CODE ROOD VOOR DEMOCRATIE / CODE RED FOR DEMOCRACY

 

ENGLISH TRANSLATION of my op-ed in the Netherlands Daily beneath the Dutch text.

CODE ROOD VOOR DEMOCRATIE (Nederlands Dagblad 16-08-2018)

(Nationalisme als dekmantel)-

“Wat betreft de vraag wie wel en wie niet kan worden geloofd: niemand kan worden vertrouwd. Waar haalt u het idee vandaan dat president Trump mij vertrouwt of dat ik hem volledig vertrouw? Hij beschermt de belangen van de VS. Ik bescherm de belangen van de Russische Federatie.” Aldus Poetin tijdens de geruchtmakende persconferentie na de topontmoeting met Trump in Helsinki . Ziedaar het fundamenteel-relativistische wereldbeeld van een voormalige inlichtingenofficier. Die bovendien ooit stelde dat er niet zoiets als een ex-KGB-er bestaat. Anders gezegd: niemand spreekt de waarheid. Onder de oppervlakte en ook achter de schijn van de schoonste democratische idealen, is slechts sprake van niet aflatende belangenstrijd. Waarmee zich ook de vraag aandient waarom geloof moet worden gehecht aan Poetins ontkenning dat er sprake was van Russische inmenging tijdens de Amerikaanse verkiezingen.

Nu zijn inmenging of beinvloeding nog understatements, in feite betrof het namelijk een aanval op Amerika. Eentje die in één adem lijkt te kunnen worden genoemd met Pearl Harbour en 9/11. Al zou Putin’s aanval in 2016 weleens ontwrichtender kunnen zijn, vanwege de grotere gevolgen voor de Amerikaanse democratie. Die is volgens het jaarlijkse democratie rapport van de Zweedse academische denktank V-dem Institute flink gedaald op de mondiale ranglijst: van de 7e in 2015 naar de 31e plaats. “Er zijn onmiskenbare indicatoren van autocratisering oftewel verminderde controle op de uitvoerende macht “, aldus het rapport. De Democratie Index van de Economist rangschikt de VS zelfs als “gemankeerde democratie”.

De VS kortom is meer op Rusland gaan lijken zodat Poetin zijn volk kan voorhouden dat de Amerrikaanse liberale democratie geen alternatief model meer is. Aangezien dit een belangrijk oogmerk was van de Russische cyberoorlog kan deze in Moskou als triomf worden beschouwd, al blijft Trumps onvoorspelbaarheid een probleem. Maar het Kremlin had niet durven dromen dat Trump de Amerikaanse rechtsstatelijke instituties, de inlichtingendiensten en de vrije pers–allen gebaseerd op de constatering van feitelijkheden- zo vergaand zou ondermijnen door de institutionalisering van de leugen.

Op de Washington Post database waar het aantal onjuiste en misleidende claims door Trump wordt bijgehouden sinds hij president is stond de teller op 31 juli op 4229 in 558 dagen. Een gemiddelde van 7,6 claims per dag, terwijl hij eerdere misleidende claims bovendien eindeloos herhaalt. Vooral zijn repetitieve retoriek, een effectieve verkooptruc uit de reclame, blijkt uiterst succesvol. Zo scoort Trump in meerdere recente peilingen een goedkeuringspercentage van 88% onder Republikeinse kiezers. Een niet gering deel daarvan schijnt zelfs te menen dat de president niets verkeerd kan doen. Als politiek toch bedrog is dan zijn Trumps leugens slechts noodzakelijke tactische manoevres die het hogere doel dienen van de cultuurstrijd tegen het verraderlijke liberale establishment. Hoe groter en absurder de leugen hoe meer zijn aanhangers hun loyaliteit demonstreren door deze te aanvaarden. Zoals Hannah Arendt stelde in The Origins of Totalitarianism (1951): ”Inplaats van leiders die hen hadden belogen afvallig te worden zouden ze beweren dat ze hadden geweten dat het een leugen was en hun leiders bewonderen vanwege hun superieure schranderheid.”

Aan een dergelijk cynisme hangt echter wel een prijskaartje: het verdere afsterven van de feitelijke waarheid en dus van democratie en rechtstaat.

Poetins opmerking dat Trump de belangen van de VS beschermt en hijzelf die van de Russische Federatie klonk als een holle gemeenplaats. Niet alleen doordat Trump minder geloof hechtte aan zijn eigen inlichtingendiensten dan aan Poetin en nog steeds weinig onderneemt om de VS tegen de aanhoudende Russische cyberinvasie te wapenen. Maar ook omdat, volgens een Credit Suisse rapport uit 2015, de vermogensongelijkheid binnen ‘s werelds voornaamste economieën veruit het grootst was in Rusland. Circa honderd miljardairs bezitten ongeveer eenderde van het land. Bovendien zijn vele miljarden door aan Poetin gelieerde oligarchen niet in Rusland zelf geinvesteerd-bijv in noodzakelijke gezondheidszorg- maar in het buitenland, of daar witgewassen en in offshore belastingparadijzen geparkeerd. Eén symptoom van deze ongelijkheid en kapitaalvlucht is dat Rusland volgens de laatste WHO-data uit 2018 (dus na 18 jaar Poetinbewind) qua levensverwachting de 105e plaats inneemt. Op de mondiale 2017 corruptie-index van Transparency International scoort het land nog slechter: 135e, samen met ondermeer Honduras. Geen wonder dat honderdduizenden jonge en voor een aanzienlijk deel hooggeschoolde russen om economische en politieke redenen geen toekomst meer in eigen land zagen en hun geluk inmiddels elders beproeven.

Volgens een uiterst kritisch rapport van speciaal VN-rapporteur voor extreme armoede Philip Alston, stuurt Donald Trump ook de VS ”met volle kracht” in de richting van nog grotere ongelijkheid. Met name door drastische verlagingen van bedrijfsbelastingen en bezuinigingen op Medicare en sociale zekerheid. Met zijn steun aan Trump lijkt Poetin er in geslaagd om zijn kleptocratische autoritarisme naar de VS te exporteren. Het nationalisme dat beide presidenten zo demonstratief belijden dient vooral als dekmantel, zij hebben meer met elkaar gemeen dan met hun eigen bevolking. Code rood dus voor de Amerikaanse en mondiale democratie. Alleen het Rusland-onderzoek van speciaal aanklager Robert Mueller lijkt het gevaar te kunnen afwenden van een Amerikaanse president die boven de wet staat. Al is het aan het Congres om daar al of niet politieke gevolgen aan te verbinden. Zoals Lincoln ooit zei in een speech over het voortbestaan van de Amerikaanse politieke instituties: ’Als ons ooit een gevaar bedreigt dan vanuit onszelf. Niet vanuit het buitenland. Als vernietiging ons lot is dan slechts door eigen toedoen.’

Rogier Ormeling

 

CODE RED FOR DEMOCRACY

(Nationalism as a cloak for kleptocratic authoritarianism)

translation of my op-ed in the Nederlands Dagblad,

“As to who is to be believed and to who’s not to be believed, you can trust no one if you take this. Where did you get this idea that President Trump trusts me or I trust him? He defends the interests of the United States of America, and I do defend the interests of the Russian Federation” said Putin during the controversial Helsinki summit press conference. Behold:  the basic and relativistic worldview of a former intelligence officer. Who once stated that ‘’there is no such thing as a former KGB man.”  In other words: no one speaks the truth.  Beneath the surface and even behind the appearance of the highest democratic ideals, there exist only continuing conflicts of interests. Which raises the question why Putins denial of Russian interference during the American elections is to be believed.

Besides, interference or meddling are still understatements.  So call it out for what it is: an  attack on the US. Though it is no Pearl Harbour or 9/11, Putin’s attack in 2016 could have more disruptive consequences, because of the larger impact on American democracy.  Which according to a recent ranking of democracies around the world by the Swedish academic think-tank the V-Dem Institute tumbled  precipitously from 7th place in 2015 to the 31st position. ‘There is clear evidence of autocratization”  the report concludes. The  Democracy Index of The Economist Intelligence Unit even ranks the US as a “flawed democracy.”

Consequently the US is starting to look more like Russia  and Putin can tell his people that American liberal democracy serves no longer as an alternative model.  Since this was an important goal of the Russian cyberwarfare Moscow can consider it a triumph, though Trumps unpredictability remains a problem.  But the Kremlin had never dared to dream that Trump would so thoroughly undermine the American judicial institutions, the intelligence services and the free press–all based on the observation of facts—through the institutionalisation of the lie.

Meanwhile, on the 31st of July the tally on the Washington Post’s Fact Checker database which tracks Trump’s false or misleading claims during his presidency, stood at 4229 in 558 days. That’s an average of nearly 7.6 claims a day, furthermore he frequently repeats his false claims. Especially his repetitive rhetoric, an effective trick used in advertising, proves very succesfull. In several recent polls Trump hit an 88% approval rating among his Republican base. A substantial part of his voters seem to think that the president can do nothing wrong. If politics is just deceit then his lies are only necessary tactical maneuvres that serve the higher purpose of the culture war against the treacherous liberal establishment.  The bigger and more absurd the lie the more his supporters are able to  demonstrate  their devotion by accepting it.  As Hannah Arendt put it in The Origins of Totalitarianism (1951):  “’Instead of deserting the leaders who had lied to them, they would protest that they had known all along that the statement was a lie and would admire the leaders for their superior tactical cleverness.”

Of course there is a price to be paid for such cynicism: the ongoing extinction of factual truth and thus of democracy and the rule of law.                                                                                                                                                            Putins remark that Trump protects the interests of the US while he himself protects those of the Russian Federation sounded like a hollow platitude.  Not only because Trump gives less credence   to American intelligence than to Putin and still  does little to guard his country against the ongoing Russian cyberinvasion.  But also because according to a Credit Suisse Research Institute’s report from 2015 the wealth inequality within the world’s major economies was by far the largest in Russia. Roughly one hundred billionaires owned about a third of the country.  Furthermore, many billions  from the Putin-linked oligarchs were not invested in  Russia–for instance in highly necessary health care– but abroad, or indeed whitewashed and parked in off shore tax havens. One symptom of this glaring inequality and capital flight is that Russia according to the latest WHO-data from 2018 (after 18 years of Putins reign) takes the 105th place in life expectancy. On Transparency International’s  Global 2017 Corrupton -index the country ranks even worse: 135th,, amongst others with Honduras. No wonder hundreds of thousands young and for a considerable portion highly skilled Russians did not see much of a future in their own country and try their luck somewhere else.

According to a blistering report by UN special rapporteur for extreme poverty and human rights Philip Alston, Trump is also steering the US ”full steam ahead ” towards greater inequality.  Mainly through drastic tax breaks for the rich and cuts to Medicare and Social Security. Hence, Putin with his support for Trump seems to have succeeded in exporting kleptocratic authoritarianism  to the US.  The nationalist fervor that both presidents display in such ostentatious fashion serves mainly as cloak: they have more in common with one another than with their own people.  That means code red for American and global democracy. Only special counsel Robert Mueller’s Russia probe seems to be able to avert the danger of an American president who stands above the law.  Though of course it is up to Congress to draw any political conclusions. As Lincoln said in 1838 in an address titled “The perpetuation of our political institutions”’: ’ At what point then is the approach of danger to be expected? I answer, if it ever reach us, it must spring up amongst us. It cannot come from abroad. If destruction be our lot, we must ourselves be its author and finisher.”

Rogier Ormeling (original Dutch text and English translation)

 

Advertenties
Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Rijke verzamelaars geven wat terug

 

De rijkste 1 % ligt op koers om rond 2030 2/3 oftewel 64% van ’s werelds rijkdom te bezitten, volgens een alarmerende recente analyse van de House of Commons Library.  Het kan niet anders of dat gaat met extreme instabiliteit, democratisch verval, corruptie en armoede gepaard. De laatste piek in inkomensongelijkheid trad op in 1913.                            Een jaar later brak WO I uit.

Temidden van alle strijd en chaos blijft kunst, althans voor zover dat mogelijk is, een toevluchtsoord voor enige bezinning. Althans voor wie dat kan betalen, tegelijk zijn er echter ook steeds meer rijken die musea stichten en/ of daaraan kunstcollecties schenken.

Zo heeft de miljardairsfamilie van der Vorm (scheepvaart, kolen, Holland-Amerika-lijn) onlangs een particulier cultuurfonds opgericht dat de stad Rotterdam ”nóg mooier en beter”‘  wil maken. “Wij investeren in cultuur voor iedereen; van Pietje Bell tot Erasmus. De stichting initieert, stimuleert, investeert en realiseert. Zo werken wij mee aan een aantrekkelijke stad voor bewoners en bezoekers”‘ aldus de website van de stichting.

Directeur van de stichting is voormalig Rijksmuseumdirecteur Wim Pijbes die in april in het tv programma Buitenhof  vertelde dat Droom en Daad ondermeer een Landverhuizersmuseum financiert in Rotterdam( over al die migranten die via Rotterdam ons land hebben verlaten of juist zijn binnengekomen) dat rond 2023 zal opengaan.  Pijbes:
“‘Je ziet dat er nu een generatie filantropen opstaat, Amerika voorop, die zo rijk zijn dat ze vanuit een sociale verantwoordelijkheid willen teruggeven aan de samenleving waaraan ze zoveel te danken hebben. We staan aan de vooravond van de grootste transgenerationele vermogensovedracht ooit. Met veel babyboomers, die nu 70 , 80 zijn, veel geld hebben en nadenken over de toekomst als ze er niet meer zijn. Zo heeft professor filantropie aan de VU Rene Bekkers, becijferd dat er tussen nu en 40 jaar 100 miljard beschikbaar zal zijn voor goede doelen.”‘

In 2004 schreef ik voor Tableau Magazine een stuk over een eerdere generatie rijke kunst verzamelaars die ook mooie dingen voor gewone en minder bedeelde medemensen deden.

KUNSTRIDDERS

Ontdekken en aan de vergetelheid onttrekken, daarin schuilt een van de grootste vreugden van de verzamelaar. Zou het soms komen omdat hij dan zelf iets van een kunstenaar weg heeft? ’Een kunstenaar creërt geen werk, hij ontdekt het,’ schreef de Franse schrijver André Malraux ooit. Net als kunstenaars worden verzamelaars nogal eens bekeken als mensen waaraan een steekje los zit, wat de meeste verzamelaars overigens grif toegeven. De ervaring leert hen dat elke hartstocht de neiging heeft om obsessieve vormen aan te nemen. Maar wat is het leven zonder passie? Wie zich met kunst omringt verdedigt zich tegen de zielloosheid van de materie, kunst is immers bezieling van materie. Een portret van vier invloedrijke kunstverzamelaars.

 

Wie kent niet Het Joodse Bruidje van Rembrandt, Brieflezende Vrouw van Johannes Vermeer, De Molen Bij Wijk Bij Duurstede van Jacob van Ruisdael of Het Vrolijke Huisgezin van Jan Steen? Al kan men zich deze werken misschien niet altijd precies voor de geest halen de meeste mensen kunnen zich er wel ongeveer een voorstelling van maken. Maar wie weet dat deze wereldberoemde topstukken samen met een indrukwekkend aantal andere meesterwerken aan de gemeente Amsterdam werden nagelaten door de Amsterdamse bankier Adriaan van der Hoop (1778-1854)? Daarom hebben het Rijksmuseum en het Amsterdams Historisch Museum de 150-jarige viering van dit geschenk aangegrepen om door middel van tentoonstellingen de schijnwerpers te richten op de gulle gever en te laten zien hoe verstrekkend Van der Hoops invloed is geweest op ons huidig beeld van de Nederlandse schilderkunst. Zoals de geschiedenis in belangrijke mate is geschapen door de beslissingen van individuen zo wordt ook de kunstgeschiedenis geschapen door de beslissingen van individuele kunstenaars en verzamelaars.

Adriaan van der Hoop door Jan Adam Kruseman rond 1850

In 1815, het jaar van het Weense Congres waar de overwinning op Napoleon wordt bezegeld door de officiële restauratie van de door hem verjaagde Europese vorsten, wordt Adriaan van der Hoop firmant van het Amsterdamse bankiershuis Hope& Co. Blijkbaar weet hij optimaal gebruik te maken van de kansen die de Restauratie hem biedt, want door zijn succesvolle connecties met het tsarenhuis van Rusland dat inmiddels een invloedrijke grootmacht is, verwerft hij een centrale rol bij de bank. Zo treedt hij tijdens officiële rondleidingen in Holland zowel op als gastheer van Alexander I (1814) als van Alexander II (1839). Bov endien kan deze zoon van een Oranjegezinde minister van Marine ook met de Nederlandse koningen Willem I en Willem II zo goed overweg dat hij zich ontpopt als een bondgenoot, ondermeer in zijn functie als lid van de Eerste Kamer der Staten-Generaal. Na de leden van het koninklijke huis is Van der Hoop in 1851 de hoogst aangeslagene in de personele belasting. Bij zijn overlijden bezit hij, inclusief een geschatte kunstcollectie van een half miljoen een vermogen van circa 5,5 miljoen gulden, wat tegenwoordig zou neerkomen op een veelvoud daarvan. Kortom hij was een van de rijkste burgers van Nederland. Money follows art. Begin jaren dertig begint Van der Hoop met het verzamelen van kunst. Aanvankelijk koopt hij via bemiddeling door kunstmakelaars vooral werk van 17e eeuwse Hollandse schilders, maar gaandeweg ook van levende meesters. Zou deze voorkeur voor werken uit het roemrijke nationaal verleden soms deels een reactie zijn geweest op het geknakte Hollandse zelfbewustzijn als gevolg van de Belgische afscheiding in 1831? De meeste schilderijen komen in Van der Hoops monumentale woonhuis aan de Keizersgracht 444-446 in Amsterdam te hangen, anderen in Spaarnberg, zijn buiten met landschapspark bij Santpoort waar hij in een kas met centrale verwarming (een noviteit toen) tevens exotische planten kweekt en bovendien voor zijn renpaarden een harddraversbaan aanlegt.
Rijkdom verplicht, zo kennen de meeste religies de plicht tot filantropie. Als medeoprichter van het Nederlands Bijbelgenootschap, dat de goedkope uitgave en verspreiding van de bijbel tot doel had, zal Van der Hoop de oudtestamentische vermaning ‘Wee hij die rijk sterft’ ongetwijfeld gekend hebben. Je mag rijkdom en kunst vergaren maar je moet die wel delen en dus aan de gemeenschap ten goede laten komen. Dit was een wijdverbreid ethos, ook de Rockefellers, de VanderBilts en Frick, eveneens steenrijke en protestante Amerikaanse particulieren en kunstverzamelaars uit de tweede helft van de negentiende eeuw, handelden hiernaar. Zij verzamelden immers weliswaar deels om sociaal te klimmen en ‘adeldom’ te verwerven maar ook vanuit moreel idealisme. Ligt het genot van het bezit ook niet juist hierin dat dit in staat stelt tot vrijgevigheid, vooral wanneer men daarmee bovendien maatschappelijk aanzien, prestige en status kan verwerven?

 De hospitaaltuin van Saint-Rémy, 1889

In het jaar dat Van der Hoop sterft, wordt de latere kunstverzamelaar Lodewijk Cornelis Enthoven (1854-1920) geboren, wiens grootvader dertig jaar eerder in Den Haag een ijzergieterij en -pletterij had gesticht die later naar Delft verhuisde. Hoewel Lodewijk Cornelis binnen het bedrijf geen functie zal bekleden is hij wel aandeelhouder. Na zijn huwelijk met de eveneens welgestelde Cornelia Johanna Smit verhuist hij naar Voorburg waar Museum Swaensteyn momenteel met een tentoonstelling een beeld probeert te geven van zijn leven en zijn collectie. Feitelijk is over Enthoven weinig bekend, hij schijnt niet alleen de publiciteit te hebben geschuwd maar zelfs te hebben geweigerd om zich te laten portretteren. In het calvinistische Nederland wordt men niet geacht te pronken maar gewoon te doen. Ook de mecenas Enthoven die kunstenaars die in geldnood verkeren zoals Vincent van Gogh, (met wie hij tijdens diens Haagse tijd (1881-1883) in contact was geraakt) ondersteuning biedt, wil niet dat aan zijn rijkdom en gulheid enige ruchtbaarheid wordt gegeven. Men doet zijn goede werken in stilte maar niet in het openbaar, anders is het niets dan ijdelheid. Overigens blijven de meeste mecenassen in Nederland ook tegenwoordig nog liever anoniem in tegenstelling tot Amerika waar het eerder een opzichtig sociale gebeurtenis is, wat voor de kunst het prettig gevolg heeft dat men in de rij staat om qua vrijgevigheid tegen elkaar op te bieden. Vandaar ook dat oud-Rijksmuseum directeur Henk van Os tijdens een symposium over mecenaat in het Concertgebouw onlangs de mecenassen in ons land opriep om naar buiten te treden.

 Korenschelven in de Provence

Nadat Van Gogh in 1886 uit Antwerpen is vertrokken wordt het contact tussen hem en Enthoven om onduidelijke redenen verbroken. Opmerkelijk is dat Enthoven bij testament bepaalt dat zijn gehele kunstcollectie in het openbaar te gelde moet worden gemaakt. Uit de boedelinventaris en veiligcatalogi blijkt dat Enthoven vermoedelijk niet alleen maar liefst 65 werken van Van Gogh bezit, waarvan op zijn minst 47 olieverf-schilderijen en 18 tekeningen en aquarellen maar ook nog een flink aantal werken van andere meesters zoals Khnopff, Redon, Toorop, Gauguin, Minne, Verster, Van Hoytema en Thorn-Prikker en bovendien Japanse prenten, antieke meubels, Delfts blauw, tapijten en kunstboeken. De verzameling Van Goghs van Van Enthoven was de eerste en een van de grootste ooit in publiek bezit. Sommige van de werken uit zijn collectie zoals De hospitaaltuin van Saint-Rémy, Wandelpad in het park en Korenschelven in de Provence worden tegenwoordig als hoogtepunten gezien in het oeuvre van Van Gogh. Diens ster was in 1920 inmiddels rijzende, voor de veiling bestaat een enorme belangstelling, ook verschillende grote dagbladen schenken er aandacht aan. De hospitaaltuin van Saint-Rémy brengt het meeste op en wordt afgehamerd op f 18.000. Een aanzienlijk deel van de kunstcollectie wordt gekocht voor de verzameling van Hélène Kröller Müller.
Enthovens voorkeur ging uit naar symbolistische invloeden in het algemeen en Van Gogh in het bijzonder. Hij verzamelde hem al toen nog bijna niemand van hem gehoord had, bovendien kocht hij werk van kunstenaars die tot de Nederlandse en internationale avant-garde behoorden. Als verzamelaar was hij zijn tijd vooruit. Hoewel Enthoven uitsluitend van zijn aandeelhouderschap leefde, past hij zondermeer in het beeld van de ondernemer-verzamelaar die wel houdt van een sportieve gok met onbekende en nieuwe en dus risicovolle kunst.

Lijdt de ware collectioneur niet een beetje aan een zelfde soort complex als de prins in het sprookje van Assepoester? Ook de Zwitserse verzamelaar Oscar Ghez (1905-1998), uit wiens collectie meesterstukken zijn te zien in de Kunsthal onder de titel Van Renoir tot Picasso, liet zich bovenal leiden door zijn persoonlijke smaak. Ook hij was een pionier die zijn stempel op de kunstgeschiedenis zou drukken door kunstenaars te ontdekken die door de kenners, de musea en het grote publiek werden genegeerd. ‘Een gepassioneerd kunstverzamelaar’ zo luidt de titel van de door zijn zoon Claude voor de Kunsthal geschreven korte biografie. Bijna een understatement, immers de collectie Ghez behoort tot de grootste ter wereld. Maar ook een pleonasme, vormt hartstocht immers niet de onmisbare voorwaarde voor het verzamelen, de voornaamste drijfveer van elke verzamelaar?

  De Oude Clown (1906) Kees van Dongen

Geboren in Tunesië, opgegroeid in Marseille en Rome, en gevlucht naar New York keert de joodse rubberindustrieel in 1945 direct na de bevrijding terug naar Frankrijk. Pas in de jaren vijftig wanneer in korte tijd eerst zijn broer, daarna na een lang en zwaar ziekbed zijn vrouw en tenslotte zijn moeder overlijdt begint Oscar Ghez, overmand door verdriet pas werkelijk met verzamelen. Samen met Claude stroopt hij Parijse galerieën af, maar neemt ook van zakenreizen schilderijen mee terug. Spoedig stapelen de kunstwerken zich op in zijn woningen in Lyon en Genève. Ghez interesseert zich in het bijzonder voor kunstenaars uit het einde van de negentiende en de twintigste eeuw, het impressionisme, neo- en postimpressionisme, fauvisme (waaronder De Oude Clown van Kees van Dongen dat hem diep ontroert), kubisme, Ecole de Paris en het surrealisme, alle stromingen zijn in de collectie vertegenwoordigd.

Gustave Caillebotte Le Pont de L’Europe(1876)

Ghez is een man met een missie, een kunstridder die strijdt voor  een nobele zaak.. Wanneer schilders zoals Gustave Caillebotte niet de erkenning krijgen die ze in zijn ogen verdienen beschouwt hij dat als een onrecht dat hij moet rechtzetten. Vermoedelijk draagt zijn persoonlijke verleden ertoe bij dat hij zich vooral identificeert met exil kunstenaars die hun land voor de oorlog hebben moeten ontvluchten en zich in Parijs hebben gevestigd. In 1960 verkoopt hij zijn rubberfabrieken teneinde zich volledig aan zijn verzameling te kunnen wijden. Zijn idealisme kent geen grenzen, van New York tot Tokio en van Tel Aviv tot Moskou toont hij selecties uit zijn collectie. Zijn geloof in de kunst is zo groot dat hij meent dat deze zelfs het hoogst denkbare doel kan dienen: ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van de Verenigde Naties organiseert hij een tentoonstelling van schilders uit de gehele wereld met als thema ‘De kunst in dienst van de vrede’ wat ook het motto zal worden van zijn collectie. Of de kunst een dergelijkeverantwoordelijke vredestaak wel aankan en daarmee bovendien niet haar onafhankelijkheid verliest aangezien ze tot een nuttig instrument wordt gereduceerd zal altijd een punt van discussie blijven. Dat neemt niet weg dat Ghez uit het juiste eigenzinnige hout is gesneden, niet gehinderd door de kritiek van de kunstcritici op zijn keuzes blijft hij verzamelen tot aan zijn overlijden in 1998.
Avontuurlijkheid is een eigenschap die ondernemers vaak in meer dan gemiddelde mate bezitten en dan ook graag in het werk van kunstenaars aantreffen. Dat geldt zeker voor Joop van Caldenborgh (1939) eigenaar/ directeur van Caldic een chemiemultinational in Rotterdam en veruit de grootste particuliere collectioneur van hedendaagse kunst in Nederland en misschien wel Europa. Van Mauve tot Mondriaan, van Koch tot Koons zo heet de tentoonstelling in het Singer Museum Laren waar door een mengeling Van de Caldic- collectie en de vaste Singercolectie een fraai overzicht is te zien van Nederlands schilderkunst van voor de Tweede Wereldoorlog, aangevuld met een achttal eigentijdse sculpturen van internationale kunstenaars zoals Jeff Koons, Ron Mueck en John de Andrea. Van Caldenborgh geldt als een alleseter die zo’n beetje alles verzamelt wat los en vast zit, schilderijen, tekeningen, beeldhouwwerken, video, fotografie en installaties. ’Mensen vragen mij wel eens waarom zo breed?’ vertelt hij tijdens een rondleiding door de Singer-zalen. ’Nou ik heb daar toevallig last van! Waar staat geschreven dat ik mij moet beperken? Je hebt verzamelaars die hun hele huis volhangen met Mesdag of Cobra maar ik zou daar zeeziek van worden.’ Dat zijn collectie ooit uiteen zal vallen om zich te verspreiden is dan ook zeker niet Van Caldenborgh’s grootste schrikbeeld, wel dat zijn collectie ooit af zou kunnen zijn.
Gekleed in een slank donkerblauw pak en met veel flair strooit de ‘eenvoudige Rotterdamse koopman’ , zoals hij zichzelf terloops noemt, met de rake karakteriseringen van een kenner die niettemin het enthousiasme heeft behouden van iemand die de tentoongestelde werken voor het eerst ziet. Zo typeert hij Anton Mauve’s Een boer met zijn vee in het weiland (1870) als: ’Klassiek mooi blondgeschilderd, bloody Hollands!’ , en zegt hij over De Dam bij avond (1887) van Isaac Israëls: ’Hoe krijg je het in je hoofd om zo donker zo ’s avonds laat een Dam-impressie te schilderen, dat vind ik boeiend!’

Van Caldenborgh bewondert lef, zoals bijvoorbeeld ook de gedurfde fauvistische kleurstelling van Jan Sluiters in Maannacht IV (1912) dat hij een van de belangrijkste werken uit zijn collectie noemt: ‘Wie schildert het gras nu rood en de lucht groen? En dat in een tijd dat men van gedempte kleuren hield.’ Om tragi-komische anekdotes zit de verzamelaar bepaald niet verlegen. Bij Pyke Koch’s serie van vier vrouwenfiguren die de vier jaargetijden symboliseren vertelt hij dat Koch toen deze al oud was en niet helemaal meer bij nog een keer in een rolstoel langs kwam en naar zijn eigen werk wees: ’Dat moet een goede schilder geweest zijn!’ ‘Dat was u, meneer Koch!’ ’Nee, nee!’ had Koch beslist tegengeworpen. Bij Carel Willink’s Zelfportret met palet (1944), merkt Van Caldenborgh fijntjes op dat Willink een uitdrukking heeft van: ik-ben-de-enige-die-het-kan. ’En zijn latere vrouw Sylvia vindt dat ook. Als ik haar tegenkom zegt ze: ’’Ik begrijp dat u ze heeft meneer Van Caldenborgh, hij was een genie.’’

zelfportret jeff koons(1955)  1991

Ook al wordt in Singer vooral werk van voor de oorlog getoond, over het algemeen verzamelt Van Caldenborgh dus kunst uit zijn eigen levensperiode: ‘Je staat niet op een dag op en zegt: ik word verzamelaar zo werkt dat niet. Op een dag kom je erachter dat je het bent omdat je meer hebt dan je boven je bank kunt hangen. Ik verzamel wat er in mijn leven gebeurt. Zeker in mijn tijd zijn kunstenaars enorm bezig geweest met de wijze van kunst maken, bovendien hebben ze enorm gereageerd op wat er in de wereld gaande is, de oorlog, de sexuele revolutie, 11 september. Al zijn het vaak aangrijpende en shockerende beelden, ze spreken mij enorm aan en doen mij wat. Ook probeer ik kunstenaars te verzamelen die men niks vind, ik zeg niet wie, later zien wewel of ik het bij het rechte eind had.’

Rogier Ormeling

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

TRUMP IS GEEN KONING MAAR BURGER

     

TRUMP IS GEEN KONING MAAR BURGER (Nederlands Dagblad 23 april)

Geen Europese leider kan het zo goed vinden met Donald Trump als Emmanuel Macron. De Franse president lijkt althans de rol van Amerika’s voornaamste Europese gesprekspartner te hebben overgenomen van de Britse premier. Vorig jaar, tijdens de Franse nationale feestdag op 14 juli, onthaalde Macron Trump in Parijs met een militaire parade. Trump was daar zo van onder de indruk dat er op 1 november tijdens de Amerikaanse Veteranendag nu ook een militaire parade in Washington wordt gehouden (al zullen er om beschadiging van het wegdek te voorkomen geen tanks voorbij rollen ). Ook tijdens het gezamenlijke strafbombardement- door de VS, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk-  als reactie op de aan Assad toegeschreven chemische aanval in Douma, presenteerde Macron zich nadrukkelijk als wereldleider die mede de lijnen uitzette. Op 24 april geniet hij  bovendien de eer om, sinds Trump het Witte Huis bewoont, als eerste buitenlandse regeringsleider een officieel staatsbezoek aan de VS te mogen afleggen.                                                                             

Een uitgelezen kans om Trump te herinneren aan het briljante erfgoed van  Charles de Montesquieu(1689-1755).  De mens is onvolmaakt en macht geeft altijd aanleiding tot misbruik, daarom dient de macht te worden gedeeld en gecontroleerd, zo stelde de Franse filosoof. Op basis van deze nuchtere constateringen ontwierp hij zijn trias politica oftewel machten-scheiding waarbij de uitvoerende macht in balans is met de wetgevende en rechterlijke macht. Op tot dan toe ongekende wijze brachten de Amerikaanse Founding Fathers Montesquieu”s staatsinrichting in praktijk.                    

Natuurlijk zal Trump een dergelijk lesje staatsinrichting niet in dank afnemen. Zoals hij vermoedelijk ook het hoofdartikel in de New York Times van 15 april, met de kernachtige kop: “De President staat niet boven de wet”, aan zijn laars zal lappen. De kans dat hij het onderzoek van speciale aanklager Robert Mueller –naar eventuele connecties tussen het Trumpcampagneteam en de Russische inmenging bij de  verkiezingen en naar presidentiele obstructie van de rechtsgang- de nek zal omdraaien lijkt met de dag groter. Trump deinst er immers al lang niet meer voor terug om zowel Mueller als diens supervisor onderminister van justitie Rod Rosenstein openlijk en keihard aan te vallen .                                                                                  

Hoewel er zowel in de Senaat als het Huis van Afgevaardigden al maanden geknutseld wordt  aan wetsontwerpen die Mueller moeten beschermen toont de Republikeinse meerderheid in beide kamers van het Congres geen haast om die in stemming te brengen. En mocht een dergelijke wet worden aangenomen dan is het bovendien twijfelachtig of de president deze ondertekent.                                                            

“De president is geen koning maar een burger, die de praesumptio innocentiae en andere protecties geniet, maar ook  bloot staat aan gerechtelijk onderzoek. Wij hopen dat de heer Trump dit erkent. Zo niet, dan zal de reactie van Republikeinse wetgevers niet alleen de toekomst van het presidentschap en van een van ’s lands grootste politieke partijen bepalen maar ook die van het Amerikaanse experiment zelf”, zo besloot het NYTimes-hoofdartikel.                                                                                

En de toekomst van de liberale democratie in het algemeen, waar ook ter wereld, zo had er aan toegevoegd kunnen worden.  Ook elders zullen uitvoerende machten zich namelijk bevestigd voelen in hun streven om de rechterlijke macht aan zich te onderwerpen.                                                                  

In zijn speech op 17 april in het Europese parlement  hield Macron een vurig pleidooi ter verdediging van de Europese liberale democratieën tegenover nationalistische, illiberale en autoritairistische krachten. Weliswaar noemde hij Trump in dit verband niet maar diens onophoudelijke  diskwalificerende ondermijning  van onafhankelijke instituties  als de vrije pers en de rechterlijke instanties  zal de Franse president moeilijk zijn ontgaan. Reden genoeg om zich ook tijdens zijn bezoek aan het Witte Huis op onmiskenbare wijze schatplichtig te betonen aan zijn grote landgenoot Montesquieu.   

 Rogier Ormeling

(Nederlands Dagbladkop was alleen anders:                                                            Houd vast: die Scheiding van Macht)

 

3:00

No More King! (Schoolhouse Rock!)

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Wilders op Patriottisme les in Rusland

WILDERS OP PATRIOTTISME LES IN RUSLAND (Nederlands Dagblad)

Zowel Geert Wilders als het Kremlin zullen zich hebben verkneukeld over de timing. Een dag nadat minister van Buitenlandse Zaken Zijlstra aftrad vanwege een leugen over een fictieve ontmoeting met president Poetin, nodigde het Russische parlement Wilders uit. Reeds in november vertelde hij tijdens een bezoek aan de Russische ambassade dat hij naar Moskou wilde. Om ‘tegenwicht te bieden aan de hysterische russofobie die her en der heerst.” Immers ‘Rusland is onze bondgenoot in de strijd tegen het terrorisme.’

Blijkbaar acht Wilders het geen beletsel dat er sinds Poetin in 2000 als president aantrad al lang geen sprake meer is van vrije en faire verkiezingen. Kritische opponenten ondervonden grote hinder bij hun publieke bijeenkomsten, kregen geen gelijke toegang tot de media, werden als nationale verraders bestempeld, op dubieuze gronden gecriminaliseerd en dus uitgesloten van de kandidatenlijst, of zelfs vermoord. Tijdens verkiezingsdagen reden Poetin-aanhangers van het ene stembureau naar het andere en propten met vooraf ingevulde kiesbiljetten stembussen vol. Voor de zekerheid werd tenslotte ook de uitslag gemanipuleerd.

   Yevgenia Albats

Zodoende is de Doema van dissonante geluiden gezuiverd. Poetins partij Verenigd Rusland geniet steevast een comfortabele meerderheid terwijl de andere partijen bovendien slechts fungeren als schijn- oftewel Potemkinoppositie. De Russische onderzoeksjournaliste Yevgenia Albats spreekt dan ook van ”een conglomeraat van mensen die zichzelf volksvertegenwoordigers noemen, wat ze niet zijn.” Kortom: een nepparlement. Al reserveert Wilders die benaming slechts voor de Tweede Kamer.

Volodin

“Als Poetin er is, dan ook Rusland. Geen Poetin dan ook geen Rusland”’ zo sprak de huidige Doema-voorzitter Vyacheslav Volodin in 2014. Anders gezegd: inplaats van waakhond van de democratie is de Doema slechts een schoothond van het Kremlin. Zo bleek uit de stortvloed van uiterst repressieve wetten die Russische burgers moeten transformeren tot gedweeë patriottistische onderdanen. Neem bijvoorbeeld de nagenoeg onbetaalbare boetes op deelname aan ongeautoriseerde demonstraties of de beruchte anti-homopropaganda wet. Initiatiefneemster van laatstgenoemde wet was Doemalid Elena Mizoelina, tevens verantwoordelijk voor de decriminalisering van huiselijk geweld. Zal Wilders, die homo- en vrouwenrechten hanteert als wapens in zijn strijd tegen de islam, haar straks als bondgenote hartelijk de hand schudden?

Litvinenko op zijn sterfbed

Grote kans dat hij ook Andrej Loegovoj tegen het lijf loopt. Volgens een Britse onderzoeksrechter vergiftigde deze geheim agent in 2006 zijn naar Londen gevluchte collega en Poetin-criticus Aleksandr Litvinenko met radioactief polonium. Poetin weigerde hem echter uit te leveren en verleende hem zelfs een onderscheiding ‘wegens diensten voor het vaderland.” Loegovoj werd tevens beloond met een Doema-lidmaatschap, waardoor hij parlementaire immuniteit geniet. Als lid van het Doema-veiligheidscomité stelde hij een zwarte lijst op van Kremlinkritische websites. Ondermeer die van oppositiepoliticus Alexej Navalny, welke vervolgens door telecomwaakhond Roskomnadzor werd geblokkeerd.

Inmiddels is Navalny, op dubieuze gronden, uitgesloten van de presidentsverkiezingen op 18 maart. Toch gaat Wilders , die meent dat Nederland veel van het Russische patriottisme kan leren,van 24 februari tot 2 maart op patriottisme les. Wat het lesprogramma precies behelst is nog onduidelijk. Wellicht een bezoekje aan Patriot Park: het militaire Disneyland even buiten Moskou waar het hele gezin op tanks kan klauteren, met granaatwerpers spelen en Buk-raketinstallaties bewonderen?

Rusland bondgenoot? Volgens de gezamenlijke Amerikaanse inlichtingendiensten zaaide Rusland tijdens de presidentsverkiezingen in 2016 tweedracht en probeerde het Trump aan een overwinning te helpen. Democratisch senator Ben Cardin schreef in een recent rapport: ’Poetins regering voert een niet aflatende strijd, gericht op ondermijning van de democratische rechtstaten van Europa en de VS . Het Kremlin maakt daarbij gebruik van militaire invasies, cyberaanvallen, desinformatie, steun aan politieke randgroeperingen, energiebronnen als machtsmiddel, georganiseerde misdaad en corruptie.’ Op 13 februari stelden vijf directeuren van de inlichtingendiensten tijdens een senaatshoorzitting dat de Russische disruptiecampagne onverminderd aanhoudt. Inmiddels kwam speciale aanklager Robert Mueller met concrete aanklachten tegen 13 Russen en 3 Russische organisaties wegens inmenging in de verkiezingen van 2016.

Yekaterina Schulmann

Tien jaar geleden tijdens een eerder bezoek aan Moskou, liet Wilders zich aan de hand van een landkaart uitleggen hoe Rusland zich omsingeld voelt door de naar het oosten oprukkende NAVO. “Hier heeft Rusland een punt” zegt hij nu. Rusland is inderdaad omringd door veel andere landen, het is immers het grootste land ter wereld. Maar zou de Navo deze nucleaire supermacht werkelijk willen of durven aanvallen? Wilders lijkt het Kremlin en de Doemaleden vooral te gaan bevestigen in hun slachtofferschap. In wat de Russische politicologe Yekaterina Schulmann omschreef als een externe locus of control: de neiging om de oorzaken van de eigen situatie buiten zichzelf te zoeken.’Wat is Rusland? Rusland is iets dat wordt bedreigd door iets van buiten. Dit is een absurde visie van mensen van de geheime dienst. In werkelijkheid worden onze problemen veroorzaakt door interne factoren, zo stelde zij. Natuurlijk kan ook aan westerse inlichtingendiensten een externe locus of control worden toegeschreven. Belangrijk verschil is echter dat in Rusland de inlichtingendienst aan de macht is.

Rogier Ormeling in het Nederlands Dagblad 22-2-2018

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

In memory of Dolores, Queen of Limerick

 

In Memory of Dolores,  Queen of Limerick

She was named after Our Lady of Sorrows

Her voice seemed to echo, as if through mountain slopes

o weh ho weh ho weh ahaahaha ho aahahahahowahahahahow

A wondrous human calling, facing nature’s overwhelming force

a voice of someone who knows life is only makeable to a limited extent

and therefore tragic

a voice that could only stem from the breathtaking scenery of Ireland

daughter of Ballybricken, close to Limerick

on average the cloudiest city of the nation

existential, under the skin spot-on the nervous system

and the way she moved on stage, like in Paris in 1999

one moment upright iconic

radiating like an Egyptian queen with her dark hair

then from left to right,  strolling in her mountain boots

curved like a gnome, a little earthwoman with angular gestures

as if she was struggling with demons

in reality a past

that remained stuck in her head, her beautiful head

“Na na na how could you hurt a child how could you hurt a child?

does that make you satisfied satisfied satisfied?”

brutal ugliness transformed into sheer beauty

killing

The greatest beauty reminds one of one’s own mortality

Love rides the horse of death

Rogier Ormeling

 

Ze werd genoemd naar Onze lieve Vrouwe van de Smarten

haar stem leek te echoën als tussen bergen

o weh ho weh ho weh ahaahaha ho aahahahahowahahahahow

een wonderbaarlijk menselijke roep tegenover overweldigende natuur

een stem van iemand die weet dat het leven slechts in beperkte mate maakbaar is

en dus tragisch

zo”n stem kon alleen maar ontstaan in een subliem landschap als Ierland

dochter van Ballybricken bij Limerick gemiddeld de meest bewolkte stad van het land

existentieel, onder de huid direct op het zenuwstelsel

en dan die manier waarop ze op het podium stond zoals in Parijs in 1999

het ene moment rechtop iconisch

radiating als een Egyptische koningin met haar donkere ogen en haren

dan weer van links naar rechts struinend in bergschoenen

licht gebogen als een soort gnoom een aardvrouwtje met hoekige gebaren

ook alsof ze worstelde met demonen

maar eigenlijk een verleden

dat maar in haar hoofd in her beautiful head bleef zitten,

“‘Na na na how could you hurt a child?

does that make you satisfied satisfied satisfied?””

brute lelijkheid omgezet in pure schoonheid

killing

de grootste schoonheid herinnert aan de eigen sterfelijkheid

Liefde rijdt op het paard van de dood

        

A piper arrives at Dolores O’Riordan, the singer of the Cranberries’ funeral at St Ailbe’s Church in Ballybricken, Ireland, january 23, 2018. REUTERS/Clodagh Kilcoyne

 

 

The Cranberries Live in Paris (Concert) HD – YouTube

Video voor cranberries live▶ 1:23:40

19 mei 2013 – Geüpload door CranberriesVEVO

The Cranberries Mtv unplugged Full Concert HD:https://www.youtube.com/watch?v=8s1nqRUr0

 

In The Mind Of Dolores O’Riordan – YouTube

26 apr. 2011 – Geüpload door John Ulloa

“I eat an incredible amount of garlic and it’s frightening …. then I have to grab a lump of parsley and start eatin …

 

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Kremlin sluipt steeds dieper Europa binnen

Onderstaand opiniestuk verscheen op 28 oktober  op de site van het prominente  actualiteitenmagazine/weekblad Knack (”de Belgische der Spiegel’) en eerder op 25 oktober, dus precies 100 jaar na de Russische oktoberrevolutie in het Nederlands Dagblad

KREMLIN KRUIPT STEEDS DIEPER EUROPA BINNEN

                                                                                      Ludiek protest in Berlijn tegen de benoeming van oud-bondskanselier Gerhard Schröder bij het staatsoliebedrijf Rosneft. Via een pijpleiding vult Vladimir Putin de zakken van Schröder. | beeld ap / Britta Pedersen

In Duitsland zijn de eerste aftastende gesprekken tussen CDU, CSU, FDP en de Groenen gestart voor de vorming van een nieuwe regering. De Nederlandse formatie leert dat een vierpartijencoalitie geen eenvoudige opgave is.
Sinds de jaren dertig was de Duitse politiek niet zo versplinterd. De grote winnaar van de Duitse verkiezingen lijkt dan ook Vladimir Poetin. Destabilisatie van de Europese Unie en de Verenigde Staten is immers het doel van zijn verdeel-en-heers-tactiek. Die dient de Russische bevolking er zo van te overtuigen dat liberale democratie geen alternatief is voor zijn regime.

Inmiddels is duidelijk dat al of niet vanuit het Kremlin aangestuurde Russen in aanloop van de Amerikaanse presidentsverkiezingen via advertenties, tweets, nepnieuws en nepaccounts op Facebook, Twitter, YouTube en Google tweedracht zaaiden over controversiële onderwerpen, zoals holebi-rechten, rassenrelaties, immigratie en wapenwetten.
Of dit alles invloed had op de uitslag van de Amerikaanse presidentsverkiezingen valt moeilijk te zeggen. Feit is wel dat er sprake was van een fotofinish. De geraffineerde micro targeting kan dus wel een doorslaggevende rol hebben gespeeld. Veel advertenties bleken specifiek gericht op swing states, waarvan op voorhand niet vastlag of ze naar Hillary Clinton, dan wel Donald Trump zouden gaan.

Voorafgaand aan de Duitse verkiezingen waren eveneens Russische cybersoldaten actief. Zo werd het extreemrechtse AfD gesteund met anti-immigratie boodschappen, ondermeer gericht aan de 3 tot 4 miljoen Russischsprekende immigranten uit de voormalige Sovjetunie. In Berlijn en andere grote steden is Russisch na Duits en Turks overigens de meest gesproken taal.
Vlak voor verkiezingsdag probeerden anonieme accounts en geautomatiseerde Russischsprekende bots twijfel te zaaien met Twitterberichten over fraude en het ongeldig maken van AfD-stemmen. Toch was het effect op de uitslag vermoedelijk gering en bleef de schaal van de Russische beïnvloeding beperkt.

Meer was niet nodig want Poetin heeft aanhangers genoeg in de Bondsrepubliek. Vooral in het oosten van Duitsland, waar de gevoelsmatige binding met Rusland nog sterk is en het percentage AfD-kiezers het hoogst ligt.
Het is niet zo dat Rusland en de sancties vanwege de Krim-annexatie een rol speelden tijdens de verkiezingsstrijd, maar het AfD streeft wel naar een beeïndiging van de sanctiepolitiek, de verdieping van de economische samenwerking met Rusland en zelfs een gezamenlijke veiligheidstructuur. Dat laatste beoogt ook Die Linke, die geworteld is in de voormalige communistische partij van de communistische DDR. Fractieleider Sahra Wagenknecht pleitte eerder ook voor een ontbinding van de NAVO.

Binnen de socialistische SPD kan Poetin ook op sympathie rekenen. Afzwaaiend minister van buitenlandse zaken Sigmar Gabriel sprak zich al uit voor stapsgewijze opheffing van de sancties, ongeacht of de Minsk-akoorden volledig worden nageleefd. Datzelfde geldt ook voor de nog steeds invloedrijke Gerhard Schröder die in 2005 als bondskanselier aan de basis stond van de bouw van de Nordstream-gaspijpleiding onder de Oostzee tussen Rusland en Duitsland. Om vlak na zijn aftreden voorzitter van de raad van commissarissen te worden van Nordstream. Een dubieus staaltje draaideurpolitiek dat recentelijk een vervolg kreeg met zijn benoeming tot voorzitter van de Rvc van Rosneft. Niet alleen slokte dit Russische staatsoliebedrijf via brutale manipulaties concurrent Yukos op nadat Poetin eigenaar Chodorkovski achter de tralies deed belanden, het staat ook op de EU-sanctielijst. Dat weerhield sociaal-democraat Schröder er niet van tegen een riant salaris zijn vriend Poetin nog inniger te omhelzen, ook al voert laatstgenoemde een wereldwijde cyberstrijd tegen de liberale democratie.

Ook Horst Seehofer en Christian Lindner, leiders van Merkels toekomstige coalitiegenoten CSU en FDP, willen de banden met Rusland aanhalen. Zij stelden al voor om de G7 – groep van 7 dominante industrielanden – weer uit te breiden met Rusland dat eerder al deel uitmaakte van de G8 die werd ontbonden na de Krim-annexatie. Deze dient volgens Lindner weliswaar niet volkenrechtelijk erkend maar wel ‘duurzaam tijdelijk’ aanvaard te worden.
Mensenrechten zijn niet meer aan de orde. Dat Rusland zich getuige een recent VN-rapport op de Krim schuldig maakt aan martelingen, verdwijningen, willekeurige arrestaties en verplicht Russisch staatsburgerschap mag de Realpolitik blijkbaar niet deren.

Zowel in Duitsland als Europa neemt de druk op Merkel toe om haar huidige beleid in te ruilen voor een appeasementpolitiek.
‘Het Kremlin sluipt Duitsland binnen’, zo luidde de omineuze kop boven het hoofdredactionele Washington Post-commentaar op de Duitse verkiezingsuitslag.
Nu zijn nauwe betrekkingen tussen Duitsland en Rusland wel niet nieuw. Tsarina Catharina de Grote was van Duitse komaf, net als Alix von Hessen-Darmstadt, de vrouw van tsaar Nicolaas II. Of neem het niet-aanvalsverdrag tussen Hitler en Stalin: het Molotov-Ribbentroppact, met als geheime protocol de verdeling van Europa in invloedssferen.
Vooral het laatste wekt Poetins imperiale nostalgie. Vandaar dat hij, terwijl hij binnenslands het Russisch patriottisme oppookt door te herinneren aan de strijd tegen het nazisme, steun verleunt aan de AfD en andere Europese extreemrechtse partijen. Zo sloot zijn partij Verenigd Rusland bijvoorbeeld een samenwerkingsovereenkomst met de door ex-nazi’s gestichte FPÖ, die grote kans maakt op Oostenrijkse regeringsdeelname.

Zowel in Duitsland als Europa neemt dus de druk op Merkel toe om haar huidige beleid in te ruilen voor een appeasementpolitiek.
Wat dit betreft staat ze in haar nieuwe coalitie niet alleen tegenover CSU en FDP. Weliswaar is binnen de Groenen sprake van een anti-NAVO-vleugel maar het partijprogramma spreekt duidelijk van ‘Ruslands agressieve grootmachtpolitiek’. Die vormt een bedreiging van westerse waarden die het bestaan van de NAVO nog steeds noodzakelijk maakt, aldus lijsttrekker Cem Özdemir eerder dit jaar. Zolang Poetin zijn soldaten niet uit Oost-Oekraine terugtrekt ziet hij geen reden om de sancties op te heffen. Blijkbaar zijn de woorden van Andrei Sacharov, vader van de Russische waterstofbom en later Sovjetdissident aan hem nog besteed: ‘Een land dat de rechten van zijn eigen bevolking niet respecteert, zal ook de rechten van zijn buren niet respecteren.’

‘Het Kremlin sluipt steeds dieper Europa binnen’ – Wereld – Knack.be

2 uur geleden – Nederlands publicist Rogier Ormeling kijkt naar de impact die Rusland heeft in … Dit opiniestuk verscheen eerder bij het Nederlands Dagblad.

 

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Stedelijk kreeg opnieuw een kado dat geen geschenk bleek

Na onthullingen in de NRC dat zij niet in het jaarverslag van het Stedelijk vermeldde dat zij met haar kunstadvies BV Currenmatters, een winst had geboekt van ten minste 437.306 euro, stapte directrice Beatrice Ruf  op. Al eerder was zij in opspraak geraakt nadat zij van een Zwitserse kennis een Mondriaan voor het museum leende die later vals bleek. Ook bleek de schenking die het Stedelijk had ontvangen van de Duitse verzamelaar Thomas Borgmann, een andere kennis van Ruf, geen zuivere schenking. Het museum bleek er in het geheim toch 1,5 miljoen euro voor te hebben neergeteld. Bovendien was er geen sprake van 600 kunstwerken maar zelfs minder dan 200. Het was niet de eerste keer dat het Stedelijk tamtam maakte met een kado dat bij nader onderzoek geen geschenk bleek. Dit was ook al het geval in 2007 onder directeur Gijs van Tuyl, zo stelde ik in mijn toenmalige stuk in het Financieel Dagblad.

KADO DAT GEEN GESCHENK IS

Hedendaagse kunst is salonfähig en particuliere verzamelaars zijn musea meestal te snel af. Op de Biënnale van Venetië bijvoorbeeld waren veel werken in een oogwenk verkocht aan miljardairs die al of niet met luxejacht kwamen shoppen. Voor veel musea zijn de prijzen onbetaalbaar en voor het Stedelijk Museum, dat het moet doen met een aankoopbudget van 800.000 euro, valt er dan ook weinig te kopen. Daarom prijst het museum zich gelukkig met de samenwerking met The Broere Charitable Foundation. Deze in Genève gevestigde moderne kunst ondersteunende stichting stelde in 2000 een belangrijke Europese hedendaagse kunstprijs in, de tweejaarlijkse Vincent Award. Tot en met 2004 werd die georganiseerd door het Maastrichtse Bonnefantenmuseum maar daarna verruilde de Broere Foundation de provincie voor de internationale allure van het Amsterdamse Stedelijk. Het juryvoorzitterschap wordt nu dus bekleed door de directeur van het Stedelijk terwijl deze tevens in belangrijke mate bepaalt wat er van de prijswinnaars door de Foundation wordt aangekocht. Die werken vormen het fundament van de Monique Zajfren collectie, die vernoemd is naar de te vroeg overleden Antwerpse galeriehoudster. De Zajfren collectie, die bovendien wordt uitgebreid met andere hedendaagse kunstaankopen is tot 2010 in bruikleen gegeven aan het Stedelijk, met een mogelijke verlenging tot 2020. Met ingang van dit jaar stelt het museum jaarlijks een tentoonstelling van de aankopen samen.


Een gebochelde kale man lijkt de tentoonstellingsbezoeker met een lichte buiging, een knik van zijn ingevallen knokige kop en een geopende mond welkom te heten. Hij maakt deel uit van een drietal vrijwel identieke levensgrote figuren, opgetrokken uit een bovenlichaam van was en dunne metalen benen die veel weg hebben van vogelpoten. Gekleed in gele en paarse polyester dekens die associaties met oosters-religieuze kledij oproepen, met hun rug tegen elkaar, als dieren die in hun midden een jong beschermen, staan ze in een magische kring. Three Capacity Men (2005), wat zoiets betekent als drie mannen met mogelijkheden, luidt de subtiel ironische titel van Thomas Schüttes sculptuur. Hoe ontegenzeggelijk deze sjamanistische hybriden ook aanwezig zijn, tegelijk vertoeft hun geest aan gene zijde. Het zijn intrigerende personificaties van het mysterie van het leven en de dood, van de eeuwige transformatie van de natuur.

Alle identiteit is vluchtig en slechts een momentopname. Identiteiten zijn vooral constructies zoals blijkt uit The Believer (2006), een schilderij van Marlene Dumas dat tegenover de sjamanen hangt. Om houvast te vinden probeert men de ander in een stereotiepe identiteit op te sluiten: zo zien terroristen eruit. Dumas heeft de gelovige echter vloeibaar dun geschilderd alsof ze zegt: het gezicht van de ander is te beweeglijk en ontsnapt daardoor aan alle maskers.
Van Wilhelm Sasnal hangen vier schilderijen in de eerste zaal waaronder Untitled(Brasil) 2006). Tegen de achtergrond van een roomwitte muur leunt een man in smetteloos roomwit pak en zwartwitte schoenen tegen een zwarte schoorsteenmantel. Hij lijkt te poseren maar eigenlijk is dit zinloos want zijn karikaturaal geabstraheerde hoofd kan nauwelijks doorgaan voor een gezicht. Het schilderij is een spel tussen abstractie en figuratie en tegelijk een portret van een naamloze Braziliaanse dictator. Een portret van gezichtloze macht die geen verantwoording hoeft af te leggen.

 

    

Het werk van de Duitse schilder Neo Rauch (1960) wordt gekenmerkt door een uitnodigende tekendichtheid die zich echter nooit volledig laat decoderen. Op indrukwekkende wijze zegt Rauch van alles over onze chaotische geglobaliseerde tijd waarin alle identiteiten tegen elkaar opkakelen en elkaar betwijfelen. In het monumentale Bon Si(2006) zien we ondermeer hoe een vlieg zich tot een hedendaagse engel ontpopt die echter ondanks zijn grote vleugels niet vliegt en zelfs tijdens het lopen ondersteund moet worden. Op de achtergrond hangt een gekruisigde met een dikke pens die door een man in trainingsbroek wordt afgerost. Even verderop zit een onverschillige figuur met een bierblikje op een muurtje naast een man die aan zijn gulp sjort. Van transcendentie is hier geen sprake meer, het grote religieuze verhaal is ondergedompeld in het alledaagse.
Je zou wensen dat dergelijke werken permanent in het Stedelijk te bezichtigen waren. Had men de tentoonstelling niet beter The Loan inplaats van The Present kunnen noemen? Museum en Broere Foundation betitelen hun samenwerking als een nieuwe vorm van mecenaat. Maar hoezo mecenaat? Er is toch slechts sprake van bruikleen in plaats van een onbaatzuchtige gift? Natuurlijk is de handelwijze van de Foundation briljant: met behulp van de expertise van de directeur van het Stedelijk bouwen we een mooie collectie op en die stallen we tien tot twintig jaar in het museum dat voor depotruimte en onderhoud zorgt. Zowel de Vincent Award als de Zajfen-collectie kunnen zo bovendien de statuur van het Stedelijk op zich laten afstralen. Maar is het wel zo slim van het Stedelijk? De kans dat de Broere Foundation de samenwerking opzegt, zoals eerder met het Bonnenfantenmuseum, blijft aanwezig. Natuurlijk is het prachtig om privécollecties te tonen maar had het Stedelijk haar tijd en energie niet beter kunnen besteden aan fondsverwerving ten bate van de uitbreiding van de eigen openbare collectie?

Rogier Ormeling

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen