Snow, Trees and Shadows

Snow, Trees and Shadows, a painting by Maria Klawe, reminds me of the times when I was still a little kid and our primary schoolclass went to the theatre some wednesday afternoon to see a play… Suddenly the lights dimmed, we all hushed up, the curtain  rose and we gawked in awe , being transfixed  by the scenery. So magical and promising, the blue sky and sensuous shadows caressing like velvet. Something is going to happen… Actually it is already happening because the trees seem to be having a full moon conference. Like spirits involved in a spirited exchange, no bossing around even the smallest are listened to. Wouldn”t surprise me if the whole pack would suddenly walk on (to find a cabin for the night). But no let them stay and keep me company, let them not melt. Let me forget a little bit longer that they even found microplastics in the Arctic snow.

R O

 

 

 

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Menselijk Plastic: Gavin Turk

 Bag Soup, 2006 Coloured ink on paper

De mensheid produceert zo’n immense hoeveelheid afval dat het bij lange na niet verwerkt en verbrand wordt. Neem bijvoorbeeld plastics, daarvan wordt slechts 9%  gerecycled, een groot deel van de rest hoopt zich op in oceanen, arme landen en menselijke lichamen. We eten en drinken plastics en ademen die in. Volgens een studie eten mensen gemiddeld tussen de 39.000 en zo”n 52.000 microplastic deeltjes per jaar. Vooral uit plastic flessen drinken komt neer op een drastische verhoging van de inname van microplastics. Die zijn klein genoeg om menselijk weefsel te penetreren en kunnen toxische chemicaliën en schadelijke microben bevatten . Wat de gevolgen zijn voor de gezondheid is nog onbekend.

Onderzoekers  hebben inmiddels ook microplastics aangetroffen in de Alpen en in Noordpoolsneeuw, de hele planeet lijkt erdoor vervuild. Ook ons land kampte onlangs met een afvalcrisis, zo lag tweederde van de verbrandingscapaciteit van Nederlands grootste afvalverbrander AEB enige tijd stil vanwege financiële en technische problemen. Gavin Turk’s tentoonstelling in de Amsterdamse Reflex galerie die om afval draait is dan ook uiterst actueel.

           

Green and Pink with Rubbish Bag, 2019 Acrylic paint on canvas 180 x 160 cm

Neem zijn zeefdrukken op basis van foto”s van volle vuilniszakken. Waar we buiten op straat doorgaans aan achteloos voorbijgaan vraagt nu om nadere beschouwing. Niet dat het geheimzinnig glinsterende polyethyleen ook maar iets van zijn inhoud prijsgeeft, toch lijken het wel portretten. ‘We zijn wat we weggooien’ stelt Turk. Inderdaad: toon mij uw afval en ik zeg wie u bent. Niet voor niets jagen geheime diensten, privédetectives en medewerkers van roddelbaden ”s nachts op vuilniszakkenn van mensen van wie ze meer willen weten.

               

Niet alleen toont Turk zich met zijn zeefdrukken van vuilniszakken schatplichtig aan Warhol maar ze roepen ook associaties op met een bekend werk van Man Ray namelijk Het raadsel van Isidore Ducasse, een in een paardedeken deken gewikkeld onzichtbaar object.

Turk toont ook aquarellen van de objet trouvés oftewel de plastic waterflessen die hij op straat heeft gevonden.

Turk weet hen meesterlijk subtiel,  ofwel eerbiedig teder weer te geven met al hun verkreukelde en ingedeukte nuances alsof het ooit levende wezens waren, ondankbaar mishandeld, dodelijk verwond en weggegooid,  als dieren of zelfs mensen met een eigen biografie en individueel karakter.

Door zelfs een PET- fles te laten ontroeren presteert Turk iets wat je niet voor mogelijk hield. Als we niet respectvol en zorgvuldig met de dingen omgaan dan ook niet met mensen, zo lijkt de diepere boodschap.

 

Gavin Turk

Letting Go t/m 6 december

In 2007 schreef ik  voor het Financieel Dagblad over Gavin Turks solo in het GEM in Den Haag, zie onder

DE AANHALINGSTEKENS VAN GAVIN TURK

De oudste droom waarvan we een verslag hebben staat op een kleitablet van meer dan drieduizend jaar geleden. In een brief vertelt Addudûri, de opzichteres van een paleis in Mesopotamië: ’Ik ging naar de tempel van de godin Bêllit-ekallim, maar haar standbeeld was verdwenen en ook de beelden van de andere goden waren weg! Het was zo’n troosteloos gezicht dat ik maar bleef huilen.’ De oudste droom was dus eigenlijk een nachtmerrie over de afwezigheid van beelden waarop de ogen kunnen rusten, de afwezigheid van idolen. Een nachtmerrie die getuigt van de angst om zonder de verzachtende bemiddeling van een godsbeeld tegenover het Zijn te staan.

Terwijl Gavin Turk deze informatie tot zich laat doordringen kijkt hij dromerig voor zich uit. Zou hij het bezwaarlijk vinden wanneer een recensie van zijn tentoonstelling zo begon? ’O nee, integendeel!’ Betekent dit dat Turk (1967) nu ook al ghostwriter is van de recensies van zijn eigen tentoonstelling? Ergens zou het wel passen binnen zijn oeuvre.

Op zijn eindexamententoonstelling op de Royal College of Art in Londen presenteerde hij Cave, een lege studio met aan de muur een blauwe heritage-plaquette die in Engeland op huizen van overleden beroemdheden zijn aangebracht: ‘Borough of Kensington / Gavin Turk Sculptor / Worked Here 1989-1991.’ De examencommissieleden konden het niet waarderen en weigerden hem een Master of Art-diploma te verlenen. Blijkbaar interpreteerden zij Cave als een cynische statement: dat kunst slechts een strategie is om naam te maken. Net als Plato’s grotbewoners zagen zij alleen de schaduwen op de muur zonder de oorsprong van de projectie te vatten. Want het ging hier natuurlijk om een ironisch commentaar op de geschiedenis van de moderne kunst. Die had de kunst immers geleidelijk aan volledig gedeconstrueerd en ontdaan van alles wat ooit met kunst te maken had–driedimensionaliteit, lijnen, kleuren, vormen, contouren, pigmenten, verfstreken, lijsten, muren, galeries en musea–om tenslotte uit te komen op het idee dat de kunstenaar bepaalt of iets kunst is. Niet het kunstwerk maar de handtekening van de kunstenaar is van doorslaggevend belang. Alles wat door de kunstenaar is gesigneerd, is kunst. Zelfs stront. Door deze filosofie tot haar uiterste conseqwentie door te voeren, zoals in Cave, onderwierp Turk haar nu juist aan een onderzoek.
De ironie wilde dat Turk met Cave de aandacht van de kunstwereld trok en naam maakte, hetgeen ook een onverwachte bevestiging betekende van wat hij aan de orde had gesteld. Turks naam en faam snelden aan zijn kunst vooruit. Cave is nu te bezichtigen in Turks eerste omvangrijke museumsolo, al hangt de plaquette ditmaal niet aan de muur maar staat deze in een Beuysiaanse vitrine.

Er tegenover aan de andere kant van de zaal, hangt Second Coming een surveillancespiegel die de hele zaal en dus ook Cave weerspiegelt. In het spiegelglas heeft Turk zijn handtekening geëtst, zodat niet alleen Cave maar de zaal met alle werken van een indirecte signatuur zijn voorzien. De spiegel is tegelijk ook een verwijzing naar Jan van Eycks beroemde schilderij Het huwelijk van Arnolfini waarop een spiegel staat die de hele kamer weerspiegelt, met daarboven de Latijnse inscriptie: ’Van Eyck Fuit Hic’: Van Eyck was hier. De oude meester hield er van op ongebruikelijke wijze zijn auteurschap kenbaar te maken.

     

Turks verwijzing wordt haast onmerkbaar subtiel duidelijk door de titel van zijn, in dezelfde zaal hangende olieverfschilderij van een bakstenen muurtje dat is opgetrokken uit de kleuren van een staalkaart: Fuit Hic(2003). Turk speelt kortom een spel van verwijzingen waarin niet alleen vele grote namen uit de kunstgeschiedenis figureren maar waarin zijn werken ook onderling naar elkaar verwijzen.
Niet alleen lijkt Turk zich steeds weer af te vragen in hoeverre een handtekening garant staat voor oorspronkelijkheid, maar ook of er eigenlijk wel een zelf bestaat dat de oorsprong van onze handelingen vormt.

Title(1990) bijvoorbeeld is een soort triptiek die feitelijk weinig meer inhoudt dan Turks reusachtige zwarte handtekening op een beige fond. Deze megalomane aanspraak op authenticiteit wordt echter ondermijnd door het op het doek geborduurde legenda waarin wordt vermeldt van welke gerecyclde materialen het werk is gemaakt. Kunst is niet alleen een kringloop van materiaal maar ook van motieven en ideëen.

Evenals de natuur schept de kunstenaar uit afval. Dat lijkt ook de strekking van Pile, een ogenschijnlijk verdwaalde hoop vuilniszakken, die bij nadere kennismaking van geverfd brons blijkt gemaakt. Stel je voor dat op een morgen alle vuilniszakken bronzen monumenten blijken! Je ontkomt er niet aan het gezicht van de vuilnisophalers voor de geest te halen.
Of ze willen of niet: ook kunstenaars zijn epigonen ofwel latergeborenen die op de schouders van hun voorgangers staan. Turk laat niet af om hier in zijn werk voortdurend op te wijzen. Maar in plaats van zich door zijn erfenis te laten neerdrukken schept hij er juist plezier in om daar op speelse en ja zelfs ’oorspronkelijke’ wijze mee te goochelen.

Zo lijkt This is not a Melon(2000), waarachtig veel op een meloen, maar is deze van geverfd brons. Ook Oscar(2000), met zijn bolhoed met oog, zijn ogen in de vorm van halve eierschalen en neus in de vorm van een geweerloop, is een sculpturale vertaling van een schilderij van Magritte.

Terwijl Oscar met zijn reukorgaan de voor hem nog onbekende derde dimensie aftast trekt hij tegelijk een lange neus naar de Warholeske portretten van Joseph Beuys(2005), Che Quevara(2000), Elvis(2005) en Warhol(2006) aan de muur. De goden zijn herboren als seculiere sterren van de cultus van de roem die wordt beleden in de tempels van de massamedia. Maar de idolenparade heeft inmiddels zo’n duizelingwekkende omvang en omloopsnelheid aangenomen dat de idolen aan inflatie onderhevig zijn, zo lijkt Turks onderliggende boodschap. Bij nadere beschouwing ontdekken we dat door de gezichten van deze beroemde iconen de gelaatstrekken van Gavin Turk zelf schemeren.

Zoals ook bij Death of Che(2000), een op een legerbrancard uitgestrekt wassen beeld naar de beroemde foto van de geëxecuteerde Che Quevara. Zijn niet alle portretten ook zelfportretten? Anderzijds is het zelf een fictie, niets staat immers volkomen op zichzelf. Dat ontdekte ook Jean Jacques Rousseau tijdens zijn grote ontdekkingsreis naar het zelf: ’Niets lijkt zo weinig op mijzelf als ikzelf.’ Rimbaud zei het later anders: ’Je est un autre.’ Turk is een metamorfosekunstenaar, die weet dat hij slechts zichzelf kan zijn door zich te vermommen en in de huid van anderen te kruipen. Juist degene die volledig tot zichzelf is gereduceerd is zodanig van zichzelf vervreemd dat hij een niemand is aan wie iedereen voorbijgaat.

Zoals aan Nomad(2003), een volledig bronzen plastiek van een figuur die schuilgaat in een vieze oranjepaarse slaapzak. Het is een ode aan de onbekende dakloze, die de keerzijde van de persoonlijkheidscultus vertegenwoordigt.
Wie diep wil graven kan in Turks werk vele lagen ontdekken, tegelijk slaagt hij erin op relativerende wijze aan de oppervlakte te blijven en het alledaagse te vieren.

Neem nou Just a Chip Fork, een witgeverfde bronzen uitvoering van een patatvorkje, of Decrepit Smile(2006): een dito uitvoering van een polystyrenen beker inclusief koffievlek. Of Spent Match(2005): een bronzen versie van een afgebrande lucifer die daardoor een kostbaar kleinood is geworden. Is kunst een kwestie van materiaal, is alles wat in brons is gegoten kunst?, lijkt de vraag die Turk zich hier heeft gesteld.


Zoals alle serieuze kunstenaars weet hij de ernst van het leven en de kunst tussen aanhalingstekens te plaatsen. Lachen is bij uitstek menselijk, stelde Rabelais al. En
Rembrandt beaamde dat, denk bijvoorbeeld aan zijn lach in een van zijn laatste zelfportretten als Zeuxis. Wie toevallig dichtbij Gentleman Jim(2005), komt, een wassen incarnatie van Turk als aan lager wal geraakte Engelse zeeman van de HMS Ulysses, prikkelt een sensor die Jim in beweging zet. De ‘mechanische turk’ gooit zijn hoofd in zijn nek, rolt met zijn ogen en brengt een bezopen lach voort.

The Negotiation of Purpose(2002), het werk waaraan de tentoonstelling zijn titel ontleent bestaat uit een keukentafel waarop een schijnbaar willekeurig neergelegd mes ronddraait, dat blijkt te worden voortbewogen door een onder tafel bevestigde motor. Tijdens zijn carrousel wijst het mes in alle richtingen van de zaal, alle werken met elkaar verbindend. De kunst is een perpetuum mobile, een kansspel, waarin alle mogelijkheden, interpretaties, verwijzingen en zingevingen open blijven zonder dat een definitief besluit valt.

Rogier Ormeling

Gavin Turk: The Negotiation of Purpose
t/m 20 mei 2007

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

DE UITVERKORENE (nrc)

“God is rechts” zei Thierry Baudet onlangs op een bijeenkomst van de jongerenbeweging van FVD. Zag hij zoals de apostel Johannes het licht op Patmos? Of wellicht onderweg van Jeruzalem naar Damascus, zoals Paulus ? Of toch gewoon in zijn slaapkamer in Amsterdam? Articuleerde God onmiskenbaar duidelijk of slechts in de gedaante van
een briesje dat haast onmerkbaar Baudets rechteroor beroerde? Het zijn begrijpelijke vragen, maar hoe en waar God zich aan Baudet openbaarde is van ondergeschikt belang. Hier gold immers niet zozeer het medium als wel de boodschap.

‘Ik ben rechts Thierry. Ik schiep hemel en aarde met mijn rechterhand. Ja, ik sta aan jouw kant, ik kan eenvoudig niet langer doen alsof ik boven de partijen sta. Daarom heb ik jou en je partij uitverkoren. Die CO2 uitstoot , de temperatuurrecords, het smelten van Groenland, de Noord en de Zuidpool, de Siberische permafrost, de bosbranden en overstromingen, de vernietiging van het Amazonegebied … Als mensen werkelijk menen dat zij dat alles hebben teweeggebracht terwijl zij slechts mijn marionetten zijn dan acht ik niemand beter in staat hen van hun ketterse klimaatgeloof te genezen dan jij. Ga ervoor!‘

Het is niet uitgesloten dat het zo is gegaan, we leven immers in extreme tijden waarin niets onmogelijk lijkt: Toch heb ik zo mijn twijfels. Immers God oftewel de eeuwigheid kent tijd noch plaats, links noch rechts. Ik weet niet wat erger is: een onverschillige God die niet ingrijpt of een partijdige god in wiens naam mensen worden uitgesloten en vermoord. In beide gevallen geldt voor God slechts één excuus: namelijk dat hij niet bestaat. Met zijn politisering van God negeert Baudet het feit dat Europa de gruwelijke godsdienstoorlogen alleen te boven kon komen door religies politiek te neutraliseren, dwz religie en politiek te scheiden. In dit opzicht onderscheidt Baudet zich dan ook niet van de radicale islam. Zoals Cioran schreef: ’Ik maak geen vijanden meer want ik merk dat ik na verloop van tijd altijd zo op hen ga lijken.”

Rogier Ormeling 8-8-2019

  Daniel Richter:  Punktum (2003)

    Johannes op Patmos Hieronymus Bosch 

 

 

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

REPUBLIKEINEN HEBBEN GEEN RUGGEGRAAT

  Justin Amash

REPUBLIKEINEN HEBBEN GEEN RUGGEGRAAT(Volkskrant)

Samen met Bob Woodward legde Carl Bernstein in 1972 in een reeks artikelen in de Washington Post het Watergateschandaal bloot dat uitendelijk tot impeachment van president Nixon leidde. Tijdens zijn recente commentaren op het Rusland-onderzoek van speciale aanklager Robert Mueller benadrukte Bernstein echter steeds dat de echte Watergatehelden Nixons partijgenoten waren. De Republikeinse Congresleden namelijk die eisten dat de president verantwoording aflegde, die samen met Democratische collega”s onderzoek deden naar mogelijke wetsovertredingen.

Anno 2019 is een dergelijk dualisme tussen president en Republikeinse Congresleden ver te zoeken. In ruil voor ondermeer belastingverlaging voor de rijken, benoeming van conservatieve rechters en een bloeiende economie hebben zij in feite afstand gedaan van hun constitutionele parlementaire plicht om toezicht te houden op de uitvoerende macht. In plaats van haar naam waardig te betonen is de Republkeinse partij inmiddels de partij van koning Trump die zich boven de wet acht, zich onmiskenbaar beter op zijn gemak voelt in het gezelschap van autocraten en geen boodschap heeft aan controle door het Congres. Dat het Mueller-rapport de president niet vrijpleitte van belemmering van de rechtsgang behoeft volgens de Republikeinen geen nader onderzoek en verdere hoorzittingen. Republican Party first in plaats van America First.

Zelfs minister van justitie William Barr, die de conclusies van het Mueller-rapport op dubieuze wijze samenvatte en weigerde in het door de Democraten beheerste Huis van Afgevaardigden te verschijnen gedraagt zich eerder als Trumps persoonlijke advocaat. Voorzitter Jerry Nadler van de Justitiecommissie van het Huis stelt alles in het werk om de verschillende hoofdrolspelers die tegenover Mueller van Trumps obstructie van de rechtsgang getuigden voor het voetlicht van een openbare Congreszitting te laten verschijnen. Het Mueller –rapport mag dan nog steeds bovenaan staan op de bestseller paperback nonfictielijst en bovendien gratis online, slechts een kleine minderheid van de Amerikanen heeft het gelezen. Live-TV getuigenissen hebben natuurlijk een veel groter bereik en bovendien onmiddellijk impact. Verklaringen van Nixons assistenten Dean, Haldeman en Butterfield tijdens deWatergate-hoorzittingen bleken fataal voor de president. Daarvan is Trump zich zeer bewust, vandaar dat hij die openbare getuigenissen van medewerkers blokkeert door zich te beroepen op zijn executive privilege, het presidentiele recht om informatie niet vrj te geven aan het Congres of de rechter.

En toch. Op 18 mei twitterde Justin Amash, Republikeins lid van het Huis van Afgevaardigden namens de staat Michigan:

Hier zijn mijn vier conclusies:1.Minister van Justitie Barr heeft het Mueller-rapport opzettelijk verkeerd weergegeven. 2. President Trump heeft gedrag vertoond dat in aanmerking komt voor impeachment. 3. Partijdigheid heeft ons systeem van checks en balances uitgehold. 4.Weinig Congresleden hebben het rapport gelezen.

Vier klappen: pats, pats, pats, pats. En dat in het volle besef dat hij zich de toorn van de president, de minister van justitie, Republikeinse mede-Congresleden, partijgenoten, donoren en de hele populistische rechtse pers inclusief Fox News op de hals zou halen, zijn herverkiezing in 2020 op het spel zou zetten. Inderdaad: Trump noemde hem een loser en dadelijk meldde een Trump-aanhanger, die toegaf het Mueller-rapport niet te hebben gelezen, zich als uitdager van Amash voor de Republikeinse primaries.

’De Amerikaanse instituties zijn afhankelijk van bestuurders die zowel de regels als de geest van ons constitutioneel systeem naleven ook al is dat persoonlijk ongemakkelijk en leidt dat tot een politiek ongunstige uitkomst. Onze constitutie is brilliant en ontzagwekkend; het verdient een regering die van hetzelfde niveau is,“ zo verklaarde Amash die zich blijkbaar niet liet intimideren.

Inmiddels heeft Mueller gesproken. Hij herhaalde de conclusies uit zijn rapport–systematische Russische inmenging, onvoldoende bewijs voor samenzwering met de Trumpcampagne, wel belemmering van de rechtsgang – en stelde opnieuw dat de justitiele richtlijn hem verhinderde de president aan te klagen. “Volgens de grondwet vereist een aanklacht tegen een zittende president een ander proces dan het strafrecht,” aldus Mueller. Onmiskenbaar onderliggende boodschap: het is niet mijn taak maar die van het Congres.

Maar behalve Amash, die tijdens een town-hall meeting in Michigan door de zaal met ovationeel applaus werd verwelkomd, zijn er dus geen principiële Republikeinse Congresleden meer. Geen Republikeinse helden die zich verantwoordelijk voelen voor de protectie van de controlefunctie van het parlement. Zoals Groucho Marx zei: “Dit zijn mijn principes. En als die je niet bevallen heb ik nog wel andere.”

Rogier Ormeling Volkskrant 5 juni

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Baudet en de Duitse Kwestie

BAUDET EN DE DUITSE KWESTIE

In maart stelde Forum voor Democratie nog op haar website “‘dat de EU onhervormbaar is”‘ zodat FVD “voorstander is van NEXIT”. Dit werd echter onlangs geschrapt, in plaats daarvan staat er nu dat de partij ”voorstander is van een referendum over het EU-lidmaatschap”.

Te gast bij Jinek op 10 april met zijn Europese lijsttrekker Derk-Jan Eppink herhaalde Baudet niettemin dat hij voorstander blijft van EU-uittreding: “Wij zijn voor soevereiniteit, Nederland moet zelf kunnen beslissen over al die cruciale vragen waar politiek over moet gaan, immigratie, klimaatbeleid, de munt.’

Dat de partij onlangs niet meestemde met de PVV voor een Nexit vond Baudet logisch: ”Wij zijn niet een partij die morgen zegt, zonder daar goed over na te denken: wij gaan uit de EU, bekijk het maar.”

Blijkens ondermeer zijn overwinningsspeech na de Provinciale Staten-verkiezingen strooit Baudet graag met historische verwijzingen en citaten van Duitse filosofen als Hegel en Spengler. Over de ‘Duitse kwestie” die in de Europese geschiedenis al zo’n anderhalve eeuw een centrale rol speelt lijkt hij echter amper te hebben nagedacht, alsof die definitief tot het verleden behoort. Niet iedereen is echter vergeten welke catastrofale en bijna fatale gevolgen een agressief nationalistisch Duitsland had voor de Europese beschaving.

Ondanks het vertrouwenwekkende democratische gehalte van de naoorlogse Bondsrepubliek, de bewonderenswaardige Vergangenheitsbewältigung en de afwezigheid van nationalistische en militairistische tendenzen, rezen er na de val van de Muur dan ook begrijpelijke zorgen over de Duitse hereniging. Die werden echter grotendeels weggenomen doordat het herenigde, grote Duitsland lid werd van de NATO en de EU en later bereid bleek de harde D-mark op te geven voor de euro.

‘Duitsland bond zichzelf als Gulliver op het strand vast en vroeg de Llliputters ervoor te zorgen dat hij niet overeind kon komen, schreef Robert Kagan in The Jungle Grows Back, zijn boek over de bedreiging van de liberale wereldorde door het autoritairisme. Maar Duitsland kan altijd weer opstaan, zo voegde hij eraan toe. Al was het alleen al uit zelfverdediging omdat vele andere naties en buurlanden terugvallen in oude nationalistische patronen. En wat als de Amerikaanse veiligheidsgarantie ten aanzien van Europa minder betrouwbaar wordt? “Zij die beweren dat Europa harmonieuzer is zonder de EU hebben de geschiedenis tegen zich.”

En dat geldt niet alleen voor de relaties tussen Europese landen, ook het regionaal separatisme zal sterker opspelen. Zoals ook de Bulgaarse politicoloog Ivan Krastev onlangs stelde: ’Als het mis gaat met de EU dan zal er in veel lidstaten sprake zijn van territoriale desintegratie. ‘

Zou Nederland na een Nexit in een gefragmenteerd “Europa van naties” werkelijk soeverein zijn? Tegenover de VS die haar bondgenoten momenteel beschouwt als handelsconcurrenten op wie een overwinning moet worden behaald? Tegenover andere grootmachten als China, Rusland en een niet langer door mutti Merkel geregeerde en de EU ingekapselde oosterbuur? Tegenover de machtige techbedrijven? FvD is de partij van de renaissance, zegt Baudet. De renaissance was echter ook een tijd waarin het huidige Italië zo versplinterd was dat de stadstaten in een permanente staat van oorlog met elkaar verkeerden.

R O

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

FAIR PLAY OF FREE FIGHTING

 

FAIR PLAY OF FREE FIGHTING

In 1812 zette gouverneur Elbridge Gerry zijn handtekening onder een herindeling van verkiezingsdistricten die de Republikeinse heerschappij in de staat Massachusetts moest continueren. Een van de districten had de vorm van een salamander en sindsdien wordt partijdige herdistrictering gerrymandering genoemd. (Wat tot dusver in het Nederlands is vertaald met kiesrechtgeografie terwijl kiesrechtcartografie juister zou zijn aangezien het hertekening van districtskaarten betreft.) Hoewel Democraten zich er door de geschiedenis heen eveneens aan bezondigden hebben Republikeinen deze vorm van verkiezings-manipulatie sinds 2010 extreem geëscaleerd.

Aldus Washington Post-columnist Greg Sargent in zijn boek An Uncivil War. Obama’s verkiezing in 2008 was voor de Republikeinen mede een enorme shock omdat die hen bewust maakte van de demografische transformatie die de VS onderging en de gevolgen voor hun stemmenaantal. Het aandeel niet- blanke kiezers (afro-amerikanen, latino’s en aziaten) was sinds 1992 bijna verdubbeld tot zo’n 25% . Terwijl het aandeel niet- blanke Republikeinse kiezers terugviel tot 10%. Daar moest iets op gevonden worden. Chris Jankowski, consultant van dark money groepen oftewel geheime politieke donoren, bedacht een plan voor een Republikeinse comeback waarvoor hij 30 miljoen dollar bijeen kreeg. Een nationale herdistricteringsstrategie: het Red Map Redistricting Majority Project.

Voorwaarde was dat de Republikeinen bij de midterms van 2010 successen boekten. Dat lukte: aangezien Obama nog kampte met de gevolgen van de kredietcrisis die Bush had nagelaten was er sprake van een rode tsunami. Behalve een ongekende winst van 63 zetels in het Huis van Afgevaardigden behaalden de Republikeinen talloze meerderheden in de staatsparlementen en een groot aantal gouverneurschappen. Vooral de twee laatsten waren van belang voor het herdistricteringsplan, na elke census worden de districten immers hertekend in de staten en wel door de heersende partij. De cartografische tovenaars konden aan de slag. Met als resultaat dat in elke verkiezing sinds 2010 het Republikeinse zetelpercentage in het Huis van Afgevaardigden aanzienlijk hoger was dan het behaalde stemmenpercentage.

Blijkbaar achten Republikeinen hun programma niet in staat om genoeg kiezers te winnen. Zo blijkt ook uit een andere vorm van kiezersonderdrukking waarmee de demografische trend werd bezworen. In nagenoeg alle 32 staten waar Republikeinen de scepter zwaaiden werden striktere ID-wetten aangenomen die stemmen door zwarten en latino’s bemoeilijkte. Dat was nodig zo heette het omdat er op grote schaal kiesfraude zou zijn gepleegd, Niet alleen zouden de Democraten door de verstrekking van sociale uitkeringen minderheidsstemmen hebben ’gekocht’, ook zouden zij vele ongedocumenteerde migranten hebben laten stemmen. Een dergelijk ‘vals complot’ schreeuwde om tegenmaatregelen. Later zou Trump het kiesfraudespook zelfs na zijn overwinning nog ten tonele voeren toen hij beweerde dat zijn verlies in de popular vote te wijten was aan miljoenen illegale kiezers.

Inmiddels toonden vele studies aangetoond dat kiezersfraude vrijwel non-existent is. Justin Leavitt, een onderzoeker die tussen 2000 en 2016 op meer dan een miljard stemmen een paar dozijn incidenten ontdekte acht de kans dat iemand door de bliksem wordt getroffen groter dan dat iemand zich in het stemlokaal als een ander voordoet. Wie zou ook vijf jaar gevangenisstraf plus 10.000 dollar boete riskeren voor één stem op een voorkeurskandidaat?

Kiezersfraude is dan ook pure fictie oftewel bedrog, concludeert Sargent. Wat niet wegneemt dat tweederde van de Republikeinse kiezers oftwel zo’n 37% van het totale electoraat er geloof aan hecht. Als gevolg van strengere ID-restricties was het aantal kiezers dat werd uitgesloten waarschijnlijk voldoende om de uitslag te beinvloeden. In 2016 in Wisconsin alleen al naar schatting 13.000 tot 23000 geregistreerde afro-amerikanen . Laat dat laatste aantal nou net het verschil zijn geweest tussen Trump en Hillary Clinton. De expliciete en voortdurende betwisting van de legitimiteit van de politieke oppositie vormde dus een vrijbrief voor een grove aantasting van de democratische spelregels.

Dat roept ook bij Sargent de vragen op waarmee Democraten al langer worstelen. Moeten zij de politieke strijd harder voeren? Is fair play nog wel mogelijk? In tegenstelling tot politicoloog David Faris in zijn boek It’s Time to Fight Dirty neemt Sargent een behoedzaam zij het ambivalent standpunt in. Ja, Democraten moeten tot procedurele escalatie bereid zijn maar alleen indien noodzakelijk. Bijvoorbeeld wanneer zij in 2020 de Senaatsmeerderheid zouden verwerven en een wet tegen kiezersonderdrukking zouden indienen Als Republikeinen die wet zouden filibusteren zouden de Democraten dat kunnen beeindigen door het benodigde aantal senaatstemmen te verlagen van 60 naar 55.

Democraten moeten echter ook streven naar de-escalatie, stelt Sargent. Bijvoorbeeld door districtskaarten te laten ontwerpen door onafhankelijke commissies inplaats van door de heersende partij. Politici behoren namelijk niet hun kiezers te kiezen. Intussen nam de nieuwe Democratische meerderheid in het Huis van Afgevaardigden op 8 maart een brede electorale hervormingswet aan die niet alleen gericht is tegen kiezersonderdrukking, maar ook transparante campagnefinanciering en openbaarheid van belastingaangiften door presidentskandidaten vereist. Dit laatste is zoals bekend tot op heden dus slechts een norm, al wordt die reeds veertig jaar nageleefd, behalve door Trump. Republikeins Senaatsvoorzitter Mc Connell weigert de wet echter in stemming te brengen. Kiezersonderdrukking is helemaal geen probleem en de wet is slechts bedoeld om verkiezingen ten gunste van Democraten te laten uitvallen, zo reageerde hij.

Niet verrassend als je bedenkt dat de Senaat zich bij uitstek kenmerkt door ongelijke representatie. Hoewel de ene veel meer inwoners heeft dan de andere vaardigen alle staten twee senatoren af. Volgens een schatting woont in 2040 tweederde van de Amerikanen in de vijftien dichtstbevolkte staten terwijl deze in minder dan eenderde van de Senaat vertegenwoordigd zijn. Het politieke systeem dreigt dus nog minder representatief te worden. Als mogelijke oplossing haalt Sargent een idee van David Faris aan: Californië zou zich kunnen opdelen in zeven staten met elk twee senatoren. Een uiterst onwaarschijnlijk scenario maar er dient ambitieus te worden gedacht wil er ooit sprake zijn van verbetering van de democratie, betoogt Sargent.

Rogier Ormeling

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Geen Broederschap maar Vriendschap

 

 

  Kain en Abel door Gustave Doré

GEEN BROEDERSCHAP MAAR VRIENDSCHAP

Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap, zo luidde de leus van de Franse Revolutie. Aan het laatstgenoemde, even aardse als zweverige Verlichtings-ideaal wijdde Bas Heijne zijn JanTerlouw-lezing. Die verscheen in boekvorm en beknopt in de NRC (21/12) onder de titel: Broederschap is een reusachtige opgave. In een reactie betoogde Jan Vogelij dat het broederschapsideaal aan het christendom ontspringt en een blauwdruk vormt voor een gemeenschappelijk Europees verhaal(NRC 7-1).

Probleem blijft echter wel, zoals de geschiedenis laat zien, dat broederschap niet alleen tot inclusiviteit maar evengoed tot uitsluiting kan leidden. De christelijke broederschap werd immers ook te vuur en te zwaard afgedwongen en over landsgrenzen heen verbreid. Willst du nicht mein Bruder sein so schlag ich dir den Schädel ein. Dat was eigenlijk ook het motto van Jean Jacques Rousseau- ideologisch wegbreider van de Franse revolutie en zowel vertegenwoordiger als bestrijder van de Verlichting– die weliswaar de mond vol had van broederschap maar tegelijk een berucht ruziezoeker was.

Ook dat is een romantisch kenmerk: het verlangen naar harmonie en eenheid kan zo hevig worden dat alles wat haar realisatie hindert met alle mogelijke middelen uit de weg wordt geruimd. Zodoende liepen de Franse en Russische revoluties dan ook uit op tirannie en terreur, mede in naam van het verheven broederschapsideaal. Dankzij de beruchte “wet van de grote terreur” d.dato 10 juni 1794 kon Robespierre iedereen die het niet broederlijk met hem eens was tot verraderlijke vijand van de volkswil bestempelen en naar de guillotine verwijzen. Toen Napoleon zelfs het hele Europese continent met geweld aan de ideëen van de Franse revolutie trachtte te onderwerpen, leidde dat ondermeer tot het ontwaken van het Duitse identiteitsbewustzijn. Tot een Duits patriottisch-nationalistische mobilisatie die in de twintigste eeuw verwoestende vormen zou aannemen.

Reeds in de oudheid had Plato al gewezen op twee tegenstrijdige menselijke behoeften: de behoefte om erbij te horen en de behoefte zich te onderscheiden. Het verlangen naar differentie dat hij thymos noemde was vooral een verlangen naar superioriteit. Niemand wil zich immers in ongunstige zin onderscheiden. Twintig jaar na de val van Napoleon uitte de aristocraat Alexis de Tocqueville na een rondreis door de VS op briljante wijze zijn bewondering over de Amerikaanse democratie en haar ontwikkeling in de richting van gelijkheid. Naast het feit dat die niet gold voor de zwarte bevolking, wees hij echter ook op andere democratische schaduwzijden.

Weliswaar schept gelijkheid bijvoorbeeld hoge verwachtingen ten aanzien van de vervulling van ambities en dromen maar die leveren dus evengoed grote teleurstellingen op. Meer gelijkheid impliceert ook: meer concurrentie rond posities. Anders gezegd: hoe meer gelijkheid hoe meer broeders hoe sterker de onderscheidingssdrang oftewel broederstrijd. Freud had daar zijn eigen uitdrukking voor: het narcisme van de kleine verschillen. Een sublieme vondst waarmee ook de huidige wereldwijde nationalistische reactie op de globalisering kan worden geduid. Inclusief de opkomst van autoritairistische en extreem rechtse krachten. Die zich vooral profileren door kenmerken als leiderschapscultus, uniformiteit, loyaliteit, nationale glorie, xenofobie, raszuiverheid en ja: broederschap. Plus, mede in het verlengde van laatstgenoemde: bereidheid tot geweld. Zoals de Franse menswetenschapper René Girard min of meer in navolging van Freud stelde: niet de verschillen maar hun teloorgang, het verlies van identiteit, veroorzaakt rivaliteit en strijd tussen mensen.

Is Vrijheid, Gelijkheid en Vriendschap daarom geen beter hedendaags alternatief voor de aloude leus van de Franse revolutie? Verdient het geen aanbeveling om de broederclan, die toch altijd naar bloed ruikt, in te ruilen voor de vriendenclub? Natuurlijk, ook vriendschap slaat vaak genoeg in het tegendeel om. Maar terwijl broederschap een vanzelfsprekende en onherroepelijke bloedband vormt, ligt aan vriendschap een vrijwillige keuze ten grondslag. Vriendschap gaat dus eerder hand in hand met vrijheid dan broederschap. Bovendien overstijgen we in de vriendschap meer onszelf. Tenminste als we de ander aanvaarden als ander, dat wil zeggen inclusief diens vreemdheid. En niet omdat die ons zo vertrouwd is dat hij als een broeder op ons lijkt.

Rogier Ormeling

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen