Luister eens naar een Russische Democraat

95311_2 Elena Milashina

’Rusland kan best een bondgenoot zijn op het gebied van handel en investeringen, in de strijd tegen IS. Maar alleen als we precies weten wat de bondgenoot precies wil en in zijn schild voert.’ Zo betoogde hoogleraar geschiedenis internationale betrekkingen Beatrice de Graaf in de NRC d.dato 14 januari.                                                                                        Wellicht is zij niet op de hoogte van de conclusies van Elena Milashina,                           onderzoeksjournaliste van Novaya Gazeta–een van de laatste onafhankelijke Russische kranten– die met gevaar voor eigen leven het werk van haar vermoorde collega’s Anna Politkovskaja en Natalja Estimirova voortzet.  Na intensieve research in de noordelijke Kaukasus concludeerde zij in 2015 dat de Russische geheime dienst de jihadistenstroom naar Syrië en dus de IS-rekrutering faciliteerde. Zo verschafte de FSB de jihadi’s ondermeer paspoorten en regelde hun reis via Turkije. Oleg Kalugin, voormalig KGB-chef die inmiddels in de VS woont vertelde nieuwswebsite The Daily Beast er behoorlijk zeker van te zijn dat Milashina’s conclusie terecht is. De achterliggende FSB-gedachte lag ook voor de hand: liever terroristen die de boel opblazen in Syrië dan in Rusland. Het beleid wierp zijn vruchten af want volgens Human Rights Watch halveerde het aantal terroristische aanslagen in de Kaukasische regio. Bovendien konden Assad en zijn Russische bondgenoot nu de Syrische opstand betitelen als bovenal een terroristische IS-affaire. Een zelfde strategie werd reeds gehanteerd in de jaren negentig door de Russische militaire inlichtingendienst GRo in Tsjetsjenië, waar men extremisten steunde teneinde de gematigde seculiere separatisten te compromitteren.

Rusland als bondgenoot in de strijd tegen het terrorisme was tot op heden vooral een hardnekkige mythe. Sinds 9/11 bleken de Russen amper bereid om inlichtingen met de Amerikanen te delen, ook niet na de Boston-marathon aanslag door de Tsjetsjeense broers Tsarnajev. Tijdens zijn benoemingshoorzitting in de Amerikaanse senaat stelde de nieuwe CIA-directeur Mike Pompeo dat Rusland niet alleen Europa bedreigt maar ook niets doet om IS te verslaan in Irak en Syrië. Toch zal Poetin best bereid zijn tot bombardementen op IS-stellingen wanneer in ruil daarvoor de Krim-annexatie wordt erkend. Voor geopolitiek kwartetten in de geest van de Yalta-conferentie in 1945 toen Europa in invloedssferen werd verdeeld blijken ook Donald Trump en de Graaf wel te voelen. Al stelt de laatste wel de voorwaarde dat we precies weten wat de nieuwe Russische bondgenoot precies in zijn schild voert. Weinig regeringsgebouwen zijn echter zo ontransparant als het Kremlin. De bijnamen die in het verleden werden gebruikt voor de bewoners- de mysterieuze gastheer, de ondoordringbare persoonlijkheid, de sfinx, het enigma– zijn ook van toepassing op de huidige bewoner. En wellicht nog meer, want terwijl in de Sovjet-Unie de communistische partij de macht bezat, is die nu in handen van KGB-ers. Immers zoals Poetin eens opmerkte: oud-KGB-ers bestaan niet. Als geen ander op het wereldtoneel verstaat hij het spel van de gepersonaliseerde macht die zich niet laat binden door de wet, aan niemand verantwoording aflegt, zich in nevelen hult en onvoorspelbaar blijft. Aan Beatrice de Graafs voorwaarde zal dan ook niet worden voldaan, ze zal nooit weten wat de huidige Kremlinbewoner precies in zijn schild voert. Zelfs zijn naaste loyalisten slagen daar niet in en blijken telkens voor verassingen gesteld. Duidelijk is wel dat de 45e president van de VS zeer van Poetins machtsvertoon gecharmeerd is en ook de essentie ervan heeft begrepen. Zo heeft Trump al meerdere malen gezegd dat hij onvoorspelbaar wil zijn.

18bbaae6-2fcf-4b46-b514-54142e4f0a38

Maar laten die Nederlanders die zich zo op hun democratische borst kloppen maar tegelijk menen dat de Oekraine tot de Russische invloedssfeer behoort eens luisteren naar Russische democraten. Dissidenten die voortdurend de lange armen van het Kremlin ondervinden en al jarenlang hun leven op het spel zetten voor waarden die men in het Westen vanzelfsprekend acht. Neem de moedige, jonge en charismatische oppositieleider Ilja Jasjin wiens collega en vriend Boris Nemtsov vlak voor het Kremlin werd doodgeschoten. In een CNN-interview op 16 januari vertelde Jasjin dat zijn email eerder werd gehackt en op internet geplaatst. Hij is er dan ook van overtuigd dat Poetin zich met dezelfde hybride methoden die hij jarenlang tegen de Russische oppositie gebuikte in de Amerikaanse verkiezingen heeft gemengd. Bovendien waarschuwde hij voor een compromis met Poetin, indien dit zou betekenen dat Europa accepteert dat hij weer controle over Oekraine krijgt: ’Als hij niet gestopt wordt in de Oekraine zal dat grote schade aan Europa en haar veiligheidsstructuur toebrengen. Dan volgen de Baltische staten. Poetin is een zeer gevaarlijk persoon en zijn regime is dat ook, daarvoor moet je je ogen niet sluiten.’

Rogier Ormeling (18-01-2017)

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Ridder in Rusland: Jan Fabre in de Hermitage

Tekenaar, operamaker, theaterregisseur, schrijver, performancekunstenaar, choreograaf, scenograaf, schilder, beeldhouwer, installatiemaker en filmproducent. Met zijn grensverleggende activiteiten en gebruik van onconventionele materialen verwierf Jan Fabre(1958) internationale faam. Je kunt je beter afvragen wat hij niet deed. Waar hij niet exposeerde in plaats van wel. Momenteel dus ook in Sint-Petersburg waar de Ridder van de Wanhoop/Krijger van de Schoonheid zoals hij zichzelf noemt gewoonlijk de gemoederen flink weet te beroeren. Voor Tableau Magazine reisde ik naar Rusland.

yyyyyyyy_yyyyy_2_yyyyyyyy_result_1

JAN FABRE: WARRIOR OF BEAUTY

Wie huis en haard verlaat wordt zich in den vreemde weer bewust van het erfgoed dat hij van thuis heeft meegekregen. Toen Jan Fabre werd uitgenodigd om in Sint-Petersburg te exposeren en de Hermitage ter oriëntatie bezocht was dat tevens een thuiskomst. Het imposante museum herbergt namelijk een van de grootste collecties 16e en 17e eeuwse Vlaamse kunst ter wereld. Vooral van Rubens, Frans Snijders, Anthonie van Dijck en Jacob Jordaens. Allen afkomstig uit Antwerpen. Net als Fabre zelf die er nog steeds woont. Zijn ouderlijk huis stond niet ver van het Rubenshuis en zijn vader liet hem daar voor het eerst kennismaken met kunst. Al jaren betoont Fabre zich dan ook een dankbaar erfgenaam. Neem bijvoorbeeld zijn tentoonstellingen in 2006 in het Koninklijke Museum voor Schone Kunsten te Antwerpen en in 2008 in het Louvre waar hij een dialoog aanging met de werken van oude meesters.

img_0158                                                                                                   Zijn eerbied verbeeldde hij ondermeer met de sculptuur die ook in de Hermitage is te zien: een levensgrote selfie die zich een bloedneus stoot tegen een kopie van Rogier van der Weydens portret van een (ridder)toernooirechter. Bovendien sjokte Fabre in stalen harnas door de museumzalen. Ridderlijk buigend en knielend voor de oude meesterwerken en hen zelfs kussend op glas en lijst. Zo blijkt uit de film van de reeds in juni uitgevoerde performance Love is the Power Supreme. Zoveel respect van de Ridder van de Wanhoop/Krijger van de Schoonheid-zoals hij zichzelf en de expositie noemt -voor de collectie konden Hermitage-directeur Mikhail Piotrovsky en curator Dmitry Ozerkov niet onbeloond laten.

img_6741                                                                                Piotrovsky,  Fabre-assistente Barbara de Coninck, Fabre en Ozerkov

‘Die oude Vlaamse meesterwerken zijn zeer intimiderend natuurlijk. Ik heb al vaker gezegd: ik ben een dwerg in een land van reuzen. Maar de directeur en de curator zijn noble minds met guts’, zegt Fabre de dag na de opening in de lobby van zijn hotel in Sint Petersburg. ‘Ik mocht zelfs Van Dijcks en Rubens verhangen. Dat zou in het Louvre nooit niet gemogen zijn. Daar waren ze veel conservatiever: Nous sommes les francais ici. Wij kennen alles van de Vlaamse schilderkunst’. Wat niet waar is. Ze waren hier veel opener dan in Parijs.’

img_6506

Van zijn communistische vader mocht de kleine Jan niet naar de kerk. Maar zijn katholieke moeder vertelde altijd verhalen uit de bijbel. Bovendien is België een zeer katholiek land. Zijn kunstdevotie wortelt dan ook in de christelijke devotie. Met name die van Franciscus van Assissi, wiens Imitatio Christi (Christusnavolging)) niet alleen spiritueel maar ook lichamelijk van aard was. Franciscus zou immers de stigmata, de wonden van Christus, hebben ontvangen. Langs Fabre’s Hermitage-parcours treffen we de tekeningen aan die hij in 1978, 82 en 99 met zijn eigen bloed maakte. Zelfportretten als kunstmartelaar: opgehangen aan een boom met uit rug en borst spuitend bloed of als gestrafte middeleeuwse chirurgijn met zwaard en pijlen doorstoken. Diepere boodschap: zoals het bloedoffer van Christus verzoening voor zonden inhield zo leidt Fabre’s bloedoffer tot kunst.

img_6513   img_6517

Bloed is de basis van leven en kunst. En dat geldt ook voor de dood. Zie de zwierig geschilderde keuken- en jachtstukken van Frans Snijders(1579-1657). Met tafels vol pronkerig uitgestalde dode dieren: wild, gevogelte en vissen. Hoog tussen deze grootformaat schilderijen heeft Fabre een vijftiental menselijke schedels opgehangen met geprepareerde prooien tussen de tanden: waterhoen, patrijs, mol, konijn. Al wordt deze jachtbuit afgewisseld met kwasten van verschillende soorten dierenhaar. Hoewel de schedels door hun beperkte omvang niet direct opvallen werken ze eenmaal opgemerkt als luidsprekers: memento mori. Niet in het minst doordat ze zijn samengesteld uit groenblauw glinsterende dekschildjes van juweelkevers. Een van de originele materialen waarop Fabre al jaren patent heeft en eerder een plafond in het koninklijk paleis te Brussel bekleedde.

img_6380

De levendig iriserende keverschildjes komen nog meer tot hun recht in Vanitas vanitatum, omnia vanitas (ijdelheid der ijdelheden, alles is ijdelheid). Een serie grote mozaïeken(2016) die ondermeer schilderijen van Jacob Jordaens en de Haarlemmer Goltzius flankeren.

jf_2266_result     jf_2253_result     Briljant improviserend met motieven als geraamtes, honden en uurwerken wekt Fabre de eeuwenoude dodendans-traditie tot leven. Samen met zwiepende staartklokken en een hondenskelet danst een geraamte extatisch rond. Op andere mozaïeken is de dood eveneens springlevend. Voorbij snellend als olympisch hardloopkampioen of lustig tamboererend op de trommel die de plaats van zijn schedel heeft ingenomen. Al lijkt zijn trouwe gezelschapsdier slechts geïnteresseerd in een kluif. Elders pissen twee honden zelfs in de vrijwel tandeloze mond van een schedel. Bij de 17e schilderijen waarop honden als symbool van trouw figureren plaatst Fabre dus een kanttekening. Stamt de term cynisme niet af van het oudgriekse woord voor hond? Middenin de zaal staan bovendien twee met keverschildjes bedekte hondenskeletten opgesteld, beide met een opgezette ara in hun bek.

Visitors look at the Belgian artist Jan Fabre's artwork "Fidelity and the repetition of death" during the exhibition "Knight of Despair Warrior of Beauty" displayed at the Hermitage State museum in Saint Petersburg, on October 21, 2016. More than 200 artworks of the Flemish artist are displayed until April 2017. / AFP PHOTO / OLGA MALTSEVA / RESTRICTED TO EDITORIAL USE - MANDATORY MENTION OF THE ARTIST UPON PUBLICATION - TO ILLUSTRATE THE EVENT AS SPECIFIED IN THE CAPTION

Fabre: ‘Al mijn werk speelt zich af in het post mortem stadium of life. Ik ben twee keer in coma geweest en daardoor is mijn werk heel sterk gekleurd geworden. Mijn werk is feitelijk een constante celebratie van de dood uit respect voor het leven.’

fabre-prenten-1_result            fabre-prenten-14_result

In tegenstelling tot de hond werd de kat in de christelijke kunst als immoreel afgeschilderd. Als duivelse handlanger bovendien van de vrouw. Van Eva, die als hoofdschuldige van de zondeval werd aangewezen. In zijn kattentekeningen speelt Fabre met de eeuwenoude beeldvorming omtrent het geheime pact tussen vrouw en kat. Al lijkt van kattekwaad geen sprake. We zien een meisje en een kat een dansje maken, een meisje een bedlegerige kat verplegen, een meisje en kat samen keurig aan tafel van een hapje en wijntje genieten en een meisje het rechtopstaande dier zelfs het alfabet leren. Beschaafder kan het bijna niet… Maar juist daardoor bekruipt je het gevoel dat hier slechts een toneelstukje wordt opgevoerd en dat er onder de etiquette van alles broeit.

img_0451         img_0452

En inderdaad: in de Anthonie Van Dijck-zaal heeft een regelrechte volksopstand tegen de gevestigde orde plaatsgevonden. L’histoire se repète: de Engelse koning Charles I- ten voeten uit geschilderd maar in 1649 afgezet en onthoofd-, en leden van de adel en rijke bourgeoisie, moeten hier plotseling het gezelschap van gewone mensen dulden. Erger nog: van gewone vrouwen die zelfs uit wit Carrara marmer zijn gehouwen. En daarbij nog een carnavalesk punthoedje dragen ook! Mijn koninginnen (2016), zo heet de serie massieve bas-reliëfs met profielportretten van Fabres actrices en medewerksters die al jarenlang zijn kunst- en theatercompagnies Angelos en Troubleyn runnen. Tijdens de opening bleken de vrouwen zeer geroerd, Fabre had zijn werk aan hun portretten voor hen verborgen gehouden. Boven hen uit torent een vrijstaand beeld van prinses Elizabeth, de toekomstige koningin van België.

img_0457

Niet in statig gewaad maar ontspannen lachend in vrije tijdskleding en ook met punthoedje. Fabre’s interventie keert zich immers niet tegen de monarchie als instituut, zoals de Februarirevolutie van 1917.                                                                                                               ‘ Het is een hoofse viering van women power’, zo zegt hij. ‘ Dat mijn land een vrouwlijke koningin krijgt is toch mooi? Vrouwen zijn voor mij altijd de mooiste krijgers van de wereld geweest. Dat vind je ook in mijn theaterteksten terug. Het zijn de vrouwen die de wereld op hun rug dragen. Maar je leeft hier in Rusland in zo’n extreme macho maatschappij, dat besefte ik eerst niet. Daarom zijn deze vrouwen-portretten een pièce de resistance geworden. In het museum had ik tweehonderd mannen voor mij werken en vijf jonge vrouwlijke kunsthistorici. Die meisjes werden constant neergehaald. Die mannen misdroegen zich zo erg dat ik drie dagen voor de opening ben uitgebarsten en heel mijn team heb teruggetrokken. Omdat ik het beu was. Toen zijn ze in dit hotel komen onderhandelen, ik heb gezegd: ik wil die en die niet meer zien.’                        Fabre’s emancipatorisch werk is schatplichtig aan zijn 16e eeuwse Vlaamse voorgangers die scènes uit het dagelijkse leven van het gewone volk schilderden. Inclusief boerenbruiloften en andere festiviteiten. Want gefeest werd er, alsof het leven er vanaf hing. Vooral tijdens de beklemmende Spaanse terreur die Pieter Breughel op onnavolgbare wijze voelbaar maakte.

 fabre-prenten-50_result         fabre-prenten-52_result

Nog steeds is de Belgische kalender uitzonderlijk rijk aan folkloristische feesten, waarvan inmiddels meerdere zijn opgenomen op Unesco’s werelderfgoedlijst. En ook op Fabre’s lijst, getuige de 34 tekeningen van processies en carnavals die hij in de zaal met ondermeer De Kermis van Pieter Breughel de Jongere hing. Bontgekleurde stoeten uit verschillende steden trekken voorbij. Janneke en Mieke, de vriendelijk knikkende reuzen uit Leuven. Leden van het Brusselse kruisbooggilde, clownesk geschminkt, in boerenkiel of met hazenmasker. De steltenlopers van Namur die elkaar al sinds 1411 jaarlijks spectaculair bevechten. De kruisdragende boetelingen uit Veurne in hun bruine boetepij.

  fabre-prenten-45_result 

En natuurlijk de wereldberoemde Gilles de Binche in zwart, geel en rood met hun imposante hoed met struisvogelveren tot wel 90 cm hoog. In plaats van de gebruikelijke sinaasappelkorf heeft Gille een bommetje met brandend lontje in zijn hand. Maakt Fabre zich hier schuldig aan buitenlandse inmenging en terroristische propaganda?                    ‘Om al die carnavalwerkjes heb ik roodfluwelen passepartoutjes gemaakt. Feitelijk zijn het pralinekes met een gevaarlijk bommetje erin. Want ik heb er allemaal subversieve elementen in gestoken die ze hier in Rusland niet aanvaarden. Omdat ze er angst van hebben. Zoals de Voil Jeanetten van Aalst: mannen in versleten vrouwenkleding. Maar doordat ik verwijs naar de Breughels aanvaarden ze dat toch, al blijven die werkskes een Trojaans paard…’.                                                                                                                    Zouden Russische Hermitagebezoekers de hint ter harte nemen? Tijdens Maslenitsa, het traditionele, aan carnaval verwante Russische pannekoekenfeest is van een machtsoverdracht, een omkering van de sociale hiërarchie, normen en geboden, amper sprake. In het huidige Rusland, wordt publieke bespotting van de geestelijke en wereldlijke macht bovendien niet getolereerd.

koekli

Nadat Poetin in 2000 president was geworden maakte hij dadelijk een eind aan Kukly, de satirische poppenshow op tv-zender NTV, die de politieke elite inclusief hijzelf op de hak nam. Waarmee de toon was gezet, sindsdien zijn dissidente stemmen in de media en de kunst grotendeels het zwijgen opgelegd. Wat niets afdoet aan het feit dat Fabre’s in vergulde lijstjes gevatte carnavalstekeningen een subtiel en kleurrijk hoogtepunt vormen op zijn expositie.

kabakov  ilya-and-emilia-kabakov-painting-for-the-installation-the-red-wagon-7
Naast zijn dialoog met de oude meesters in het hoofdgebouw van de Hermitage brengt Fabre een hommage aan Ilya Kabakov(1933) in het Generale Stafgebouw aan de overkant van het Paleisplein. Hier staat namelijk diens befaamde monumentale installatie Rode Wagon (1991). In feite een 9 meter lange wielloze bouwkeet. Aan de buitenkant met sociaal realistische schilderijen versierd en van binnen met een muurschildering van de ideale, harmonieuze sovjetstad. Met in de onbewolkte lucht een luchtshow met tweedekkers, heteluchtbalonnen en zeppelins. Voor de ingang een constructivistisch bouwsel met ladders die nergens naar leiden, in ieder geval niet de hemel bereiken. Kortom een parodie op de Sovjet-utopie en het gefrustreerde engagement van de Russische constructivisten.

img_0104                                      img_0123

Fabre’s houten Knipschaarhuis(1989) lijkt een bevestiging van de eeuwige kloof tussen droom en werkelijkheid. Het geheel blauw bekraste huisje is in feite een van de vele Bicbalpentekeningen langs Fabre’s Hermitageparcours, die bovendien al jaren tot zijn standaardrepertoire behoren. Al is deze dan driediemensionaal en toegankelijk. Aan weerszijden lokken open deuren je naar binnen, maar daar is alleen een trap die slechts naar het plafond voert. Een kapelletje voor gefnuikte verwachtingen, voor de blues.

img_0105                          img_0100

Even verderop blijkt een verguld evenbeeld van de kunstenaar zich zelfs te hebben opgeknoopt: Gehangene II (1979-2003) Ook voor een golden boy kan het leven ondraaglijk worden, maar misschien raakte hij door zijn verlossing pas werkelijk verguld. Of Fabre zijn evenbeeld nu zelfmoord laat plegen of vermoord, het is het begin van een wederopstanding. De mens Fabre blijft natuurlijk een metamorfisch wezen. Dat zagen we reeds eerder op het parcours, bij een zevental bronzen zelfportretten voorzien van gewei, hoorn of ezelsoren(Hoofdstukken 2010). En ja hoor, daar treffen we hem alweer middenin het leven, eveneens verguld achter een tafel met microscoop. Net als zijn voorvader de 19e eeuwse entomoloog Jean Henri Fabre verdiept in de wonderlijke wereld der insekten: Ik aan het dromen(1978).

img_0151                    img_0148

Uiteindelijk vereenzelvigde Jan zich zo met zijn studieobject dat hij zich zelfs tot juweelkever verpopte. In 1997 voerde hij namelijk een surrealistisch-filosofisch gesprek in keverkostuum met Kabakov in vliegenpak. De Rus gebruikte de vlieg en het vliegen immers als metafoor voor zijn commentaar op de hemelbestormende communistische aspiraties. Vanaf het dak van Kabakovs New Yorkse appartement kozen beide uiteindelijk het luchtruim, zo toont de performancevideo. Blijkbaar hadden Icarus en het Sovjetdebacle hen geleerd om niet te hoog en te dicht bij de zon te vliegen: de beide door Fabre ontworpen kostuums prijken ongeschonden en trots in de Hermitage. Daar kan geen Sojoez-ruimtecapsule aan tippen.

img_6617

Fabre moest ook wel heelhuids op aarde terugkeren want daar was nog asielwerk te doen. Honden mogen dan nog zo trouw zijn, tijdens de vakantie worden ze niet zelden gedumpt. Dus moest Fabre nog enkele monumentale installaties voor afgedankte huisdieren oprichten, zoals Het carnaval van de dode straathonden(2006). Roerloos hangen de geprepareerde en met feesthoedje uitgedoste dieren temidden van een glinsterregen van gekleurde slingers en confetti in de lucht. Alsof ze zo in extatische trance raakten dat ze gingen zweven. Zinspeelt Fabre ook op Laika, het Russische straathondje dat in 1957 als eerste levend wezen de zwaartekracht overwon en rond de aarde cirkelde maar aan oververhitting en stress overleed? Evengoed roepen de zwevende dieren associaties op met mystieke levitaties, die ondermeer aan Franciscus en mystica Hadewijch van Antwerpen werden toegeschreven. Dat hij wel en zij niet werd heiligverklaard kwam ook doordat leviterende vrouwen van hekserij werden verdacht. Tijdens de middeleeuwse heksen-vervolgingen moest hun duivelse bondgenoot de kat er eveneens aan geloven. Ook daaraan refereert Fabre in Het reclameren van de dode straatkatten(2007).

img_6651

Een pendant van de hondeninstallatie met negen opgezette katten tussen melkwitte slingers, inclusief soundscape met over glas krassende nagels en klagende vrouwenzang. Een werk dat wellicht ook de vrouwen van Pussy Riot zal aanspreken, die in 2013 in de Christus-Verlosserkathedraal Maria met een punkkreet vroegen om Rusland van Poetin te verlossen. Waarvoor ze eenentwintig maanden in een strafkamp zaten.                                 Is Maria ook niet de patrones van de stad Antwerpen? Fabre: ‘Ik kom uit een heel sterke moeder voort. Helena Troubleyn, de naam ook van mijn theatercompany. Ben opgevoed door een fantastisch mooi sexy koppel, een heel wijze sexy madam en een heel sexy vader. Door de anarchie van de liefde konden die steeds op een mooie manier duelleren. Daardoor zijn ze altijd verliefd gebleven. Op een gegeven moment waren ze vijftig jaar getrouwd. Mijn moeder komt bij mij bellen met haar koffer: ’Ik kom bij jou wonen m’n zoon. Het gaat niet meer goed met mij en uw vader. Al een week lang raakt ie mij niet meer aan in bed.’ En ik zeg:‘Met de koffer naar huis, ge moogt bij mij niet binnen.’ Vrijdags gebeurd en zondags ging ik regelmatig met mijn vader naar het voetbal. Dus ik zeg:‘Pa! Wat is ‘t jong? Ja Jan, hele week zit ze aan mijn kop. Ik moet dit doen, ik moet dat doen en dan ‘s avonds in bed heb ik geen sex gegeven…’                                         Inmiddels oogstten Fabre’s opgezette dieren een storm van kritiek op Russische sociale media. ‘Dierenmishandeling ‘, ’Dode dieren is geen kunst’, zo werd geschreven. Ook verschenen nepberichten als zou er sprake zijn van gekruisigde katten. Het museum hield de poot stijf: ‘Fabre probeert de doodgevonden dieren een nieuw leven te geven via de kunst om zo de dood te overwinnen’. Die uitleg werd niet door iedereen geaccepteerd. Ook politici , dierenactivisten en orthodoxe geestelijken beklaagden zich: ‘Psychologisch sadisme’, ‘onmenselijke tentoonstelling van een westerse perverseling’, ‘een expositie die spuugt op de ziel van het Russische volk.’ Via de hashtag#shameonhermitage werd opgeroepen tot sluiting en ontslag van de directeur.

00-hermitage-cats-russia-st-petersburg-10-25-10-14

Anderen herinnerden juist aan de vele opgezette dieren in zoölogische musea. De Hermitage zelf bracht zijn legendarische verdedigers in stelling: de hashtag #catsforfabre toonde de Instagramaccount met foto’s van de zeventig springlevende huiskatten die in de kelder de ratten bedwingen. Een briljante zet die massaal werd gedeeld. Curator Dimitry Ozerkov merkte fijntjes op dat de verkoop van honden en kattenbont niet illegaal is in Rusland en Europa: ‘De reactie van het publiek toont aan dat dit een grootse tentoonstelling is die de samenleving raakt waar het pijn doet. Bovendien komt de grote meerderheid van negatieve reacties van mensen die de expo niet bezocht hebben.’ Het Russische ministerie van cultuur gaf intussen een verklaring uit zich niet in het debat te mengen en de onafhankelijkheid van het museum te respecteren.

 
i_11f1  img_6627

Umbraculum, ofwel letterlijk schaduwparasol, zo heet de baldakijn die de paus beschermt. Het is ook de titel van de installatie(2001) die het slotstuk vormt van Fabre’s expositie. Van zijn spel van echo’s, spiegelingen, associaties, verwijzingen en commentaren. Zeven ouderwetse zaagmachines op houten klosjes en een soundscape met raspend zaaggeluid roepen de sfeer van vergane industrie op. Daartussen de contouren van breugheliaanse monniken in pij met hoofdkap die geheel uit gezaagde botten zijn opgetrokken. Ingewanden hebben ze niet. Alleen een uitwendig skelet, zoals het beschermende exoskelet van kreeften en insekten. Boven hen zweven de overbodig geworden rollators, rolstoelen en krukken, bekleed met glinsterende dekschildjes van juweelkevers. Als votiefgeschenken uit dank voor genezing. Dit alles in het halfduister met op de groene wanden dansende schaduwen en tegen de achtergrond van een monumentale wederopstanding van Rubens. Waardoor het geheel de sfeer van een kapel ademt, een kapel voor de definitieve verlossing van de menselijke kwetsbaarheid. Niet alleen de grand finale van deze tentoonstelling, maar ook de ultieme maakbaarheidsdroom. De droom om onkwetsbaar te zijn als een god. Apotheose betekent ook letterlijk ’de verheffing van mens tot god’. Daarmee gaat natuurlijk de menselijkheid verloren, zoals Kabakovs wielloze Rode Wagon impliciet suggereerde. Maar op zich is die droom bovenal menselijk. En wie droomt is niet dood.
Rogier Ormeling Tableau Magazine januari 2017

Jan Fabre Knight of Despair/Warrior of  Beauty

t/m 30 april The State Hermitage Museum

Sint Petersburg Rusland http://www.hermitagemuseum.org

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

In Memory of Zygmunt Bauman

1451504427_675885_1451509881_noticia_fotograma

 

One of the great thinkers of our liquid times has passed away.

Modernity’s essential promise was that it would relieve human beings

from the caprices of nature and give them power over their own fate.

Actually modernity brought us the Holocaust and new forms of liquidity

and insecurity which led to overwhelming feelings of anxiety and impotence.

Even at 90 Zygmunt Bauman had the unbelievable mental power and guts

to keep on looking into the abyss which is inherent to every civilisation and

even more to modern ones because the consequences are so devastating.

Take for instance also the ecological destruction, the mass production of

household and industrial waste and not in the least human waste in the

guise of millions of  ‘superfluous’ refugees, unemployed and other marginalized groups.

As a Polish Jew who survived Hitler he knew that the only way you can

avert disaster is by taking the worst case scenarios into account. When I

heard of his death I stood still in front of my bookcase and remembered

how all of the six of his books I read tingled and pained my nervous system

because of his anatomy, his laying bare the anxious nerves of modern life.

Glad to have been seated in the front row during one of his great readings

where I could almost feel the immense power of his spirit.

Thank you, thank you mr Bauman…awesome man, I will keep on consulting

your books.

R. O

 

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Poetin kan onze vriend niet zijn

 

ows_148167128052390

POETIN KAN ONZE VRIEND NIET ZIJN  (tekst Nederlands Dagblad 2 januari 2017)

’Rusland wil geen confrontatie met wie dan ook. We kunnen het niet gebruiken. We zoeken geen vijanden en hebben die ook nooit gezocht. We hebben vrienden nodig.’ Zo zei Poetin op 1 december tijdens zijn jaarlijkse toespraak tot de Russische natie. Ondertussen waren Russische vliegtuigen bezig om Aleppo met de grond gelijk te maken. Je moet immers wel heel blind zijn om niet te zien dat Poetin geen middel schuwt om het Russische imperiale rijk te herstellen en de ’decadente’ liberale democratieën te destabiliseren. Al in maart stelde Amnesty International dat de Russische en Syrische luchtmacht opzettelijk en systematisch ziekenhuizen en andere medische faciliteiten bestoken. Een flagrante schending van het internationale humanitaire recht, een oorlogsmisdaad. Artsen zonder Grenzen, het Internationale Rode Kruis en Unicef lieten zich in vergelijkbare bewoordingen uit. Al jarenlang laten de door het Kremlin gecontroleerde massamedia, en dat dag in dag uit, een parade van buitenlandse en binnenlandse vijanden voorbij trekken die er op uit zouden zijn Rusland te ondermijnen. Dat slachtofferige verhaal vormde en vormt de rechtvaardiging voor Poetins agressieve imperialistische beleid in Tsjetsjenië, Georgië, Oekraine en elders. De rechtvaardiging ook voor zijn ontmanteling van democratie en rechtstaat, de lawine aan repressieve wetten die vooral sinds 2012 door de Doema zijn gejaagd. Poetin heeft vijanden nodig om aan de macht te blijven. Als ze er niet zijn dan creërt hij die. Het Russische volk dient immers te geloven dat de zwakke economie niet te wijten is aan een eenzijdige afhankelijkheid van olie en gasprijzen maar aan het vijandige Westen en dat hij daarom onmisbaar is. Na de annexatie van de Krim verklaarde de Russische historicus Nikita Petrov van mensenrechtenorganisatie Memorial: ’Poetin staat in traditie van Lenin en Stalin. Hij denkt in vijanden. Dat is de KGB-er in hem.’                       De Nederlandse historica en specialist in de Internationale Betrekkingen Laurien Crump vindt echter dat Poetins oproep tot dialoog serieus dient te worden genomen. ’Het lijkt alsof Poetin zich de huidige NAVO-doctrine van een sterke defensie gekoppeld aan een betekenisvolle dialoog heeft eigen gemaakt’, schreef ze op 13 december in een opiniestuk in de NRC. Je zou echter evengoed kunnen stellen dat Poetin al jaren een strategie hanteert die uit de keuken van vadertje Stalin afkomstig is. Stalin droeg er immers nauwlettend zorg voor altijd het tegenovergestelde te zeggen van wat hij deed en het tegenovergestelde te doen van wat hij zei. Een verzoenende toon ging steevast gepaard met een hardere opstelling of andersom: een matiging in de buitenlandse politiek ging onveranderlijk hand in hand met een radicale zuivering in de Communistische partij. Laurien Crump besloot haar betoog met: ‘Als wij Poetin geen plek aan de Europese onderhandelingstafel geven zal hij op andere manieren Ruslands plek op het wereldtoneel claimen[..] Ook wij hebben vrienden nodig.’                                                                                                                            Alsof Poetin Europa’s vriend zou kunnen zijn. Van een gefragmenteerd Europa ja, waarin de diverse landen tegen elkaar kunnen worden uitgespeeld. Terwijl Poetin zich lang beklaagde over het feit dat het Westen haar politieke model naar Rusland wilde exporteren blijken zijn cyberspionnen de Amerikaanse verkiezingen te hebben gemanipuleerd. Wat de inbraak in de computers van het Democratisch Nationale Comité en Hillary Clintons campagnemanager John Podesta en de eindeloze stroom van gelekte emails via Wikileaks precies voor invloed hadden op de kiezer zullen we nooit weten. Maar waren er niet slechts enkele tienduizenden stemmen in vier Rust Belt staten nodig om de balans ten gunste van Donald Trump te doen doorslaan? Was hier soms geen sprake van een ongeëvenaarde aanval op het fundament van de Amerikaanse democratie? Het Kremlin heeft bovendien zijn aloude specialiteit: de verspreiding van nepnieuws en desinformatie, op succesvolle wijze naar het westen geëxporteerd. (Volgens Oxford Dictionairies is post-truth het woord van het jaar 2016, noem het post-pravda of gewoon pravda.) Gevreesd wordt dat een zelfde scenario zich rondom de Duitse verkiezingen gaat afspelen. Tegelijk lijkt het of een toenemend aantal Europeanen aan een soort Stockholm syndroom lijdt, het verschijnsel dat de gegijzelde sympathie voor de gijzelnemer krijgt. Zodra Poetin het geringste toenaderingsgebaar maakt staan Europeanen in de rij om de Russische beer te omhelzen. Zoals eerder de Hongaarse premier Viktor Orban. Onlangs meldde de Hongaarse inlichtingendienst echter dat Russische diplomaten openlijk hadden deelgenomen aan paramilitaire trainingsoefeningen met het Hongaarse Nationaal Front. Een lid van deze neo-nazi groep stond reeds bekend vanwege zijn website waarop hij pro-Kremlin propaganda verspreidde. Hongaarse media publiceerden inmiddels emails waarin de groep mogelijke financiering vanuit Moskou bespreekt. ’Terwijl Orban zich als geen ander jegens EU-sancties tegen Rusland verzette lijken Poetins veiligheidsdiensen dus ondertussen extremistische alternatieven te steunen,’ stelde de Washington Post op 1 december in een hoofdredactioneel artikel. Met zulke vrienden heb je geen vijanden meer nodig. Natuurlijk is het van groot belang dat Europa en Rusland in gesprek blijven. Met name in de NAVO-Rusland Raad waar veiligheidskwesties aan de orde moeten worden gesteld. Dat kan in een vriendschappelijke sfeer maar wel in de wetenschap dat Rusland zolang het een mondiale cyber- en informatie oorlog tegen de democratie voert nooit onze vriend kan zijn

Rogier Ormeling (opinie Nederlands Dagblad)

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Robert Rauschenberg in Tate Modern

http-_com-ft-imagepublish-prod-s3-amazonaws-com_75494b82-b837-11e6-ba85-95d1533d9a62Monogram 1955-59

Als weinig anderen verlegde Robert Rauschenberg(1925-2008) de grenzen van de kunst.  Hij hoefde maar naar buiten te gaan om inspiratie op te doen, last van artist’s block heeft hij nooit gehad, de ideeën lagen in New York op straat. Zo sleepte hij alle mogelijke gevonden afval mee naar zijn studio: kapotte radio’s en klokken, autobanden, blikjes, paraplu’s, verkeersborden, opgezette dieren, kartonnen dozen etc.  Alles kon als materiaal dienen en tot kunst worden verheven. Tegenwoordig wemelt het van kunstenaars die  afval recyclen maar eigenlijk zijn ze allen schatplichtig aan Rauschenberg, de recycling artist avant la lettre pur sang. Neem zijn geit en zijn eigen bed, beide werden als een palet met verf bestreken waardoor je je afvraagt of er nu sprake is van een sculptuur of een schilderij.  Geen kunstenaar was democratischer, zijn werk vormt een ongeëvenaarde afspiegeling van de explosieve groei van consumptiegoederen en mediabeelden die zich in de jaren vijftig en zestig voordeed.  De duizelingwekkende gelijktijdigheid der dingen en indrukken waarin je zelf betekenis moet scheppen, vormde  de kern van zijn werk.

55-002                               206-002Satellite 1955                                                       Historic Detour (scenario) 2006

92-064_0 Stake-out (Urban Bourbon) 1992

 

Tate Modern toont tot 2 april 1917  een groot retrospectief dat slechts jubelende recensies kreeg: . Robert Rauschenberg

 

In 2008 schreef ik voor het Financieel Dagblad een recensie over Travelling 79-76 een Rauschenberg-expo in het Haus der Kunst in München.

tate-modern   Bed(1955)

DE WERELD ALS BRANDSTOF

Ongetwijfeld zouden Hitler en zijn nazi’s Robert Rauschenberg hebben verafschuwd.  En vooral het feit dat diens kunst momenteel in het Haus der Kunst in München wordt tentoongesteld. Uitgerekend in hetzelfde neoclassicistische bouwwerk dat in 1937 zo triomfantelijk werd geopend als cultuurtempel van het Derde Rijk, onder de naam Haus der Deutschen Kunst. In alle opzichten stond Rauschenberg diametraal tegenover de nazi’s en hun rampzalige streven naar zuiverheid. Geboren en getogen in het Texaanse olieraffinagestadje Port Arthur, was hij niet alleen van Duitse, Nederlandse, Zweedse en Cherokee-Indiaanse afkomst, ook zijn kunstwerken zijn hybrides van alle mogelijke materialen en technieken.
Nadat Rauschenberg in 1944-45 in een psychiatrisch ziekenhuis zijn dienstplicht heeft vervuld, studeert hij onder meer aan het Black Mountain College in North Carolina, onder voormalig Bauhaus-schilder Josef Albers. Vanaf het midden van de jaren veertig tot halverwege de jaren vijftig staat het college bekend als de invloedrijkste artistieke gemeenschap in Amerika. Hier begint Rauschenbergs levenslange creatieve samenwerking met componist John Cage en choreograaf Merce Cunningham. Alle drie doen hier mee aan een door Cage georganiseerde theatrale gebeurtenis die tegenwoordig als de eerste ‘happening’ wordt beschouwd.
Al op Black Mountain maakt Rauschenberg zijn zwarte en witte schilderijen, die deels een parodie zijn op de minimalistische monochromen van Barnett Newman. De All-Blacks (1951) zijn geschilderd op een ondergrond van kreukelige kranten wat de suggestie wekt van impasto, terwijl de White Paintings (1951) met een roller zijn geverfd. Beide series bestaan zowel uit één enkel paneel als uit diverse meervoudige panelen die gescheiden zijn door een subtiele naad. Het gladde oppervlak van de witten vangt onder meer de schaduwen van voorbijgangers. Niet alleen vervaagt daarmee de scheiding tussen kunstwerk en toeschouwer, in plaats van gefixeerde beelden zijn deze schilderijen veranderlijk als hun omgeving. Terwijl een deel van de naoorlogse kunst als reactie op het nazisme en stalinisme haar autonomie heeft afgekondigd, weerspiegelt Rauschenberg de omringende werkelijkheid. Integratie van leven en kunst is gedurende zijn hele carrière zijn voornaamste ambitie.

53-e001a

Aanvankelijk profileert Rauschenberg zich vooral ten opzichte van het tot dan toe dominante abstract expressionisme. Hoewel dit maar een label is voor een groep zeer uiteenlopende kunstenaars wordt deze stroming in de jaren vijftig het symbool van Amerika’s culturele vrijheid. Het abstract expressionistische gebaar geldt immers als spontane expressie van de unieke persoonlijkheid van de schilder. Bij wijze van antwoord creëren Rauschenberg en Cage Automobile Tire Print (1953). Nadat Rauschenberg een achterband met inkt heeft bestreken, rijdt Cage met zijn Model A Ford over een lange strook papier. Niets is minder authentiek en persoonlijk dan de profielafdruk van een autoband.

53-d001
In dezelfde herfst van ’53 klopt Rauschenberg aan bij Willem de Kooning, kopstuk van het abstract expressionisme. Of hij een van diens tekeningen mag uitgummen. De meester reageert sportief: ‘Oké, ik geef je een tekening, maar ik maak het je niet makkelijk.’ Uiteindelijk is de beeldenstormer vier weken bezig. Al blijkt hij nog eerbiedig genoeg om enkele sliertjes inkt en potlood te laten staan. Het monnikenwerk zal zijn vruchten afwerpen: Erased de Kooning Drawing (1953) verwekt genoeg schandaal om Rauschenbergs naam te maken.

1277 Canyon (1959)

Niet dat hij niets van het expressionistische gebaar moet hebben. Eenmaal verhuisd naar New York blijken drips, klonters en spetters tot zijn vaste repertoire te behoren. Door schilderkunst, sculptuur en fotografie met elkaar te vermengen doorbreekt Rauschenberg de traditionele grenzen tussen de kunstgenres. De Combines (1954-1964) zijn collages van verf, kranten, foto’s, ansichtkaarten, spiegels en al of niet op straat gevonden afval zoals kussens, kleding, lappen stof, paraplu’s, wekkers, bezems, fietswielen, autobanden en zelfs opgezette dieren. Zoals Rauschenberg zelf stelt, is hij bereid met alle materialen samen te werken.

54-009  http-_com-ft-imagepublish-prod-s3-amazonaws-com_69a79112-b837-11e6-ba85-95d1533d9a62Charlene (1954)                                                                         Untitled (Spread) 1983

Elk materiaal of alledaags voorwerp kan, met behoud van het eigen identificeerbare karakter, worden gerecycled en veredeld in een kunstwerk. De schijnbaar toevallige combinaties van ongerelateerde componenten zijn zowel een afspiegeling van de moderne stedelijke chaos als Rauschenbergs handelsmerk. Toch lukt het hem steeds weer om in die maalstroom van onvatbare zinspelingen een esthetische orde aan te brengen. Al is van een hiërarchie of plot geen sprake. ‘Dingen openlaten’, schijnt zijn meest gebezigde uitdrukking. Rauschenbergs kunst is net als het leven: op zich heeft het geen betekenis, je moet het zelf betekenis geven.

rauschenberg-retroactive-ii-724x1024                                w1siziisije5mzc3ocjdlfsiccisimnvbnzlcnqilcitcmvzaxplideznjz4mtm2nlx1mdazzsjdxqRetroactive II (1963)                                                    Signs(1970)

Met dank aan Andy Warhol houdt Rauschenberg zich vanaf 1962 vooral bezig met de fotomechanische zijdezeefdruk op canvas. Hoewel deze werken vanwege hun ondergrond schilderijen worden genoemd, zijn ze voornamelijk fotografisch. Door beelden en informatie uit de context van de massamedia te halen, levert hij commentaar op hun vluchtigheid en vereeuwigt hen tegelijk tot kunst. In tegenstelling tot Warhols onpersoonlijk koele schilderijen zijn die van Rauschenberg nadrukkelijk handgemaakt. Bij hem is niet alleen sprake van collageachtige overlappingen, maar ook van bewuste vergissingen in het zeefdrukproces en van het expressieve schildersgebaar. Net als in zijn Combines ligt aan deze encyclopedische hypercollages een ritme van zich herhalende thema’s en motieven ten grondslag. Het blijkt een succesformule wanneer hem in 1964 de Grote Prijs van de Venetiaanse Biënnale wordt verleend. Dadelijk geeft Rauschenberg zijn assistent echter de opdracht 150 zeefdrukschilderijen te vernietigen om zo het risico te verkleinen dat hij in herhaling zal vallen.
Rauschenbergs actieradius omvat te veel om op te noemen. Allerlei soorten prints, performances, choreografieën, decors, kostuums en belichting voor dansvoorstellingen, activiteiten voor de Amerikaanse burgerrechtenbeweging, sociale projecten voor noodlijdende kunstenaars en ga zo maar door. Ook richt hij in 1966 EAT (Experiments in Art and Technology) op, een organisatie die uitwisseling tussen wetenschap, techniek en kunst promoot. In samenwerking met ingenieurs creëert hij interactieve omgevingsinstallaties die door handelingen en geluiden van toeschouwers van vorm veranderen.

5418

Op de vraag wat zijn grootste angst was, antwoordde Rauschenberg ooit: ‘That I run out of world.’ Niet benzine maar de wereld was zijn brandstof. In het Münchense Haus der Kunst wordt echter ook duidelijk dat deze virtuoze alleskunner zich kon beperken. Als hij zich in 1970 terugtrekt in een strandhuis in Captiva Island, Florida, komt dat tot uiting in zijn werk. Het wordt eenvoudiger, meditatiever en laat meer aan de verbeelding over71-011_0   71-019_0                                        Volon (1971)                        Glass/Channel/Via Panama(1971)

De ironie wil dat hij op het afgelegen eiland de kartonnen doos ontdekt, symbool bij uitstek van de geglobaliseerde productdistributie en de supermarkt. In de serie Cardboards hangen de gevonden dozen plat uitgevouwen in allerlei vormen aan de muur. Daar tegenaan geplakte dozen steken echter weer sculpturaal de zaal in, zodat een spel tussen 2D en 3D ontstaat. Een van de kartonnen constructies hangt zelfs zodanig dat de illusie wordt gewekt van een wandkast met een licht geopende, nieuwsgierig makende deur. Gedrukte teksten als ‘Fragile Handle With Care’ lijken opeens van toepassing op het karton zelf in plaats van op de inhoud.

20080307_003   0837-008
Ook in de serie Early Egyptians (1973-74) vormt karton het basismateriaal. Ditmaal heeft Rauschenberg dozen met lijm ingesmeerd en daarna over het strand gerold. Opgestapeld en naast elkaar in installaties wekken ze associaties met monumentale Egyptische tempelcomplexen, onder woestzijnzand bedolven beschavingen, even vergankelijk als karton. Rauschenberg waakte er namelijk wel voor de illusie te vervolmaken. Hij blijft op de rand van fictie en werkelijkheid balanceren, zodat je niet vergeet dat hier vooral je eigen fantasie de ware kunstenaar is.

75-077 Mirage (Jammer 1975)

Alle geëxposeerde werken die al in Porto te zien waren voordat Rauschenberg in mei plotseling overleed, stammen uit de periode 1970-1976. In die jaren onderneemt hij ook reizen naar Venetië, Israël en India. Zo werkt hij in het Indiase Ahmadabad, in een door Gandhi gesticht textielcentrum, wat leidt tot de Hoarfrost- en Jammer-series. De Hoarfrost (dauw)-serie bestaat uit wazige collages van foto’s en krantenberichten, gedrukt op transparante stoffen die onstoffelijk ijl aan de muur hangen. In de Jammers, waarvan de titel aan het type zeilboot is ontleend, heeft Rauschenberg geometrische en monochrome stukken zijde aan elkaar genaaid. Feestelijk van kleur houden ze het midden tussen vlaggen, abstracte schilderijen en zeilen, maar ontsnappen aan elke categorie: zou dit soms pure schoonheid zijn?

foto-18- 5

foto-18- 5

Met de geringste middelen wordt in de serie The Venetians de sfeer van de Dogenstad opgeroepen. Een over de vloer uitgestrekt stuk autobandprofiel tussen twee H-vormige houtjes doet in de verste verte toch weer denken aan een gondola, zo zit Venetië al in ons hoofd. Tegelijk blijft het wat het is: bandprofiel en twee houtjes. Steeds weer liet Rauschenberg zien dat de wereld in de eerste plaats materie is, maar dat het ons vrij staat er van alles van te maken.

 

 

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

The Art of Losing

864x486

If you lost a presidential election who can comfort you and make you laugh again? No one else but Joe Biden!

If someone knows about the art of losing, it’s Joe Biden. His first wife and one-year old daughter were killed in an automobile accident.

And 43 years later his son Beau died of brain cancer.

No one else could give such a heartfelt speech on dealing with loss as Joe Biden.

His speech in 2012 to military families who lost their loved ones was absolutely phenomenal.

But I have to warn you in advance if you want to watch it: in the end you might feel sad that this man did not become president.

R. O

Vice President Biden Discusses Grief at TAPS – YouTube

25 mei 2012 – Geüpload door Tragedy Assistance Program for Survivors

… President Joe Biden talks with surviving families of our fallen military … emotional speech for the …

 

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Spiegel in 100 stukken

Schrijver, kunstcriticus en tentoonstellingsmaker Hans den Hartog Jager stelde in Museum de Fundatie in Zwolle alweer een expositie samen. Zie de Mens, zijn derde, na Meer licht(2011) en Meer macht(2014). Honderd portretten, één per jaar vanaf 1917 tot en met 2016. Schilderijen, foto’s, video’s en installaties.  Ondanks de beperkte eigen collectie wisten den Hartog Jager en Fundatie-directeur Ralph Keuning een indrukwekkende hoeveelheid topwerken van 96, internationaal gerenommeerde, kunstenaars bijeen te krijgen. Dit resulteerde in een fascinerende spiegel van de afgelopen honderd jaar aan de hand van portretten. Daarnaast schreef den Hartog Jager een gelijknamig boek waarin hij alle werken op pakkende wijze bespreekt en in een context plaatst. Een paar dagen na de opening sprak ik met hem voor Tableau Magazine.

george-condo-constellation-portrait-2013-via-simon-lee Constellation Portrait, George Condo(2013)

SPIEGEL IN HONDERD STUKKEN

R: Had je als kind portretten op je kamermuur?
Hans: Alleen maar dieren, toen ik ouder werd heb ik Anton Corbyn’s foto van Miles Davis op posterformaat op mijn jongenskamer gehangen. Vond ik een meesterwerk. Heb ik nog altijd een enorme zwak voor, ook al ben ik niet zo’n liefhebber van moderne zwartwitfotografie omdat ik het zo nostalgisch vind.
R: Ik heb heel wat portretten van mensen gezien op je Zie de Mens-expositie maar dé mens ben ik niet tegengekomen.

2477c9d545199f15ad33aeba5069fd2c

H: Nee, die bestaat niet. Je zou kunnen zeggen dat Jesus Serene van Marlene Dumas(1994) de hele tentoonstelling symboliseert: 21 aquarellen of eigenlijk voorstellen voor een Jezusgezicht. Daar kun je uit kiezen of beter nog: je eigen Jezus uit opbouwen. Zo zie ik die tentoonstelling ook: al rondlopend bouw je tussen al die werken je eigen portret van de mens op. Geweldig idee van Dumas: al die variaties op een fundament dat we niet kennen, want niemand weet hoe Jezus er uitzag. Iedereen die ervoor staat kiest: ‘Dat is ‘m toch echt, of die…’ Dit was een van de eerste tien werken die ik wilde.
R: Eén Jezus deed me zelfs aan Poetin denken…
H: Heb ik meer gehoord, het mooie is: toen Dumas dit werk in 94 maakte kende ze hem nog helemaal niet. Dat is toch geweldig!
R: Zie de mens, was dat een bewust ironische titel?
H: Nee, een bewuste verwijzing naar wat Pilatus zo spottend zegt als hij de gemartelde Jezus met doornenkroon aan het joodse volk toont: Ecce homo. Die titel vind ik belangrijk. Zoals Pilatus Jezus gebruikte om zijn wereldvisie te tonen zo gebruiken de kunstenaars op deze tentoonstelling de geportretteerden om hun wereldvisie te tonen.

cxhxwbsxaaafjza                  kokoschka-web                                                                                      Sebstbildnis(1917) Kokoschka

R: De expositie begint met een prachtige sculptuur van Brancusi (1920) die het hoofd van de mens heeft teruggebracht tot een essentiele eivorm. Maar veel andere portretten zeggen in feite dat de mens geen essentie heeft.
H: In die portretten zijn de kunstenaars in ieder geval niet op zoek naar de essentie maar naar iets anders. Bijvoorbeeld naar vervorming, maatschappijkritiek, of een manier om hun subjectieve zelf te laten zien. Toch zijn er ook verschillende portretten die iets elementairs hebben. Dat geldt naast de Brancusi bijvoorbeeld ook voor Boltanski’s video van een kotsende man die zichzelf eigenlijk helemaal naar buiten werkt.
R: Die heb ik niet helemaal uitgekeken…
H: Nee, doet bijna niemand. Maar het is belangrijk om tussen die honderd portretten ook zo’n volledig deerniswekkend mens te laten zien; in zo’n elementaire staat dat je er je amper naar kunt kijken. Het is geen publiekstrekker, maar in het museum zeiden ze meteen ‘dat moeten we wel doen’, daarvan hoefde ik hen niet te overtuigen.

female-torso-jpglarge
R: Ideologieën accepteren geen ongrijpbare twijfelachtige identiteiten. Die weten precies wat het ware gezicht van de mens is en hoe die zou moeten zijn, reduceren mensen tot een gegeven essentie, het individu tot een type. Maar de kunst…
H: … viert de vrijheid zowel van de maker als het subject. Als er een ideologie onder deze tentoonstelling ligt dan de moderne romantische artistieke ideologie van de persoonlijke vrijheid en vrijheid van interpretatie. Dat is zelfs het geval bij de Boerin van Malevich(1933). Hij voelde natuurlijk de druk van het communistische regime maar hij wilde ook zijn eigen artistieke vrijheid bewaren. Dus schilderde hij een boerin zoals dat toen hoorde maar dan zonder gelaatskenmerken. Toch bezit dit werk, vooral dankzij de kleuren een heel individueel en persoonlijk karakter.

1928             1945                     Der Agitator(1928), Georg Grosz  en Lee Miller in Hitler’s Bathtub(1945), David Scherman.  Nadat Miller eerder die dag de lijken en ‘douches’ in Dachau zag neemt ze een bad in Hitlers appartement in München.

R: Je tentoonstelling beslaat een groot deel van de twintigste eeuw, de eeuw van Mao, Stalin en Hitler en hun massamoorden. Toch draait de as vooral rond Hitler. Neem de werken van Georg Grosz, August Sander, Paul Citroen, Jean Fautrier, Nussbaum, de Churchill-foto van Karsh en als apotheose Schermans foto van oorlogsfotografe Lee Miller in Hitlers bad.

0056e00f748fb729eeab40a25197380b  zhang-xiaogang   Scout Master(1996), Kerry James Marshall        Girl(2008), Zhang Xiaogang

H: Dat komt doordat het ons land het meest geraakt heeft. Natuurlijk heb ik daar over nagedacht: waarom bijvoorbeeld niet de Rwandese genocide? Toch ben ik erg uitgegaan van mijn perceptie van onze eigen cultuur, hoewel ik tegelijkertijd heb geprobeerd om wat luiken open te zetten. Neem bijv. Kerry James Marshall, zijn portret van een zwarte scoutmaster, of Irving Penns papoea met ritueel masker, Viviane Sassens Afrikaanse autowasser, Chinezen als Zhang Xiaogang en Zhao Yao, de Japanner Tetsumi Kudo en de Algerijn Adel Abdessemed.

1929_christian_schad_maika_-_lowres Maika(1929), Christian Chad

R: Men spreekt van ‘liefde op het eerste gezicht’, maar verliefdheid betekent toch vooral gefascineerd zijn door de vele gezichten van de geliefde. Die ongrijpbaarheid van het menselijk gezicht zien we ook in Zie de mens.
H: Ik geloof sterk dat een portret alleen maar werkt wanneer het een combinatie is van verschillende elementen die eigenlijk niet met elkaar in overeenstemming zijn en toch binnen dat beeld iets opleveren waarin je kunt geloven. Die paradox is altijd een van de grote tovenarijen van beeldende kunst, daarom houd ik er ook zo van. Ik weet niet of ik dat ook in mijn geliefde zoek. Misschien voor een deel. Maar je zoekt toch ook bevestiging zodat je niet de hele dag loopt te twijfelen, want dan wordt het wel ingewikkeld.
R: Maar als je denkt dat je de geliefde kent dan is de liefde voorbij…
H: Dan is het dood, dat is waar. Dat vind ik cruciaal. Ik ben er ook trots op dat er in deze  tentoonstelling geen portret bij zit dat zich definitief laat kennen. In al die honderd werken kan ik weer nieuwe dingen ontdekken.

9062 Dr Knobloch(1964), Gerhard Richter

R: In veel reclames zie je dat ‘jezelf’ zijn als hoogste geluk wordt gepropageerd. Alsof er zoiets als een onveranderlijk en conflictloos ‘zelf’ bestaat, maar we blijven innerlijk verdeelde wezens. In Robert Musils befaamde roman De Man zonder Eigenschappen, in Duitsland verkozen tot dé roman van de 20ste eeuw–en jouw tentoonstelling omvat bijna die hele eeuw– zegt de hoofdpersoon: ‘Ik ben voor niets zo onbegaafd als voor mijzelf’.
H: Ha, dat is mooi, ik geloof dat werkelijk jezelf kennen onmogelijk is, net zoiets als een slang die in zijn eigen staart bijt. Als het lukt ben je dood en niet meer aan verandering onderhevig. Ik denk dat iedere persoonlijkheid zo veelkantig is dat je uit zelfbehoud bepaalde elementen, die je zelf liever niet wilt kennen, verbergt of vergeet, zodat alleen andere mensen die zien.

09-picks-icp-cindy-sherman Untitled (1979), Cindy Sherman

R: Andere schrijver Gombrowicz: ’De mens is in wezen niet authentiek.Mens zijn betekent toneelspeler zijn, een mens spelen, jezelf als mens vormgeven, je gedragen als mens.’
H: Dat gaat vooral over het vinden van een verhouding tot de buitenwereld. Ik houd me niet meer de hele dag bezig met wie ik ben en hoe ik over kom, word je namelijk erg moe van. Dat doe je pakweg van je zestiende tot je achtentwintigste, daarna wordt het minder. Maar iedereen die een beetje sensitief is blijft natuurlijk nadenken over zijn verhouding tot de buitenwereld en daarmee worstelen. Het schiet wel even door me heen als ik een café binnenkom: hoe zie ik eruit en wat denken mensen van mij? Dat raak je denk ik nooit kwijt.

furuya_izu-589x716 Izu(1978) Seiichi Furuya

R: Zoals gezegd, deze tentoonstelling beslaat een groot deel van de twintigste eeuw. Er was toen sprake van gigantische aanvallen op de vrijheid van het individu om zichzelf vorm te geven, nazisme, communisme. Als je deze expo ziet dan lijkt het soms wel of deze aanval glansrijk is afgeslagen..
H: (lacht) Misschien is dat ook wel zo. Alleen liggen de mens en zijn individualiteit altijd onder vuur, dat is de essentie van het bestaan. Daarom kijken we graag naar dit soort werken omdat we daarin herkennen dat die strijd altijd maar doorgaat, al is het steeds op een andere manier. Nu je het zo zegt, niet eerder aan gedacht: je zou deze tentoonstelling kunnen opvatten als een verbeelding van de manier waarop de mens zichzelf staande wil houden tegen de krachten van buiten die zowel persoonlijk, maatschappelijk, politiek als sociaal zijn.

images                                                                                         Nan one month after being battered, Nan goldin(1984)

R: Het individuele bestaan blijft een gevecht en dus ook een drama. Bovendien zoals je eigenlijk ook op de tentoonstelling ziet is individualiteit ook een mythe: No man is an island. In een wereld waar alles steeds sneller gaat verandert is iedereen connected en misschien is de selfie niet meer dan een poging om je nog aan imaginair houvast vast te klampen….
H: Wat ik altijd een mooie metafoor voor de mens heb gevonden, is die van een schip dat vertrekt en onderweg steeds delen moet repareren en vervangen. Als het tenslotte op de eindbestemming aankomt kun je je afvragen of het nog wel hetzelfde schip is. Je kunt toch niet altijd een en dezelfde persoonlijkheid blijven? Een van de belangrijkste beelden van de afgelopen paar honderd jaar vind ik De monnik bij de zee uit 1809 van Caspar David Friedrich, die man die daar alleen op het strand staat en alles om hem heen kolkt. Het is bijna een cliché maar zo staat bijna iedereen tegenwoordig. Alles om je heen kolkt, er komt onweer aan, je probeert je hakken in het zand te zetten en hoopt dat anderen je zien en je bestaan erkennen.
R: Nog enkele citaten uit Musils Man zonder eigenschappen:Een ik is tegenwoordig heel dubieus’[…], Wie kan er tegenwoordig nog beweren dat hij zijn woede is als er zoveel mensen over meepraten…[…] Er is een wereld ontstaan van eigenschappen zonder man, van belevenissen zonder degene die ze beleeft. Het ‘ik’ verliest de betekenis die het tot dusver heeft gehad van een soeverein die regeringsdecreten vervaardigt…’
H: Dat gaat over mijn tentoonstelling! Zo ervaar ik dat ook, als je dat zo zegt: dat is het!

b8a407e0a423f9f3be782323b250a099  Hilton Head Island (1992) Rineke Dijkstra

R: Zie je deze expositie ook als een reactie op de huidige obsessie met identiteit, zowel nationaal als individueel?
H: Niet direct, maar ik geloof wel dat er allemaal ideeën in de lucht hangen waar je iets van mee krijgt. Zo concreet heb ik het niet bedacht maar als je dat zo stelt vind ik dat wel heel passend. Ik ben wel zeer gefascineerd door dat zoeken naar hoe je jezelf staande houdt en hoe anderen zichzelf staande houden. De troost die ervan uitgaat, juist in kunst. Dat mensen blijven proberen om antwoorden en oplossingen voor hun worsteling te vinden. Kunstenaars kunnen dat ook erg goed, veel beter dan bijna alle andere mensen. Die worsteling is een van de dingen die kunst voor mij interessant maakt, dat je daaraan kunt zien hoe intens, mooi, ongemakkelijk en pijnlijk mensen worstelen.
R: We leven in tijden van grote polarisatie. Kijk naar Europa en de VS waar men voortdurend bezig is de ander een definitief gezicht op te zetten. Aan de tentoonstelling te oordelen lijk je je daarvan bewust.
H: Zeer, het gaat allemaal over hetzelfde ongemak. Het is steeds die man van Caspar David Friedrich aan het strand, die heel hard tegen de wind in schreeuwt. Er is ook zoveel buitenwereld, er zijn zoveel beelden en invloeden. Veel mensen voelen zich benard en dan ga je terugschreeuwen. Dat kun je op twitter doen, maar je kunt er ook kunst van maken. Dit laatste geniet sterk mijn voorkeur.

sphinx  Sphinx (1953), Francis Bacon

R: Maar wat de kunst wel accepteert namelijk de twijfelachtigheid van de menselijke identiteit wordt door veel mensen niet geaccepteerd.
H: Het is ook heel moeilijk om dat te accepteren. Mensen zoeken toch naar rust en balans. De hemel is niet voor niets een soort lege witte plek voor veel mensen. Daar zijn geen impulsen meer. Maar het leven voltrekt zich juist in die spanning tussen impulsen en onzekerheden en die zoektocht naar een balans.fautrier07                    gewitterfront             Grande Tête Tragique, Fautrier(1942)                 Gewitterfront, Neo Rauch(2016)

R: Ik heb machtige en machteloze mensen gezien. Onverzettelijke mensen die zich frontaal en zichtbaar presenteren: ‘I am here en ik laat me niet kisten’ (foto van Churchill, zelfportretten van Dick Ket en Eva Besnyö). Verlegen mensen die zich liever verschuilen bijv uit schaamte (Sigurdur Gudmunsson). Gezichten die heel weinig prijsgeven omdat ze uitdrukkingsloos zijn of zelfs zonder gelaatstrekken (Borremans, Ruff, Malevich). Gezichten die zelfs helemaal absent zijn en juist daardoor nog meer aanwezig (Ger van Elk). Verleidelijke mensen(Marlene Dietrich), mysterieuze sphinxmensen waarvan er eentje opgesloten zat in zijn eigen raadsel( Francis Bacon). Mensen die door de kunstenaar geheiligd werden (Max Beckmann) of juist intens gehaat (Antonio Saura, Tetsumi Kudo). Gevloerde mensen, gruwlijk beroofd van hun waardigheid door ziekte of opgejaagd omdat hun bestaansrecht werd ontkend (Felix Nussbaum). Mensen die gebukt gingen onder een last (Henk Visch), of zwaar mishandeld waren (Fautrier, Goldin) ….. Maar ik zag vooral veel mensen die weer overeind kwamen die zichzelf opnieuw uitvonden en vormgaven, (Kokoschka, Philip Guston, Ana Mendieta, Cindy Sherman, Condo, Neo Rauch, Tracy Emin, Catherine Opie, Kerry James Marschall, Job Koelewijn)…En het is vast geen toeval dat zowel het zelfportret van Kokoschka aan het begin van de tentoonstelling als de trommelaar in Gewitterfront van Neo Rauch op het eind van een wederopstanding lijken te getuigen…zelfs ondanks het zware onweer.
H: Ik heb het niet zo bedacht maar het is wel precies hoe ik naar dingen kijk. Kunst toont de worsteling en de pijn maar tegelijk kan het in hetzelfde beeld ook die wederopstanding tonen. En met die wederopstanding kunnen wij verder leven, daar zijn wij zelfs toe veroordeeld behalve als je er zelf mee stopt maar dat wil bijna niemand en dat maakt me… eh nou gelukkig dat klinkt te klef..dat vind ik heel belangrijk aan kunst.

philipguston-painting-smoking-eating-aug-8-2008

R: In je tekst bij Painting Smoking Eating (1973) van Philip Guston, een zelfportret tijdens een artistieke crisis, schrijf je: ‘hij heeft zich aan zijn eigen schilderijen uit het moeras getrokken.’
H: Dat!… is voor mij de romantische paradox die al bij Turner begint, zijn Slaveship! Golven slaan over de boeg, mensen slaan overboord, vissen beginnen de slaven al op te eten en de natuur lijkt overal krachtiger… Alleen is er één mens die dit alles overwint en dat is de kunstenaar want die toont het, die schildert het.                                                         R: Zie de mens, Hans den Hartog Jager, zelfportret als expositie?
H: Wel voor een groot deel natuurlijk, maar als wij zo’n gesprek hebben als nu, dan zie ik meteen weer dingen die ik niet gezien heb of vergeten ben…Misschien juist daarom inderdaad. Ik heb er naar gestreefd een expositie te maken, die bij elkaar brengt waardoor ik gefascineerd ben. Maar tegelijk in het volle besef dat het nooit helemaal kan, dus de onvolmaaktheid zit er ingebakken.
R: Je moest steeds één portret per jaar kiezen, bovendien waren er natuurlijk ook werken die je misschien liever had gehad.
H: Zeker, maar ik heb altijd een alternatief kunnen vinden. En er is bijna geen aspect wat ik belangrijk vind wat er niet inzit.
R: Ik heb wel zesentwintig foto’s geteld.

jobkoelewijn_balancingact A Balancing Act, Job Koelewijn(1998)

H: Zou kunnen, ik had misschien wel wat meer grote installaties gewild maar ja daar was gewoon geen ruimte voor. Ik vind fotografie een heel belangrijk medium. Juist in die tijden jaren dertig zie je dat mensen opnieuw bezig zijn met het vormgeven van hun zelfbeeld via een nieuw medium. En in de jaren tachtig en negentig zie je dat het gaat bijdragen aan die existentiële twijfel omdat ze er steeds meer achterkomen dat een foto ook maar een schijnbare waarheid vertegenwoordigt. Ben heel blij met foto’s die er bij zitten: Lee Miller, Mapplethorpe, Ruff , Seiichi Furuya, Irving Penn, Sander, Newmann, Rineke Dijkstra etc

ger-van-elk-the-missing-person-1976  The Missing Person(1976), Ger van Elk

R: Hoe lang heb je eigenlijk aan de tentoonstelling gewerkt?
H: Twee jaar. Met het schrijven van het boek ben ik op 1 januari begonnen en was ik in augustus klaar. Niet fulltime hoor, moest ook nog andere dingen doen, schreef een of twee stukken van circa 600 woorden per dag ongeveer, dan weer lezen en researchen.
R: Dit is je de derde expositie in de Fundatie. Je laatste?
H: Nee we gaan nog door en hebben alweer twee plannen. Maar daar moet ik met Fundatiedirecteur Ralph Keuning over praten, kan ik niets over zeggen. Of het zo groot wordt als dit weet ik niet. Dit ga ik niet meteen evenaren maar die andere twee die ik in gedachten zouden ook heel mooi kunnen worden.
R: Tenslotte…toen Rodin een beeld gemaakt had van de Franse premier Clemenceau zei de laatste: ’Dat ben ik niet.’ En Stalin zei tijdens een gesprek met zijn zoon: ‘ik ben Stalin niet’ en hij wees vervolgens naar zijn portret aan de muur: dat is Stalin!…..
H: Prachtig.

cx8kcrvwgaajbhk

 

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen