanagement kan het lot weg rekenen. Uit het diepst van onze apollinische systemen stijgt ook altijd weer moeder Nacht op, die hen van binnenuit aantast, op hol doet slaan. Een cultuur die Bach voortbrengt draagt ook het demonische in zich, kan ook tot de grootste verschrikking leiden. Ook kunst kan nooit absoluut zijn. Zuiverheid is evengoed zwanger van een afschuwelijk monster. Denn das Schóne ist nichts als des Schrecklichen Anfang, waarschuwde Rainer Maria Rilke. Al mogen we ons de vreugde over de schoonheid van het licht en de klanken niet laten ontnemen.

Rogier Ormeling

AN AMBIVALENT MATRIX

Through birth a human being is plunged into time and history. Thus, Elizabeth Müller sees the light of day in 1946, when the word ‘German’ has become a term of abuse throughout the world. And although her German grandfather had established himself in the early twentieth century and  her father, a natural Dutch subject, did not collaborate with the occupying forces, the umlaut in the family name is in fact a stigma. Even in 1955, during a parade in Meppel marking the tenth anniversary of the liberation of the Netherlands, the Müller girls are being called ‘moffen’, the derogatory Dutch term for Germans.                       Obviously, such painful experiences leave deep marks. No wonder, Elisabeth’s descent makes her feel like an outsider. Hence, music becomes a necessity for her. A crucial means of survival. The piano does not disqualify or reject her. Playing a piece or listening to Brahms’ Piano Concert No. 1 after school provides a sense of belonging, at least the music makes her feel accepted.                                                                                                           Moreover, she complements the elusive sounds by developing a lasting interest in home-made tangible paper constructions at an early age. At any given moment she can be found painting, tinkering, cutting and folding away, always searching for proportions and balance. Another haven is provided by the abstract and guiltless domain of mathematics. Since she is so good at it, her teachers often suspect her of cribbing. She inherited this talent and love for the interplay of geometric lines from her father, who is trained in graphics and works in the publishing world. When she is about thirteen years old he gives her a book on Mondrian, which evokes both a pleasant sense of recognition and surprise: So… then this is also permitted, this can be art too?

Eventually, this results in Elisabeth entering the Academy for Visual Arts in Amersfoort in 1966, the birth town of Mondrian. She can always go to the academy of music later.  Besides, her father laid down the condition that she would get an education degree, after all, she has to be able to  support herself. The Amersfoort art institution provides secondary teacher training based on the Bauhaus philosophy, so it comprises a comprehensive range of disciplines. Varying from wood- and metalworking to paper craft, bookbinding, construction drawing, goldsmithing, ceramics, weaving, sociology, psychology, philosophy and art history. In other words, Elisabeth not only learns to master many practical techniques,  but also how to think conceptually. A fortunate side-effect of this is that she realizes a score is a construction too, so she starts to analyse piano pieces as well. In fact, she no longer needs to go to the academy of music.                                                                                                                                                                                                            Knowledge originates from the comparison of one observation with another. In mathematics you can only make observations about a point by virtue of another point. Thus, Elisabeth is fascinated by the difference in music between three-four and four-four time from an early age. Not only the rhythm differs, she probably also knows intuitively it is a vital element of existence. The difference between the unexpected, the unpredictable and the regular structure. Order and chaos. Apollo and Dionysus. Opposites that constitute the essential foundation of human thinking. And Elizabeth continually moves back and forth between these polarities. Especially because her discipline goes hand in hand with the need for a playful escape. Without an emergency exit, without a way out, each pattern and each structure eventually becomes a prison. For her, the three-four time is synonymous with a way out. ‘The number three consists of two opened circles,’ she says. One might add that the number three somewhat resembles an open handcuff.

In Elisabeth’s visual work the fascination for the difference between three-fourth and four-four time translated itself into a preoccupation with the circle and the square. The bent and the straight line. Among other things, the first one symbolizes dance, space, adventure, breeziness, playfulness, the feminine, softness and an understated sense of humour. Without the curve the rectilinear structure is intolerable and consequently unacceptable, which does not diminish the importance of the straight line. If there is one weapon culture wields in the battle against the tyranny of nature, this continuous mist of appearances blending into each other, it is the straight line. Hence Elisabeth’s longing for this line. In her early exercise books she plays a game with triangles, page after page. Isosceles ones, after all, it is the equilateral triangle that suffers from perfect equality. Only the uneven, the disharmonic is exciting and adventurous. And of course, as the ultimate medicine against the strength of the straight line, which also harbours a genetically determined, lethal tendency towards rigidity, the curved line, the circle emerges. Which in turn can be so oppressing it naturally gives rise to the need for a liberating straight line.

Grandfather sang Schubert Lieder while Elisabeth sat on his lap. How could it be possible, this beauty, this great language, she often asks herself in genuine bewilderment when she gets older. There is always this ambivalence, for years she finds it hard to be in Germany. Within two days she begins to feel so anxious that she needs to leave. This changes because, unlike any other country, Germany dares to look its own evil history in the eye. Finally, she is able to reconcile herself with her grandfather’s country and its rich cultural heritage, horribly stained by the Nazis. Like the literary works by Stefan Zweig and Thomas Mann, in whose oeuvre music is an important ingredient. Especially in Doctor Faustus (1947), a music novel with a protagonist who sells his soul to the devil in return for a career as a brilliant avant-garde composer. In fact, Mann’s version of the old Faust story is an allegory on the catastrophic pact with the devil the German people concluded with Hitler.

Dr. Faustus strikes so many chords with Elisabeth it causes a creative chain reaction. She gets so inspired by a passage in which one of the characters gives a lecture on Beethoven’s piano sonatas opus 110 and 111 that she starts to study both pieces. The first one mainly because of its counterpoint and the fugue technique, which subsequently reminds her of ‘the master of the fugue’: J.S. Bach. Which is why she ventures playing his Wohltemperiertes Klavier and the Goldberg Variations again:  thirty variations on the theme of the sarabande, an old, slow Spanish dance in three-four time. Then it happens. Suddenly Elisabeth realizes that the principles she applies in her own visual work – mirroring, turning, reversing, splitting, fragmenting and interweaving basic motifs – are reminiscent of the varied repetition of themes Bach uses. Discovering that her pictures, photographs, objects and drawings share a similar basis with Bach’s counterpoint inversions and retrogrades is a blissful eureka moment. Never before did she notice a similar relation. Apparently, the musician and the artist within are mirroring each other, like a melody and a counter melody. Musical structures she adopted since she was a girl have manifested themselves – subconsciously – in her art as well, visually abstracted. Everything is linked together. ‘It is a piece of good fortune, a holiday to Bali or the Bahamas cannot touch it,’ she later maintains.

Eventually, she conceives a plan of making as many small paintings as there are Goldberg Variations: thirty small canvases measuring 15.7 x 15.7 inches, with thirty variations on six basic figures. However, they cannot be considered as some kind of ultrasonographic transformations of sound waves, or visual one-on-one interpretations of the music. She rather plays a game with plain basic shapes from which ever changing complex patterns emerge, the same game nature played during the evolution. This results in an all-in-one tableau comprising thirty small canvasses closely linked together: 78.7 x 94.5 inches, or five paintings wide by six paintings high. The colourless grid immediately catches the eye. Since the only two colours used to compose the canvases – white and a  shade of grey obtained from mixing Van Dyke brown and Prussian blue – are not, strictly speaking, colours. This means there are only different tone values, differences between dark and light parts, so the main focus is on variations in shape.

There is an undeniable suggestion of endless movement. None of the shapes make an independent or sustainable impression. As if we cast a glance into the engine room of Being.  Actually  we are not seeing forms but processes. Forces. It rotates and revolves, fragments, interlocks again, disintegrates once more, although it never happens in exactly the same way. Impalpable light goes its incomprehensible way. Aimless and meaningless, eluding language. Amoral, wilfully ignorant of us. Our fundament is inhumane, random quantum mechanics. Structures mocking our desire for something to hold on to. The future will never soothe us. Even if we put a modern matrix over the Dionysian nature, its metamorphosis cannot be restrained. No risk management can rule out fate. From the bottom of our Apollonian systems mother Night will always rise again, corroding them from within, causing them to run wild. A culture producing Bach also harbours the diabolical and may lead to the worst atrocities. Even art can never be absolute. Purity is just as well pregnant with a horrible monster. ‘For beauty is nothing but the beginning of terror,’ Rainer Maria Rilke warned. Nevertheless this does not mean we should deprive ourselves of delighting in the beauty of light and sounds.

R. O  (translation Robert-Jan Breeman)

 

 

 

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen